Patchwork

quilt-716838_1920

Soms ben je onbewust ineens jaren terug in de tijd. De vreemdste dingen kunnen dit triggeren. Zo brachten een paar patchwork pannenlappen, gemaakt door een aardige oude dame, me ineens weer terug naar een vakantie in de Elzas. De Elzas in het najaar, als de avonden nog heerlijk warm zijn maar wel wat korter. Als de meeste toeristen zijn geweest en de terrasjes dus plaats genoeg bieden voor het eten van Flammküchen en het drinken van Gewürztraminer.

We, mijn maatje, mijn zus en haar man, hadden een kleine camping uitgezocht, niet gereserveerd want dat hoeft normaal niet in september. De camping was ook nagenoeg verlaten toen we arriveerden. Geen probleem dus, we keken op ons gemak rond waar we wilden gaan staan. En stonden dan ook raar te kijken toen we bij de receptie hoorden dat er wel plaats was, maar niet overal. Er was veel gereserveerd. We keken elkaar eens aan en bedachten dat het wel mee zou vallen. Mensen kunnen zo overdrijven. De spullen werden geïnstalleerd en we namen een drankje. We zouden later wel in het dorpje gaan kijken waar we konden eten. Er waren meer kampeerders, maar gelukkig geen Nederlanders. Een kampeerclub in september is wel leuk om naar te kijken maar het nadeel van ANWB-echtparen is dat ze vaak ook alles beter weten. En dit ongevraagd met je delen.

Toen we na het eten weer terugkwamen bij onze Eriba-tjes, was het uitzicht drastisch veranderd. Overal waar we keken waren mensen zich aan het installeren. Er werden tenten opgezet, caravans geïnstalleerd, voortenten gebouwd. Het was een drukte van belang. We keken elkaar eens aan, zover als het oog reikte waren Nederlanders neergestreken. Wat was er aan de hand? Ach, we zouden het vanzelf gaan horen.

En inderdaad, een vriendelijke dame met verstandige schoenen en een dito kuitbroek bleef onderweg naar het badgebouw bij ons staan. Ze bekeek ons uitgebreid en vroeg “zijn jullie hier ook voor het weekend?” “Nee”, zeiden wij “we wilden eigenlijk een weekje blijven.” Ze aarzelde, een week? “Maar zijn jullie dan niet hier voor het patchwork-weekend?” Een patchwork-weekend, ik had er nog nooit van gehoord. Heel lang geleden, op de middelbare school, toen we nog handwerkles kregen, heb ik ooit eens een patchwork kussen moeten maken. Het was geen succes. De voldoende die ik ervoor haalde was volledig te wijten aan de hulp van mijn moeder. Ik snapte niks van die kaartjes. Mijn zus was al niet veel beter. Ze was wel wat handiger dan ik, maar toch ook geen diehard creatieveling.

We hebben onze ogen uitgekeken. In de ochtend stonden de echtparen klaar om naar het dorpscentrum te gaan. Uitgerust met enorme tassen, klaar voor de lapjesjacht. En waar wij de hele dag rondlummelden, een marktje bezochten en terrasjes pakten, waren zij druk met het scoren van dat ene stukje stof dat hun quilt zou veranderen van een ‘gevulde zak’ in een unieke deken. Het was ook te zien toen zij ‘s avond terugkeerden, moe maar voldaan. Ik denk dat zij ons net zo vreemd vonden als wij hen.

Het is jaren geleden, de kleine Eriba is verkocht en onze vakanties zien er tegenwoordig anders uit. Maar zo’n simpel woord brengt toch dierbare herinneringen terug.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Emancipatie

Emancipatie

Ik denk dat ik van mezelf kan zeggen dat ik best een geëmancipeerde vrouw ben. Ik werk, heb een eigen inkomen en mijn maatje en ik zijn altijd al gelijkwaardig geweest. In die zin is er niks aan de hand. Ik ben ook een groot voorstander van emancipatie. Vrouwen moeten kunnen doen wat ze willen, of dat nu buitenshuis werken is of thuisblijven omdat je dat nou eenmaal zo hebt afgesproken, het is allemaal goed. Als je maar doet wat je zelf wilt en waar je zelf achter staat. Er is in de loop van de jaren gelukkig veel veranderd, ten goede. De rare regel dat je als vrouw geen eigen bankrekening mag hebben zonder de goedkeuring van je echtgenoot is gelukkig al jaren afgeschaft.

