Rustplaats

river-977476_1920

Bijna vijf maanden is het nu geleden dat je overleed. Vijf maanden geleden al, maar het lijkt nog steeds wel gisteren. Nog steeds ongelofelijk. Maar toch echt waar. Inmiddels zijn de meeste zaken geregeld en afgehandeld. Huis, abonnementen, verzekeringen, alles is opgezegd en opgeruimd. Soms komt er nog een verdwaalde brief binnen, schrijnend gericht aan “de erven”. Dan moet er nog iets doorgegeven of uitgelegd worden. Maar dat wordt ook steeds minder.

Een andere vraag dient zich nu aan. Wat gaan we doen met je as. Dat blijkt toch best lastig om over na te denken. De mensen van de uitvaartverzekering hebben ons een heel overzicht gestuurd. Tegenwoordig is er vanalles mogelijk. Je kunt je dierbare zelfs uit laten strooien door een vliegtuig, boven zee. Als je wilt, mag je mee. Natuurlijk tegen een gepaste vergoeding, dat wel. The sky is the limit, als je maar betaalt. Er bestaat zelfs een webshop waar je herinneringsproducten kunt bestellen. Honderden euro’s kun je hier kwijt. Overlijden is big business.

We schuiven het nog maar even voor ons uit. Jij hield niet van poppenkast, je hebt de as van ma gewoon bij het crematorium laten uitstrooien op het strooiveld. Dat was jouw wens. Maar dat voelt voor ons op dit moment toch niet goed.

Nee, ik denk dat wij wel een mooi plaatsje weten. Jij kwam daar graag. Officieel moeten we de eigenaar om toestemming vragen. We weten alleen niet precies wie dat is. En gaan er dus maar vanuit dat hij, of zij, het niet erg zal vinden. We hebben nog niet besloten wanneer we dat gaan doen. Wel dat er verder niemand bij aanwezig zal zijn. Waarschijnlijk komt dat moment vanzelf. Als de tijd daar is.

 

De oude

IMAG0542 (1).jpg

Eindelijk was het dan zo ver, de laatste controle bij de dierenarts voor Stef. Nu werd het finale oordeel geveld. Hadden wij als baasjes goed gezorgd voor onze hond en mocht hij langzaam weer zijn oude leventje oppakken? Of was er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch iets mis gegaan en was het herstel minder goed verlopen dan wij hadden gehoopt. Toch best spannend.

Veel te vroeg zat mijn maatje met Stef in de wachtkamer van de dierenkliniek. Waar er nog even een ‘ja hoor, weer zo een’ momentje was. Een dame tilde haar te veel vertroetelde chihuahua van de grond zodat hij niet oog in oog kwam te staan met die gevaarlijke Stafford. “Kom Stef, je hebt al gegeten”, ik hoor het mijn maatje zeggen. De dame in kwestie zal waarschijnlijk een vuile blik hebben geworpen maar daar zijn man en hond immuun voor.

De dierenarts riep hen binnen en maakte meteen al een geruststellende opmerking. “Goh, hij loopt helemaal niet meer mank.” “Nee, natuurlijk niet, hij liep na twee weken al niet meer mank.” Toch goed om te horen. Stef is blijkbaar geen watje.

Dat bleek ook toen er foto’s gemaakt moesten worden. Stef kreeg een roesje maar weigerde zoals gewoonlijk weer te gaan liggen. Hij stond met zijn voorpoten wijd uit elkaar te trillen maar neer gaan, ho maar. “Ga toch liggen man”, verzuchtte de dierenarts. Uiteindelijk moest Stef zich natuurlijk wel overgeven. Het middel van de dierenarts was sterker dan hij. Hij werd op de tafel getild en de foto’s konden gemaakt worden. Na tien minuten wachten, hoe anders dan bij mensen, kwam de arts terug met de resultaten. Het pootje was goed genezen, de prothese zat goed vast en alles zag er prima uit. Er werd een revalidatieschema opgesteld. Stef moet stevig aan de wandel. Geen kranten lezen onderweg, gewoon doorstappen en niet treuzelen. Over twee maanden mag hij ook weer naar zijn geliefde behendigheidsles.

