Thuis werken

thuis werken

Ik was al wel gewend om af en toe een dag thuis te werken. Mijn werkgever heeft dat heel goed ingericht, hardware en software maken dat ik eigenlijk nooit problemen ondervind. Of het moet door ons eigen wifi-netwerk zijn. Niks dat een simpele versterker niet kan oplossen. Zo’n thuiswerkdag is ideaal om een grote klus te klaren, geen afleiding, niet even kletsen bij de koffie-automaat maar gewoon doorbuffelen. Geeft aan het einde van de dag een heel tevreden gevoel.

Dat tevreden gevoel lag toch wat anders, afgelopen dagen. Natuurlijk, het thuiswerken gaat prima. Mijn maatje voorziet me van alles wat ik nodig heb. Voor hem is het ook wel even wennen, constant iemand die hem op de vingers kijkt. Gelukkig hebben wij geen stress door het de hele dag bij elkaar zijn. Maar de achterliggende gedachte geeft een heel bevreemdend gevoel. Ik hoorde het ook terug van veel mensen, het lijkt alsof het niet echt gebeurt, heel onwerkelijk. Zo lang je zelf niet geconfronteerd wordt, zelf of in je omgeving, met besmetting, voelt het alsof er niks aan de hand is. De statistieken zijn wat het zijn, statistieken. Cijfers. En tot op heden is dit, gelukkig, in mijn omgeving het geval.

De enige die het helemaal gezellig vindt is Stef, hij heeft heerlijk de roedel de hele dag compleet. Hij probeert op gezette tijden lekker op schoot te kruipen. Dat ik dan niet meer met mijn handen bij het toetsenbord kan, deert hem weinig. Tenslotte moet hij er van profiteren, het vrouwtje is niet altijd thuis. Hij krijgt niet veel mee van de crisis. Ik doe mijn best voor zijn boontjes en als dat niet lukt, krijgt hij iets anders. Wat hij volgens mij ook helemaal niet erg vindt.

De natuur gaat sowieso zijn eigen gang. De zon schijnt en ondanks dat het fris is, kun je merken dat de lente in aantocht is. Het ruikt ook zo, buiten. Tulpen, narcissen en hyacinten zijn er in overvloed. Overal lopen struiken en bomen uit. Het feit dat de mensen binnen moeten blijven heeft daar geen invloed op. Mensen zijn daar niet voor nodig. Integendeel. Die maken over het algemeen meer kapot dan dat ze bijdragen. Misschien ook eens iets om over na te denken, als deze crisis straks achter de rug is.

ComputerComputer

Hamsteren, gewoon ieder voor zich

sperziebonen

Op vrijdag komt het vrouwtje altijd thuis met allerlei tassen en spullen. Ze lacht dan naar het baasje en naar hem omdat het weekend is en ze lekker niet weg hoeft. Eten en drinken in huis, lekker samen. Maar nu kwam ze al mopperend binnen. Ze had het weer over dat rare woord Corona. Geen idee wat het is maar het zet volgens hem wel alles op zijn kop. Iedere dag komt het weer ter sprake. Het baasje en het vrouwtje praten er samen over, op televisie is het steeds, het is toch wel ernstig waarschijnlijk. Maar goed, hij heeft nog niet gehoord dat hij iets moet doen dus tot die tijd gaat hij maar gewoon verder als altijd.

Toch leek het nu toch wel ook iets met hem te maken te hebben. Het was blijkbaar heel druk geweest in de supermarkt en heel veel spullen waren uitverkocht. Het vrouwtje had niets extra’s gekocht, hij zag tenminste het normale aantal tassen. Hij ging even checken of ze ook aan zijn knaagbotjes had gedacht. Yep, daar waren ze. Oh, zelfs drie verschillende zakjes, lekker. Nou, toch niks aan de hand toch.

“Verschrikkelijk, wat een toestand in die supermarkten. Je ziet mensen sjouwen met balen toiletpapier alsof er vanaf nu nooit meer iets in de winkels ligt. Alles wat een beetje houdbaar is, wordt meegesleept. Het hele schap met conserveren is zowat leeg. En weet je wat daar het ergste van is, er zijn geen boontjes voor Stef meer te krijgen. Nergens.” Ho, dit werd toch wat serieuzer. Hij liep voorzichtig terug naar de keuken. Een blik in de tassen bevestigde zijn vermoeden, er waren geen potten met boontjes, zelfs niet die blikken die het vrouwtje wel eens meebracht. Oei, dat was ernstig. Wat nu? Kijk, dat mensen elkaar geen spullen gunnen, dat is tot daar aan toe, dat doen ze zelf. Maar hij krijgt al zo weinig eten naar zijn zin, om er nu voor te zorgen dat dat nog minder wordt, dat is toch wel schandalig.

