Kinderboeken

Kinderboeken

Vroeger kon ik uren lezen. Iedere woensdagmiddag fietste ik naar de bibliotheek om het maximale aantal boeken te halen. Thuis vouwde ik mezelf op in een hoekje van de bank en las. Heerlijk. Het kwam regelmatig voor dat ik aan het einde van de middag een of meer boeken al uit had. Wat ik las, veranderde natuurlijk door de jaren heen. We gingen van Wipneus en Pim, naar Pinkeltje en van Pitty op kostschool en de Olijke tweeling naar de romannetjes.

En wat te denken van Pippi Langkous. We wilden toch allemaal zijn zoals zij.

Thea Beckmann was ook een van mijn favoriete schrijfsters. Kruistocht in spijkerbroek heb ik een paar keer gelezen. Ook dat maakte me niet uit. Als ik geen ‘nieuw’ boek had, las ik gewoon een boek dat ik al kende. Als het maar letters waren. “Jij leest zelfs het melkpak”, zei mijn vader wel eens.

Wat ik wel eens denk, is of al die boeken nog wel mogen. Puk en Muk, oei, dat komt vast niet meer door de hedendaagse censuur.

De broer van mijn vader was kloosterling, hij maakte deel uit van de congregatie van de Fraters van Tilburg. Op zich was dat geen verdienste maar wat het voor mij interessant maakte waren de bibliotheken die zich in de kloosters bevonden. Want dat was een werkelijk walhalla voor mij. Als is dat woord in deze context natuurlijk niet helemaal gepast. Die bibliotheken, daar kon ik uren in doorbrengen. De muffe geur van oude boeken, heerlijk. In de grote bibliotheek in het zogenaamde Moederhuis lagen zelfs boeken achter glas. Geschreven exemplaren, waar kloosterlingen dagen, weken, maanden mee bezig zijn geweest. Natuurlijk mocht je die niet vasthouden, helaas.

De boeken in die bibliotheken waren eigenlijk ook helemaal niks voor mij en mijn zussen. Dikke boeken over heiligen en hele jaargangen van de Engelbewaarder. Dat was een katholiek tijdschrift dat bestond van het einde van de negentiende eeuw tot aan de tweede wereldoorlog. De tijdschriften waren ingebonden en werden op die manier veiliggesteld. Toch las ik er graag doorheen. De verhaaltjes waren naar onze begrippen zoetsappig maar je kreeg wel een mooi beeld van die tijd.

Ik weet niet of de bibliotheken nog bestaan. Ook niet of de kloosterorde nog bestaat. Mijn oom is al jaren geleden overleden. Daarmee hielden vanzelf ook de bezoeken op.

Nog steeds vind ik het heerlijk om in ons ouderwetse oorfauteuiltje te kruipen en de wereld om me heen te vergeten. Voor mijn maatje soms wat minder gezellig want ik hoor of zie helemaal niks. Vaak zijn de papieren boeken ingeruild voor digitale boeken en lees ik op mijn e-reader. Het is makkelijk maar eerlijk gezegd mis ik wel het vasthouden en de geur van een papieren boek. Dat is toch onvervangbaar.

BoekenBoeken

Bijna weer vakantie

Bijna weer vakantie

Soms lijkt het of er helemaal niets is om over te schrijven. Ondanks dat ik al vanaf maart thuis aan het werk ben, vliegen de weken voorbij. De wereld gaat weer wat verder open, vrijdag ga ik weer ‘fysiek’ naar school. In april schreef ik over het “een leven lang leren”. En dat de opleiding die ik wilde gaan volgen wel heel anders zou verlopen dan ik had gedacht. En nu is de laatste dag van de eerste module alweer aangebroken. Mijn opdracht inleveren en de eerste helft zit erop. Nog even en het is zomervakantie.

Voor veel mensen ook een hele andere vakantie dan we aan het begin van het jaar dachten. Bijna iedereen die je hoort, blijft in Nederland. “Wij gaan dit jaar naar Friesland, leuk joh.” Ons eigen land wordt weer helemaal opnieuw ontdekt. Eigenlijk hoor je niet eens veel mensen klagen. Ach, de verre reizen komen wel weer, voor nu is het veiliger lekker thuis te blijven. De spannende verhalen moeten maar een jaartje wachten. Voor nu is het helemaal niet burgerlijk om te vertellen dat je naar een huisje in Zeeland bent geweest. Of naar de camping in Drenthe. En dat de kinderen hebben de tijd van hun leven gehad.