Ik moet zeggen, het was een behoorlijke verademing. Je doet je best om de hond zo goed mogelijk te begeleiden en te beschermen voor ongelukken maar een Stafford rustig houden is volgens mij net zo makkelijk als tegen een peuter zeggen dat hij of zij de hele dag netjes moet gaan zitten. Vrijwel onmogelijk. We hebben ons best gedaan maar er waren wel eens onbewaakte momenten. En dan nam Stef de vrijheid die hem zo maar onverwacht geboden werd. Gelukkig waren deze momenten zonder consequenties.

Stef nam het ons allemaal niet in dank af. Nou moest hij weer mee naar dat raar ruikende huis. En kreeg hij weer van dat rare spul ingespoten waar hij zo suf van werd. Hij is de hele avond chagrijnig geweest. We hebben geprobeerd hem te paaien met snoepjes maar zelfs dat hielp niet. Stiekem hebben we er samen wel om gelachen. Het meeste nog van opluchting, dat wel.

 

 

Gestolen goed

petanque

Het kampeerseizoen is weer begonnen. De zon schijnt eindelijk, alles is geïnstalleerd en staat op de juiste plaats. De gasten begroeten elkaar, vertellen wat ze de afgelopen maanden hebben meegemaakt en hoe het gaat. Er wordt gehamerd en gerommeld. En de eerste petanque-wedstrijd wordt georganiseerd.

Nu is dat niet gelijk een competitie van nationaal niveau, dat nou ook weer niet. Maar er wordt wel fanatiek gespeeld. Ook wij zijn regelmatig aanwezig bezig. Waarschijnlijk hebben we de meest amateuristische ballen van het hele veld maar het plezier is er niet minder om. Toen de hoesjes het na jaren opgaven, toverde mijn maatje een koffertje tevoorschijn om de ballen in te vervoeren. Makita, stond er stoer op de buitenkant. Het gereedschap dat er in hoorde, lag gewoon thuis in de garage. Het koffertje kwam goed van pas. Het was ook heel herkenbaar, veel mensen hebben dezelfde groene hoesjes. Wij konden precies zien welke winnende ballenset van ons was.

Zoals gezegd, het was mooi weer, de eerste petanque-wedstrijd diende zich aan.

“Heb jij de petanqueballen gezien?”

“Die liggen toch onder de bank, bij het serviceluik.”

Wat we ook zochten, nergens een makita-koffertje te vinden. Wel ontdekten we dat we vergeten waren in het najaar het serviceluik op slot te doen. Niet heel slim maar gezien de omstandigheden toen wel begrijpelijk. En langzaam begon een mogelijkheid zich aan ons op te dringen.

“Onze petanqueballen zijn gestolen.”

Even was er verslagenheid, mensen hadden in onze spullen gezeten. Natuurlijk op zoek naar iets van waarde. En in een koffertje met daarop groot het logo van Makita zit doorgaans gereedschap. Qua gewicht misschien een accuboormachine, misschien wel met een extra accu. Het koffertje is behoorlijk zwaar. En ineens zagen we allebei de humor van het feit in. Want ach, wat een teleurstelling, als je je snel uit de voeten moet maken met je gestolen waar. En dat je dan thuiskomt en je buit blijkt een set van zes petanqueballen te zijn. Ooit in een ver verleden aangeschaft in een supermarché in Frankrijk. Wat jammer dat ik bij dat moment niet bij kon zijn.

 

Help, mijn man is klusser

tools-498202_1920

Wij Nederlanders willen alles perfect hebben. Daar kunnen we niks aan doen, zo zijn we nu eenmaal. Mensen die dit niet voor elkaar krijgen, die gaan we helpen. Of ze nu willen of niet. De meest verschrikkelijke hulpprogramma’s worden uit de kast getrokken. Je moet en zult gelukkig zijn, hoe dan ook. Een van de dingen die als eerste worden aangepakt, is de manier waarop wij wonen. Ons huis is een afspiegeling van ons zelf. En omdat wij natuurlijk ontwikkelen, dient ons huis ook ieder jaar weer aangepast te worden aan de dan geldende normen en modes. We kunnen niet gaan achterlopen, stel je voor. Dat kastje van tante Miep, dat moet nu toch echt weg. Hoezo nog heel mooi, geen boodschap aan, weg er mee.

We huren een programma in, Thomas komt langs, of, nog erger, John, en alles wordt precies zoals we het zelf niet willen maar wel volgens de laatste mode. We kunnen weer gelukkig zijn.