Het baasje keek verbaasd. “Geen boontjes?”

“Nee, helemaal niks, van geen enkel merk, niet van Hak maar ook geen huismerk.”

“En nu? Heb je iets anders meegebracht?”

“Ja, Stef moet toch eten, ik heb blikjes makreel meegebracht voor door zijn brokken, dat lust hij graag.”

Kijk, dat was nog eens meedenken van het vrouwtje. Makreel is dan wel minder qua hoeveelheid dan boontjes, het is wel erg lekker. Zo zie je maar, zelfs van die gekke mensen-crisissen hebben toch soms hun voordelen.

DierDier

In de ban van

masker

Als Brabander wordt het leven toch wat lastiger op het moment. Andere landgenoten zijn bang de brug bij Gorinchem over te rijden, beducht voor het gevaarlijke virus dat hen dan direct kan bespringen. Wat doe je, blijf je thuis als je een keer kucht, haal je extra boodschappen in huis voor het geval dat we hier ook Italiaanse toestanden krijgen? Of bewaar je de kalmte, luister je naar de richtlijnen van de overheid en was je goed je handen?

Ik persoonlijk kies toch liever voor het laatste. Natuurlijk, ik probeer het niet op te zoeken. Mijn maatje en ik hadden al besloten toch maar af te zien van een bezoek aan een drukke beurs toen we het bericht kregen dat deze sowieso werd uitgesteld. Het stelde ons toch wel een beetje gerust, we waren niet overdreven bezig. Maar om nu balen toiletpapier te gaan inslaan, dat ging me toch echt te ver. Gelukkig waren er ook nog geen vreemde taferelen bij de supermarkt waar ik altijd kom.

Als ik ’s ochtends naar mijn werk rijd, valt het me op hoe rustig het is op de weg. Normaal zijn er altijd files op mijn route maar nu kachel ik op mijn gemakje door. Ik besef dat dit allemaal niet goed is voor de economie van ons landje maar het is toch soms wel lekker. Even geen ergernis door op het laatst invoegende mensen en auto’s die denken dat ze nog wel even van dat kleine gaatje gebruik kunnen maken.

Wel sta ik stil bij de mensen die niet thuis kunnen blijven. Die op pad moeten om andere mensen te gaan helpen. Want naast de problemen die zij tegenkomen, zullen zij vast ook wel geregeld te maken krijgen met de domheid van mensen in paniek. Tenslotte weet iedereen het ook weer beter. Doet de overheid niks, dan zijn het sukkels, kondigen ze maatregelen af, dan is het ook weer niet goed. De experts van Facebook weten het weer allemaal beter. Richtlijnen zijn overdreven of te slap. Volgens de een moet het hele land in quarantaine, volgens de ander is het allemaal een complot om andere zaken in de doofpot te stoppen. En daar zul je dan als hulpverlener maar tussendoor moeten laveren. Ik geef het je te doen.

Voor mij is er voorlopig nog niks aan de hand. Ik probeer verantwoordelijk te handelen. En ach, dan maar een weekendje lekker binnen blijven. Glaasje, kaasje, kaarsjes aan. Laten we er maar het beste van maken, het zal best wel weer voorbij gaan.

GezondheidGezondheid

Recepten van vroeger

veggie food

Vegan is tegenwoordig het toverwoord in de keuken. Je kunt geen tijdschrift openslaan of geen website bezoeken of je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Alles moet verantwoord en vegetarisch. Vlees is iets dat niet meer kan. We hebben vervangers en we eten groenten. Vervangers, het klinkt bijna als sciencefiction. Dan denk ik terug aan het eten dat mijn moeder vroeger op tafel zette. We aten bijna iedere dag vlees, aardappelen en groente. In het weekend werd dit wel eens vervangen door nasi, iets nieuws in die tijd, of stevige soep. Maar in de week, als we naar school gingen en mijn vader moest werken, dan aten we Hollandse kost. Dat kon ook in de vorm van een ovenschotel, ik herinner me nog de prei- met aardappelpureeschotel. Wat mijn moeder er verder bij deed, heb ik eigenlijk nooit gevraagd. Maar het was wel heel lekker. Gewoon eenvoudig en eerlijk eten. Daar was toen nog niks mis mee. We aten bitterkoekjespudding, custardsaus over warme appels, suiker in overvloed. Dat was toen nog niet slecht. En eigenlijk was het ook niet slecht, want niet alles kwam uit een potje. Niet alles was chemisch behandeld met allerlei toevoegingen en e-nummers. Je kon het ook niet zo heel lang bewaren, eten bedierf eerder dan nu.

