Kerstspullen

Mijn maatje had altijd een hekel aan kerst. :”Je moet het hele jaar proberen goed te zijn voor anderen”, zei hij dan, “het is alleen maar commercie.” Hij kon ook vreselijk mopperen op de zoetsappige reclames en de radiostations die alleen maar kerstliedjes draaiden. “Ik zal blij zijn als het weer voorbij is.” De extra vrije dagen koesterde hij wel. Lekker samen zijn.

Daarom verbouwden we ook niet het hele huis om in de kerststemming te komen. Natuurlijk was er wel de doos met oude kerstspullen. Die kwam dan ieder jaar weer naar beneden. Er kwamen wel eens nieuwe dingen bij maar het was wel steeds een feest van herkenning. Oh, dat oude vogeltje, dat was nog van thuis. Je kent ze wel, de staartjes worden steeds dunner. Het kleine huisje waar je een waxinelichtje in kon zetten, ook een erfstuk.

Van een tante van mijn maatje hadden we een hele dure kerstgroep geërfd. Handgemaakt en super kostbaar. En volgens mijn maatje ook superlelijk. Hij vond het echt helemaal niks. Ik wel, dus ik zette hem toch neer. Hij moest daar altijd om lachen.

Nu heb ik een kerstboompje gekocht en daar wat lichtjes in gehangen. Meer versiering kan ik op dit moment niet opbrengen. Dat geeft ook niks, dat is prima. Ik steek wel kaarsen aan maar dat is meer om het donkere te verdrijven. Maar als ik eerlijk ben, valt het helemaal niet mee.

Ik zal blij zijn als de feestdagen voorbij zijn.

De mist begint op te trekken

De mist begint op te trekken. De beelden van wat er de afgelopen weken is gebeurd, komen terug. Overdag kan ik lachen, terugdenken aan alle leuke en mooie momenten. Denken aan de liefde die er altijd tussen ons is geweest. Hoe goed we het samen hadden. Het vertrouwen, elkaar onvoorwaardelijk steunen maar ook elkaar helpen, kritisch blijven en praten over de toekomst. ’s Nachts zijn het vaak ook de beelden van het ziekenhuis die terugkomen. De infuusslangetjes, de IC, zijn hand in de mijne. “Wat ben ik blij dat je er bent.” En dan komen de tranen. Maar dat is niet erg.

Ik heb nog steeds een gevoel van spanning in mijn maag. Het wordt wel wat minder maar het is nog steeds de hele dag aanwezig. En dan zucht ik maar eens heel diep. Ik heb de foto van mijn maatje zo gezet dat ik er naar kan kijken. Ik praat ook tegen hem. En ik denk nog steeds vaak “dat moet ik hem vertellen, dat zou hij willen weten.”

Natuurlijk pak ik de draad weer op. Ik moet voor Stef zorgen, ik moet voor mezelf zorgen. Er zijn nog steeds veel dingen die geregeld moeten worden. Maar er zijn veel lieve mensen die mij enorm steunen. Ook dat zorgt voor tranen, ze zorgen zo goed voor mij. Daar ben ik heel dankbaar voor.

Zijn vingerafdruk staat inmiddels op mijn pols. Niet iedereen zal dat misschien begrijpen maar dat vind ik niet erg. Hij zit voor altijd in mijn hart.

Van slag

Wat er toch allemaal is gebeurd, hij kan het niet begrijpen. Eerst was het baasje ziek en mocht hij niet naar boven. Het vrouwtje zei dat het baasje moest slapen en als hij weer beter was, mocht hij weer spelen. Maar toen gingen ze samen weg. Nou gebeurt dat natuurlijk wel vaker, maar nu kwam het vrouwtje alleen terug. Dat was raar. Ze rook trouwens ook heel raar. Heel vies.

’s Avonds was het baasje nog niet thuis. Hij hield zich maar stilletjes want hij zag dat het vrouwtje best zenuwachtig was. De dag erna moest hij ’s middags op het huis passen. “Ik ga naar het baasje Stef.” Hij kroop op de bank. Saai. Het vrouwtje was best lang weg maar ze kwam weer alleen thuis. Waar zou het baasje toch zijn? Het vrouwtje rook wel een beetje naar hem. Maar ook had ze weer dat vieze luchtje bij zich.

Toen ze bijna naar bed ging, ging de telefoon. Hij snapte niet wat er gezegd was maar hij zag wel dat het vrouwtje vreselijk van slag was. Ze deed heel snel haar jas aan, pakte haar spullen bij elkaar en riep van afstand naar hem. “Dag Stef”. Dat deed ze nooit. Hij kreeg altijd nog een knuffel. Toen ze na een paar uur terugkwam ging ze aan tafel zitten en zei niks. Ze zat te bibberen. Hij ging maar eens even op schoot zitten. Dat helpt, dat weet hij uit ervaring.

