Rentenieren

bench-1839735_1280

Het zat in de planning, al een hele tijd. Hij riep het eigenlijk al vanaf de tijd dat hij net goed en wel als zelfstandige was begonnen. “Op mijn 55e stop ik met werken!” De datum wist hij ook al, net als het jaartal. Het klonk als een grap en zo was het in de beginjaren ook bedoeld. Op je 55e, goh, dat duurt nog zo lang.

Maar de jaren gingen voorbij. Hij had veel plezier, werkte hard en liep zeker ook tegen problemen en verdriet aan. Net als ieder ander mens, helemaal niet bijzonder. Zijn 55e verjaardag kwam heel langzaam dichterbij gekropen. Hij lette er niet op, was er niet mee bezig. Hij merkte wel dat het werken hem steeds zwaarder viel, tenslotte had hij al jaren veel van zijn lichaam gevergd. Hij begon er over na te denken, stopte het weg, dacht er weer eens over en merkte toen tot zijn verbazing dat zijn maatje er ook mee bezig was. Ze kwam met het voorstel om het nu echt te doen, stoppen met werken.

Het klonk aanlokkelijk. Maar ook griezelig. Hij stopte het maar weer weg. Toch, steeds vaker, kroop  het naar boven in zijn gedachten. En hij ging er over praten. Want hoe moest dat dan?

Na veel samen praten werd de knoop werd doorgehakt. Hij verkocht alle spullen, zocht een goede collega die zijn klanten overnam en stopte. Het ging niet zonder slag of stoot, het verlies van zijn vader overschaduwde zeker de eerste maanden.

En stoppen met werken bleek helemaal niet zo makkelijk als hij dacht. Natuurlijk, hij hoefde niets meer, dat was fijn. Maar die haast, die zat nog altijd in zijn lijf. Ik moet dit, ik moet dat. Hij was gewend iedere minuut voor zichzelf te moeten verantwoorden. De planning die hij iedere week opstelde, moest wel gehaald worden. Hij bleef maar plannen. En eigenlijk hoefde hij niks meer. Vakantie was geweldig, maar dit was geen vakantie. Wat moest hij nu gaan doen. Het maakte hem onrustig.

Uiteindelijk merkte hij dat het moeten inderdaad alleen in zijn eigen hoofd zat. Dat gaf wel rust. Hij mocht zo lang denken als hij wilde, hij hoefde nu niet te beslissen. En er zou best wel iets op zijn pad komen. Wat dat was, wist hij nog niet. Maar dat gaf niet, dat zou vanzelf wel komen. En tot die tijd, ging hij lekker genieten van het “rentenieren”.

 

Eindelijk weer behendigheid

two-dogs-in-the-tunnel-750598_1920

Na een behoorlijk aantal maanden wachten is het vanavond dan eindelijk weer zo ver. Stef mag weer naar zijn geliefde behendigheidsles. Hij is voor zijn laatste controle bij de dierenarts geweest en deze heeft verklaard dat hij meer dan 100% is genezen. Zelfs de artrose, veroorzaakt door het te lang doorlopen met zijn ernstige blessure, is helemaal verdwenen. Stef mag weer rennen en vliegen naar hartelust. Dus belde ik de mensen van de hondenclub om te vragen of we weer konden komen. En dat kon, gelukkig.

Natuurlijk wist Stef van niks. Het was voor hem al zo lang geleden, mijn maatje en ik vroegen ons af of hij het nog wel zou weten. Maar die donderdagavond kreeg hij geen eten op zijn normale tijd. Dat vond hij al verdacht. Geen brokjes, wat was dat nou? Ik liep naar boven om me om te kleden. Ik moet wel voldoende snoepjes in mijn broekzakken kunnen stoppen, tenslotte draait het allemaal om de beloning. Stef stond al achterdochtig te kijken toen ik beneden kwam. Binnen een paar seconden drong het tot hem door. We gingen weer, hij mocht weer. In zijn enthousiasme sprong hij me bijna omver. Weer een paar blauwe plekken erbij, ach.

We kunnen lopen naar de club, het is bij ons om de hoek. En ik was blij dat het niet veel verder was, Stef trok bijna mijn arm uit de kom. En ja hoor, zijn sportmaatjes waren er nog. Er werd weer gesnuffeld “ja, je bent het echt”. Alsof we er geen jaar tussenuit waren geweest.