Ik weet ook zeker dat wij geen plofkip aten. Want mijn moeder wist precies waar het eten vandaan kwam. Ze haalde haar groenten en eieren bij boeren uit de buurt. Vlees kwam van de slager. Er kwam een man langs de deur met mosterd. Ik weet het nog goed, wij noemden hem oneerbiedig het mosterdmannetje en hij reed in een donkergroene NSU. Dat is allemaal verleden tijd, tegenwoordig kopen we alles in de supermarkt. NSU’s zijn niet meer zichtbaar in het straatbeeld. De boodschappen worden thuis bezorgd, dat wel, net als vroeger, maar toch is het anders. We weten niet meer waar ons eten vandaan komt. Supermarkten beconcurreren elkaar kapot. Ten koste van dierenwelzijn.

Maar uiteindelijk is het onze eigen schuld. Zolang wij niet meer willen betalen voor onze kippenpootjes, zullen er altijd misstanden blijven. En dat is iets waar ik wel rekening mee probeer te houden. Ik ben me er van bewust dat er veel dierenleed verborgen zit achter een plofkip. Kiloknallers zul je bij ons niet aantreffen. Liever minder en dan eerlijk.

Natuurlijk eten wij ook volgens de moderne richtlijnen. Niet te vet, niet te veel zout, veel groente. Maar als iedereen geniet van de erwtensoep die ik maak volgens het oude recept van mijn moeder, dan is dat voor mij toch wel een compliment. En dan zijn de food-influencers toch echt even vergeten.

Het laatste nieuws

laatste nieuws

Ik weet niet wat het belangrijkste nieuws is van de laatste dagen. Het Corona-virus dat nu ook Nederland heeft bereikt, of het feit dat Bridget en André na 3 maanden elkaars grote liefde te zijn geweest, nu weer uit elkaar zijn. Ik weet het echt niet. Je kunt geen krant openslaan, of in mijn geval geen nieuwssite aanklikken, of je wordt geconfronteerd met een van beide onderwerpen.

Het mooiste is natuurlijk weer het meelezen in de commentaren van de verschillende social media. Die arme man uit Loon op Zand. Naar een beurs geweest in Noord-Italië en dan besmet terugkomen. Hoe hij toch werd afgeschilderd. Hij was bijna een moordenaar dat hij toch carnaval was gaan vieren. Maar als je niet ziek bent, is er toch niks aan de hand. Je draagt het over door niezen en hoesten. Als je dat niet doet, kun je het ook niet overdragen. Althans, die kans is te verwaarlozen. Dit zeggen experts, niet ik. Dus lijkt het me ook niet eerlijk die man neer te zetten als een zware crimineel. Maar goed, de paniek schijnt toegeslagen te hebben in ons land. Bij geen enkele drogist is nog desinfecterende handgel te krijgen. Bijna alle handzeep is ook uitverkocht. Het wachten is nu op de run op mondkapjes. Misschien til ik er te licht aan hoor en ik zeg ook niet dat er geen voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden, maar mensen, laat je niet gek maken. Ik las ergens dat er waarschijnlijk meer mensen last hebben van de paniekepidemie dan van de Corona-epidemie. Een waar woord.