Misschien dat we in het najaar weer een weekje naar de zon kunnen. Maar wel in Europa. Landen als Amerika en Brazilië hebben op dit moment nog zoveel problemen. Laten we die voorlopig maar niet lastigvallen met ons toerisme.

Nee, het kabbelt allemaal een beetje voort. Het lijkt wel of de meeste mensen wachten. Wachten op het moment dat onze samenleving weer normaal wordt. En dan normaal in de zin van, gewoon. Misschien is dat wel met meer afstand, maar daar kan ik op zich wel aan wennen. Als we maar weer gewoon met vrienden naar ons favoriete restaurant kunnen.

Natuurlijk zijn er voldoende discussies in de samenleving waar je op los kunt gaan. Johan Derksen en de racisme-discussie houden de gemoederen aardig bezig. Maar ook de demonstraties tegen de anderhalve meter maatschappij kunnen rekenen op stevige commentaren. Voor- en tegenstanders slaan elkaar verbaal de koppen in. Youp schrijft zijn column en Arie Boomsma voelt zich geroepen om te reageren. Maar eigenlijk kabbelt ook dat behoorlijk rustig voort. De giftige commentaren die we gewend zijn, blijven toch grotendeels achterwege. Het lijkt of mensen moe zijn van de emoties van het afgelopen half jaar.

Of zou het dan echt komkommertijd worden?

 

Eindelijk weer op pad

Stef eerste weekend

Het leek er dan toch eindelijk weer eens van te komen. Het baasje en het vrouwtje stopten spullen in een tas en zijn vakantiehalsband kwam uit de krat tevoorschijn. Zouden ze dan eindelijk weer eens naar de Ardennen gaan? Het was anders al wel lang geleden, soms had hij wel eens gedacht dat ze nooit meer zouden gaan. Maar, hij hield het even mee in de gaten.

Er gingen spullen in de auto, ook een bak met zijn brokjes. Dat was een geruststellende gedachte. Niet dat ze hem ooit vergeten waren maar hij bleef er maar liever toch even bij. Dan hoefden ze hem ook niet te roepen. Op de achterbank van de auto tukken was toch altijd wel even lekker.

Op een gegeven moment voelde hij dat de gladde ondergrond verruild werd voor grind. Het knarste onder de wielen van de auto en het hobbelde ook meer. Hij ging rechtop zitten en keek verwachtingsvol naar buiten. Yes, ze waren er weer. Hij wiebelde van opwinding en hij kon zelfs niet voorkomen dat hij een beetje piepte. Gelukkig snapten het baasje en het vrouwtje het ook en stopten ze bij het terrasje om de mensen te begroeten. Zijn grote vriend Eggie was er ook, die moest hij direct gaan begroeten. Hij riep hem al.

Na een drankje gingen ze dan eindelijk naar hun eigen plekje. De caravan was al daar neergezet, die hoefde alleen nog maar recht gezet te worden. Heerlijk, hij ging op zijn gemak eens kijken of alles nog hetzelfde was. Ah, en dat was goed nieuws. Een vriend van het baasje, die altijd met zijn camper kwam, was er ook. Hij ging hem vast maar even begroeten. Waarschijnlijk viel er dan ook nog wel wat te eten af. En liep hij ook niet in de weg bij het uitruimen van de auto.

Het weekend vloog voorbij. Wel een beetje voor schut dat hij zijn eten moest uitspugen maar hij was ook zo opgewonden. Jammer alleen dat het net bij Yana en Luna was. Nou ja, die kenden hem inmiddels toch ook al jaren. Het vrouwtje keek niet blij, die moest alles opruimen. Sorry.

Gelukkig was ze niet boos en mocht hij later toch met Indy en haar baasje mee gaan zwemmen. Wat was Indy groot geworden zeg, dat was al een hele dame geworden. Ze was wel enorm snel, veel wendbaarder dan hij. Hij moest behoorlijk zijn best doen om haar bij te houden. Toen ze terug waren bij de caravan, ging hij eerst even lekker in de zon liggen. Zogenaamd zonnen maar stiekem ook een beetje uitrusten.

