Gemis

Gemis, het overvalt je, het zit in kleine dingen, het is een hele rare emotie. Ik mis mijn maatje zo. Het overkomt me zomaar. Je zou denken dat het getriggerd wordt door een liedje dat je hoort maar dat is het niet eens alleen. Ook het geluk van andere mensen kan me soms zo treffen. En niet dat ik jaloers ben op die mensen, absoluut niet, ik gun het hen van harte. Het maakt alleen voor mij mijn eigen verlies zo schrijnend.

Ik had ook nooit verwacht dat dat zo fysiek pijn zou doen. Je kunt je daar niks bij voorstellen, dat is logisch, maar het doet echt gewoon zeer. De ene dag wat meer dan de andere, ook dat is iets dat zich niet laat sturen. Af en toe kan ik het wel verklaren. Dan heb ik weer beslissingen moeten nemen over dingen waar ik eigenlijk helemaal niet over na zou willen denken. Dingen die geregeld moeten worden “als je alleen bent”.

Gelukkig ben ik niet alleen, ik heb veel hulp, dat zeg ik vaker en dat blijf ik zeggen omdat ik daar heel dankbaar voor ben. En in gedachten vraag ik mijn maatje ook om raad. Wat zou hij vinden, hoe zou hij dingen doen. Het geeft troost, toch wel. Maar liever zou ik gewoon aan hem vragen “wat zullen we doen, wat vind jij?” En dat hij me dan aankijkt en we samen alle voors en tegens bekijken. Maar dat is niet meer. Dat is nooit meer.

Ik wil niet iedere dag verdrietig zijn. Ik wil ook niet steeds mensen lastigvallen met mijn verdriet. Niet alleen voor andere mensen, ook voor mezelf. En dan raakt het me als collega’s me zien. Zien dat het even wat minder gaat en me daar de ruimte voor geven.

Zou het ooit overgaan? Ik denk het eigenlijk niet. Niet dat ik misschien ooit wel weer geluk zal vinden, dat geloof ik vast wel. Maar het gemis van mijn maatje, nee, dat gaat nooit meer weg.

Kerstavond

Toch altijd een beetje een vreemde avond, kerstavond. Als kind ging ik met mijn ouders naar de nachtmis. Ik kan het gevoel nog zo terughalen. Dik ingepakt tussen al die mensen naar een plekje zoeken, die avond was het altijd druk in de kerk, zeker een uur op die harde kerkbanken zitten, maar vooral de geur van wierook. Thuisgekomen kregen we altijd worstenbroodjes. Mijn ouders namen daarna een glaasje wijn en wij kregen druivensap, voor de gelegenheid in een wijnglas. De kerstboom stond in huis, we hadden vakantie, het was een bijzondere periode.

Later, als volwassene, ging ik niet meer naar de kerk. Ook niet als zoveel katholieken alleen met Kerst. Het werd een avond waarop we thuis bleven. Onze stamkroeg was die dag ook gesloten. “Op kerstavond krijg je anders alleen de zielige gevallen binnen”, vond de kastelein. De kerstdagen zelf werden in beslag genomen door familie-bezoek. “Hoe doe we het dit jaar, eerste kerstdag naar jouw ouders en tweede kerstdag naar de mijne?” “Hopelijk duurt het nog heel lang, maar als we straks die verplichtingen niet meer hebben…..”

Jaren daarna werd de traditie van kerstavond dat mijn schoonvader kwam eten. Mijn schoonmoeder was overleden en pa vond het leuk die avond bij ons te zijn. Op de kerstdagen zelf vermaakte hij zich wel. Een onderdeel van de traditie was dat hij het menu koos. En dat menu bestond doorgaans uit gerechten die hij niet zelf kon klaarmaken. Haas, fazant, het winterseizoen was wat dat betreft bij hem favoriet. Verder geen flauwekul, gebakken aardappeltjes, spruitjes en na het eten een voldaan dutje. Aan het eind van de avond bracht ik hem naar huis en namen we samen de gebeurtenissen nog even door.

Inmiddels is dat deel van de verplichtingen niet meer. Als je het zo zegt, lijkt het net of het niet zeer doet. Pa is er al een jaar niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid op een plaats die voor ons en hem belangrijk was. We hebben leren leven zonder zijn gevleugelde uitspraak “dag dag”. Alles is afgehandeld en opgeruimd, pa is alleen nog maar een herinnering. Een dierbare, dat wel, maar een herinnering.

De invulling van de kerstdagen was dit keer dus niet vanzelfsprekend. Natuurlijk gaan we naar mijn moeder, dat spreekt voor zich. Maar het voelt toch raar om niet rekening te hoeven houden met pa. En zelf het menu te mogen samenstellen. Ik ga hem missen.

Er komen lieve vrienden eten op kerstavond. Ik weet zeker dat het een gezellige avond wordt. Alleen wel anders.