En als het niet gaat over de griep, dan gaat het wel over wat nu al de meest besproken break-up is van dit jaar. Die arme Bridget, had ze net de liefde van haar leven gevonden, loopt hij weer als een haas terug naar zijn ex. Wat dan toch blijkbaar de liefde van zijn leven is. Althans, op dit moment. Je vraagt je wel af waarom wij dat allemaal moeten weten. Natuurlijk maken de voor- en tegenstanders van de verschillende partijen elkaar verbaal af in de commentaren op alle posts. Ik volg geen van deze mensen, op geen enkel medium, maar zelfs ik ontkom niet aan alle bagger. Ik grijns en lees mee. Wat kunnen mensen toch dom uit de hoek komen. Ze vallen elkaar aan, op basis van niks, en hebben een mening over mensen die ze niet kennen en een situatie die ze niet hebben meegemaakt. Wat kan mij het schelen bij wie André Hazes slaapt. Als zijn ex hem de zoveelste misstap wil vergeven is dat toch haar zaak. Val mij er niet mee lastig.

Ik hoop van harte dat het Corona-virus snel in kracht afneemt en dat er niet meer slachtoffers vallen. Net als ik dat hoop van elke reguliere griepepidemie. En wat Dré en Bridget betreft, ach, er komt wel weer een nieuwe grote liefde van hun leven. Daar ben ik zeker van. En dan lees ik graag weer mee.

GezondheidGezondheid

Een gewone verkoudheid

verkoudheid

Ik denk in deze tijd vaak aan mijn schoonvader. “Je kunt het al goed zien aan de dagen”, was een van zijn gevleugelde uitspraken. Als je eindelijk kon merken dat de dagen langer werden. Of korter, maar dat vonden we uiteraard minder prettig. In het voorjaar was zijn gezegde meer dan welkom. Het lijkt wel of iedereen de winter beu raakt. En we hebben eigenlijk niet eens een winter gehad. Maar goed, al die regen komt op een gegeven moment ook je neusgaten uit. Dan denken we met weemoed aan de dagen vol vorst en zon. Heerlijk.

De griepepidemie begon ook pas laat dit jaar, pas half februari. Mijn maatje werd geveld maar ik wist het op de been te houden. Al proestend en snotterend. Verkouden, geen griep. Er is niks in de wereld wat ik zo irritant vind als verkouden zijn. Je hoofd vol watten, een loopneus, die na een paar dagen snuiten zo rood ziet als een tomaat. Je kunt blijven smeren wat je wilt maar het enige dat je bereikt is een bijtend gevoel en een  glimmende gok. En ik kan ook niet beschaafd niezen. Ik weet niet hoe het komt maar het lijkt bij mij wel een ontploffing. Mensen vragen regelmatig bezorgd of ik niks gebroken heb.

En eigenlijk, als je eerlijk bent, voel je jezelf best zielig. ’s Nachts kun je eigenlijk alleen maar op je rug slapen. Dan kun je nog het beste ademhalen. Maar ik slaap niet lekker op mijn rug. En als ik op mijn zij draai, loopt mijn neusgat dicht. Een vies verhaal, ik weet het, maar helaas de realiteit. Dus maar weer gaan zitten, snuiten en op mijn rug gaan liggen. Pfff, half 4, nog 3 uur slapen en dan moet ik al weer opstaan. Want thuis blijven met een verkoudheid is mijn eer te na. Dat gaat me niet gebeuren.

Dus, ’s morgens met een gammel hoofd onder de douche en op weg naar het werk. Want mij krijgen ze niet klein. De enige die ik voor de gek houd, ben ik zelf. Mijn collega’s hebben alle begrip want zo vaak ben ik niet ziek. De hele dag zit ik mezelf in de weg. Mijn oren suizen en het lijkt net of ik er niet helemaal bij ben. Uiteindelijk kan ik naar huis. Mijn maatje  vraagt bezorgd hoe het is gegaan maar moet stiekem ook wel lachen om mijn pipo-neus. “Blijf dan ook een dag thuis, dat geeft toch niks.” Maar nee, eigenwijs als ik ben, sleep ik me al bulderend door de dagen.

Ik ben bang dat het iets is van vroeger. Mijn moeder was niet zo flauw en als je kon lopen, kon je ook naar school. Of je nu verkouden was of iets anders triviaals had opgelopen. Het zou best over zijn voor ik een jongetje was. Er is niemand die zegt dat ik moet gaan werken. Het zit in mijn eigen hoofd. Maar ach, als het echt serieus is, val ik vanzelf wel om. Toch?

GezondheidGezondheid

Pincode perikelen

password-2781614_1920

Ik denk dat iedereen wel eens phishingmails heeft ontvangen. Een sms die je vertelt dat je ABN/AMRO bankpas binnenkort gaat verlopen en dat je even de link moet volgen om een nieuwe aan te vragen. Terwijl je denkt “huh, ik zit toch bij de Rabobank.” Lastiger wordt het natuurlijk als je inderdaad klant bent van de bewuste bank. Macht der gewoonte maakt vaak dat je toch op die link wilt klikken. Daar gaat de verzender natuurlijk van uit.