Niet dat dat al heel lang zo is. Tot 1956 was een vrouw wettelijk handelingsonbekwaam. Als ik het zo zie staan, moet ik er bijna om lachen. Vrouwen mochten geen bankrekening hebben, geen verzekering afsluiten en als ze trouwden werden ze automatisch ontslagen uit overheidsdienst. Bizar toch. Zo konden ze een toegewijd echtgenote, moeder en huisvrouw zijn. Ik denk dat mijn maatje gillend bij me weg was gelopen, als ik hem heel toegewijd iedere avond zat op te wachten met zijn pantoffels. Als je wat verder graaft in de (best wel recente) geschiedenis, kom je heel wat van dit lachwekkende zaken tegen. Het feit dat ik er nu om kan lachen, wil wel zeggen dat er toen vrouwen voor gevochten hebben. Vaak alsof het tegen de bierkaai was. Het mannenbastion viel lastig te slechten.

Tot zover ben ik heel blij met wat de militante zusters hebben bereikt. Stel je voor dat ik huisvrouw had moeten worden. Daar was echt niemand gelukkig van geworden. Maar er moet me nu toch wat van het hart. Af en toe heb ik het idee dat we erg doordraven. Dat er geëmancipeerd moet worden om het emanciperen zelf. En niet omdat vrouwen daar gelukkiger van worden. Nu zijn de verkeersborden weer het onderwerp van gesprek. De figuurtjes die erop zijn afgebeeld, zijn niet vrouwelijk genoeg. Alsjeblieft zeg. Ik moet heel eerlijk zeggen, het was me nog nooit opgevallen. Laat staan dat ik er aanstoot aan had genomen. Straks gaan we nog zeggen dat de vormen van verkeerslichten niet vrouwelijk genoeg zijn. Of dat het lettertype van de matrixborden niet aansluit bij het vrouwelijke handschrift.

Het vervangen van die borden kost miljoenen. Ik vraag me af, zijn er geen nuttiger doelen om dat geld aan te besteden? Onderwijs, gezondheidszorg, ouderenzorg. Ik noem er maar een paar……

HuishoudenHuishouden

Dieet

Stef net wakker

Het was vroeg dit jaar, meestal begon het vrouwtje pas in het voorjaar te mopperen dat hij te dik werd. Hij hoorde het wel hoor, ze had het over “zijn dikke billen” en vond dat hij op dieet moest. Zelf heeft hij er niet zo’n last van. Eten is nu eenmaal lekker en voor een snoepje wil hij best even van zijn warme plekje op de bank komen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is zo veel donker dat het heerlijk tukken is op de vachten die zijn baasjes voor hem op de bank hebben gelegd. In de zomer moet hij steeds mee. Dat is ook leuk, maar als het zo vies is buiten of als het weer eens regent, is het toch maar beter om even een klein rondje te lopen en dan snel weer in zijn hoekje te kruipen.

En dat hij dan wat ronder werd, ach, dat hoorde er nou eenmaal bij. Het vrouwtje had het steeds over “slecht voor zijn gewrichten” en “allemaal mee moeten slepen”. Wat een onzin toch. Hij ziet wel eens mensen die veel ronder zijn dan hij. Overigens horen het baasje en het vrouwtje daar niet bij. Daar kan hij helaas niks van zeggen.