Het weekend vloog voorbij. Ze gingen zondagavond zelfs best pas laat naar huis. Zijn brokjes had hij nog op de camping gekregen, meestal moest hij wachten tot thuis. Een beetje blij was hij wel want nu kon hij toen ze thuis waren direct op zijn kussen gaan liggen. Hij was bekaf. Dat werd morgen een rustig dagje, gelukkig hoefde hij niks te doen en kon hij de hele dag lekker tukken. Het zou nodig zijn. Maar het was het waard geweest.

DierDier

Nieuwe buren

nieuwe buren

Het jonge stel dat naast ons woonde, is onlangs verhuisd. Ze woonden heel graag aan ‘ons’ haventje maar met twee jonge kinderen wordt dat op een gegeven moment toch lastig. Je blijft heen en weer rijden naar school, sportclub en vriendinnetjes. Mijn maatje en ik vonden het wel jammer, het waren aardige mensen. Toen ze afscheid kwamen nemen, kregen we een bos bloemen. Op het kaartje stond “bedankt dat jullie altijd onze pakjes aannamen”. Ach, dat was een kleine moeite.

Een paar dagen stond het huis leeg. Toen stond er ineens een aanhanger voor de deur. We keken elkaar aan, een aanhanger, hoelang zou het verhuizen dan wel niet gaan duren. ’s Middags stond de nieuwe buurvrouw voor onze deur. Mijn maatje deed open en begroette het, in onze ogen, jonge meisje dat voor hem stond. “Ik kom naast jullie wonen met mijn vriend” zei ze vrolijk. Ze hoopte dat we niet te veel overlast zouden ondervinden. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal toch wel meevallen.” “Ik denk het ook wel hoor, het duurt niet zo lang” zei onze nieuwe buurvrouw, “wij hebben nog niet zo veel spulletjes…”

In mijn gedachten vloog ik jaren terug. Het eerste eigen huis van mijn maatje en mij. Nieuw gekocht, helemaal zien opbouwen. Het was een hoekhuis in een nieuwbouwwijkje. Allemaal nieuwe huizen, relatief jonge mensen. Die eerste zomer waren we allemaal bezig met het inrichten van onze tuintjes.

Wat waren we trots op ons eerste huis. Natuurlijk stond het nog niet helemaal vol met spullen maar wat we nodig hadden, dat was er. Sommige dingen splinternieuw, andere gebruikt en overgenomen of gekregen. Onze familie hielp met verhuizen en inrichten. Dat veroorzaakte nog wel eens misverstanden. Ik weet nog precies dat mijn maatje en ik tegels en sanitair moesten uitzoeken. Zijn moeder was mee, voor de gezelligheid. Toen ik ging voor grijs, lichtgrijs en wit, zag ik haar slikken. Zelf stond ze met een bruine staal in haar handen. Hmm, smaken verschillen.

De eerste boodschappen, waar je nog helemaal niks hebt, nog geen vaatje zout. Het was een bijzonder boodschappenlijstje, vooral omdat we ook nog een televisie moesten gaan kopen en die er ook maar bijgeschreven hadden.

Maar het moment dat ik me nog het beste kan herinneren, is toen we na de vakantie, die we genomen hadden voor het verhuizen, weer moesten gaan werken. We waren al vaker samen op vakantie geweest maar dan waren we ieder weer naar ons ouderlijk huis gegaan. En van daar uit gaan werken. En nu liep de wekker af en stonden we samen op. Koffiedrinken, brood smeren en dan op pad. Dat was raar. Wat zeg je dan, ’tot vanavond’?

Inmiddels zijn we nog eens verhuisd, al een hele tijd geleden, en kom ik eigenlijk nooit meer in die buurt. Een enkele keer rij ik er nog wel eens door, als ik naar de tandarts ben geweest. Het is er veel veranderd, het valt me ook steeds op hoe krap het is in vergelijking met waar we nu wonen. Ik mis ook niet, terwijl ik dat wel had verwacht. Alleen dat gevoel, van de eerste keer samen in je eigen nieuwe huis, dat is iets dat nooit meer terugkomt.

KlussenKlussen

Terug in de tijd

terug in de tijd

Heel, heel lang geleden ben ik ooit eens een keer in het Openlucht Museum in Arnhem geweest. Ik kon me daar vaag nog wat van herinneren. Dus toen vrienden vroegen of we misschien zin hadden mee te gaan, leek me dat een heel leuk idee. Gewoon op een doordeweekse dag, voor mijn doen ook al bijzonder.