Onlangs ontving ik ook een mail met daarin de boodschap dat ik £ 400 moest betalen omdat anders mijn sexvideo’s online gezet zouden worden. Ik moest er om lachen, dat zou heel knap zijn, die video’s bestaan namelijk niet. Maar ik kan me voorstellen dat je toch onrustig wordt als je wel eens wat ondeugende opnames hebt gemaakt. Ik heb niet op de mail gereageerd. Heb er ook nooit meer iets van gehoord.

Toch is het lastig. Al die wachtwoorden en pincodes. Ik weet nog wel dat mijn schoonvader er ook altijd moeite mee had. Arme callcenter-medewerkers van Ziggo, ik weet zeker dat hij minimaal eenmaal per week aan de telefoon hing. “Mijn tablet doet het niet meer, hoe kan dat nou.” En niet dat zijn tablet het dan niet meer deed, maar op een of andere vreemde wijze wist mijn schoonvader het Wi-Fi-wachtwoord altijd te vernachelen. Ondanks het feit dat je dat eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Je logt de eerste keer in en daarna gaat het automatisch. Althans, bij de meeste mensen.

Het meest heb ik met hem gelachen toen hij een nieuwe telefoon ging kopen. De oude voldeed niet meer en wij wilden wel graag dat hij een mobiel op zak had. Je moest er toch niet aan denken dat hij met zijn scootmobiel ergens op de hei rondreed en pech kreeg. Of dat hij ‘gewoon’ met een lege accu langs de kant van een eenzaam polderweggetje stond. Want hij reed de hele provincie rond, mijn schoonvader. Mijn maatje had hem beloofd dat ze samen even naar een telefoonwinkel zouden gaan om een goed toegankelijk toestel uit te zoeken. Dat kon natuurlijk pas eind van de middag, mijn maatje moest werken. Halverwege de dag kreeg hij een telefoontje van pa, hij was er zelf al op uit geweest en had een prima telefoon gekocht. Ik zag in gedachten mijn maatje al zuchten. “Geen geduld, die man.”

Aan het eind van de middag kwam er weer een telefoontje, lang leve de vaste lijn. “Uh, zou je toch even langs kunnen komen?” “Ja, natuurlijk, maar waarom dan?” “Nou, ik was bezig met mijn nieuwe telefoon en nu geeft die aan dat ik de PUK code moet invoeren.” ”De PUK code?” “Ja, ik weet niet wat dat is.” “Maar pa, wat heb je nou precies gedaan dan?” Waarop mijn schoonvader een probleem voor veel oudere mensen feilloos blootlegde. “Ik moest mijn PIN code invoeren, en dan heb ik gedaan.” “Je PIN code, welke PIN code heb je dan ingevoerd?” “Nou gewoon, die van de bank……..”

Mijn maatje heeft het probleem voor zijn vader opgelost. En het was niet de laatste keer dat pa tegen dit soort zaken aanliep. Het blijft lastig, wachtwoorden en pincodes.

ComputerComputer

Patchwork

quilt-716838_1920

Soms ben je onbewust ineens jaren terug in de tijd. De vreemdste dingen kunnen dit triggeren. Zo brachten een paar patchwork pannenlappen, gemaakt door een aardige oude dame, me ineens weer terug naar een vakantie in de Elzas. De Elzas in het najaar, als de avonden nog heerlijk warm zijn maar wel wat korter. Als de meeste toeristen zijn geweest en de terrasjes dus plaats genoeg bieden voor het eten van Flammküchen en het drinken van Gewürztraminer.

We, mijn maatje, mijn zus en haar man, hadden een kleine camping uitgezocht, niet gereserveerd want dat hoeft normaal niet in september. De camping was ook nagenoeg verlaten toen we arriveerden. Geen probleem dus, we keken op ons gemak rond waar we wilden gaan staan. En stonden dan ook raar te kijken toen we bij de receptie hoorden dat er wel plaats was, maar niet overal. Er was veel gereserveerd. We keken elkaar eens aan en bedachten dat het wel mee zou vallen. Mensen kunnen zo overdrijven. De spullen werden geïnstalleerd en we namen een drankje. We zouden later wel in het dorpje gaan kijken waar we konden eten. Er waren meer kampeerders, maar gelukkig geen Nederlanders. Een kampeerclub in september is wel leuk om naar te kijken maar het nadeel van ANWB-echtparen is dat ze vaak ook alles beter weten. En dit ongevraagd met je delen.