Op zondag is er iets gebeurd wat hij niet precies kan plaatsen maar het is wel heel erg. Het vrouwtje is nog maar alleen, het baasje was heel ziek en nu is hij er niet meer zeggen ze. Maar waar is hij dan? Hij werd er zelf ook heel naar van. Hij wist niet precies wat hij moest doen. Er waren ook allemaal mensen in huis. Hij kende die mensen wel maar nu deden ze toch anders. Hij probeerde ze allemaal te troosten en daar werd hij toch wel heel moe van.

Een paar dagen later mocht hij mee. Ze gingen naar een heel raar en groot gebouw. Het rook er ook niet goed. In een klein kamertje stond een grote kist. En daar lag het baasje in. Hij keek en snoof en snoof. En toen wist hij het.

Het enige dat hij kan doen is het vrouwtje troosten. Lekker bij haar op schoot kruipen. Of tegen haar been aan gaan zitten. Hij merkt dat ze dat fijn vindt. En hij zelf ook. Want hij mist het baasje wel.

Forever Autumn

Je staat er niet bij stil maar je leven kan echt in een oogwenk 100 procent veranderen. Sinds vorig weekend staat mijn wereld volledig op zijn kop en is niks meer als het was. Mijn maatje is vorige week vrijdag opgenomen in het ziekenhuis en is op de zondag erna om tien over twaalf overleden. Zomaar, zonder waarschuwing. Nou ja, ik moet zeggen, heel veel respect voor de mensen in het ziekenhuis. Ze hebben echt alles uit de kast getrokken. Maar het mocht niet meer baten.

Ik bleef echt in vertwijfeling achter, mezelf afvragend wat er nu de afgelopen twee dagen precies was gebeurd. Ik kon het niet bevatten. Nog steeds niet trouwens. En met mij de mensen die om mij heen staan. Er heerste veel ongeloof. En nog. Stef loopt de hele dag te zoeken, hij blijft maar naar de deur kijken. Arm beest.

Ik ben mijn maatje kwijt. Mijn liefde en mijn alles. Ik weet dat het gaat lukken om mijn leven weer op te pakken. Maar dat wil ik helemaal niet alleen. Ik wil samen met mijn maatje honderd worden. Nog steeds. Mijn maatje was 58 jaar oud. Dat is helemaal geen leeftijd om te overlijden. Hij was ook nog helemaal niet klaar.

We hadden net de nieuwe caravan ingericht. Ik ben wel enorm blij dat hij daar nog zo van genoten heeft. Volgend jaar wilden we de voortent opzetten en dan zou het een beter seizoen worden dan dat van vorig jaar, met al die ellendige wateroverlast. Wie had kunnen denken dat het zo zou aflopen, het seizoen.

Honderd keer per dag denk ik “oh, dat moet ik even tegen Huub zeg…., oh nee”.

Ik denk nog maar niet aan wat er komen gaat. Ik onderga het maar. Iedereen doet het toch anders en op zijn eigen manier. Een ding weet ik nu al wel zeker. We zijn samen altijd heel gelukkig geweest. “Een klef stel”, zoals Huub het zelf altijd noemde. En daar was hij trots op.

Gefilterde schoonheid

Nieuwsgierig als ik ben, mag ik graag rondkijken op Social Media. Het is een echte guilty pleasure om te lezen wat mensen plaatsen en de commentaren die anderen daar dan weer bij zetten. Natuurlijk heb ik zelf ook accounts aangemaakt, het is niet netjes om alleen maar te gluren. Ik ben wel afgehaakt bij SnapChat en TikTok, daar snap ik dan weer niks van. Maar dat schijnt normaal te zijn, met mijn leeftijd behoor ik niet tot de doelgroep.

Het bijzonderste fenomeen blijf ik toch Instagram vinden. Als ik een foto plaats, doe ik dat altijd zonder filter. Maar dat schijnt heel dom te zijn. Want iedereen gebruikt filters. En dat verklaart voor mij dan weer waarom er tegenwoordig zoveel knappe mensen op de wereld zijn. Dat zag je vroeger toch veel minder. Tegenwoordig heeft niemand meer last van puistjes en vlekken, van haar dat geen kant uit wil of van het feestje van gisterenavond. Iedereen ziet er tiptop uit. Alleen, zo’n account is niet de werkelijkheid. Wat ziet zo iemand dan als hij of zij in de spiegel kijkt. Valt dat dan niet vreselijk tegen.