Het is dus komende tijd zaak om goed op te letten. Als hij namelijk zijn eten krijgt van het baasje, krijgt hij een behoorlijk volle bak. Als het vrouwtje eerder is, krijgt hij vaak maar een handjevol brokjes. Wel boontjes, dat dan weer wel, maar echt niet veel brokjes. Jammer dat hij het baasje niet wakker kan gaan maken. Sinds hij ’s nachts een keer stiekem naar boven is gegaan om op het bed te slapen, houden ze de deur zorgvuldig dicht.

Maar het kan toch altijd nog erger. Een tijdje geleden kreeg hij alleen maar komkommer en wortelen. Dat was echt vies zeg. Dat is toch geen hondeneten. Brr. Hij heeft het twee dagen volgehouden maar toen is hij in hongerstaking gegaan. Het vrouwtje had niet zo’n medelijden maar gelukkig had hij in het baasje een medestander. Het werden weer boontjes en brokjes.

Hij hoort het het baasje wel eens zeggen, “die hond heeft echt de hele dag honger”. Nou, honger is niet precies het woord, trek is meer een goede uitdrukking. En dan vooral zin in die oren. Die krijgt hij iedere avond één. Zo ongeveer een uur nadat hij zijn brokken heeft gehad. Hij houdt het goed in de gaten, rond die tijd gaat hij altijd bij het baasje zitten. Stel je voor dat die het vergeet. Het vrouwtje moet dan altijd lachen, “Stef heeft weer op zijn horloge gekeken”. Geen idee wat dat is maar het heeft er mee te maken dat hij zo goed oplet. Ze trekken er wel een vies gezicht bij, het baasje en het vrouwtje, maar hij vindt ze heerlijk. En wat nou stinken, zo ruikt dat toch gewoon. Mensen zijn af en toe toch wel viesneuzen hoor. Maar wel van dat stinkende spul uit flesjes gebruiken. Yak.

Nou ja, niet erg dat ze het vies vinden. Des te meer blijft erover voor hem. En die paar extra kilootjes, die rent hij er komende zomer wel weer af.

 

Bijgeloof

Soms lees je de meest geweldige berichten in het nieuws. Even geen kommer en kwel, moord en doodslag. Zo las ik laatst hoe een oud bijgeloof kan leiden tot een bijzonder onderzoek. Een zichzelf waarschijnlijk heel serieus nemende historicus ging met een ernstig gezicht proeven van de urine van iemand die zeker al honderd jaar dood is. Niet bewust, uiteraard. De fijnproever krijgt de gelegenheid om een nipje van de vloeistof uit een portfles van 150 jaar oud te nemen. Ik zie het tafereel helemaal voor me, waarschijnlijk heeft de expert witte handschoenen aan en neemt hij de dunne naald in zijn handen alsof hij van het duurste materiaal is. Een heel klein slokje, niet meer. Door de mond laten rollen, voorzichtig proeven, het publiek houdt zijn adem in.

De bewuste aflevering van Tussen Kunst en Kitsch, weliswaar uit Engeland, trok natuurlijk veel aandacht. De historische fles werd weggebracht om de inhoud te analyseren. Hoe oud zou de port zijn en was de drank nog wel te drinken. Ook voor de gezichten van de onderzoekers zou ik goud geven. Stel je voor dat je, op de hoogte van de achtergrond, de vraag krijgt om de vloeistof te onderzoeken. Je doet alle proeven, checkt en dubbelcheckt en krijgt eindelijk de resultaten. Wat is de samenstelling, hoe werd port in die dagen gemaakt.

