Boeren

pitch-fork-3068529_1280

Je kunt geen nieuwssite aanklikken tegenwoordig of je ziet hoe slecht de boeren in Nederland zorgen voor hun veestapel en hun gewassen. Sterker nog, alle problemen met het milieu zijn echt hun schuld. Kijk maar hoe ze met al die trekkers de wegen blokkeren. Wat denken ze nu, dat een file geen uitlaatgas veroorzaakt?

Maar de meeste mensen tegenwoordig weten niet eens meer waar hun eten vandaan komt. Een tomatenplant? Hoezo, tomaten koop je toch in een plastic bakje bij de supermarkt? Komkommers, groeien die aan een plant? Als kinderen tegenwoordig koeien tekenen op school, is er altijd wel één die de kleur lila gebruikt. Lang leve de Milka chocolade. We eten wel vlees maar we willen niet zien waar het vandaan komt. Het moet bij de slager in kant en klare bakjes te koop zijn. Of bij de supermarkt in de aanbieding, dat is natuurlijk nog beter.

Mijn vader was onderwijzer in een klein boerendorpje. Wij mochten wel eens mee als hij bij mensen in het dorp op bezoek ging. Mijn moeder haalde er haar verse eieren en groenten. We keken onze ogen uit als er lammetjes waren. Ik weet ook nog heel goed dat eens per jaar een bezoek werd gebracht aan een kippenboerderij. Mijn moeder kocht haantjes. ’s Morgens liepen ze nog rond, ’s middags gingen ze bij ons in de vriezer. Vreemd? Nee helemaal niet. Wij kinderen kregen in ieder geval het besef bijgebracht dat het niet zomaar iets was. Dat je respect moest hebben voor hetgeen je op je bord kreeg. En dat je niet zomaar dingen weg gooide.

En bovendien, de smaak van die kip was vele malen beter dan die van de kip die je tegenwoordig in de supermarkt koopt. Een kip van het formaat kleine kalkoen verandert in de pan in een kuikentje. De plas water die je overhoudt, voegt ook niet veel toe aan de smaak.

Hetzelfde geldt voor groenten. Misschien klinkt het als zeuren maar tomaten hebben eigenlijk geen smaak meer. Het uiterlijk is veel belangrijker dan de smaak, als ze maar mooi rond en rood zijn is het goed.

Ik kan me voorstellen dat er best boerenbedrijven zijn waar het niet zo nauw wordt genomen met hygiëne en dierenwelzijn. En dat er best akkerbouwers zijn die de grond uitputten en volspuiten met pesticiden die eigenlijk niet meer kunnen in deze tijd. Maar zolang wij Nederlanders ‘zuunig’ blijven en ‘geen cent te veel hoor’ willen betalen voor onze maaltijden, zullen er altijd boeren zijn die proberen hieraan tegemoet te komen zonder zelf kopje onder te gaan. En ik ben ervan overtuigd dat de meeste boeren trots zijn op hun bedrijf en wat zij doen. Daar moeten wij als consument veel meer respect voor hebben.

Ik denk dat het milieu en onze omgeving iets is waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn. Tenslotte wonen we samen in dit kleine kneuterige landje. Het heeft geen zin te wijzen naar één doelgroep, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Laten we het dan ook samen oplossen.

 

 

Warme winterjas

tic-tac-toe-1777859_1920

Vrienden van ons vieren dat ze al 25 jaar samen zijn. Als je om je heen kijkt, is dat al een lange tijd. Zeker bij hen als je bedenkt dat in de homogemeenschap vaak toch iets anders wordt omgegaan met monogame relaties. Dat verzin ik niet, dat hoor ik. De grap is dat zij ook echt elkaars tegenpolen zijn. De een is commercieel, onrustig en altijd op zoek. De andere houdt van rust, is superzorgzaam maar wel heerlijk uitbundig. Waarschijnlijk is dat ook hun geheim. Ze houden elkaar perfect in evenwicht.

Mijn maatje en ik zijn zelfs al langer bij elkaar. We durven geen van tweeën uit te rekenen hoe lang. Want dan ga je je toch echt oud voelen. En als ik dan bedenk wat we samen allemaal al meegemaakt hebben. Dat had ik toch voor geen geld willen missen.