Toen we na het eten weer terugkwamen bij onze Eriba-tjes, was het uitzicht drastisch veranderd. Overal waar we keken waren mensen zich aan het installeren. Er werden tenten opgezet, caravans geïnstalleerd, voortenten gebouwd. Het was een drukte van belang. We keken elkaar eens aan, zover als het oog reikte waren Nederlanders neergestreken. Wat was er aan de hand? Ach, we zouden het vanzelf gaan horen.

En inderdaad, een vriendelijke dame met verstandige schoenen en een dito kuitbroek bleef onderweg naar het badgebouw bij ons staan. Ze bekeek ons uitgebreid en vroeg “zijn jullie hier ook voor het weekend?” “Nee”, zeiden wij “we wilden eigenlijk een weekje blijven.” Ze aarzelde, een week? “Maar zijn jullie dan niet hier voor het patchwork-weekend?” Een patchwork-weekend, ik had er nog nooit van gehoord. Heel lang geleden, op de middelbare school, toen we nog handwerkles kregen, heb ik ooit eens een patchwork kussen moeten maken. Het was geen succes. De voldoende die ik ervoor haalde was volledig te wijten aan de hulp van mijn moeder. Ik snapte niks van die kaartjes. Mijn zus was al niet veel beter. Ze was wel wat handiger dan ik, maar toch ook geen diehard creatieveling.

We hebben onze ogen uitgekeken. In de ochtend stonden de echtparen klaar om naar het dorpscentrum te gaan. Uitgerust met enorme tassen, klaar voor de lapjesjacht. En waar wij de hele dag rondlummelden, een marktje bezochten en terrasjes pakten, waren zij druk met het scoren van dat ene stukje stof dat hun quilt zou veranderen van een ‘gevulde zak’ in een unieke deken. Het was ook te zien toen zij ‘s avond terugkeerden, moe maar voldaan. Ik denk dat zij ons net zo vreemd vonden als wij hen.

Het is jaren geleden, de kleine Eriba is verkocht en onze vakanties zien er tegenwoordig anders uit. Maar zo’n simpel woord brengt toch dierbare herinneringen terug.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Emancipatie

Emancipatie

Ik denk dat ik van mezelf kan zeggen dat ik best een geëmancipeerde vrouw ben. Ik werk, heb een eigen inkomen en mijn maatje en ik zijn altijd al gelijkwaardig geweest. In die zin is er niks aan de hand. Ik ben ook een groot voorstander van emancipatie. Vrouwen moeten kunnen doen wat ze willen, of dat nu buitenshuis werken is of thuisblijven omdat je dat nou eenmaal zo hebt afgesproken, het is allemaal goed. Als je maar doet wat je zelf wilt en waar je zelf achter staat. Er is in de loop van de jaren gelukkig veel veranderd, ten goede. De rare regel dat je als vrouw geen eigen bankrekening mag hebben zonder de goedkeuring van je echtgenoot is gelukkig al jaren afgeschaft.

Niet dat dat al heel lang zo is. Tot 1956 was een vrouw wettelijk handelingsonbekwaam. Als ik het zo zie staan, moet ik er bijna om lachen. Vrouwen mochten geen bankrekening hebben, geen verzekering afsluiten en als ze trouwden werden ze automatisch ontslagen uit overheidsdienst. Bizar toch. Zo konden ze een toegewijd echtgenote, moeder en huisvrouw zijn. Ik denk dat mijn maatje gillend bij me weg was gelopen, als ik hem heel toegewijd iedere avond zat op te wachten met zijn pantoffels. Als je wat verder graaft in de (best wel recente) geschiedenis, kom je heel wat van dit lachwekkende zaken tegen. Het feit dat ik er nu om kan lachen, wil wel zeggen dat er toen vrouwen voor gevochten hebben. Vaak alsof het tegen de bierkaai was. Het mannenbastion viel lastig te slechten.