Het toeval wilde dat er die avond een clubwedstrijd was. Drie rondes volgens een vastgesteld parcours. Stef kon niet wachten tot hij aan de beurt was, hij sprong heen en weer van enthousiasme. En eindelijk mochten wij dan van start. Vol verwachting keek hij naar me en volgde naar de eerste hindernis. Hij wist het nog, keurig ging hij zitten om op het startsein te wachten. Pas halverwege maakte hij in zijn enthousiasme een fout. De tweede en derde ronde gingen foutloos, de derde maakte hij zelfs de snelste tijd. Wat was ik trots op die kleine man. De instructeur keek tevreden. Wel moesten we het bij die drie rondes laten, nog niet te veel inspanning. “Morgen zal hij wel spierpijn hebben.”

Na een vrolijk “tot volgende keer” gingen we allebei voldaan naar huis. Stef begroette zijn baasje en klom op de bank. Even later lag hij tevreden te snurken. En ik, ik genoot.

 

Geur van herinneringen

gold-shrub-1328562_1280

Het is echt een cadeautje, prachtige herfstdagen met hoge temperaturen. Lekker buiten, schoppen door de afgevallen bladeren maar nog geen dikke jas aan. Heerlijk. ‘s Ochtends is het fris, soms zelfs mistig. Maar dat geeft niet, het enige nadeel van de hoge temperaturen is namelijk dat het niet ruikt naar herfst. Het is te droog in de natuur. Dat komt vast nog wel, dus daar zal ik niet over klagen.

Ik hou zo van die geur. Ik weet wel, het is eigenlijk gewoon maar rottend blad, maar ik blijf maar snuiven. Geuren kunnen zo snel herinneringen oproepen. Het brengt me in een oogwenk terug naar mijn jeugd.

Mijn ouderlijk huis had een ouderwetse parketvloer. Mijn moeder boende die, op haar knieën, met een grote zachte lap en ouderwetse boenwas. Door het jaar heen werden de stukken bijgehouden waar veel gelopen werd maar eens in het jaar, in het voorjaar, werd de hele vloer onder handen genomen. Het hele huis rook dan naar boenwas. Als mijn moeder klaar was, kocht ze een grote bos forsythia. Ik zie de ouderwetse vaas nog zo voor me. De combinatie van boenwas en die mooie gele bloesem betekent voor mij nog altijd lente.

En datzelfde heb ik met het najaar. Dat begon voor mijn gevoel eigenlijk al eerder, aan het einde van de zomervakantie. Die duurde voor ons kinderen voor het gevoel een eeuwigheid, Aan het einde van die vakantie mochten we met mijn vader mee naar school. Als onderwijzer ging hij altijd zijn klaslokaal in orde maken voordat het weer overspoeld werd door lawaaierige kinderen. Wij mochten dan op ieder tafeltje een schriftje, pennen, potloden en gummetjes neerleggen. Ook die materialen hadden hun eigen specifieke geur. Wat later, toen ik op de middelbare school zat, rook ik datzelfde als we schoolinkopen gingen doen. Ik kan het niet omschrijven, het is de geur van een nieuw schrift wat nog helemaal onbeschreven is. Sommige leerlingen schreven verder in hun schrift van vorig jaar. Dat was voor mij ondenkbaar, ik moest een nieuw jaar beginnen in een nieuw schrift. Voeg daarbij de geur van de herfst tijdens de fietstocht naar school en mijn melancholie is compleet,

Zo zijn er in de loop van de tijd veel geuren bij gekomen. IJkpunten in mijn eigen eenvoudige geschiedenis. De geur van desinfectiemiddel in het ziekenhuis, de geur van houtvuur op een zomeravond, het zijn allemaal herinneringen. Mooie en minder mooie. Ik hoop er nog veel te kunnen maken.

 

Los op elkaar

 

Ik blijf me verbazen. Mijn maatje is altijd op zoek naar nieuwe informatie over hoofdpijn dus hij is ook lid van een Facebook-groep met dit onderwerp. Het brengt hem heel veel nuttige informatie, zeker. Daarom blijft hij ook regelmatig kijken. Maar ook in deze groep van zogenaamde lotgenoten gaan sommige mensen volledig los in hun commentaar op elkaar. Ik lees mee en vermaak me.