Wat tegenwoordig heel erg hip is, is om je relatie breed uit te meten in de Social Media. In navolging van Sylvie Meijs presenteren hordes dames hun nieuwe liefde direct via Instagram. Na een maand moet het bericht herroepen worden, de nieuwe liefde bleek toch niet de ware te zijn. Op naar de volgende. Op zich is het heel vermakelijk, ik moet er wel om lachen. Niet hardop natuurlijk, ik zou niet durven, daarvoor zijn de posts veel te serieus bedoeld.

Je hele liefdesleven delen via Social Media. Ik vind het onvoorstelbaar maar ben dan ook hopeloos ouderwets. Facebook blijkt een prima manier te zijn om de buitenwereld te laten weten of je wel of niet beschikbaar bent voor de nieuwe liefde van je leven. Ik vraag me dan altijd af of mensen nadenken over de foto die ze bij het bericht plaatsen. Sylvie Meijs doet dat wel, dat weet ik zeker. Maar je ziet soms plaatjes voorbijkomen, oei.

Nee, dat soort berichten moet je van mij niet verwachten. Ik vergelijk mijn maatje altijd heel oneerbiedig maar met een dikke knipoog met een oude winterjas. Hij ziet er misschien niet zo heel modern meer uit maar hij is zo lekker warm. De fijnste jas die ik heb, ik wil hem nooit meer kwijt.

 

Kadootje

pine-cones-2823765_1920

Af en toe heb je van die dagen die voelen als een kadootje. Zo’n heerlijke relaxte dag, in de warme najaarszon. In een weekend waarvan we eigenlijk dachten dat we thuis moesten blijven. Niet dat we moesten, de aanleiding daarvoor was alleen maar leuk, maar het is toch altijd beter thuis te zijn als het regent dan wanneer je kunt genieten van de heerlijke herfst. En als blijkt dat je je dan een week hebt vergist, is dat helemaal niet erg. Dus zaten we op zondagmorgen samen stil te zijn en te luisteren naar de geluiden van de natuur.

Het wordt steeds stiller op ons favoriete plekje. Dit wordt ook gezien door alle eekhoorntjes die zich nu veilig wanen en steeds brutaler worden. Stef ziet hen als indringers in zijn eigen territorium en voelt zich verplicht hen met luid geblaf achterna te zitten. Als hij er een in het oog krijgt, spant zijn kleine lijf zich. Zijn staartje staat fier overeind en trilt van ingehouden opwinding. Je ziet dat hij zich klaar maakt voor de aanval. Gelukkig snapt hij niet veel van de jacht en boldert hij luid blaffend richting eekhoorn. Die wacht natuurlijk niet tot die kleine hond vlakbij is en klimt soepel langs een boomstam omhoog. Dat vindt Stef bijzonder, klimmen is een vaardigheid die hij niet bezit. Hij zet zich aan de voet van de boom en blijft verwachtingsvol naar boven kijken. Arm beest.

De herfstkleuren doen ook alweer hun intrede. Door de droogte van de afgelopen zomer ligt het al bezaaid met bladeren. Daar kun je lekker doorheen schoppen. Even weer terug als klein meisje in het bos. Samen met mijn zussen materiaal verzamelen voor de herfstkijkdoos die we op school maakten. Dat mag niet meer, dat weet ik wel, maar wij plukten gewoon nog paddenstoelen. We schikten ze in een schoenendoos en maakten een kijkgat aan de voorkant. Als je naar de technieken van nu kijkt, was het ook wel heel oubollig. Dat is waar. Hoewel, het schijnt dat het nog wel wordt gedaan. Alleen moet je nu dan eerst een workshop volgen. Wij rommelden zomaar wat in elkaar.

Dennenappels rapen wordt bijna niet meer gedaan. Mensen kopen die bij Intratuin en betalen er een vermogen voor. Wij rapen ze nog wel en stoken ze in onze vuurkorf. Ook Stef is er verzot op, hij knaagt ze enthousiast aan kleine stukjes. Dat deelt hij dan toch weer met de eekhoorns.