Het is nog steeds een rare tijd dus we kregen een tijdslot waarop we binnen mochten. Druk was het helemaal niet. We namen een plattegrond mee en begonnen aan de tijdreis.

De echt oude huisjes zijn natuurlijk leuk om naar te kijken. Hoe koud moeten de mensen het vroeger in de winter gehad hebben. Er stonden dan wel wat beesten binnen maar als je een meter van het vuur vandaan kwam, vroren je tenen er toch wel af. En dan slapen in zo’n muffe bedstee, brrr. Geen wonder dat zoveel mensen ziek werden.

Maar het feest van herkenning kwam toch wel bij het Wit-Gele Kruisgebouw en het huisje uit de jaren 70. Het Wit-Gele Kruis, opgericht in de jaren 20 van de vorige eeuw. Bij ons in het dorp was ook zo’n gebouw. Moeders gingen daar met hun baby naar toe, ik weet niet of het consultatiebureau daar gevestigd was of dat het Wit-Gele Kruis die consultaties deed. Ik kan me nog wel herinneren dat we daar met een heleboel andere kinderen in de rij moesten gaan staan voor een vaccinatie. Geen idee waarvoor, het zal best een kinderziekte zijn geweest. Wat ik ook nog heel goed weet, was hoe het daar rook. En toen ik het museumhuisje binnenliep, sloeg de bekende lysol-lucht me gelijk weer in het gezicht. Blèh. Dat ruik je nu nergens meer.

Het jaren 70 huisje was ook geweldig. Al die spullen die mijn moeder ook had. En de moeders van mijn vriendinnen. Mijn ouders waren niet echt modern, ook niet in die tijd, maar ik weet nog goed dat de ouders van een vriendinnetje van mij oranje vloerbedekking hadden. En rotanmeubels. En een gemacrameede plantenhanger voor het raam. Dat was in die tijd supermodern. Stiekem was ik ook een beetje jaloers op zulke ouders. Natuurlijk had mijn moeder ook oranje en bruine spullen maar toch altijd net iets minder. Ach.

We hebben bijna een dag rondgedwaald.

En het was voor het museum zelf misschien wat minder, maar wij vonden het heerlijk dat het zo rustig was. Geen schoolklassen met kinderen die vinden dat zij de eerste zijn die ergens moeten kijken. Niet onder de voet gelopen worden door Chinese toeristen die zoveel foto’s maken dat het bijna onmogelijk is om ook vastgelegd te worden. Gewoon naar binnen lopen en rondkijken. En de geur van toen opsnuiven.

ReizenReizen

We mogen weer op vakantie

Weer op vakantie

We mogen weer op vakantie. Na 15 juni gaan de grenzen weer open. Natuurlijk, voorlopig alleen nog naar landen in Europa die dit toestaan en op eigen risico, maar het kan. Onze geplande vakantie naar Engeland moet een jaar wachten, dat land is nog niet veilig. Wat een bizar idee eigenlijk, dat je anno 2020 niet naar het Verenigd Koninkrijk kunt reizen omdat er een negatief reisadvies geldt. Wel jammer overigens, we hadden ons erop verheugd, lekker met vrienden naar de Cotswolds. Maar goed, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar denken.

Wat heel goed nieuws is, is dat België wel een land met code geel is. Wel toegestaan maar let op de risico’s. Ach, veel mensen zullen België sowieso een risico-land noemen. Het weer is niet stabiel, net als in Nederland. De wegen zijn vergeleken bij die van ons abominabel. De bewegwijzering is zo mogelijk nog erger. “Oeps, je had 50 meter geleden rechtsaf gemoeten.” Het onderstel van je auto heeft enorm te lijden van de hobbels en gaten. Maar, als je dan eenmaal op een terrasje aan een fameus Belgisch biertje zit, dan is dat leed al snel vergeten.

We hebben al contact gehad met de mensen van de camping. Onze caravan staat nog steeds eenzaam op zijn winterplek. We moeten nog een nieuwe voortent kopen. Alles is dit jaar later dan anders maar het lijkt er toch op dat het eraan zit te komen. Er wordt al druk gewerkt aan voorzieningen in het sanitair. En de drukste weekenden, Hemelvaart en Pinksteren, zijn al achter de rug. Jammer voor de omzet en de gezelligheid maar wel beter voor de anderhalve-meter kampeerder.