Maar hé, daar heb je dan weer plastisch chirurgie voor. Want dat is tegenwoordig ook helemaal hip. Je zoekt op Instagram naar je favoriete model en bestelt gewoon ook zo’n hoofd en zo’n kont. Liefst dan nog in Turkije, daar is het niet zo duur. Jonge meiden besteden hun hele spaargeld aan een kont waar je een zadel op kunt gooien en een gezicht dat zo weinig weg heeft van het origineel dat je het wel een karikatuur moet noemen. Het is een hele nieuwe bedrijfstak geworden. Waarin volgens mij ook heel veel geld wordt verdiend.

Ik kan daar toch wel heel opstandig van worden. Zeker, ik was ook super onzeker in mijn jeugd. Andere meisjes waren veel mooier, veel vlotter en veel populairder. En dat was dan nog wel zonder filter. Stel je voor, dan was ik misschien wel helemaal onder een steen gekropen. Maar ik heb nooit spijt gehad van het feit dat ik geen ‘verfraaiingen’ heb laten aanbrengen. Dan loop je ook niet het risico dat mensen zich een bult schrikken als ze me in het echt zien.

De bladblazer

Voor veel mensen is werken in de tuin een hobby. Je kunt er je energie en je creativiteit in kwijt. En als het goed gaat, heb je in de zomer veel eer van je werk. Er bestaat ook een heel regiment aan gereedschappen waar mee je je kunt uitleven. Maar een van de meest verfoeide tuingereedschappen is toch wel de bladblazer. Waar je vroeger nog mannen vol trots het apparaat ter hand zag nemen, hoor je nu enkel maar klachten. Het is tegenwoordig not done om op zaterdagmorgen als een echte hero de tuin in te trekken en meer dan 100 decibel te produceren. Je krijgt de hele goegemeente over je heen. En terecht natuurlijk ook wel, zaterdagmorgen is bij uitstek de ochtend om heerlijk langzaam wakker te worden met een croissantje en een bakje koffie. En daar hoort geen geloei bij.

Nu vind ik het gebruik van een bladblazer sowieso wel eens te ver gaan. In sommige tuinen lijkt wel geen sprake meer van seizoenen. Nergens ligt een blaadje. Ik kan me voorstellen dat je het blad van je gazon wilt hebben, dat geeft maar plekken, maar in de tuin verder mag het toch wel blijven liggen? Sommige mensen gaan de herfst te lijf met een energie waar je bang van wordt. Terwijl allerlei dieren heerlijk scharrelen door al dat dorre blad. Bovendien ruikt het ook lekker. Natuurlijk, naar rottend en afstervend blad, maar het is toch de geur van de herfst. En waarom zou je die wegblazen. Straks als het winter wordt, wordt het nog kaal genoeg.

Gelukkig komt er in de strijd tegen de bladblazer hulp uit onverwachte hoek. Er is nl. onderzoek gedaan in het kader van het milieu. En wat blijkt? Bladblazers blazen giftige stoffen als stikstofdioxiden en fijnstof de lucht in, schadelijk voor mens en klimaat. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat viertakt- en tweetakt-varianten van de bladblazer meer verontreinigende stoffen uitstoten dan een Ford F-150 SVT Raptor, een pick-up met een gewicht van bijna 3000 kilo. Oei, en die wil je niet op je rug hebben hangen.

Dus zit er volgens mij maar één ding op. Terug naar de ouderwetse bladhark. Ik zie mijn vader nog ijverig aan het werk. Al het blad op een grote hoop harken en dan in de (toen nog) vuilnisbak. Nu moet dat natuurlijk in de groencontainer of naar het depot, maar daar hadden ze al die jaren geleden nog niet van gehoord. Het maakte ook geluid, die hark, vooral als je over grind of tegels ging. Maar het maakte geen lawaai. En als hij even niet keek, banjerden wij vrolijk door de bladerenheuvel. Natuurlijk hielpen we naderhand wel met opruimen. Dat was niet meer dan eerlijk.

Eerste auto

Mijn eerste auto was een Renault 5. In de kleur groen. Wat was ik blij met dat autootje. Mijn allereerste eigen auto. Helemaal gelukkig. Natuurlijk, het was een oudje, mijn maatje en ik waren nog niet zo lang samen en hij was net voor zichzelf begonnen. Heel veel geld voor vervoermiddelen hadden we dus niet. Maar toch, het gevoel van vrijheid dat veroorzaakt wordt door een eigen auto, dat was onbetaalbaar. En dat het geen chique Mercedes was, dat deed helemaal niet ter zake.