Tot zover ben ik heel blij met wat de militante zusters hebben bereikt. Stel je voor dat ik huisvrouw had moeten worden. Daar was echt niemand gelukkig van geworden. Maar er moet me nu toch wat van het hart. Af en toe heb ik het idee dat we erg doordraven. Dat er geëmancipeerd moet worden om het emanciperen zelf. En niet omdat vrouwen daar gelukkiger van worden. Nu zijn de verkeersborden weer het onderwerp van gesprek. De figuurtjes die erop zijn afgebeeld, zijn niet vrouwelijk genoeg. Alsjeblieft zeg. Ik moet heel eerlijk zeggen, het was me nog nooit opgevallen. Laat staan dat ik er aanstoot aan had genomen. Straks gaan we nog zeggen dat de vormen van verkeerslichten niet vrouwelijk genoeg zijn. Of dat het lettertype van de matrixborden niet aansluit bij het vrouwelijke handschrift.

Het vervangen van die borden kost miljoenen. Ik vraag me af, zijn er geen nuttiger doelen om dat geld aan te besteden? Onderwijs, gezondheidszorg, ouderenzorg. Ik noem er maar een paar……

HuishoudenHuishouden

Dieet

Stef net wakker

Het was vroeg dit jaar, meestal begon het vrouwtje pas in het voorjaar te mopperen dat hij te dik werd. Hij hoorde het wel hoor, ze had het over “zijn dikke billen” en vond dat hij op dieet moest. Zelf heeft hij er niet zo’n last van. Eten is nu eenmaal lekker en voor een snoepje wil hij best even van zijn warme plekje op de bank komen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is zo veel donker dat het heerlijk tukken is op de vachten die zijn baasjes voor hem op de bank hebben gelegd. In de zomer moet hij steeds mee. Dat is ook leuk, maar als het zo vies is buiten of als het weer eens regent, is het toch maar beter om even een klein rondje te lopen en dan snel weer in zijn hoekje te kruipen.

En dat hij dan wat ronder werd, ach, dat hoorde er nou eenmaal bij. Het vrouwtje had het steeds over “slecht voor zijn gewrichten” en “allemaal mee moeten slepen”. Wat een onzin toch. Hij ziet wel eens mensen die veel ronder zijn dan hij. Overigens horen het baasje en het vrouwtje daar niet bij. Daar kan hij helaas niks van zeggen.

Het is dus komende tijd zaak om goed op te letten. Als hij namelijk zijn eten krijgt van het baasje, krijgt hij een behoorlijk volle bak. Als het vrouwtje eerder is, krijgt hij vaak maar een handjevol brokjes. Wel boontjes, dat dan weer wel, maar echt niet veel brokjes. Jammer dat hij het baasje niet wakker kan gaan maken. Sinds hij ’s nachts een keer stiekem naar boven is gegaan om op het bed te slapen, houden ze de deur zorgvuldig dicht.

Maar het kan toch altijd nog erger. Een tijdje geleden kreeg hij alleen maar komkommer en wortelen. Dat was echt vies zeg. Dat is toch geen hondeneten. Brr. Hij heeft het twee dagen volgehouden maar toen is hij in hongerstaking gegaan. Het vrouwtje had niet zo’n medelijden maar gelukkig had hij in het baasje een medestander. Het werden weer boontjes en brokjes.

Hij hoort het het baasje wel eens zeggen, “die hond heeft echt de hele dag honger”. Nou, honger is niet precies het woord, trek is meer een goede uitdrukking. En dan vooral zin in die oren. Die krijgt hij iedere avond één. Zo ongeveer een uur nadat hij zijn brokken heeft gehad. Hij houdt het goed in de gaten, rond die tijd gaat hij altijd bij het baasje zitten. Stel je voor dat die het vergeet. Het vrouwtje moet dan altijd lachen, “Stef heeft weer op zijn horloge gekeken”. Geen idee wat dat is maar het heeft er mee te maken dat hij zo goed oplet. Ze trekken er wel een vies gezicht bij, het baasje en het vrouwtje, maar hij vindt ze heerlijk. En wat nou stinken, zo ruikt dat toch gewoon. Mensen zijn af en toe toch wel viesneuzen hoor. Maar wel van dat stinkende spul uit flesjes gebruiken. Yak.

Nou ja, niet erg dat ze het vies vinden. Des te meer blijft erover voor hem. En die paar extra kilootjes, die rent hij er komende zomer wel weer af.