Dat gaat toch nog een uitdaging worden. De plaatsen zijn groot genoeg, daar is het makkelijk afstand te houden. Je zet gewoon je stoelen wat verder uit elkaar. Op het terras kan dat ook nog wel. Maar het kroegje is net zo groot als vier postzegels in een vierkant. Dat gaat hem niet worden. Het is maar te hopen dat we een mooie zomer krijgen, dan kunnen we buiten zitten.

Het zal een bijzondere zomer worden, voor heel veel mensen. Vakanties buiten Europa zullen nog wel niet tot de mogelijkheden behoren. Niet backpacken door de Outback, niet met je rugzak naar Zuid-Amerika. Al die avonturen moeten een jaar wachten. We kunnen wel heel burgerlijk met de caravan naar Hintergarten. Terug naar de jaren 60 en 70. Ach, laten we er de nostalgie van inzien. Tenslotte wordt er bij Talpa en RTL4 ruzie gemaakt om de rechten van een programma dat terugblikt naar die tijd.

BoekenBoeken

Lunchwandelen

lunchwandelen

Inmiddels ben ik al een fiks aantal weken thuis aan het werk. Eigenlijk went het wel steeds meer. Mijn maatje en ik zitten elkaar nog steeds niet in de weg. Ik had ook niet anders verwacht, we zijn al zo lang samen dat we dit ook echt wel kunnen overleven. Stef vindt het nog steeds supergezellig. Hij ligt het liefst bij een van ons in de buurt. Of met dit weer buiten, in het zonnetje. Hij geeft een hele nieuwe definitie aan het begrip hondenleven.

Een van de valkuilen van het thuiswerken is, in mijn geval, dat je geen pauze neemt. Als ik ’s morgen beneden kwam, was het eerste dat ik deed mijn pc opstarten. Dan kon ik nog even dit en nog even dat voor mijn eerste meeting om 09.00 uur begon. De koffie kon wel ondertussen. Ook tussen de middag dreigde ik dezelfde routine aan te houden. Snel een broodje smeren en tussen twee happen door een mailtje beantwoorden. Gelukkig was mijn maatje daar al snel klaar mee.

Nu drinken we eerst samen koffie voor ik mijn laptop open klap. En tussen de middag gaat het scherm op zwart en eten we samen. Daarna komt er voor een klein zwart hondje een van de hoogtepunten van de dag. Hij ziet dat mijn broodje op is en komt verwachtingsvol naast me staan. “Samen op pad?” lijkt hij te zeggen. Dus ik zeg “ik ga even een rondje lopen, zou Stef mee willen”. Dat is het sein en hij rent naar de garage waar zijn riem ligt.

Vooral met dit mooie weer is het heerlijk om buiten te lopen. Vooral als je op zo’n heerlijk plekje woont als ik. Stef en ik kijken samen naar de bootjes in het jachthaventje en lopen dan de polder in. Er zijn wat akkers geploegd en kleine plantjes hebben het al aangedurfd om op te komen. Vlak in de buurt nestelt een koppel ooievaars en deze foerageren regelmatig tussen de opkomende mais.

Ik doe de riem van Stef los en kijk hoe hij er vandoor sprint. Om dan ineens weer te stoppen. Al die bijzondere geuren, die moeten allemaal onderzocht worden. Als we de weg over moeten steken, komt hij netjes naast me zitten. Natuurlijk, eerst staan en als ik voor de tweede keer ‘zit’ zeg, raken zijn billen eindelijk de grond. Ach, hij komt in ieder geval als ik roep.

Nog even door het smalle padje langs de paardenstal. Ik klink echt als een dorpeling maar er gaat niks boven de geur van paardenmest.

En dan weer aan het werk. Ik hou dat best vol.

Hooikoorts 2020Hooikoorts 2020

Corona-eetclub

corona eetclub

Vrienden zijn belangrijk, iedereen is daar wel van overtuigd. Je leert je echte vrienden ook pas kennen in tijden van crisis. We kennen allemaal wel de mensen die roepen “als ik je kan helpen, moet je het laten weten”. Maar o wee als je dan inderdaad een keer hulp nodig hebt, dan hebben ze heel dringende andere dingen te doen. “Ik wil je heel graag helpen maar het kan niet, dan snap je toch wel?” Jij knikt, je snapt dat die persoon toch geen echte vriend blijkt te zijn. Echte vrienden heb je maar heel weinig.