Niet iedereen is hetzelfde en niet iedereen gaat hetzelfde om met hoofdpijn. Er zijn mensen die niet meer functioneren en dus ook niet meer kunnen werken. Maar er zijn ook mensen die doorbikkelen en zichzelf hebben voorgenomen zich niet te laten kennen. Geen van tweeën doen het goed of fout. Althans, in mijn ogen. Het is maar net hoe je zelf met zaken om kunt gaan en hoe heftig je aandoening zich manifesteert. Maar dat is maar een mening. En sommigen zijn toch echt een andere toegedaan.

Laatst nog. Een groepslid vroeg in het algemeen hoe medeleden omgaan met een bepaalde aandoening. Een levendige discussie ontspon zich. Maar iedereen was het er wel over eens dat je hier serieus mee om moet gaan, of het nu een gevolg is van de je aandoening of je “gewoon” overkomt.  Therapieën werden aangeraden, levenswijzen werden voorgesteld. Tot er iemand was die het nodig vond dit in het belachelijke te trekken. Hij was blijkbaar wel een ervaringsdeskundige maar er van overtuigd dat alleen zijn zienswijze de juiste was. Dat in combinatie met een neerbuigende toon was voldoende om een stroom aan commentaren uit te lokken. De beledigingen, al dan niet gespeld in behoorlijk Nederlands, vlogen in het rond.

Gelukkig heeft de groep een verantwoordelijke beheerder en deze greep direct in. Voor de zoveelste keer wees zij er op dat de groep bestaat uit lotgenoten die alleen verbonden zijn door hun aandoening dus niet allemaal hetzelfde zijn. En dat we met respect met elkaar om gaan. De aanstichter van de discussie vond het blijkbaar genoeg en verliet de groep. Waarschijnlijk hebben meerdere mensen een zucht van verlichting geslaakt.

Ik was het helemaal eens met de handelswijze van de beheerders. Maar het is toch wel een ‘guilty pleasure’ van me om eens door zo’n discussie heen te scrollen. Wat mensen toch verzinnen om elkaar te beledigen, ik vind het onvoorstelbaar. En die mensen kennen elkaar niet eens, hebben elkaar nog nooit ontmoet en in de ogen gekeken. Toch zijn ze er van overtuigd dat de ander echt van de pot gerukt is en vooral zijn of haar gore bek moet houden. Dit zijn citaten, ik heb het niet zelf verzonnen.

De veroorzaker van deze discussie neemt niet meer deel aan de groep. Gelukkig zijn er op andere plaatsen voldoende andere heethoofden die van zich doen horen. Facebook, Twitter, je kunt er je hart ophalen. Ik geef nooit commentaar, ook niet als mijn handen jeuken. Maar ik lees graag mee.

 

Napoleon

napoleon-33073_1280

Napoleoncomplex is een informele term uit de psychologie. Het is een vorm van minderwaardigheidscomplex. Alfred Adler was de eerste die de term gebruikte, waarmee hij doelde op een overgecompenseerd gevoel van minderwaardigheid.

De naam is ontleend aan Napoleon Bonaparte. Adler zag hem als voorbeeld van iemand die extreem ambitieus gedrag vertoonde om minderwaardigheidsgevoelens over zijn geringe lengte te compenseren. Zo zei Napoleon ooit tegen maarschalk Ney: “U bent dan wel langer, maar ik ben groter”.

Napoleon was met ongeveer 1,67 m overigens niet kleiner dan de meeste Europeanen van zijn tijd. De wijdverbreide opvatting over zijn geringe lengte valt vooral terug te voeren op Engelse spotprenten uit het begin van de negentiende eeuw. Bovendien leek hij relatief klein omdat hij zich omringde met lijfwachten die allemaal flink langer dan gemiddeld waren.

(Bron: Wikipedia)

Mijn eerste baas was zo’n Napoleon. Een klein mannetje met een ego dat ver boven hem uit steeg. Natuurlijk had hij zijn kwaliteiten maar die lagen voornamelijk in het verleden. Automatisering hield zijn geheim streng voor hem verborgen. Mijn collega’s en ik maakten daar dankbaar misbruik van. Hij wilde namelijk ook niet toegeven dat hij er weinig van begreep. De nieuwste apparatuur was ook altijd voor hem. Als een collega een nieuwe laptop nodig had, kreeg hij die van de manager en werd voor hem een nieuwe besteld. “Hij krijgt weer een nieuwe bureaulamp”, was steevast het commentaar van een nuchtere collega. Deze gaf hem ook altijd een blanco diskette als er een update kwam van het rekenprogramma dat wij altijd gebruikten. De arme man heeft het nooit geweten. We hebben het hem ook nooit verteld.