Hoe anders gaat dit bij Marijke. Zij woont inmiddels zes jaar in haar huis en de bijgebouwen, als eerste gerealiseerd, staan inmiddels tien jaar. Hoezo mode, hoezo “Eigen huis en tuin”. Marijke huurt gewoon lokale krachten in. In Nederland zijn wij gewend een klus uit te besteden aan een aannemer, in Gambia vraag je voor iedere discipline een andere man. Heel simpel.

Deze mensen besteden de klus ook weer verder uit. Zij vinden delegeren makkelijker dan zelf werken. Ze hebben ook een eenvoudig schema. Ze starten om 10.00 uur, gaan dan ontbijten en drinken om 12.00 uur koffie. Dat moet, tenslotte is de opdrachtgever een Nederlandse. Daarna gaan zij aan het werk. Om 15.00 uur is het lunchtijd en om 16.00 uur is het toch wel tijd om de pannen er op te gooien. Morgen weer een dag.

Als rasechte Nederlandse heeft Marijke vaak de neiging te roepen “Ga weg, ik doe het zelf wel.” Alleen, dat was vroeger misschien een optie, tegenwoordig roept het lijf haar tot de orde en moet ze lijdzaam toezien.

De uitvoering op zich is ook niet precies wat we in Nederland gewend zijn. Marijke probeert en dreigt maar niets helpt. Zelfs niet betalen is geen optie, de man in kwestie haalt zijn schouders op en vertrekt naar zijn volgende karwei.

Haar personeel is van goede wil hoor, dat wel, maar zelfs als ze voor doet hoe ze het wil hebben wordt ze niet begrijpend aangekeken. Ze blijft toch altijd die rare Nederlandse. Ook haar uitleg over het feit dat mensen in Nederland zelf aan het klussen slaan omdat een professional vaak niet te betalen is, wordt als heel bijzonder ervaren. In Gambia laat je klussen uitvoeren door mensen die het geld hard nodig hebben. Kwaliteit komt dan toch echt op de tweede plaats.

Inmiddels is het huis van Marijke inclusief haar lodges helemaal klaar. Dus wordt het tijd het complex te koop te zetten en om te gaan zien naar iets kleiners. Dit zal waarschijnlijk ook nog gebouwd moeten worden. Geduld wordt weer een schone zaak. Maar je hoort Marijke misschien wel mopperen, je hoort haar nooit klagen. Dat is het mooie, zij is nog altijd dankbaar dat ze daar mag zijn. En daar kunnen onze zelfhulpprogramma’s nog veel van leren.

 

Pensioen onder de Afrikaanse zon

oryx-214495_1280

Ik ken Marijke al heel wat jaren. Zij was vroeger een collega van mij. We werkten niet op dezelfde afdeling, dat niet, maar we kwamen elkaar wel vaak tegen. Zij vertelde mij toen al van haar droom om naar Gambia te verhuizen. Hoe Marijke kon vertellen over dat prachtige Afrikaanse land, je kon het bijna ruiken.

Na haar pensionering ging zij inderdaad haar droom achterna. Ze liet Nederland achter zich en vestigde zich onder de warme zon. Het leven in Gambia is geweldig. Natuurlijk zijn er ups en downs en veel dingen om aan te wennen. Maar ook veel dingen om dankbaar voor te zijn.

Marijke woont een uurtje verwijderd van al het toeristengedruis. Haar huis is omgeven door het prachtige Afrikaanse landschap. Haar verhalen over het landschap toveren een waar schilderij. Prachtige palmbomen aan de ene kant en het uitzicht over de oceaan aan de andere kant. Bij eb is in de verte het Pelikaaneiland in zicht. Marijke is er nog nooit geweest. Op haar leeftijd waagt zij zich niet meer in het houten bootje dat mensen naar de overkant brengt.

Dat is een nadeel van ouder worden. Je wordt wat angstiger. Marijke zegt het van zichzelf. Ik ben het niet helemaal met haar eens. Zij rijdt immers als een volleerd rallyrijder door het mulle zand. Ze trotseert wegen die dermate slecht zijn dat je ingewanden even nodig hebben om weer op zijn plaats te komen. Hoezo oud.