Nu wil het feit dat wij gezegend zijn met echte vrienden. Mensen waar we altijd terecht kunnen, die geen vragen stellen maar helpen en steunen. Andersom proberen wij dat ook te doen. Geen vragen stellen maar steun bieden. In de winterperiode gaan we, naast de andere keren dat we elkaar zien, eenmaal per maand samen uit eten. Iedere keer een ander restaurant. De ene keer gaan we heel sjiek, de andere keer naar een schnitzelparadijs, waar we ook heel veel plezier hebben. Het zijn hoogtepunten in de donkere maanden.

In januari en februari van dit jaar zijn we ook nog op pad geweest. In maart hadden we het laatste restaurantbezoek gepland. Traditioneel in een mooi restaurant waar we heerlijk zes gangen kunnen eten. Helaas, het liep anders. Een dom virus zorgde er voor dat de hele wereld op slot ging en iedereen aan huis gekluisterd werd. Wat nu?

Ik weet niet wie het idee opperde maar we besloten iedere zaterdag samen te eten. De ene week zijn we bij hen, de andere week komen zij naar ons. Een soort van Corona-eetclub. De ene week bestellen we bij een restaurant dat thuis bezorgt, de andere keer koken we zelf. Het menu is net zo verschillend als onze restaurant-keuze in de winter. We hebben pizza gegeten, heerlijke pilav, Limburgs zoervleis, geweldige huisgemaakte Chinese rijsttafel. Ach, eigenlijk zou een bruine boterham met kaas net zo goed gezorgd hebben voor een gezellige avond. We raken nooit uitgepraat en als we in herhaling vallen, lachen we elkaar gemoedelijk uit.

Er komt straks een tijd dat alles weer ‘normaal’ is. Dat we weer op pad kunnen, dat alle kroegen en restaurants weer geopend zijn. Dat mijn maatje en ik weer naar de camping in Aywaille kunnen. En dat is goed. Misschien zullen er wel dingen veranderen, maar daar wennen we wel aan. In ieder geval zal de noodzaak om thuis te blijven dan niet meer zo groot zijn. En hoezeer ik ook verlang naar die ‘normale’ situatie, ik zal onze zaterdagavonden gaan missen. Dat weet ik nu al. Natuurlijk blijven we vrienden en blijft onze geplande vakantie naar Engeland gewoon staan, maar toch, het gevoel van schuilen bij elkaar wordt minder. Maar je hebt geen crisis nodig om te weten wie echt je vrienden zijn.

KokenKoken

Wat een rare wereld

20190602_153708

Wat er nou precies aan de hand is, weet hij niet helemaal zeker. Het vrouwtje is de hele dag thuis maar zit wel achter dat rare kastje waar steeds andere dingen op verschijnen. En een paar keer per dag gaat ze naar haar kamertje boven, dan mag hij niet mee. “Overleg”, zegt ze dan tegen het baasje. Die knikt begrijpend. Hij snapt er niet veel van. Hij heeft eens meegekeken toen het vrouwtje “overleg” had met iemand, maar die moest alleen maar heel hard lachen. En wat er nou zo lachwekkend was aan het feit dat hij bij het vrouwtje op schoot zat, dat weet hij nog steeds niet.

Wat ook wel raar is, is dat ze met dit mooie weer niet naar de camping gaan. Hij heeft Yana en Luna al lang niet meer gezien. En wat te denken van Indy, die zal wel flink gegroeid zijn sinds vorig jaar. Toen was ze nog zo’n slungelige puberhond. Hij is benieuwd of ze een mooie dame is geworden. Ook zijn vriendjes Eggie en Monique heeft hij al lang niet meer kunnen knuffelen. Hij hoort het baasje en het vrouwtje er soms wel over praten maar ze gaan er nog steeds niet naar toe. Dat gekke woord, corona, wordt nog steeds genoemd als de oorzaak. Mensen zijn toch eigenlijk wel zwakke wezens hoor.

Het is toch wel te hopen dat ze deze zomer nog naar de camping gaan. Hij moet toch wel gaan kijken hoe het met iedereen is. En bovendien, het is ook gewoon gezellig. Lekker ’s morgens met het vrouwtje naar het bos, achter de bal aan rennen met het baasje en ’s avonds naar het vuur kijken dat het vrouwtje zo graag stookt.