De herfst is toch stiekem mijn favoriete seizoen. En voor mij nog altijd onlosmakelijk verbonden met nostalgie en melancholie. Daar kan ik dan toch ook weer van genieten. En in de herfst, dan mag dat ook.

 

 

 

 

Bolchrysant

 

IMG_20181110_160717_746

Onvoorstelbaar, hoe snel de zomer weer voorbij is. Natuurlijk, ik weet het wel, hij is nog niet helemaal voorbij, we krijgen vast nog een mooie nazomer, maar het is inmiddels toch al weer eind september. De bolchrysanten verschijnen alweer in de winkels. Mijn licht-autistische inslag verhindert me nog wel om er één te kopen. Een bolchrysant koop je nl. pas vanaf oktober. Vraag me niet waarom, ik kan het niet verklaren, maar het is zo. Net zoals je in oktober nog geen pepernoten koopt en dat je kerstboom pas na Sinterklaas in huis mag komen.

Ik koop er wel ieder jaar één. Een liefst zo groot mogelijke bolchrysant in mooie herfstkleuren. Iedere week gaat hij trouw even in een emmer water zodat de kluit niet uitdroogt en we er lang plezier van hebben. Stef is er niet zo van, die vindt volgens mij de bloemen enorm stinken. In de zomer ligt hij graag te tukken in de zon op onze zwarte tuintafel maar vanaf het moment dat de grote plant verschijnt, kruipt hij op zijn buitenkussen. Dat ligt ook lekker, dus ik heb er geen problemen mee.

In de Ardennen ga ik in deze periode ook graag naar het kleine kerkhof in het dorp. Ik ken er niemand maar ik kijk graag naar de oude graven en probeer me voor te stellen hoe de mensen een eeuw geleden hier geleefd moeten hebben. Het kerkhof is in oktober en november ook versierd met honderden chrysanten. Het lijkt alsof er een explosie van kleuren heeft plaatsgevonden. Als er op een graf maar één plant staat, valt dat gewoon op. De meeste zerken zijn bedolven. Ik heb het idee dat deze traditie in Nederland een heel eind weg is gezakt. Terwijl het toch wel heel mooi is, om je geliefden op die manier te herdenken. Misschien vinden veel mensen een bolchrysant een nare plant, omdat ze doen denken aan mensen die gestorven zijn. In Azië wordt dat heel anders gezien, daar staat de bloem symbool voor geluk, gezondheid en een lang leven. En wenst men de overledene hierdoor het eeuwige leven toe. Dat is mooi, eigenlijk moeten wij daar ook zo over denken.

Het graf van mijn vader is er inmiddels niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid. Maar de bolchrysant die ik deze herfst ga kopen, zal me toch aan hem herinneren. 

 

Karretje

stef-kapotte-kin.jpg

Soms zag hij het vrouwtje wel eens op zo’n raar ding stappen met twee wielen. Ze moest dan een soort pedalen ronddraaien en dan ging ze vooruit. Heel bijzonder. Ze ging dan nog steeds langzamer dan hij kan rennen dus hij zag het nut er niet zo van in. Maar goed, als ze dat leuk vindt. Het baasje heeft ook zoiets, maar die hoeft niet te bewegen. Dat is wel relaxter. Hij gaat ook veel sneller, die kan hij niet bijhouden. Toch blijft ook dat een vreemd apparaat. Hij heeft het er niet op.

Het baasje heeft ook een karretje gekocht dat je achter die rare dingen kan hangen. Hij ziet het vrouwtje er geregeld boodschappen mee doen. Wel handig, zo kan ze wat meer meebrengen. Het schijnt alleen niet precies daarvoor bedoeld te zijn. Daar kwam hij pas nog achter. Tot schade en schande. Het baasje had het wagentje achter zijn scooter gehangen en riep hem. Hij weet het heus wel van zichzelf, hij is heel nieuwsgierig en dat breekt hem soms op. Dus hij kroop op aangeven van het baasje in dat rare wagentje. Die ritste het dicht en daar zat hij dan. Met alleen een gat boven zijn hoofd en verder niks. Brr, rete-eng. En wat nog veel griezeliger was, hij voelde dat het karretje ging rijden. Het wiebelde en hobbelde en hij hield zijn poten stijf onder zich. Echt, dat was helemaal niks voor hem. Als hij nou eens…..