Natuurlijk, als je na je pensioen gaat verhuizen ben je niet meer piep. Maar als je kunt genieten zoals Marijke doet, ben je in je hart nog altijd jong.

Er zijn zoveel gouden momenten, zij geniet van het leven in al zijn eenvoud. Dicht bij de natuur. Het maakt een mens stil en vol verwondering. De geluiden. De vogels in alle soorten en kleuren. ‘s Ochtends drinken die uit de waterbakken die Marijke voor dat doel neerzet. Apen die de weg oversteken, slangen, varanen, de natuur is prachtig. Op haar dakterras geniet zij van de stilte. Hier kom je helemaal tot rust.

Is er dan niets aan de hand in het paradijs? Ja zeker wel. Marijke zet zich met hart en ziel in voor haar stichting om de mensen te helpen. De maatschappij in Gambia is hard. Op diezelfde zandweg waar Marijke zich met gevaar voor eigen lijf doorheen worstelt, gebeuren regelmatig ongelukken. Truckchauffeurs proberen snelheidsrecords te verbeteren en zien hierbij regelmatig voetgangers over het hoofd. Zij moeten later door de politie worden beschermd voor de woedende meute die verhaal komt halen. Een lynchpartij is vaak lastig te voorkomen. Het is een andere kant van het idyllische land. Marijke kan er alleen maar hoofdschuddend naar kijken.

Toch houdt zij van de mensen. Zij probeert hen te helpen met haar nuchtere Europese inslag. En zo lang zij dat kan blijven doen, blijft zij jong. Ik heb daar veel bewondering voor. En geniet van haar verhalen.

 

Revalidatie

agitated-2023984_1280

Na die dag in dat raar ruikende gebouw waren baasje en vrouwtje heel voorzichtig met hem. Hij snapte er niet veel van. Ze hadden hem toch zelf daar mee naar toe genomen. Gelukkig kwamen ze hem ook wel snel weer ophalen. Maar wat er nou allemaal gebeurd was?

Zijn pootje in dat rare witte spul, zodat hij niet eens met zijn voet de vloer aanraakte. Hij kon zijn pootje ook niet buigen, heel vreemd allemaal. Toen dat er na twee dagen af mocht, had hij een hele kale poot. En dat ging jeuken. Maar daar mocht hij dan weer niet aankomen. Ook al zo raar. Hij hield zich maar rustig zodat er niet nog meer gekke dingen gebeurden. Stel je voor.

En dan nog die rare snoepjes die hij steeds kreeg. Sommige waren heel vies. Hij moest ze slikken, het vrouwtje stopte ze gewoon achter in zijn keel en hield zijn kaken op elkaar tot hij ze niet meer kon uitspugen. En je merkte er niet eens iets van. Maar er waren ook snoepjes, die waren zo gek. Als je die kreeg dan werd je daarna helemaal sloom. Ook die keer dat zijn tennisballenmaatje er was, toen kon hij bijna nog niet eens naar de bank komen. Hij ging gewoon halverwege op de grond liggen slapen. Zo raar, dat gebeurde toch nooit.

Gelukkig ging het twee weken later al een heel stuk beter. Hij ging gezellig met het baasje mee. Even moest hij wel slikken toen hij zag waar ze heen gingen. Weer dat rare gebouw waar het zo bijzonder rook. Hij had er niet zo op. Meestal gebeurden er zo maar akelige dingen als hij daar was. Gelukkig was nu er een hele aardige mevrouw die hem gelijk enthousiast begroette. Ze keek naar zijn kale pootje en knipte wat van de stomme draadjes af die er uit staken. Ze was wel tevreden, geloofde hij. Het baasje lachte dus het zou wel goed zijn.

Wel ging zijn pootje weer jeuken, daarna. En hij mocht er nog steeds niet aankomen. Hij zuchtte maar eens.

Ze waren nog steeds heel voorzichtig. Alle tennisballen waren weg. Hij wist niet waar ze heen waren maar hij mocht er niet mee spelen. Met niks eigenlijk. Hij mocht ook niet springen, ze hadden een opstap gemaakt naar de bank, zodat hij er alleen maar hoefde te lopen. Soms had het ook voordelen hoor, dan kwam het baasje lekker naast hem een tukje doen. Of bracht het vrouwtje een kadootje voor hem mee. Nee, daar had hij niet over te klagen.