En weet je wat ook zo raar is, als hij nu met het vrouwtje gaat wandelen, tussen de middag, dan komen ze ook helemaal niemand tegen. Ja, die gekke Husky, die altijd naar iedereen grauwt omdat zijn baasje hem al superkort houdt als er 100 meter verder op een andere hond aan komt. Arm beest, hij wordt bijna gewurgd. Dan zou hij zelf ook wel lelijk gaan doen tegen anderen. Maar verder bijna niemand, het is maar een enkele keer dat het vrouwtje een praatje kan maken.

Hij heeft gehoord dat de kinderen inmiddels weer naar school mogen. Dat schijnt voor veel vaders en moeders goed nieuws te zijn. Geen idee waarom, maar het zal wel. Hij vindt het alleen maar fijn als iedereen bij elkaar is. En met kinderen kun je vaak lekker spelen. Ook dat mist hij van de camping.

Nou ja, het voordeel is wel dat hij van het vrouwtje wat meer snoepjes krijgt. Maar als hij dat moet inleveren om weer “normaal” op pad te kunnen, dan doet hij dat graag. Zo is het ook allemaal maar saai.

 

Afscheid in deze tijd

Afscheid tante Sjaan

Eigenlijk paste er maar één woord bij, respect. Respect voor hoe ze haar hele leven alles gedaan had wat in haar vermogen lag om mensen zich welkom te laten voelen. Ze zorgde niet omdat het moest maar omdat het een deel van haar zelf was. Ze genoot van de kleinste dingen, gezelligheid, mensen om haar heen, maar ook haar gezin, of als de kleinkinderen kwamen, als mensen iets voor haar mee brachten, of gewoon, als ze even heerlijk in het zonnetje kon zitten. Ik kende haar nog niet mijn hele leven maar als ik aan haar denk komt direct die gulle lach weer in mijn gedachten. Met haar zus verhalen ophalen over vroeger, tranen van het lachen. Aan een lange tafel, vol met hapjes en drankjes, pas tevreden al niemand iets tekort kwam. Als je op zondagmiddag even aanging voor een kopje koffie ging je pas na het eten weer naar huis. Met het gevoel dat je in een echt warm nest was geweest.

Zelfs toen ze na een lang en hecht huwelijk haar man verloor, wist ze nog positief te blijven. Ze bleef achter in het zo vertrouwde huis, dankbaar voor alle hulp die ze kreeg. De omgeving die ze al zo lang kende, hielp haar in de dagelijkse gang van zaken. Tot ook voor haar het moment kwam om los te laten.

Wat volgde was de wens van de kinderen om hun moeder een waardig afscheid te geven. Respectvol. In de ‘Corona-tijd’ een hele uitdaging. Uiteindelijk konden er dertig personen afscheid nemen, dan zouden de regels in acht genomen kunnen worden. Dertig mensen, een handjevol. Het bleek echter niet makkelijk dit aantal gevuld te krijgen. Oude mensen waren bang voor zichzelf, jonge mensen waren bang de oude mensen te besmetten. Het leek erop dat alleen de kinderen bij de kist zouden staan. Ze begrepen het wel. Maar daardoor deed het niet minder zeer. Dit was niet hoe het zou moeten zijn.

Het was mooi weer, die dag. Stralende zon, prettige temperatuur. In het kleine zaaltje stonden de dertig stoelen klaar, op veilige afstand van elkaar. Met hun gezinnen hadden ze nog niet de helft van de stoelen nodig. Er waren wat gasten binnen gedruppeld, een handjevol. Zij hadden bescheiden de achterste rijen bezet. In afwachting van eventuele andere gasten. Het werd een sobere plechtigheid. Ze herdachten hun moeder met respect en met liefde. Het maakte op de gasten daardoor een verpletterende indruk. Afscheid van een vrouw die hare hele leven zo had klaar gestaan voor iedereen, waar gastvrijheid zo hoog in het vaandel had gestaan. En nu, nu waren er zo weinig mensen om afscheid te nemen. Het was schrijnend.

Mijn maatje en ik waren getuige van het afscheid. Ook wij waren diep onder de indruk. Er zullen zoveel mensen zijn die haar gaan missen. En dat die nu niet aanwezig konden of durfden te zijn bij haar afscheid, het voelde als heel oneerlijk. Dat wij er wel waren, gaf ons een goed gevoel. En ook wij zullen haar, haar gulle lach en haar warme hart gaan missen.