Het was even aanzetten in zo’n krappe ruimte maar het lukte toch. Met een scheve sprong was hij door het gat in het dak uit het karretje. Hij hoorde het vrouwtje geschrokken roepen. Natuurlijk ging dat stomme ding nog om ook en viel boven op zijn lijf. Hij schoof vooruit over het grind.

Het baasje stopte meteen en hielp hem overeind. Natuurlijk was er niks aan de hand maar het vrouwtje keek ontzet. “Kijk toch eens naar zijn kin.” Zelf zag hij niks maar hij moest mee naar binnen en er werden rare witte lapjes tegen zijn kin gehouden. Volgens het vrouwtje ‘bloedde hij behoorlijk”. Nou, hij was al lang blij dat hij uit dat rare karretje was. En als hij zo eens naar het vrouwtje en het baasje keek, hoefde hij ook niet meer terug in dat stomme ding. Jammer alleen dat ze dat prikkende spul tegen zijn kin hield. “Dat ontsmet”, zei ze. Geen idee wat dat betekent.

Ach, soms moet je drastische maatregelen nemen om mensen ervan te overtuigen dat bepaalde dingen helemaal niet leuk zijn. Ook al denken zij van wel. Gelukkig had hij zelf nergens last van terwijl het baasje en vrouwtje toch een beetje een schuldgevoel hadden. En dat leverde behoorlijk wat snoepjes op. Niks zeggen, gewoon een beetje zielig doen. Mensen, zo makkelijk voor de gek te houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herinneringen

grave-674443_1920

Als je terugkijkt, is de tijd toch wel enorm snel gegaan. Soms blijkt dat uit iets dat je zomaar ineens met je neus op de feiten drukt. “Wat gaan we doen met het graf van papa, het wordt nu twintig jaar oud en de grafrechten moeten vernieuwd worden. Willen we dat?” Natuurlijk is het uiteindelijke antwoord op die vraag aan mijn moeder. Het is haar beslissing. Ze denkt erover na en besluit dat we nu zijn as gaan uitstrooien. Het graf wordt geruimd, wat een vreselijk nare omschrijving. Maar goed, het heet zo.

Dus wordt er een datum geprikt, een afspraak gemaakt met het kerkbestuur om het graf te openen. We hebben het over de plaats waar we de as gaan uitstrooien. Het moet een plekje zijn waar papa graag kwam. Dat wordt dus in De Moer. We halen herinneringen op en komen tot een goede plek. Natuurlijk moet het ook bereikbaar zijn, tenslotte moeten we er wel kunnen komen.

Ik vind het toch een bijzonder idee. Gaan we dit nu echt doen? Is het echt al twintig jaar geleden dat papa overleed. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Ik stond aan mijn bureau, was net binnen, ik had net koffie gehaald, toen mijn telefoon ging. Mama. Het eerste dat ik dacht was “ben ik iets vergeten, ligt mijn jas nog bij hen?” Maar nee, het was iets heel anders. Ik weet nog dat ik mijn maatje belde en dat die ook vol ongeloof reageerde. “Hoe kan dat nou, we zijn er gisterenavond nog geweest.” Dat ongeloof, dat zou nog dagen blijven hangen. Alle mensen die ik belde om het nieuws te brengen, reageerden ook op die manier. Zijn broer, die vol verbazing vroeg “mijn broer?” Alsof het alleen iemand anders zijn broer kan overkomen.

Ik kan me de afscheidsmis ook nog zo voor de geest halen. Het kleine kerkje, de zonnestralen die door de gebrandschilderde ramen op de kist vielen. De vele bloemen. Het was druk, er moesten mensen staan. Iemand speelde The Last Post. De trompetmuziek ging op dat moment door merg en been. Het was een prachtige oktoberdag.