Ik kan me zo voorstellen dat de onderzoeker in kwestie even met stomheid was geslagen. Urine? Echt? Zijn er geen fouten gemaakt? Misschien heeft hij, of zij, de proeven nog een keer gedaan maar de uitslag bleef hetzelfde. Het was urine, ordinaire pies. Honderdvijftig jaar geleden waren de mensen nog bijgeloviger dan nu. Veel verschijnselen waren nog niet te verklaren en mensen probeerden het ongeluk af te wenden met verschillende rituelen. Een daarvan was het begraven van een zogenaamde heksenfles. Deze zijn vooral bekend in Engeland en werden ingegraven onder drempels of verborgen in muren. Meestal werden de flessen gevuld met menselijke urine, smeedijzeren nagels of spelden en stukken stof. Ook werden soms menselijke haren toegevoegd. De bedoeling van de fles was om de vloek van de heks om te draaien zodat de heks zelf werd vervloekt. Tja, je kunt er maar in geloven.

Uiteraard werd de uitslag in het kunstprogramma breed uitgemeten. De deskundige werd om commentaar gevraagd. Hij hield zich groot, hij had het niet willen missen, zei hij. Maar ik kan hem thuis al zien zitten, griezelend bij het idee dat hij niet alleen urine had geproefd, maar ook nog urine die al heel lang over de houdbaarheidsdatum was. Brr. Voortaan zou hij wel twee keer nadenken voordat hij zich liet verleiden tot een dergelijk experiment.

Ik vraag me wel iets af. Is die expert nu voor zijn leven lang gevrijwaard van alle vloeken? Of juist niet?

BoekenBoeken

De kracht van media

televisieknop

Ik denk dat ik een van de weinige Nederlanders ben die niet kijkt naar het programma Chateau Meiland. De slogan “wijnen, wijnen” is niet meer weg  te denken uit de standaard-vocabulaire van de gemiddelde Nederlander. Natuurlijk, Martien Meiland is hilarisch. Maar hij is vooral een heel gewiekste egotripper die de media precies naar zijn hand weet te zetten. En Chateau Marillaux handig uit weet te baten. Hij heeft gelijk hoor, het is niet de gek die het ervoor vraagt…

Bovendien wordt het steeds moeilijker om naar een interessant programma te kijken. Het is toch niet verwonderlijk dat de Netflixen van deze wereld zo in opkomst zijn. Op de reguliere zenders zie je alleen herhalingen. En om half elf een late night-show. Die laatste is al een soap op zich. Wie is de host, en nog belangrijker, wat is zijn of haar salaris. En is het niet te hoog, want dat zou toch wel een schande zijn. Ik vraag me dan altijd af wat anderen te maken hebben met het salaris van een presentator. En of ze zelf dat bedrag zouden afslaan. Volgens mij is het gewoon een kwestie van goed onderhandelen. Vraag en aanbod, maar dat terzijde.

Niet dat ik het niet leuk vind om naar een late night-show te kijken. Absoluut niet. Het is vaak een ontspannen afsluiting van de dag. Zolang er maar niet te veel Peter R. de Vries in zit. Ik vind die man zo Jezus-toegevoegd dat ik er slecht naar kan kijken. Hij zal best veel goeds bereiken maar moet hij er dan zo betweterig over doen? Het lijkt wel of hij bij iedere zaak betrokken is als expert. Of nee, dat is natuurlijk ook zo. Kun je nagaan hoe het gesteld is met het niveau van de tv-experts tegenwoordig.

Tot aan het tijdstip van de talkshow is het echt triest gesteld. Reality shows, suffe quizzen en spelletjes. En dat allemaal nog drie keer in de herhaling. Misschien zijn er te veel zenders en is het bijna onmogelijk om het aanbod zo divers te houden dat er voor ieder wat wils is. Mijn ouders keken vroeger op zaterdagavond naar de Mounties. In zwart-wit. Bij Een van de Acht kon je een kleurentelevisie winnen. En niemand die het in zijn hoofd haalde om de beslissing van de notaris in twijfel te trekken. Tegenwoordig moet je als programma de regels heel duidelijk op papier zetten. Anders krijg je zo maar een bekende advocaat achter je broek aan. En ergens begrijp ik wel, de inzet is tegenwoordig zo hoog. Daar zou je wel professionele hulp bij vragen. Echt ontspannen is het dan niet meer. En dat was toch volgens mij een van de redenen dat je televisie kijkt. Verstand op nul en vermaakt worden.