Ook leek het wel of hij een nieuwe naam gekregen had. Hij heette niet meer Stef, hij heette voortaan Rustig. En hij snapte toch echt niet waarom. Hij had even pijn aan zijn pootje gehad maar dat was al weer voorbij. Hij kon nu echt weer gewoon rennen en springen. Alleen leek het wel of dat niet mocht. Mensen, hij zou ze nooit helemaal begrijpen.

 

Je went er aan hè.

hoofdpijn

Toen de diagnose werd gesteld, was iedereen bezorgd. Clusterhoofdpijn, dat was heftig. Familie en vrienden leefden intens mee. Het was ook niet niks. Er kwamen medicijnen, injectiepennen, er werden zuurstofflessen binnen gebracht. Hij was zelf al lang blij dat er eindelijk een diagnose was gesteld. Hij was niet gek en geen aansteller. De adviezen “pak een paracetamolletje, dan gaat je hoofdpijn vanzelf over” kon hij nu echt als onzin afdoen.

De aanvallen werden er niet minder door, maar er was in ieder geval meer begrip. Regelmatig kreeg hij de vraag hoe het met hem ging. “Goed hoor”, zei hij dan, “ik kan er mee leven.” Tenslotte had hij van thuis uit geleerd dat je niet mocht klagen over dingen die je mankeerde. De clusters kwamen en gingen. Het was ook niet iedere dag een hel, er waren best hele rustige periodes bij. Soms afgewisseld met weken dat hij zoveel aanvallen had dat hij niet wist waar hij het moest zoeken. Maar ook die gingen weer over.

Langzamerhand werd het gewoon. Hij had clusterhoofdpijn. De vragen hoe het met hem ging werden steeds minder. Tot op het laatst eigenlijk niemand er meer naar vroeg. Het was een gegeven, je raakte eraan gewend. Hij zelf begon er niet over, hij wilde anderen er niet mee lastig vallen en uiteindelijk had je er niks aan. Het veranderde toch niet. Het voordeel was dat hij ook niet meer hoefde te luisteren naar mensen die hem vertelden dat hun kennis, oom, vriend ook last van migraine had. Alsof dat hetzelfde was. Maar toch knaagde het, het leek wel of niemand meer begrip had. Het was gewoon, het hoorde er bij. Wen er maar aan.

Zelf werd hij er wel iedere dag mee geconfronteerd. Zeker de wintermaanden waren geen feest. Heel vreemd maar het was alsof iets in het weer het aantal aanvallen verhoogde. Soms hielp zuurstof niet meer en moest hij zijn toevlucht nemen tot meerdere injecties per dag. Het was niet makkelijk om in een dergelijke periode positief te blijven. Hij merkte aan zichzelf dat hij kortaf werd, prikkelbaar en makkelijk geërgerd. Dat wilde hij niet, maar het ging vanzelf. Hij was zo moe. Wat zou het fijn zijn om eens een keer een hele nacht door te kunnen slapen.

Zou hij het nog een keer ter sprake brengen? Maar zouden ze hem dan geen zeurpiet vinden? Tenslotte moest hij er zelf nu toch ook wel onderhand aan gewend zijn. Alleen, je went niet aan hoofdpijnaanvallen. Het is geen zeurende pijn, het maakt dat je niet meer kunt denken of functioneren. Het rare is alleen dat als een aanval weg is, er eigenlijk ook niks meer aan de hand is. Afgezien dan van de uitputting. Dus sleepte hij zich maar verder. Nam de maximale dosis medicijnen. Hij mocht van de neuroloog afbouwen en opbouwen maar nooit boven een bepaalde dosis komen. Daar zat hij nu al weer een tijdje aan. Wellicht werd het toch weer eens een keer tijd voor een bezoek aan die specialist. Andere medicijnen misschien. Voor sommige medicijnen was hij alleen zo bang. Lithium, nee, dat was toch een stap te ver. Dat werd ook voor hele andere aandoeningen voorgeschreven.

Gelukkig kwam de lente er aan. Dan neemt het aantal aanvallen meestal wel af. Voorlopig nog maar even gewoon doorgaan. Geen mensen lastig vallen. Tenslotte was het zijn aandoening, niet die van anderen.

 

OMG

library-568940_1920

OMG, idd brb me BFF.

