Nieuwe vriendin

Stef lacht.jpg

De vriendenkring is inmiddels weer uitgebreid. Naast Yana en Luna is nu ook Indy op de camping komen wonen. Wel een lastig ding hoor, in het begin. Ze had nog niet precies door dat hij de baas is. Nou, dat heeft hij haar dan toch maar even duidelijk gemaakt. Jonge honden dienen zich onderdanig te gedragen. Niet dat ze daar erg van is, maar het gaat nu toch wel beter.

Gelukkig is het baasje van Indy een gezellige man. Altijd in voor spelen met de bal. En hij kijkt ook niet lelijk als er vuile poten op zijn broek komen. Hij snapt dat je er niks aan kunt doen als de bal in het water rolt en je die moet gaan halen. Dan krijg je vuile voeten, tja, niks aan te doen. Je hebt van die mensen die je dan met man en macht weren maar het baasje van Indy niet, die kijkt niet zo nauw. Die vond het ook niet erg dat hij Indy terecht wees. Hij gaf hem zelfs een compliment. Dat had hij wel eens anders meegemaakt. Als hij op de hondenclub een jonge hond terecht wijst, krijgt hij meestal op zijn donder. De baasjes van die honden kunnen dan ook zo angstig kijken. Net of hij hun honden iets aan doet. Tssss. Ze snappen niet dat het zo werkt in de hondenwereld. De instructeur wel gelukkig, die kijkt altijd maar zo een beetje meewarig en moet lachen.

Maar Indy, nee, dat gaat prima. Lekker samen stoeien. Indy is tenminste ook niet zo’n flauwerik. Die gaat niet piepen als ze een keer ondersteboven gaat. Ze heeft nog wel een uithoudingsvermogen zeg. Dat moet hij wel toegeven. Zelf liep hij te hijgen als een stoomlocomotief en bij Indy zag je niks. Toen ze weg waren, was hij gauw op zijn kussen gekropen. Het baasje lachte hem uit, hij zag het wel. Die had het over bouw en ras, hij snapte er niet veel van. Gelukkig bedacht het vrouwtje dat hij wel een snoepje verdiend had. Geen idee waarvoor, maar dat was van minder belang. Snoepjes zijn snoepjes.

Toch wel zalig zo, op de camping. Daar zijn de regels toch wat anders. Vooral als het mooi weer is. Hij heeft gemerkt dat hij niet zoveel op zijn kop krijgt als hij niet achter alle mensen aanloopt die naar het eilandje gaan. Had dat dan eerder gezegd, wist hij veel. Hij vond het wel grappig. Maar nu hij dat niet meer doet, laten ze hem lekker z’n gang gaan.

Eigenlijk heeft hij het best goed voor elkaar. Hij heeft zijn baasje en zijn vrouwtje prima opgevoed. Ach, geven en nemen hè.

 

Fake news

newspaper-1595773_1920

Opa zei het vroeger al “je moet niet alles geloven dat in de krant staat, ver weg, dat liegt lekker.” Nu was hij van nature een zeer achterdochtig persoon, maar dan toch. En dan lag het er nog maar aan welke krant je las. Mijn ouders, modern maar wel katholiek, lazen de Volkskrant. Als kind had ik er geen erg in, maar het nieuws zal waarschijnlijk anders zijn gebracht dan in het NRC.

Het was een ritueel. Vroeg in de ochtend viel de krant in de bus. Mijn vader stond altijd als eerste op en had dus het eerste recht op het dagblad. Nou had hij dat natuurlijk sowieso, hij was het hoofd van het gezin, dat was toen nog zo. Hij had niet heel veel tijd, de belangrijkste artikelen werden gescand. Dat was anders op zaterdag. Dan werd de krant helemaal uitgespeld. Het leverde stapels oud papier op maar het had wel wat.