Ik kwam niet veel bij het graf waar zijn urn was geplaatst. En straks is het er niet meer. Maar zijn foto staat op dat speciale plekje waar ik herinneringen heb staan aan geliefden die er niet meer zijn. Daar kan ik iedere dag naar kijken.

Battledamage repairkit

make-up-1209798_1920 (1)Heerlijk, twee weken vakantie. Even niks moeten, geen wekker die afloopt. Gewoon lekker een beetje aanrommelen. En dat nog in de aanloop naar mijn favoriete maand, september. Wat wil een mens nog meer. Even kijken wat we allemaal mee moeten nemen. Het wordt mooi weer dus de zomerkleding mag nog in de koffer. Maar ook een trui, het koelt ’s avonds wel al behoorlijk af. “Vergeet je niet om brokken voor Stef mee te nemen.” Ach, het arme beest, hij zou toch eens honger moeten lijden. Niet dat hij niet wat kwijt kan, zijn baasje knijpt hem al voor de jaarlijkse afspraak met de dierenarts die net na de vakantie staat gepland. Want eerlijk is eerlijk, Stef is wel wat te dik.

Systematisch wordt de auto gepakt. Mijn maatje kan dat prima, ik bemoei me dan ook nergens mee. Ik zet alleen maar klaar wat er mee moet. En loop in gedachten alles nog even na. “Niks vergeten?” “Nee, niks vergeten.” Stef springt op de achterbank en stelt zich met een hoorbare zucht in op een paar uurtjes kachelen. Het is zaterdag, dus het zal niet al te druk zijn.

En inderdaad, na twee uurtjes rijden zijn we op ons favoriete plekje in de Ardennen. Ik ruim de koffers uit en vul de ijskast. Oh, ja, ik had een nieuw rolletje wattenschijfjes meegenomen. Dat kan in het vakje bij de toiletspullen. En dan zie ik het ineens. Ik ben wel iets vergeten. Ik ben mijn beautycase vergeten. Al mijn make-up, al mijn cremetjes en schoonheidsrommel, het ligt allemaal thuis.

Nou ben ik niet echt een hele zware poederdoos. Mascara en eyeliner, daar houdt het wel mee op. Maar dat is dan ook iets dat ik nooit vergeet. Ik teken eerst ’s morgens mijn ogen op mijn gezicht en ga dan pas de deur uit. En dat al vanaf (denk ik) mijn zestiende jaar. Ik ga niet de deur uit zonder. Dan voel ik me bloot. “Daar ben ik mee geboren.” En nu ligt al dat spul thuis. Wat een ellende.

Mijn maatje snapt het probleem niet maar snapt wel dat ik het een probleem vind. Hij vindt mij prima zoals ik ben. Heel lief, zeker, maar ik heb toch altijd maar liever wat maquillage. Gelukkig zijn in België de supermarkten ook op zondag open. Wel jammer dat ik zelf moet, mijn maatje heeft geen verstand van mascara en zou beslist met precies het verkeerde thuiskomen. Dus stapte ik, met mijn naakte gezicht, op mijn fiets en ging op pad. Een uurtje later stond ik met een blij gezicht voor de spiegel.

En de grap is, mensen kijken helemaal niet vreemd naar je. Dat zit heel gewoon in je eigen hoofd.  Maar ach, iedereen heeft recht op een tic, toch?

 

Regen

boots-774533_1920

Iedere kampeerder kent het wel, een dag waarop het alleen maar regent. Je hoort het al als je ’s ochtends wakker wordt. Het ritmische tikken op de caravan of tent. In de tijd dat wij met een tent gingen kamperen, was dit bij voorkeur op de laatste dag. Dan kon je alles kliedernat inpakken en reed je urenlang met een muf ruikende tent in de auto naar huis. Gelukkig was het daar dan meestal stralend weer zodat hij ook weer snel droog was. Dat was dan weer een voordeel.

Nu zijn we wat luxer uitgerust en draai ik me nog eens een keer om als ik het hoor druppen. Geen stress, het droogt vanzelf wel weer een keer op.