Ik kan er maar niet aan wennen. Ik weet ook zeker dat mijn leraar Nederlands van de middelbare school het er helemaal niet mee eens is. En, dat is zeker, ik weiger er ook aan mee te doen. Natuurlijk ben ik een zeurpiet en “weet ik toch wat er wordt bedoeld”, maar dat is voor mij niet genoeg. Het is niet ‘me’ boek, het is ‘mijn’ boek. Vreselijk.

Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Gelukkig zijn er meer mensen die de Nederlandse taal nog hoog hebben staan. Dat zijn net zulke zeurpieten als ik. Ik begrijp best dat jongeren zich niet meer kunnen verliezen in de taal van Couperus, maar om nu alles maar af te schaffen en te roepen dat het allemaal moet kunnen, dat gaat me toch echt te ver.

En dan zijn er nog die uitdrukkingen en afkortingen. Ik snap er niks van. LOL, wat nou. Met je BFF op een terrasje zitten. Heel bijzonder. Laatst kwam ik een blog tegen die begon met “Hi peeps”. Ik hoef denk ik niet uit te leggen  dat dat de enige twee woorden zijn die ik van deze schrijver heb gelezen.

Maar niet alleen in appjes en blogs kom je dat soort dingen tegen, ook in een zakelijke omgeving worden te pas en te onpas uitdrukkingen verkeerd gebruikt. De moderne management taal is een gruwel, waar halen die mensen al die woorden vandaan. Opschalen, downsizen, tijdens de uitrol kunnen we alles handjes en voetjes geven, om het daarna te levelen. Want het wordt nog een hele challenge. Tssss. We laten tegenwoordig niks meer escaleren, we escaleren het gewoon zelf.

Onze Nederlandse taal, zou het een uitstervend fenomeen zijn? Tenslotte zijn er al reclamespots op televisie waar geen woord Nederlands aan te pas komt. Mensen die dit niet goed kunnen volgen zullen wel niet tot de doelgroep behoren. En het ergste is, je hoort om je heen zoveel Engels dat het vaak niet eens opvalt. En het zou wel makkelijk zijn hoor, als iedereen elkaar verstaat. Ik ben de laatste die daar een probleem mee heeft. Maar ik hou toch nog steeds van het Nederlands.

Ach, wie weet. Misschien komt er in de toekomst nog wel eens een vereniging van mensen die de oude Nederlandse taal beoefenen. In besloten kring natuurlijk, de voertaal is dan immers Engels geworden. Een Engels waar Oscar Wilde en W.B. Yeats nog nooit van gehoord hebben, dat dan weer wel. We communiceren in afkortingen en emoticons en lappen alle oude regels aan onze laars. Tenslotte snapt iedereen best wel wat we bedoelen, toch!

 

Operatie

ridderkerk-3006276149881806856_stifle_lat.0004

Het is zover, Stef gaat onder het mes. Om 08.00 uur ‘s ochtends worden we verwacht in de kliniek in Barendrecht. Een vriendelijke arts ontvangt ons. Hij heeft direct alle aandacht voor Stef. “Is het een brave?”, de zachte Belgische tongval stelt meteen gerust. We knikken, Stef is een hele brave hond. Gelukkig bewijst hij dat ook door vriendelijk naar de arts te kwispelen. Die onderzoekt het geblesseerde pootje en legt ons aan de hand van duidelijke röntgenfoto´s uit wat hij precies gaat doen. En vertelt dat Stef daarna echt zes weken heel rustig aan moet doen. ¨Dat wordt een uitdaging”, we hebben daar niet zo veel vertrouwen in. “Ik zal kalmeringsmiddelen meegeven, dat is geen probleem.”

Na Stef nog een dikke knuffel gegeven te hebben, stappen we weer in de auto. Met alleen de hondenriem. Dat voelt naar, jaren geleden stapten we met ook alleen een riem naar buiten bij een dierenkliniek, toen hadden we onze kleine Dopey, net zes maanden oud, in moeten laten slapen. Gelukkig zijn de vooruitzichten nu beter.

Na tweeënhalf uur krijgen we een telefoontje. De operatie is goed gelukt, Stef is al weer aan het bijkomen. Halverwege de middag mogen we hem op komen halen.