Tegenwoordig lezen we digitaal. Sites als Nu.nl bepalen het aanbod. En natuurlijk de sites van de reguliere kranten. Maar abonnementen daarop kosten geld terwijl Nu.nl gratis lijkt te zien. Dat is het niet, natuurlijk, je betaalt gewoon op een andere manier. Met je persoonlijke gegevens. Die vervolgens door Nu.nl worden verkocht aan andere partijen die dan een advertentie op je scherm plaatsen die speciaal voor jou is uitgezocht. Er zit een ingenieus systeem achter. Waar ook heel veel geld mee wordt verdiend.

Nu.nl is overigens maar een voorbeeld. Het systeem van data-verkopen wordt door heel veel sites gebruikt. Je zoekt een keer naar ‘blauwe schoenen’ en de komende maand lijkt het wel of er geen andere kleur meer te koop is. Met of zonder hakken.

Soms zie je ook berichten voorbij komen waarvan je denkt “nee, dat kan toch echt niet.” Vaak is het dan ook niet waar. BN-ers die adverteren voor allerlei dubieuze praktijken. Waarna blijkt dat hun foto onterecht is gebruikt en dat zij met de aanbieder helemaal niks te maken hebben. Een kwalijke zaak, want hoeveel naïeve mensen zouden er al ingetrapt zijn. “Als hij/zij het doet, dan zal het toch wel goed zijn?” Vroeger had je op vakantie de time-sharing verkopers. Mensen die daar mee in zee gingen, durfden thuis ook niet te vertellen dat het een grote oplichtersbende was. Zo werd het langer in stand gehouden dan strikt genomen nodig zou zijn geweest.

Het is bijna onmogelijk het internet te gebruiken zonder een spoor na te laten. Maar ik denk dat het belangrijk is dat je je daar bewust van bent. Net als van het feit dat je gegevens worden gebruikt door heel veel partijen. En dat je in ieder geval kritisch blijft.

Hygiëne

 

IMAG0614

Ik kan met verbazing kijken naar Stef als hij bezig is met zijn dagelijkse hygiëne-ritueel. Met een lenigheid waar ik alleen maar jaloers op kan zijn, stopt hij zijn voet in zijn bek en begint grondig te poetsen. Het is alleen die lenigheid, overigens, waar ik jaloers op ben. Dat met die voet, dat sla ik toch maar liever over.

Nauwgezet wordt alles afgelikt. Oei, jeuk in het oor. Zijn hele lijf schudt heen en weer als hij met zijn poot zo diep mogelijk in zijn oor probeert te komen. Hè, dat voelt beter. Hij bekijkt even zijn tenen en hup, daar gaan ze weer in zijn bek. Verder met schoonmaken. Daar moet ik als mens toch helemaal niet aan denken.

En dan is Stef niet eens een lenige hond. Zijn gedrongen bouw beperkt hem toch ernstig in het aantal plaatsen dat hij kan bereiken. Soms is dat een voordeel. Toen hij nog wat jonger was, hebben wij hem laten castreren. We willen geen nakomelingen en Stef zou er rustiger van worden. Na de ingreep waarschuwde de dierenarts dat we moesten zorgen dat hij niet aan de wond kon likken. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal wel meevallen. Daar kan hij toch niet bij.” De dierenarts keek verbaasd, een hond die niet aan zijn eigen ballen kan likken, poeh. Niet dat hij niet zijn best doet, maar het lukt hem echt niet. Maar de delen die wel bereikbaar zijn, worden nauwkeurig gepoetst.

Nou zijn honden natuurlijk over het algemeen wel viespeuken. Katten zijn veel netter wat dat betreft. Het boeit Stef ook niet of hij door de viezigheid moet lopen. Plassen zijn anders, daar krijgt hij koude voeten van, maar modder, dat is je ware. Vooral bermen met hoog gras en veel vuiligheid zijn heerlijk om in te grasduinen. Dan zie je hem lopen met een gelukzalige blik en een hoop onbestemde rommel om zijn bek. En dan hebben wij nog geluk. Er zijn ook honden die het heerlijk vinden in een weiland een koeienvlaai op te zoeken en er door te rollen. Of die ergens een kadaver vinden en dat gebruiken als een vreemd soort deodorant. Je wilt zo’n dier eigenlijk helemaal niet meer mee naar huis nemen, hoeveel je er ook van houdt. Het valt niet mee de lucht uit die vacht te krijgen. De dag erna hangt de geur van verrotting nog heel subtiel in huis.