Ik loop op zo’n dag ook graag een keer over de camping. Zeker in de zomer, als de temperatuur op zich prima is, zie je her en der kleine tentjes staan. “Hoe doen die mensen dat?”, vraag ik me af. Ik zie nergens stoelen en de tentjes zijn zo klein dat je er volgens mij alleen maar languit in kunt liggen. Ach, misschien zijn ze in hun slaapzak gekropen en wachten ze op betere tijden. Kinderen maakt het niks uit, die stappen in hun rubber laarsjes en vervolgens met gierende pret in de grootste plas die ze kunnen vinden. Lekker stampen, wie de hoogste spetters kan maken. Samen met hen kan ik daarvan genieten.

En een beetje schuldig moet ik ook toegeven dat ik ook altijd stiekem plezier heb als mensen niet in de gaten hebben hoe zwaar water kan zijn. Luifels die keurig waterpas gesteld zijn, buigen onder hun last en bezwijken. En dan moet je daar niet onder staan want daar helpt geen regenjasje aan. Vaak is het dan de vrouw die de laag water krijgt. Waarna de man ook weer de volle laag krijgt. Het is immers zijn schuld dat de luifel bezwijkt. Tenslotte heeft hij hem opgezet. Kamperen heeft zo zijn invloed op relaties.

Tegenover ons stonden op een gegeven moment mensen die duidelijk nog niet vaak hadden gekampeerd. De caravan stond prima maar zij hadden geen luifel bij zich. Hmm, geen probleem. Er werd een losse tent gekocht en die werd voor de caravan geplaatst. En voor beginners, ik moet het zeggen, was de tent uitmuntend opgezet. Keurig en kaarsrecht. Ze keken er allebei tevreden naar. Zij konden lekker buiten zitten. En inderdaad, dat ging prima. Helaas voor hen trok er op een gegeven moment toch een klein buienfront over. En natuurlijk net op een dag dat zij een dagje weg waren. Het superlichte materiaal was niet tegen zoveel geweld bestand en zakte heel langzaam maar wel zeker in elkaar. Het was een zielig gezicht, die stokken zo zielloos omhoog en het doek verfomfaaid in de plassen. Ik ben benieuwd wie van hen de schuld heeft gekregen. Ze hadden de tent toch in goede harmonie opgezet. Een dag later stond hij weer. Niet meer zo mooi wit, niet meer zo mooi strak maar waarschijnlijk wel wat beter bestand tegen het weer. Ach, al doende leert men.

 

Rages

smoothie-3697014_1920

Wij Nederlanders zijn een nieuwsgierig volkje. We staan open voor ontwikkelingen en rages en proberen alles uit. Uiteraard slaan we daar weer regelmatig in door. Iedereen moet verantwoord eten, een killerbody ontwikkelen en supersonische sapjes drinken. Dat deze er uit zien als iets dat door een filter met compost is gelopen, dat doet er minder toe. Het is goed voor je. We volgen collectief de gezondheidsgoeroe.

Tot er natuurlijk weer een nieuwe voorganger opstaat. Met een nieuw plan en een nieuw dieet. En hup, de hele goegemeente slaat mee af in de opdragen richting.

In de tijd dat mijn ouders dertigers waren, was de wereld een stuk kleiner. Zij hadden geen last van deze rages. Uiteraard was de wereld toen ook een stuk bekrompener, dat wel. Maar bij verjaardagen werden bakjes chips op tafel gezet. Toastjes met ham-prei salade. En natuurlijk glaasjes met sigaretten, met en zonder filter. Oei, je zou afgeschoten worden als je dat vandaag de dag zou wagen.

Het liefste bewandel ik de tussenweg. Ik ben allergisch voor rages die mij vertellen dat ik de hele dag moet leven op een rauwe wortel. Maar ik snap ook wel dat je niet ongestraft maar wat kunt doen. Ik ga ook niet naar de sportschool. Dat zit niet in mijn genen. In zo’n kleurig pakje stiekem kijken naar vrouwen die gestroomlijnd en gebruind met trots voor zo’n grote spiegel staan. Die staan ook nooit te klunzen. En ik regelmatig. Nee, dank u.