Natuurlijk zijn we er op tijd. We krijgen een stapel informatie, adviezen en medicatie mee en dan wordt die kleine man gehaald. Het valt niet mee, zijn pootje zit volledig ingepakt in een dik verband. Zelfs zijn voetje is niet meer te zien. Het valt hem zelf ook niet mee, dat is duidelijk te merken. Wat is hij boos, die kleine vent. De hele weg naar huis zit hij achter in de auto te mopperen.

Het nadeel is dat je met een hond niet kunt praten. Je kunt hem niet vertellen dat het voor zijn eigen bestwil is. Dat hij een paar weken rustig aan moet doen en dat hij dan langzamerhand weer de oude wordt. En gewoon weer mag gaan rennen en springen. Stef jammert en moppert en wil beslist niet op zijn warme kussen gaan liggen. Nee, onder de tafel, op de koude tegelvloer. Eten lust hij wel, daar ligt het niet aan. De pijnstiller die ik hem als een snoepje aanbied, is ook in een mum verdwenen.

Het wordt nog wat. Niet rennen, niet springen. We hebben een ‘broekspijp’ voor hem gekocht. Die moet straks aan als het verband van zijn pootje gaat. Dat zal ook nog wel een strijd worden. Maar, zoals gezegd, het is voor zijn eigen bestwil. Straks zal hij ons dankbaar zijn. Toch?

 

Mank

teddy-242851_1920

“Wat loopt hij toch mank hè.”

“Nou, hij heeft zich verstapt, denk ik.”

Gelukkig liep Stef na een paar dagen weer als een kievit. Niks aan de hand, misschien even een verkeerde beweging gemaakt, een beetje spierpijn en weer door. Het is een bikkel, die kleine hond van ons.

Wat wel raar was, was dat toch na iedere inspanning, of het nu een avondje behendigheidscursus was of een rondje rennen in het bos, het kereltje weer moeilijk liep. Hij gaf geen kik, dat niet. We voelden aan zijn pootje en hij liet het allemaal toe. Na een paar daagjes hinken liep hij weer als vanouds. Op een gegeven moment begon de twijfel toe te slaan. Zou er iets zijn. Een Stafford staat bekend om een hele hoge pijngrens. Ze geven niet makkelijk toe dat ze iets mankeren. Dus maakten we een afspraak bij de dierenarts.

We werden gewezen op de mogelijkheid van het maken van röntgenfoto’s, Stef moest nuchter komen. Iets dat ook niet goed uit te leggen was aan een immer hongerige hond. De dag begon voor hem al slecht.

Stef vond het dan ook helemaal niet leuk dat hij mee moest naar die akelige mensen. Hij had het debacle met het muizengif waarschijnlijk nog vers in het geheugen. Wat was hij daar voor de gek gehouden. Eerst een lekker bakje voer en daarna zo misselijk. Nee, daar trapte hij niet nog een keer in. Maar hoe verwijtend hij ook keek naar het baasje, hij moest er toch aan geloven.

En inderdaad, er moesten foto’s gemaakt worden. Stef zijn pootje werd geschoren en hij kreeg een roesje. Op een andere manier was het niet mogelijk het zere pootje op de juiste manier te bekijken. Gelukkig is het bij dieren anders dan bij mensen, na een half uurtje wachten was de uitslag bekend. En die uitslag viel niet mee, zijn kruisband was gescheurd.

Nu is dit op zich goed te verhelpen, met een operatie om de knie met een prothese weer te herstellen moet het weer goed komen met Stef. We gaan op korte termijn terug om een plan te maken voor de operatie. En de revalidatie die daarna volgt.

En dat wordt een uitdaging. Want Stef mag voorlopig niet naar zijn geliefde behendigheidsles. En hij mag zeker ook niet rennen in de bossen. Leg dat zo’n kleine man maar eens uit. Want hij heeft met die afgescheurde kruisband gewoon door de struiken en de graspollen gesjeesd. Alsof er niks aan de hand was. Die dag mank lopen nam hij dan gewoon maar voor lief. Maar we gaan er voor zorgen dat Stef voldoende uitdaging en afleiding krijgt, dat is zeker. En de dierenarts heeft ons gezegd dat met deze operatie, speciaal voor actieve honden, hij straks weer alles mag doen.

Soms kan ik toch wel jaloers zijn op de manier waarop zo’n hond omgaat met kwalen en pijn. Wat zijn wij mensen dan toch watjes.