De mooiste anekdote vond ik die keer dat diezelfde collega stiekem op de laptop van onze manager een wachtwoord had ingesteld. “Eens zien hoe lang het duurt tot hij er achter komt.” Er gingen weken voorbij maar er gebeurde niks. Blijkbaar had hij nog niet geprobeerd in te loggen. Alle collega’s kenden het wachtwoord, qwerty, wat door onze automatiseringsafdeling standaard werd gebruikt. Het mocht natuurlijk niet teveel opvallen, we moesten wel allemaal dezelfde smoes kunnen gebruiken.

De laptop stond eenzaam op zijn bureau. Niemand keek er verder naar om. Tot het moment dat een collega, het hoofd van onze administratie, een laptop nodig had om thuis wat zaken af te maken. En zich wendde tot onze manager. “Zeg, kan ik jouw laptop vanavond lenen, ik kom anders echt in tijdnood.” De arme man durfde geen nee te zeggen. Die avond ging om negen uur mijn telefoon. “Uh, ik heb iets heel doms, ik ben mijn wachtwoord vergeten en nu kan Gerard niet inloggen”. Ik had veel moeite mijn lach te houden, inwendig schudde ik en viel bijna van de bank. “Oh, ik weet het niet, ik denk dat het gewoon ‘qwerty’ is, dat gebruikt automatisering toch altijd.” Een zucht van verlichting klonk aan de andere kant. “Ach ja, dat zal het zijn.”

De dag erna schoof hij schichtig binnen. Ik vertelde het verhaal in geuren en kleuren aan mijn collega’s. Wat hebben we gelachen. Wat moet die man zich ongelukkig hebben gevoeld. Maar goed, uiteindelijk veroorzaakte hij het zelf. En eerlijk is eerlijk, veel heeft hij er niet van geleerd. Tot aan zijn pensioen is hij een zeer belangrijk man geweest. In zijn eigen ogen.

 

 

 

 

 

 

Afspraak is afspraak

money-1302835_1920.jpg

Ondanks alles zijn wij Nederlanders een principieel volkje. We gaan nog altijd uit van het standpunt “afspraak is afspraak”. En natuurlijk, er kan altijd iets tussenkomen, maar dan laat je het weten. Mensen die hier de hand mee lichten, kunnen meestal rekenen op behoorlijk wat commentaar.

Zoals te verwachten is dit in een Afrikaans land heel anders. Alle afspraken, of het nu vergaderingen zijn of sociale afspraken, zijn altijd ondergeschikt aan eigenbelang. Een uur te laat komen, of helemaal niet verschijnen, wordt door de meeste mensen als heel normaal geaccepteerd. Ook als je niet eens de moeite hebt genomen om even te laten weten waarom je verhinderd bent. Zelfs de stichtingen die vrijwilligers leveren worden hiermee geconfronteerd. Hoezo dankbaar zijn, het is toch Allah die heeft gezorgd dat deze vrijwilligers doen wat zij doen.

Natuurlijk moet je dit als buitenstaander tot op zekere hoogte accepteren. Binnen de hekken van een Nederlandse compound gelden echter andere regels. Er zijn vastgestelde werktijden en je pakt niet iets dat van een ander is. Simpel, zouden wij zeggen. Het blijkt echter niet zo heel eenvoudig als het lijkt. Als iets er al een tijdje ligt zonder gebruikt te worden, dan kun je het toch net zo goed meenemen? Of niet dan?

Het grootste probleem is echter het liegen. En dan wel om de simpelste dingen. Een bepaalde stichting in Gambia sponsort meisjes zodat zij naar school kunnen. Een regel daarbij is wel; er wordt niet gestolen en er wordt niet gelogen. Gebeurt dat wel, dan stopt de sponsoring direct. Dat klinkt misschien hard, maar het is de enige manier. Als er gelogen wordt over kleine dingen, wordt er zeker gelogen over grote zaken.

Een schrijnend voorbeeld hiervan is een meisje dat een kwitantie wilde inleveren ter waarde van één euro. Het papiertje was echter gekopieerd en er was een gedeelte wit gelakt. Daar was iets anders overheen geschreven. “Nee, nee, ik heb dit echt zo van school gekregen.” Argwanend door ervaring werd er contact opgenomen met de schooladministratie. Er valt altijd te controleren wat bepaalde zaken kosten. De administrateur stond perplex, de kwitantie was overduidelijk vervalst. Voor de stichting was maar één reactie mogelijk, hoe verdrietig ook. De sponsoring werd gestopt, het meisje kon niet meer naar school.

