Soms heb je iets uit te leggen

Hij vindt het prachtig als het baasje op de grond komt zitten om met hem te stoeien. Dan doen ze net of ze elkaar achterna zitten. Het baasje houdt hem dan vast en hij probeert los te komen. Of het baasje probeert hem te vangen terwijl hij heel hard heen en weer loopt. Het vrouwtje moet er altijd om lachen. Ze waarschuwt soms wel als ze samen iets te fanatiek aan de gang zijn. Maar dan lacht het baasje en zegt dat dat toch juist leuk is. Hij zelf vindt het prima.

Maar inderdaad, soms gaat het wel eens een beetje te hard. Laatst had het baasje hem in de houdgreep, hij wrong en draaide en kwam omhoog. Daarbij kwam hij met zijn hoofd tegen het oog van het baasje. Die had het eigenlijk niet zo gemerkt maar toen hij later met het vrouwtje koffie ging drinken vroeg zij geschrokken wat hij had gedaan. “Ik? Niks”, zei het baasje een beetje verbaasd. Hij kon natuurlijk zelf niet zien dat zijn oog helemaal blauw was geworden. Oeps. Het vrouwtje moest er toch heel hard om lachen. “Jij hebt wat uit te leggen, als je straks naar de huisarts en de tandarts moet.” Het baasje keek wel beteuterd. “Ik heb er echt helemaal niks van gemerkt.” Het oog van het baasje werd bijna paars, ze hadden toch hard gebotst. “Die hond heeft ook zo’n harde kop”, zei het vrouwtje, “hij heeft er zelf niks van gemerkt.” Nee, inderdaad, hij had echt niks gemerkt.

Gelukkig was het baasje niet zo flauw en bleef hij toch gewoon met hem spelen. Een van zijn favoriete spelletjes blijft toch altijd gooien met de bal. Een tennisbal natuurlijk. Daar beet hij dan een gat in zodat het baasje de bal beter kon vasthouden. En dan speelden ze samen wie het eerste de bal losliet. Wel jammer dat de tegelvloer in huis zo glad is, als hij meer grip had, zou hij echt wel vaker winnen. Nu ook, het baasje dreigde toch echt te gaan winnen, hij pakte nog wat beter naar de bal. En toen trok het baasje zijn hand wel weg, hij had nl. ook in de vinger van het baasje gebeten. Hij schrok er heel erg van, het was echt niet expres.

Het baasje bleef er erg nuchter onder. Hij pakte een stuk keukenrol om het bloeden te stoppen. Even later kwam het vrouwtje beneden. Oei, nu zou er wel wat zwaaien. Het vrouwtje had immers al gewaarschuwd. Ze keek van het baasje naar hem en weer terug. Eigenlijk keken ze allebei heel schuldbewust terug. “Sjongejonge”, zei ze, “ik hou geen maatje meer over op deze manier.” “Het is niet Stef zijn schuld”, zei het baasje, “we waren gewoon aan het spelen.” Het vrouwtje moest lachen. Pff gelukkig, ze was niet boos op hem. “Ik kan jullie ook geen moment alleen laten.” Nadat ze een pleister had gepakt ging ze koffie inschenken. Hij kreeg een snoepje. Hij keek even naar zijn bal. Hmm, toch maar even wachten. Het was nu wel even voldoende om aan de huisarts uit te moeten leggen.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Om je kapot te schamen

Inmiddels is er een week avondklok voorbij. Waarschijnlijk zullen veel mensen de start niet makkelijk vergeten. Rellen, vernielingen, aanvallen op de politie, taferelen waarvan de nuchtere Nederlander dacht dat ze alleen in het buitenland voor konden komen. Maar nee, ook in Nederland trok een groep de straat op om te laten weten dat zij het er niet mee eens waren. Waar mee? Geen idee, ze waren gewoon tegen.

Winkeliers, die toch al geen fijne tijd hebben, kregen het nog zwaarder te verduren. Politie werd nog zwaarder belast. Terwijl die mensen ook alleen maar hun werk doen. Een station werd vernield. Waarom in vredesnaam? Wat heeft de NS of ProRail verkeerd gedaan? Hebben zij het virus verspreid? Ik heb er met open mond naar gekeken. Wat waren dat toch voor mensen?

Dit heeft helemaal niks met Corona te maken. Het heeft te maken met de mentaliteit van een groep mensen die echt beneden peil is. Ik heb er eigenlijk niet eens woorden voor. Zijn deze mensen na de rellen thuisgekomen en hebben zij tegen hun moeder of vriendin/vriend gezegd  “zo, dat was nog eens een gezellig avondje, ik ben lekker met mijn vrienden op pad geweest.” En zijn ze toen tevreden achter hun bordje boerenkool met worst gekropen?

Ach die arme dame die met een bebloed gezicht in beeld kwam. Het was eigen schuld, ze had daar helemaal niet moeten zijn.

Een dag later was het weer raak. Randdebielen lieten zich inspireren door hun hersenloze voorgangers.

De dagen erna likten de steden hun wonden. Alles moest worden opgeruimd, de schade moest worden hersteld. Je wilt toch niet in de schoenen van zo’n winkelier staan die zijn winkel aantreft alsof er een bom is ontploft. Die ’s nachts wakker ligt omdat de stapel rekeningen steeds hoger wordt. Wat riepen die idioten? “Vandaag is alles gratis.” Nee, vandaag werd een hele hoge prijs betaald. Vandaag zag iedereen dat er in Nederland een groep mensen bestaat die het intellect heeft van een aardappel. Een kleine groep, gelukkig, maar groot genoeg om Nederland weer eens goed op de kaart te zetten. De Belgische collega’s die ik sprak, vroegen zich in alle ernst af wat er toch in Nederland aan de hand was.