Ach, zoals Doe Maar het al zong, jaren geleden, “er zit een knop op je tv”. Ik gebruik hem steeds vaker.

 

Een nieuw jaar

2020 nieuwjaar

Hè hè, die feestdagen zijn gelukkig weer voorbij. Een heel nieuw en blanco jaar voor ons. Nog even bijkomen van het onbewust toch weer teveel eten en drinken. Hoewel deze jaarwisseling voor ons onverwacht rustig is verlopen. Gewoon thuis, samen, met Stef al snurkend op de bank. Natuurlijk hadden we contact met mensen, kennissen en vrienden, maar van afstand. Hoewel, net voor twaalf uur vielen vrienden binnen, even een borreltje, even samen het nieuwe jaar vieren. Ach, geen probleem toch, het is sowieso fijn om iedereen het beste te wensen voor het jaar dat komen gaat.

Voor sommigen wordt het een heel bijzonder jaar omdat zij gaan emigreren. Spannend. Ik weet niet of ik het zou durven. Mijn maatje en ik hebben het er wel eens over, straks, als we niet meer hoeven te werken, alles achterlaten en naar een warm land. Het klinkt geweldig maar ik zie dat het toch ook best wat spanning oplevert. Er over praten en fantaseren is leuk, maar als het dan ‘voor het echie’ wordt, blijkt het toch een grote stap te zijn. Vooral het idee dat je in Nederland helemaal niks meer hebt, qua huis en thuis, lijkt me toch echt heel eng. Maar misschien went het, ik weet het niet, maar het blijft leuk om over te fantaseren.

Voor anderen is het nog niet duidelijk hoe het jaar gaat lopen. Iedereen hoopt op geluk en goede gezondheid. We hebben het elkaar gewenst. Goede voornemens maak ik niet. Dat heeft toch geen zin. Ik weet best dat ik eigenlijk moet sporten maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dat echt niet in mijn genen zit. Dus ik stel mezelf gerust door te zeggen dat ik een heel actief leven heb en zo beweging genoeg krijg. Plannen heb ik wel. Een nieuwe opleiding, uitdagingen op het werk, maar vooral gelukkig zijn met mijn maatje en mijn hond. Want een stabiel thuisfront is het belangrijkste wat er is. Dat weet ik uit ervaring. Gelukkig heb ik dat nu. En daar ben ik heel blij mee en heel zuinig op.

Ik wens dat ook aan iedereen. Het mag nog, het is nog vroeg in januari. Wees gelukkig, volg je hart en doe niet al te veel domme dingen. Maar doe wel gekke dingen, het leven moet immers wel leuk blijven. Gelukkig nieuwjaar.

De kortste dag

kerstman

Ik weet het, het wordt afgezaagd want ik roep er ieder jaar over, maar 22 december is dit jaar toch een van mijn meest favoriete dagen. Het is nl. de kortste dag van het jaar. En vanaf die dag worden de dagen weer langer en wordt het weer langer licht.

Het is ook een dag die in heel veel geloven wordt gevierd. De Kelten zien hem als de overwinning van de eik, het symbool van de wassende zon, op de hulst, wat het symbool van de afnemende zon is. De Eikkoning begint zijn heerschappij. De Germanen vierden hun midwinterfeest. Zij noemde het joelfeesten (winterzonnewende) en probeerden zo het boze te verjagen en het licht te begroeten. Natuurlijk kwam daarna het Christendom om de hoek kijken. Keizer Constantijn de Grote besloot in overleg met zijn bisschoppen dat Kerstmis op 25 december werd gevierd. De datum waarop tot dan toe de zonnegod werd vereerd rond de Middellandse zee. En omdat in die tijd Jezus het “Licht van de wereld” werd genoemd, wat dat een logische datum om zijn verjaardag te vieren. Volgens de wijze heren dan toch.