Uiteindelijk heb ik altijd een zwak gehad (en gehouden) voor kleine auto’s. Misschien dat dat komt vanuit mijn kindertijd. Ik weet nog heel vaag dat mijn vader een Fiat 600 had, maar de beste ervaringen heb ik toch wel aan de Simca 1000’s die mijn vader reed. Hij had ze in soorten en maten. Ik weet nog dat hij een lichtblauwe had gekocht. Splinternieuw. Uiteindelijk heeft hij die na zes maanden teruggebracht naar de dealer omdat er toen al roestgaten in vielen. Heel erg betrouwbaar waren die kleine Fransmannen toen niet. En toch reed mijn vader overal heen. Hij ging zelfs met zijn broer op vakantie naar Frankrijk. Nu denk ik, dat hij dat durfde, met zo’n technisch wanproduct zo ver rijden. En mijn vader zelf had ook niet veel verstand van techniek. Verder dan de motorkap openen en aan wat palletjes draaien kwam hij niet. Toch bijzonder dat hij daar wel steeds mee weg kwam, ik kan me niet herinneren dat we ooit echt ergens gestrand zijn.

Ach, qua kwaliteit was mijn eigen Renault 5 niet veel beter. De techniek was toen nog zo mechanisch dat repareren niet veel om het lijf had. Wat mijn wagentje echt de das om deed, was de dag dat mijn maatje hem ging wassen. Daar ben ik dan weer niet zo’n ster in en hij had besloten dat het toch wel een keer tijd was. Nu is mijn maatje nogal van de secure tak dus als hij daar dan aan begint, wordt alles binnenste buiten gekeerd. Zo ook de matten van de arme Renault. Mijn maatje vond dat die ook wel een schoonmaakbeurt nodig hadden. Hij trok de, toen nog, kokosmatten bij de voorstoelen vandaan, keek, en keek nog eens een keer. Want dat hoorde toch niet, dat je door de auto heen de straat kon zien?

Ach, arm karretje, de bodem was niet meer in een heel goede staat. Zelfs een plaatje er op lassen, wat toen nog wel eens werd gedaan, was niet meer de moeite. Mijn maatje kocht een nieuwe auto voor me. Gelukkig ook een kleintje.

Heel af en toe kom je nog wel eens een Renaultje 5 tegen. Een Simca 1000 is tegenwoordig niet meer te betalen. Er kan toch niks op tegen nostalgie.

Ruim toch gewoon op, die rotzooi.

In de Amerikaanse staat Colorado is eindelijk een rendier gevangen dat al twee jaar rondliep met een zware autoband om zijn nek. Het verwijderen van de band moest onder narcose en zelfs het gewei van het rendier moest afgesneden worden. Het scheelt het arme dier 16 kilo meeslepen nu hij bevrijd is. En ik vraag me af, waarom gooi je zo’n band gewoon in de natuur. Denk je dan helemaal niet na over de consequenties daarvan?

Volgens natuurbeheerders is het niet voor het eerst dat een dier in menselijk afval verstrikt raakt. Zo zagen ze eerder al herten, elanden, beren en andere dieren verward in onder andere schommels, hangmatten, waslijnen, vakantieverlichting, meubels, wasmanden, voetbaldoelen en volleybalnetten.

Onvoorstelbaar, wat een troep er verdwijnt in de natuur. Ik las dat er ongeveer een vrachtwagen plastic per minuut in de oceaan verdwijnt. Op internet gaan opnames rond van rondzwevend plastic. En van zeehonden, schildpadden en andere dieren die verstrikt raken in deze ellende en alleen als ze geluk hebben gered worden.

Mijn zussen en ik leerden vroeger thuis dat je geen troep in de natuur mocht gooien. Als je het mee kon nemen op de heenweg, kon je het ook meedragen op de terugweg. Natuurlijk waren wij niet de enigen. En gelukkig zijn er ook tegenwoordig mensen die zo door hun ouders worden opgevoed.  Er is een jongeman, Boyan Slat, die niet gaat voor het grote geld dat hij met zijn intelligentie ongetwijfeld kan verdienen, maar die zichzelf ten doel heeft gesteld om de aarde een beetje schoner te maken. Met zijn bedrijf Ocean Cleanup heeft hij al bijna een miljoen kilo afval uit de zeeën en rivieren gehaald. Een miljoen kilo, dat is onvoorstelbaar veel. Wie gooit dat dan toch allemaal ìn de zee. Waar komt dat dan allemaal vandaan. Moeten we ons daar dan eens niet over buigen en kijken of we daar iets aan kunnen veranderen.

Misschien kunnen we starten met het verminderen van verpakkingen. Die blisterverpakkingen zijn toch al iedereen een doorn in het oog. Een normaal mens krijgt die al niet open, laat staan mensen die of niet handig zijn of last hebben van een verminderde handfunctie. Dat laatste is onderzocht, dat verzin ik niet. Dat eerste ook niet trouwens, dat is eigen ondervinding. Het is te hopen dat daar eindelijk eens aandacht voor komt.

En op die manier is een verbetering van het milieu ook gelijk een verbetering van het gebruiksgemak.