Het blijven bijzondere gewoontes maar ach, eigenlijk kun je er toch alleen maar jaloers op zijn. Het gestel van een hond is zoveel sterker dan dat van ons als mens. Als wij binnen zouden krijgen wat een hond soms opeet, dan waren we al lang met gillende sirenes en een darmkoliek naar het ziekenhuis gebracht. Dat is een ding dat zeker is.

 

Verbijsterd

sad-505857_1920

Soms kom je mensen tegen die alles tegen lijken te hebben. Wat er maar fout kan gaan, gaat ook fout. Als buitenstaander heb je dan het idee dat ze het zelf veroorzaken maar is dat wel zo? Want je wilt toch niet dat al je relaties de mist in gaan. Maar je verdiept je niet in haar problemen, je hebt het te druk met andere zaken. Je ziet elkaar ook niet zo heel vaak dus het raakt meer en meer op de achtergrond.

Ze krijgt een relatie, met een man die al een aantal kinderen heeft. De relatie gaat mis maar ze blijft moeder voor de kinderen. Samen met haar eigen kind probeert ze ze zo goed mogelijk op te voeden. Ze is alleen nog zo jong, zo onervaren. Fout op fout. Probleem op probleem.

Ze wil zelf ook leven. Genieten. Maar ze kent geen grenzen. Dat heeft ze nooit geleerd. Dus ook daar loopt ze tegen zaken aan die ze niet kan oplossen. Ze verwaarloost zichzelf. Drank, drugs, de maatschappij keert zich tegen haar. Haar gezondheid laat haar uiteindelijk ook in de steek.

Dan treft ze een goede man. Rustig, huisje, boompje, beestje. Ze krijgen samen een kind en even lijkt alles in rustiger vaarwater te komen. Maar het lukt niet, de onrust in haar lijf blijft haar achtervolgen. Ook die relatie loopt stuk. Het lukt haar weer niet.

Het zorgen voor haar zoon valt niet mee. Weer vervalt ze in de oude fouten. Haar omgeving spreekt er schande van. Hoe kun je je kind zo verwaarlozen? Het doet haar verdriet, ze doet haar best maar het lukt gewoon niet. Iedere keer weer die valkuilen, ze mag toch zelf ook wel genieten. Mensen noemen haar een slechte moeder. Ze zoekt troost.

Maar de mensen die zich haar vrienden noemen, bezorgen haar meer dan een slechte naam. Ze is niet meer welkom op de plaatsen waar ze eigenlijk rust zou moeten vinden. En het is niet eenvoudig andere vrienden te vinden. Ze zit vast in haar omgeving, zonder werk, zonder inkomen, zonder vooruitzichten op een betere toekomst. Ze berust en probeert op haar manier gelukkig te zijn.

En dan, dan is het ineens voorbij. Haar omgeving blijft verbijsterd achter. Wat is er gebeurd? Heeft ze het zelf opgegeven? Hadden we het kunnen voorkomen? Hadden we meer kunnen doen? Helaas, we zullen het nooit weten.

Gespreksonderwerp

sparrows-2759978_1920

We kennen het allemaal wel denk ik. Je zit samen met mensen en vallen er stiltes. Het valt niet mee om het gesprek gaande te houden en je denkt over allerlei mogelijke onderwerpen maar er komt niks. Er zijn zo weinig gezamenlijke gespreksonderwerpen dat je van armoe maar begint over het weer. “Jammer hè, van afgelopen weekend. Het was echt niks.” Er wordt instemmend geknikt en dat was het weer. Stilte.