Eigenlijk vraagt niemand zich meer af wat we nu eigenlijk vieren. We stouwen ons hele huis vol met kerstmannen die hun dikke buik in vrolijke rode jasjes hebben gestoken. Niemand staat er nog bij stil dat dit de uitvoering is die Coca Cola heeft verzonnen voor een reclamecampagne. Ik vind het ook leuk hoor. Ik hang kransen en lichtjes op en graaf in de doos met kerstspullen op zolder naar zaken waarvan ik vind dat ze dit jaar nog wel kunnen. Een grote kerstboom zetten we niet. Ik heb geen zin om het hele huis te verbouwen en ik ben ook bang dat Stef in het vuur van zijn balspel niet echt heel voorzichtig omgaat met die spullen.

Stef staat ook redelijk achterdochtig tegenover mijn verzameling kerstmannen. Het exemplaar dat iedere winter plaatsneemt in mijn leesfauteuiltje wordt door hem zorgvuldig bekeken en besnuffeld. Hij zet zijn pootjes op de leuning en vraagt zich zichtbaar af wat hij hier nou weer mee moet. Aan de gewone kerstmannen doet hij niks. De exemplaren die geluid maken zijn weer een heel ander geval. Ik heb ooit eens een kerstman gekocht die heel hard “ho ho ho” roept als je hem in zijn hand knijpt. Dat trekt Stef niet goed, dat vindt hij niks. Ik heb het idee dat hij het griezelig vindt en dit probeert te compenseren door luidkeels te blaffen. Het ziet er grappig uit en we plagen hem er mee.

Ieder jaar neem ik me voor geen extra spullen te kopen en ieder jaar trap ik er weer in. Het is toch iets wat in me zit. Ik wil het huis in deze donkere tijd gezelliger maken. Lichter ook. Totdat de natuur het overneemt en de dagen zichtbaar langer zijn.

Kerststukje

christmas-1240277_1920

Lang, heel lang geleden, was ik lid van de Jeugdnatuurwacht. Geen idee waarom, waarschijnlijk was het iets dat op mijn lagere school werd aanbevolen aan kinderen die interesse hadden in dieren en planten. Ik moet ook eerlijk zeggen, ik weet er niet veel meer van. Ik herinner me een boswandeling, vaag, en een busrit terug naar huis. Verder is het niet zo helder. Op één herinnering na, die staat me nog in het geheugen gegrift. Niet omdat het zo’n succes was, integendeel.

Ook in mijn kindertijd had je eenzame ouderen. En vooral in de tijd voorafgaand aan kerst, werd hier toch meer aandacht aan besteed. Ook door de Jeugdnatuurwacht. Alle kinderen werden opgeroepen en we gingen kerststukjes maken. Die dan daarna werden aangeboden aan ouderen. Om hen een sprankje licht te brengen in deze donkere tijd.

Ik zie mezelf nog binnenkomen, in die grote zaal vol kersttakken, kerstballen, bakjes en andere rommel. Ik verzamelde de spullen die ik dacht nodig te hebben en ging met de moed der wanhoop aan de slag. Ik ben nl. niet handig. Verre van. Ik ben ook niet bijster creatief in dat soort zaken. Ik was dus afhankelijk van het afkijken bij de kinderen die naast me aan de slag waren en wel met wat takken en accessoires een redelijk uitziend kerststukje wisten te fabriceren. Dat van mij was daar natuurlijk een slap aftreksel van. Het bleef allemaal niet rechtop staan, de ballen zakten steeds naast elkaar in plaats van in een mooi reliëf, het was het allemaal net niet.