Ik koop ook nooit boeken van dergelijke goeroe ’s. Geen kookboeken en ook geen lifestyle-boeken. Daar word ik alleen maar verdrietig van. Die discipline kan ik echt niet opbrengen. Ik heb er trouwens ook geen tijd voor. Ik moet werken, plezier maken met mijn maatje, voor mijn hondje zorgen en dan wil ik ook nog wel eens gewoon ongegeneerd op de bank hangen. Liefst met een glaasje wijn. En als dat dan betekent dat ik geen killerbody ontwikkel, tja dat moet dan maar. Een mens kan niet alles hebben.

Ik denk alleen dat we moeten uitkijken met dat doorslaan. Ik heb niet meer de leeftijd dat ik me te veel zorgen maak over wat andere mensen van me vinden. Ik ben te oud om als schoonheidsideaal veel volgers te trekken op Instagram. Mijn account staat vol foto’s van mijn hond. Het zijn meer de jonge vrouwen waar ik me dan zorgen over maak. Ze moeten zo veel. Het hele plaatje moet kloppen en perfect zijn. Het lijkt me zo vermoeiend.

Soms is het best fijn om wat ouder te zijn. Het geeft op een bepaalde manier ook rust. Als ik in mijn oude afgewassen joggingbroek achter mijn laptop kruip om te schrijven of huiswerk te maken, vindt mijn maatje dat gezellig. Ik hoef het decorum niet op te houden. Ik kijk meewarig naar al die druktemakende vrouwen op televisie, die mij willen vertellen dat ik het helemaal verkeerd doe. En als mijn maatje dan vraagt of ik een wijntje wil, zeg ik volmondig “hè ja, gezellig”.

 

 

Suiker

pick-and-mix-171342_1920

Als kind kreeg ik van mijn moeder wel eens felgekleurde zuurtjes. Mijn zussen en ik deden een wedstrijdje wie de meest blauwe of rode tong had. De snoepjes op zich waren eigenlijk niet eens zo heel lekker. Het ging om de kleur. Waarschijnlijk zat er megaveel kleurstof in, ik weet het niet. Ik geloof ook niet dat mijn moeder zich er zoveel zorgen om maakte. We kregen ze niet iedere dag en ze werden ruim gecompenseerd door bruine boterhammen met kaas.

Tegenwoordig zijn dergelijke snoepjes zwaar verboden. Suiker is het nieuwe vergif. Van rode snoepjes word je agressief en blauwe snoepjes, laten we daar helemaal maar over zwijgen. Toch wel jammer voor de kinderen van nu. Als er toentertijd kinderen jarig waren, werd er in de klas getrakteerd op dropveters of spekken. Ik heb geen idee wat er tegenwoordig getrakteerd wordt. Volgens mij zitten zelfs in mandarijntjes te veel suikers. Op televisie zie ik dat het glazuur spontaan van mijn tanden springt als ik alleen nog maar kijk naar een banaan.

Wij gingen vroeger in de meimaand naar de Hasseltse kapel in Tilburg. Niet omdat we zo devoot waren, maar omdat er in die maand overal snoepkraampjes stonden om dat kleine kapelletje. Het was een waar walhalla voor ons kinderen. Je wist niet waar je moest kijken en wat je moest kiezen. Zuurballen, kaneelstokken, spekken, stroopsoldaatjes. Te veel om op te noemen. Ik weet dat het nog bestaat maar ik vind het al bijna een wonder dat het nog niet is verboden door de suikerpolitie. Waarschijnlijk worden de ouders die de kraampjes bezoeken verguisd door ouders die zich meer verantwoordelijk noemen.

Er waren in mijn kindertijd wel meer kinderen met een slecht gebit, dat wel. Maar ook dat heeft voor mijn gevoel meer te maken met het schoonheidsideaal van deze tijd. Tenslotte hoor je er als kind niet bij als je geen beugel hebt gehad.

Frisdrank had mijn moeder eigenlijk nooit in huis. We kregen thee, als we uit school kwamen. En gewone melk bij het eten. Maar misschien heeft iemand uitgevonden dat dat ook niet goed was. Je weet maar nooit. Waarmee ik nog altijd niet wil zeggen dat vroeger alles beter was, helemaal niet. Maar op sommige gebieden was het wel wat relaxter.