Sommige mensen zijn ook gewoon heel saai. Daar moet je de woorden uit trekken. Of ze zijn zo dodelijk verlegen dat ze zich niet voor kunnen stellen dat iemand anders interesse heeft in wat zij te vertellen hebben. Ik weet nog dat wij een kleine verbouwing aan ons huis lieten uitvoeren. De mannen die het werk kwamen uitvoeren waren keurig netjes, als ze naar huis gingen lag er geen kruimeltje troep. Niet in ons huis en niet in de tuin, waar ze ook bezig waren. Maar och, wat duurden de dagen lang.

“Hoe laat drinken jullie koffie?”

“Om 10.00 uur, maar dat hebben wij zelf bij ons.”

“Lusten jullie tussen de middag soep?”

Gelukkig, dat lustten ze wel. Ik kon gerust adem halen. Om 12.00 uur zette ik de pan soep op tafel en de mannen schepten op. En aten zwijgend. Daarna kwamen de boterhammen op tafel. Zwijgend. De vragen die ik stelde werden beantwoord met ja of nee. Uiteindelijk heb ik het opgegeven.

Het kan ook heel anders. Pas geleden had ik eindelijk, na een paar jaar, een afspraak met een oud-collega. We hadden het al zo vaak geprobeerd maar iedere keer kwam er weer wat tussen. Soms serieuze zaken, soms deden we ook gewoon niet genoeg ons best. Maar, uiteindelijk, de datum werd vastgesteld en we beloofden elkaar dat er nu niks tussen zou komen.

En dat gebeurde ook niet. We troffen elkaar in zijn kantoor en na nog geen minuut was het weer als vanouds. We bespraken de oude vertrouwde onderwerpen. Geliefden, kennissen, werk. Alles kwam weer aan bod. Samen gingen we uit eten en veroorzaakten we overlast voor de naast ons gezeten restaurantgasten. Ach, die mensen kenden we toch niet, en als ze last hadden van ons gelach, waren het eigenlijk maar chagrijnen,

Het werd een gouden avond en aan het eind waren we weer helemaal bijgepraat. Wat stom dat we elkaar zo lang niet gezien hadden. We namen afscheid met een dikke zoen en de plechtige belofte nu zeker eerder af te spreken. Nu kan ik natuurlijk alleen voor mezelf spreken, maar ik denk echt dat we allebei die belofte gaan houden. En ik verheug me er al op.

 

Verhalen vertellen

auto-3290676_1920

Een collega-schrijver las mijn verhalen en vond dat er nog veel verhalen verteld moesten worden. Dat ik mijn vader wel beschreef maar hem geen recht deed. En eigenlijk had hij daarin gelijk. Ik heb nooit de beklemmende sfeer van de 70-er jaren beschreven. De tijd waarin de mensen zo modern waren. En tegelijk zo bekrompen. Vrije seks en macramé. Krakers en bruidjes van 17 jaar oud. Ik weet nog goed dat mijn vader mij naar een middelbare school stuurde die niet bekend stond vanwege het drugsgebruik van haar leerlingen. Maar dat betekende niet dat er geen drugs werd gebruikt. Integendeel.

Onlangs vertelde een collega dat hij in zijn jeugd samen met zijn vader een Simca 1000 had opgeknapt. Met de bedoeling rally’s te gaan rijden.  Ik was gelijk weer een heel eind terug in de tijd. Mijn vader bracht ons met zijn Simca 1000 naar de kleuterschool. HIj haalde er mijn oom mee op, die in een klooster woonde, om te komen logeren. Wij mochten dan mee. Op de achterbank, geen hoofdsteunen, geen gordels. Skai bekleding, lekker zweten in de zomer.

Daarna kocht mijn vader een Simca 1100. Ik weet nog dat ik dat als kind een hele grote auto vond. Als ik hem nu, sporadisch, nog eens tegenkom, denk ik, oei, wat een klein autootje. We reden ermee naar Frankrijk. Ik weet nog heel goed dat we op een gegeven moment vlakbij Lille stil vielen. Mijn vader stapte uit, deed de motorkap open en trok een technisch gezicht. Hij draaide aan wat zaken, klopte hier en daar eens op en sloot met een klik de kap. Zelfverzekerd stapte hij achter het stuur en draaide de sleutel om. Waarschijnlijk was de auto onder de indruk van deze houding want de motor sloeg aan. We konden weer verder.

