Boeken

Soms vraag ik me af waar mijn liefde voor boeken vandaan komt. Waarom ik gelukkig word van de geur van papier, van een volle boekenkast en van zinnen die je raken op een moment dat je het niet verwacht. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: van mijn vader.

Mijn vader hield van boeken. Niet op een overdreven intellectuele manier, waarbij iedereen stil moest zijn terwijl hij met een moeilijk gezicht zat te lezen. Nee, boeken waren voor hem gewoon onderdeel van het leven. Samen met zijn broer, mijn oom, was hij er altijd mee bezig. Boeken werden gekoesterd. Je moest er zuinig op zijn. De bibliotheek in het klooster waar mijn oom woonde was voor ons een veel bezochte plaats.

Wat ik misschien nog wel het mooiste vind, is zijn kleine gedichtenbundel die nu bij mij in de boekenkast staat. Het is geen bijzonder boekje. Geen zeldzame eerste druk. Maar voor mij is het onbetaalbaar en dierbaar. Op verschillende pagina’s staan kleine kruisjes naast gedichten die hem blijkbaar raakten. Soms een enkele punt in de kantlijn. Alsof hij, zonder het te weten, kleine boodschappen voor later heeft achtergelaten. Wanneer ik die gedichten lees, voelt het alsof ik even in zijn hoofd mag kijken. Alsof ik zie wat hem ontroerde, waar hij stil van werd of waar hij verdrietig van werd. En dan voel ik heimwee.

Soms sla ik het bundeltje open en vraag ik me af wat hij gedacht zou hebben van mijn eigen boek. Van het feit dat ik daadwerkelijk een verhaal heb geschreven dat is uitgegeven door een echte uitgever. Eigenlijk hoef ik me dat niet af te vragen, ik weet precies wat hij ervan gevonden zou hebben.

Mijn vader zou apetrots zijn geweest.

Hij zou het boek waarschijnlijk veel te vaak aan mensen hebben laten zien. Hij zou bij de presentatie vooraan hebben gezeten, een beetje te netjes en te conservatief gekleed. Hij zou iets te hard hebben geklapt en glunderend tegen iedereen hebben verteld: “Dat is mijn dochter.”

En eerlijk? Van alle recensies die een schrijver kan krijgen, zou dat de mooiste zijn geweest.

Lettervreter

Als kind kon ik uren rondlopen in de bibliotheek van het klooster waar mijn oom, de broer van mijn vader, woonde. Heerlijk, al die boeken. Vooral ook al die oude boeken. Het rook er stoffig en muf maar zelfs dat vond ik lekker. Geen idee of die bibliotheek nog bestaat. Nu kun je mij in een boekwinkel zetten en dan heb je de hele middag geen kind aan mij. Ga gerust winkelen, boodschappen doen, wat je wilt, en kom mij aan het einde van de middag maar ophalen. Als je me mijn bankpasje laat houden, moet je waarschijnlijk wel een steekwagentje regelen want van boeken word ik heel erg hebberig.

Dat hoeven niet eens nieuwe boeken te zijn hoor. Als ze nog netjes zijn, vind ik tweedehands ook prima. De Boekenbalie heeft een vaste klant aan mij. En wat ik bij hen zo fijn vind, is dat ze ook de oude schrijvers nog aanbieden. Want waar vind je nou nog een Couperus. Of een Ina Boudier-Bakker. De jongeren onder ons zeggen nu waarschijnlijk ‘wie?’ Het is ook niet echt meer te lezen, die hoogdravende taal van vroeger. Maar ik vind het toch nog wel eens leuk om te proberen.

Zo ga ik binnenkort ook weer een nieuw exemplaar kopen van mijn Joop ter Heul. Ook een boek dat tegenwoordig helemaal niet meer kan. Niet woke, niet feministisch maar wel een boek dat ik in mijn jeugd verslonden heb. Net als de andere boeken van Cissy van Marxveldt. Zeker, het leven van haar hoofdpersonen paste toen al niet meer bij het wereldbeeld maar de blijheid die eruit sprak, vond ik heerlijk. Mijn oude exemplaar is stuk gelezen, de rug valt er bijna van af. Echt tijd voor een nieuw.

Ik hou van lezen. En ik hou van echte boeken. Mijn e-reader neem ik alleen mee op vakantie. Om praktische redenen, je mag maar twintig kilo bagage meenemen. Maar thuis heb ik altijd een stapeltje ongelezen boeken liggen. Het kan niet zo zijn dat ik geen leesvoer heb. Ook al heb ik soms een hele week geen tijd om te lezen, dat komt ook wel eens voor. Maar daar hoef ik me niet schuldig om te voelen. Tenminste, als ik de quote mag geloven die ik laatst op Social Media vond. Hij luidt: ‘Je kunt beter een boek hebben en geen tijd om te lezen dan voldoende tijd hebben en geen boek.’ En daar sluit ik mij 100% bij aan.