Uiteraard hadden we niet de hele middag de tijd. De stukjes moesten ook nog rondgebracht en aangeboden worden. Een vriendelijke vrijwilliger ontfermde zich over mij en mijn huisvlijt. Samen stonden we voor de deur van een eenzame oude dame. Mijn begeleider belde aan en ik stond verwachtingsvol voor haar deur. Mijn cadeau aan haar voorzichtig in beide handen. Het was niet wat je in de winkel kocht maar het zag er toch in mijn ogen best acceptabel uit. De deur ging open en een chagrijnig uitziende vrouw stond voor onze neus. Ze nam ons van boven tot onderop en net op dat moment besloot de dennentak die ik als schutblad had benoemd langzaam maar zeker uit het bakje te zakken en op de grond te vallen. Ik bukte en stak het zo goed en kwaad als het ging weer terug in het bakje. Mijn begeleider legde uit dat we van de Jeugdnatuurwacht waren en een kerststukje kwamen aanbieden. De dame keek viezig naar mij en mijn stukje en sprak de woorden “daar doe ik niet aan mee.” Waarna ze met een fikse mep de deur voor onze neus dichtsloeg.

Kerst is daarna toch nooit meer hetzelfde geweest……..

 

 

 

 

 

Tradities

lights-1088141_1920

Natuurlijk kun je twisten over tradities. Mensen zijn voor of mensen zijn tegen. Waar de een zich in kan verliezen, vindt de ander een verwerpelijk ritueel. Ik vind het allemaal prima zolang zij elkaar maar met rust laten. Uit je mening maar hou je handen thuis. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, ook je tegenstander. Als het uit de hand loopt, weten mensen niet eens meer waar het eigenlijk over ging. Ze weten alleen dat ze tegen de ander zijn. Heel bijzonder.

Ik volg mijn eigen tradities. Pepernoten koop je niet al in augustus, die eet je inderdaad, zoals een collega mij bevestigde, pas als Sinterklaas in ons land is aangekomen. Dan is het tijd om het strooigoed in een schaaltje te gooien en er iedere keer als je er langs komt een handje uit te graaien. Tot je denkt “hè gelukkig, het bakje is leeg”. Ik heb ook nooit in augustus al nagedacht over kadootjes en surprises. Het was veel leuker om in de hectiek van “oei, ik moet nog…” terecht te komen. De avond voor Sinterklaas nog gedichten schrijven omdat dan de inspiratie het beste is.

Datzelfde heb ik ook met kerst. In ons huis komt er geen kerst-uiting binnen voordat Sinterklaas weer is vertrokken naar Spanje. We zetten sowieso  geen grote kerstboom. Ik wil er mijn huis niet voor verbouwen en Stef is ook niet zo subtiel gebouwd. Ik vrees dat we ieder jaar zeker een doos kerstballen bij zouden moeten kopen. Maar ik weiger ook al naar een tuincentrum te gaan. Begin november is alles al uitgedost in de meest uitbundige kerstsferen. Wel leuk hoor, maar veel te vroeg. Dat kan gewoon nog niet, dat hoort niet. Wat wel een nadeel is, is dat ik door het vasthouden aan mijn traditie vaak genoegen moet nemen met de kerstrozen die er nog over zijn. De beste zijn vaak voor Sinterklaas al weg. Maar, dat is dan maar zo.

Pas een volle week na Sinterklaas haal ik mijn kerststal van de zolder. Die is al oud, we hebben hem geërfd van een tante van mijn maatje. De familie vond er niks aan maar ik houd wel van de stijl van Lladro. Wel kitsch maar niet zo bont gekleurd. De dozen met kerstrommel komen beneden en ik zie mijn maatje zuchten. Hij is niet zo van die versiering. Dus probeer ik hem tegemoet te komen met veel lichtjes en waxinehoudertjes. Een beetje kitsch, want dat mag met Kerst. Ik hou ook van oude kerstspullen met een verhaal er bij. Het vogeltje met nog maar twee haren in zijn staart, het huisje waar je een theelichtje in kunt zetten, dat we geërfd hebben van tante Mina, een heerlijk kakineus dametje uit Den Haag. Zij loopt al lang niet meer rond over de aardbol maar zo denken we toch weer een beetje aan haar.

En ook dat is weer een traditie.