De dag erna meldde het meisje in kwestie zich. Voor ze zelf van wal kon steken, werd haar gevraagd waarom ze gelogen had en de kwitantie had veranderd. Waarom voor één euro. Het meisje bleef stug volhouden dat ze de kwitantie zo had gekregen. Helaas voor haar werd de administratie van school eerder geloofd. Even later kwam haar moeder, zij maakte het verhaal nog erger. “Nee, het was voor een pasfoto en het was niet de administrateur maar een leraar die de kwitantie had veranderd.” De vrijwilliger had moeite niet in woede te ontsteken. “Laat die leraar dan maar komen om het uit te leggen.” Weinig kans, die man komt echt niet, die heeft er nl. helemaal niks mee te maken.

Dus heeft dit meisje haar toekomst op het spel gezet voor één euro. Ze was de beste van haar klas maar kan nu niet meer verder. Omdat ze niet wil toegeven dat ze heeft gelogen. De principes van de stichting zijn strak, de sponsoring stopt. Dit klinkt wellicht hard maar toegeven betekent dat het hek van de dam is. Het is heel jammer maar de voorwaarden zijn vooraf uitgebreid toegelicht. En toen is er instemmend geknikt. Helaas is het daar voor deze mensen bij gebleven.

Het valt niet mee om ter plekke te blijven helpen. Hoeveel makkelijker is het om, zoals de meesten van ons dat doen, een klein bedrag te storten en te denken “veel succes er mee”. Wij lopen niet tegen die cultuurverschillen aan. Wij oordelen van een afstandje, lekker makkelijk. Gelukkig blijven er mensen zijn die zich daar te plekke inzetten. En daar heb ik veel respect voor.

 

Heerlijk herfst

stoofpeertjes.jpg

Als wij in september op vakantie gaan, is het altijd maar de vraag of het mooi weer is. We blijven in de buurt, in de Belgische Ardennen, dus we kunnen niet uitgaan van warm weer of zelfs droog weer. Deze onzekerheid weegt voor mij alleen niet op tegen de geur van de herfst. In de ochtend kun je het al ruiken, ietwat vochtig, ietwat rottend blad. Mijn maatje deelt maar ten dele mijn voorliefde voor de geur van rottende natuur, voor hem is het een voorbode van de winter. Voor mij ook, maar ik kan toch wel genieten van dat laatste knallen van de natuur. Nog even uitpakken in de meest mooie kleuren.

Op de camping waar wij geregeld komen, staan een paar perenbomen op het terras. Hier wordt niet veel mee gedaan. De meeste peren komen al rottend aan hun eind, honden worden er van af getrokken en eventueel passerende ratten hebben een feestmaal. Dit jaar zagen echter de peren er zo mooi uit dat ik ze niet kon weerstaan. Ik maak stoofperen namelijk op een heel moderne manier. Mijn moeder kookte ze in water, met rode suiker. De pan stond een paar uur te pruttelen en het resultaat waren lichtroze peertjes die, met excuus aan mijn moeder, smaakten naar het water waar ze in gekookt waren. Ik vond er niet veel aan. Tot ik tegen een recept aan liep dat er heel anders uit zag. Met zwarte peper, kaneel, maar vooral ook veel rode wijn en een flinke scheut port. Volledig geschikt voor de magnetron. De alcohol vervliegt, dus dat is geen probleem, maar de smaak blijft. Pittig, gepeperd en prachtig rood.

Ik klom op een stoel en trok wat peren van de boom. Natuurlijk kreeg ik direct hulp en samen met een dame van de camping plukte ik een grote doos met peren. Bij de plaatselijke supermarkt werden de benodigde ingrediënten ingeslagen, kaneel, steranijs, port, wijn. Niet direct de meest gangbare zaken die je in je vakantie koopt maar wel grappig om ook een keer in je karretje te hebben.

Op de camping trof ik de voorbereidingen. Mijn maatje was zo lief geweest om ondertussen alle peren al te schillen. Geen makkelijke klus, stoofperen zijn vreselijk hard. De wijn, suiker en peper ging in een schaal en in de magnetron. Ons plekje begon te ruiken als een regelrechte whisky-stokerij. Daarna de peren en verdere toebehoren in de magnetron. Het ruikt naar de kroeg maar het smaakt voortreffelijk.