Toen had ik ontzag voor mijn vader. Hij was de man die ons veilig naar Frankrijk bracht. Die ‘s avonds toch mijn spoken wegjoeg. Pas veel later ben ik er achter gekomen dat mijn vader gewoon ook een man was met angsten en onzekerheden.

Mijn vader was heel gelovig. Heel katholiek. Heel ouderwets, zelfs toen al. Hij had vier dochters en dat was ook een hele opgave. Want er kan heel wat gebeuren met vier dochters. Die kunnen tegen heel veel foute jongens aanlopen. Niet dat dat het geval was, welnee, maar mijn vader bekeek al onze vriendjes met argusogen. Ik heb wel eens gezegd “al was ik met iemand van koninklijke bloede thuis gekomen, mijn pa had er nog een vlekje aan kunnen vinden.” Achteraf vind ik het wel aandoenlijk. Toen niet, ik vond het mega irritant. En heb dat ook tegen hem verteld. De arme man.

Ik heb zelf geen kinderen. Ik weet niet hoe het voelt als ze gaan uitvliegen. Ik weet alleen dat ik nu pas snap dat mijn vader eigenlijk op dat gebied een getergd man was. Misschien kan ik, door dit verhaal te vertellen, enigszins recht doen aan zijn onzekerheden.

 

Peuterinfluencer

green-2558204_1920

Ik heb een nieuw begrip geleerd. Dat is op zich niet bijzonder, ik leer iedere dag bij. Maar dit is voor mij wel een openbaring. Ik wist nl. helemaal niet dat dit ooit zou kunnen bestaan. Waar heb ik het over, wel, over de peuterinfluencer. Wat zegt u, ja inderdaad, de peuterinfluencer.

Kinderen van een paar jaar oud, die helemaal niet bezig zijn met Social Media. Zelf ook meestal nog niet kunnen lezen of schrijven. Hun foto’s gaan de hele wereld over. Alle peuters willen zijn zoals zij. Huh? Welnee, het is gewoon een gewiekste moeder die haar peuter schaamteloos uitbuit. En daar vreselijk veel geld aan verdient. Want het zal die kinderen waarschijnlijk een zorg zijn. Als ze maar lekker kunnen spelen. Dat vergelijken met elkaar komt pas later. Dan wordt het pas belangrijk om de juiste kleren te dragen en de juiste mensen te kennen.

Ik vraag me wel af of de moeders hun commentaren eerst bepreken met die kleine eigenwijsjes. Hoe gaat dat gesprek dan aan de keukentafel. “Kijk, je hebt er weer 100 volgers bij.” En denkt zo’n kleintje dan “oh, maar dat is fijn, dan kan ik nog meer invloed uitoefenen op het modebewustzijn van de wereld.” Of komen de woorden eigenlijk niet eens binnen en wil de peuter het liefst gewoon lekker verder met spelen.

De moeders denken dan waarschijnlijk “yes, meer advertenties, meer inkomen”. En hijsen hun kind in een nieuwe outfit om op weg te gaan naar de volgende foto-shoot. “En denk er om, wel lachen hoor.” Eigenlijk is het gewoon zielig. Je kind wordt gewoon een attribuut.

Het is sowieso een vreemd fenomeen, influencers. Ik heb altijd geleerd dat je jezelf moet proberen te zijn. Uniek, tegendraads, je niet mee laten slepen door de massa. Of is dat allemaal pas later gekomen. Ik weet het niet meer.

Ach, misschien zie ik het allemaal veel te serieus. En moet ik volgers op Instagram met een korreltje zout nemen. Hoewel het toch wel een miljoenenindustrie is geworden. Maar ook dat houden we met z’n allen zelf in stand. Nee, dan zie ik toch liever de verrichtingen van Influenza. Ik denk dat Paul de Leeuw er net zo over denkt als ik.