Natuurlijk heb je altijd te veel. Het voordeel daarvan is dat je kunt uitdelen. De hele camping ging aan de stoofperen. Heerlijk, wat is de herfst toch een prachtig seizoen.

 

Vrij weekend

beach-1661720_1920

Verschillen in culturen uiten zich soms in de kleinste zaken. Zo is het in Gambia helemaal niet gewoon om een tuin te hebben. Iets waar wij in Nederland al heel wat jaren aan gewend zijn. Dus het wieden van onkruid, voor ons de normaalste zaak van de wereld, is daar een eeuwigdurende strijd tussen tuineigenaar en tuinman. Bovendien stelt de laatste, is het veel handiger een plant uit te trekken die al wat groter is, ook al is het onkruid. Dus waarom op je knieën die kleine plantjes verwijderen. Je kunt veel beter wachten tot ze wat groter zijn. Scheelt werk. Dat dat niet de essentie is van een tuin, ontgaat hem volkomen.

Hetzelfde gebeurt bij het verzoek om het gras te maaien. “Hoezo, dat is toch nog helemaal niet hoog.” De geduldige uitleg; “de bedoeling van een gazon is dat het kort is, en dat is ook makkelijker met maaien”, komt niet helemaal aan. Rare jongens, die Europeanen.

Niet dat de mensen niet behulpzaam zijn, of van goede wil, dat is niet het probleem. Helemaal niet. Ook niet als het gaat om hulp in de huishouding. Maar stoffen boven ooghoogte, dat is toch echt overbodig werk. Dat zie je niet eens. En wie gaat er nu op zijn knieën zitten om de plinten te inspecteren? Zonde van je tijd om daar aandacht aan te besteden.

Nee, dan is het heerlijk om een keer alles achter te laten en een weekend naar zee te gaan. Als je om 07.00 uur ’s morgens opstaat, kom je alleen de dorpsvrouwen tegen die naar hun tuinen gaan. Zij verbouwen groenten en bewateren deze de hele dag. Ze hebben een paar lokale putten waar zij met een emmertje aan een touw water uit kunnen halen. Van de vroege ochtend tot de late middag zijn ze hier mee bezig. Dan lopen ze naar huis, wat vaak ook nog een uur gaan is. Je kunt gerust bewondering hebben voor deze vrouwen, AH.nl komt hier niet voorrijden met een krat vol boodschappen.

Het strand is leeg, er is niets dat het uitzicht bederft. Geen bar, geen restaurant, geen moderne lounge-club waar je voor veel te veel geld wazige dingen eet en drinkt. Geen schreeuwerige borden die je er op wijzen dat dit ‘the place to be’ is. Nee, een strand zoals een strand bedoeld is. Zand, water, zon. Het echte vakantiegevoel. Even geen zorgen, even geen oplossingen hoeven bedenken. Alleen maar stilte en rust. De geluiden van de natuur. Het enige dat je dan kunt doen, is stil zijn.

Morgen vangt het gewone leven weer aan. Ook in Gambia is het soms nodig even er tussenuit te gaan en gewoon te genieten. Waarschijnlijk is dit een overeenkomst tussen alle culturen.

 

 

Tante nonnetje

klooster

Heel af en toe kom je er nog een tegen. Een non. Meestal gekleed in een zwarte of grijze jurk, degelijke kousen en stevige schoenen. En een kap, natuurlijk. Alle haren zorgvuldig weggestoken onder een sluier.

Als kind hadden wij ook een tante nonnetje. De zus van mijn opa was ingetreden in een Frans klooster. Haar ouders hadden niet voldoende geld voor de bruidsschat die zij moest meenemen naar een Nederlands klooster, dus vertrok zij naar het buitenland. Natuurlijk moest ze daar wel hard werken, zij werd operatiezuster. Het klooster was verbonden aan een ziekenhuis, de moeder-overste van het klooster was tevens directeur van het ziekenhuis. Dat kon toen nog.

Regelmatig was zij een paar dagen op bezoek bij mijn opa en oma. Wij vonden dat wel interessant. Ze bracht ook vaak snoepjes voor ons mee, vaak gekonfijte amandelpitten. In Nederland niet bekend maar in Frankrijk geschikt voor iedere gelegenheid. Ik weet nog dat zij, toen mijn jongste zus werd geboren, voor iedereen een klein zakje roze exemplaren bij zich had.

De Franse taal is niet makkelijk. Het viel me op de middelbare school niet altijd mee. Vooral de boeken die we moesten lezen voor de boekenlijst waren best een opgave. De Kleine Prins werd door mijn leraar niet geaccepteerd. Het verhaal was dan misschien ook wel geschikt voor volwassenen, de taal was niet precies wat hij bedoelde met literatuur. Dus begon ik een briefwisseling met mijn oudtante, in het Frans. Natuurlijk over koetjes en kalfjes, tenslotte lagen haar en mijn wereld mijlenver uit elkaar.

Maar het hielp wel. Het vervoegen werd makkelijker en ik leerde meer woorden kennen. Een paar jaar schreef ik regelmatig. En zij schreef terug. Later werd het minder maar toch stuurde ik haar met kerst een volgekriebelde kaart. En ik kreeg er een terug. Haar handschrift werd wel wat bibberiger maar het bleef toch prima te lezen.

Ik werd ouder, leerde mijn maatje kennen en ging met hem samenwonen. Plotseling stopten de kerstkaarten. Ik, in mijn naïviteit, zocht er in eerste instantie niets achter. Misschien had ze mijn nieuwe adres niet, misschien was ze het vergeten, tenslotte werd ze ook een dagje ouder. Ik maakte er een keer een opmerking over tegen mijn moeder. Ze mompelde wat en nam een ontwijkende houding aan. Het wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en ik wilde weten wat er aan de hand was. Na lang zeuren was mijn moeder eindelijk bereid de waarheid te vertellen.

Tante nonnetje bleek niet zo ruimdenkend te zijn, het “behandel uw naaste gelijk uzelf” was toch lastig in praktijk te brengen. Vooral ten opzichte van iemand die niet wettelijk gehuwd is. Mijn moeder schaamde zich. Ik heb er hartelijk om gelachen.

Ik heb mijn tante nooit meer gesproken. Ze heeft een hoge leeftijd bereikt en is rustig ingeslapen. Waarschijnlijk in de veronderstelling dat het gelijk aan haar zijde was. Ach, iedereen heeft recht op zijn eigen mening.

 

Bijzondere eigenschappen

storage-1209606_1920

Ieder mens heeft recht op een aantal bijzondere eigenschappen. Zo hou ik van sorteren. Dat klinkt redelijk dwangmatig maar ik kan er prima mee leven. Sorteren geeft me rust, vooral in mijn hoofd.

Ik weet nog dat we mijn schoonouders hielpen met verhuizen van een huis met schuur en garage naar een seniorenappartement. Dat op zich was al een klus, er moest van heel veel zaken afscheid genomen worden. Met name de inhoud van de schuur was een probleem. Al die potjes met spijkertjes en schroeven. Mijn schoonvader had alles gesorteerd en geclassificeerd onder de noemer “van alles wat”. En omdat mijn maatje nu eenmaal ook niet sterk is in weggooien, ging de meeste voorraad mee naar huis. En toen ging ik sorteren, heerlijk. Verstand op nul en schroefjes schuiven. Ik werd er helemaal rustig van.

Ik tel ook. Ik kan prima zien wat drie of vier suikerklontjes zijn maar toch tel ik ze af. Een, twee, drie, vier.

Toen ik op mijn arm de initialen van mijn maatje en mijzelf liet tatoeëren, was ik daar toch niet tevreden mee. Wel met de letters zelf, die waren precies zoals we wilden. Maar het gevoel dat er iets miste, bleef aan me knagen. Het duurde even voordat ik het begreep. En een afspraak maakte bij de verantwoordelijke voor die initialen. Hij zette op mijn andere arm een kleine afbeelding van mijn sterrenbeeld. “Kijk” zei ik tevreden, “nu loop ik weer recht.” De tattoo-man keek me verwonderd aan, ik denk niet dat hij die reactie vaak kreeg.

Het wordt wel wat minder hoor. De neiging om alles recht te zetten kan ik tegenwoordig prima onderdrukken. En ik kan heel goed leven met het feit dat andere mensen geen last hebben van een gebrek aan symmetrie.

Ach, degene die er het meeste de draak mee steekt ben ik zelf. Ik zie mezelf de dingen recht zetten. Net als mijn vader vroeger als hij de tafel dekte voor het ontbijt. De botervloot kaarsrecht naast de broodschaal. Ik heb het denk ik van geen vreemde.