Je schaamt je toch echt voor de rest van de wereld. En Trump is er niet meer om het te overtreffen met nog stommere acties. Echt, laten we als Nederland voorlopig maar heel wijselijk onze mond houden. En niet net doen of we het allemaal beter weten. Want de acties van afgelopen week, nee, dat had helemaal niets met gezond verstand, of zelfs maar met een greintje verstand te maken.

Slaan we niet een beetje door

Onlangs kwam er belangrijk nieuws voorbij; een studente heeft een gender neutraal kaartspel ontworpen. Het kwam in verschillende nieuwsbulletins en talkshows aan de orde. De dame in kwestie vindt dat een heer niet meer waard is dan een dame. In principe ben ik het daar natuurlijk mee eens. In mijn beleving zijn mannen net zoveel waard als vrouwen. Of andersom. Maar om daar nu een heel nieuw kaartspel voor te ontwerpen, poeh. En eigenlijk is het ook geen eerlijk uitgangspunt. Want hoezo de dame, waarom niet de boer. Want die is toch ook veel waard? Zonder boeren hebben wij niet te eten. Tot op heden komen speklapjes nog altijd van een varken, niet uit een fabriek. Hoewel, soms lijkt het er wel op, maar dat is een andere discussie.

Ik besef steeds meer dat ik van een oudere generatie ben. Ik zoek niks achter jodevet, negerzoenen en moorkoppen. Misschien is dat fout, ik weet het niet, het zou best kunnen maar ik ben er mee opgegroeid. Als katholiek gezin uit Tilburg gingen wij in de maand mei naar de Hasseltse kapel. Even een kaarsje aansteken en dan snel naar de snoepkraampjes die in de Mariamaand iedere zondag een enorm assortiment aan snoepgoed aanboden. En inderdaad, we kochten daar jodevet. Naast stroopsoldaatjes, zuurballen en spekken. Heerlijk. Ik voor mij heb die naam nooit geassocieerd met een bevolkingsgroep. Misschien omdat ik eigenlijk helemaal geen onderscheid maakte tussen mensen. Je had mannen, vrouwen en kinderen. Punt.

Jaren later leerde ik één van de eigenaren van zo’n snoepkraam kennen. Hij vertelde me dat de naam jodevet in de ban was gedaan. Het heet tegenwoordig borsthoning. Geen idee waar dat nou weer vandaan komt. Gelukkig verkocht hij nog wel stroopsoldaatjes. Dat was dan toch nog gebleven.

Ik was ook oprecht verbaasd toen mensen als Sylvana Simons en Akwasi mij gingen beschuldigen van racisme omdat ik geen aandacht besteedde aan dit soort uitingen. Ik was me daar helemaal niet van bewust. En ik denk met mij best wel meer mensen. Natuurlijk zijn er ook mensen die wel onderscheid maken. Maar ook die heb je in soorten en maten. En discriminatie is echt niet iets dat enkel door witte mensen wordt bedreven.

En nu komen er dus gender neutrale verkeersborden, een gender neutraal kaartspel, alles moet op de schop. Het lijkt mij allemaal erg geforceerd. Het is buitenkant, dieper gaat het denk ik niet.

Het veranderen van een naam gaat volgens mij de oplossing niet brengen. Het is misschien een begin maar het zal nooit het einde van de ongelijkheid zijn. Daar moet nog heel wat meer voor gebeuren.

BoekenBoeken

Het lot van goede voornemens

Als ik begin januari boodschappen ging doen, kwam ik overal in het dorp de goede voornemens tegen. Op de fiets, joggend, stevig stappend al dan niet gewapend met splinternieuwe Nordic Walking stokken. Verbeten koppies maar vastbesloten om het dit jaar wel vol te houden. In de supermarkt zag je dat ook terug bij de groente-afdeling. Groente, fruit, noten in combinatie met moderne producten waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken, het ging als warme broodjes. Mijn maatje en ik zijn grote groente-liefhebbers maar dan het hele jaar door. Nu zie je mensen vertwijfeld met een pompoen in hun handen. Ze zeggen dat je daar een heerlijke en gezonde curry van kunt maken, maar hoe in vredesnaam.

Nu, een paar weken later, slijt het wel. Alleen de diehards zijn overgebleven. Zij rennen met een fanatieke blik in de ogen door de polder. De rest van de goede voornemens gebruikt de joggingbroek weer op de manier waarop hij geen recht doet aan zijn naam. Al hangend op de bank. Gelukkig.

Niet dat ik me schuldig voel hoor, dat heb ik jaren geleden al afgeleerd. Sporten zit nu eenmaal niet in mijn genen. En het klinkt erg onaardig, maar teamsporten zijn helemaal niet aan mij besteed. Ik stond altijd verkeerd, liet ballen vallen, miste een schot voor open doel, nee, mijn oog-hand coördinatie heeft altijd veel te wensen overgelaten. Bij softbal sloeg ik over de bal, bij hockey steevast naast het doel. Het was een drama.

Turnen heb ik altijd nog het leukste gevonden. Niet dat ik erg goed was, daar ben ik dan weer te onhandig voor, maar je was tenminste eigen baas. Tot op zekere hoogte.

En nu, probeer ik maar zo gezond mogelijk te leven en actief te blijven. Op pad met Stef helpt daar prima bij. Maar ik moet er toch niet aan denken om in een te strak glimmend pakje in zo’n sportschool aan apparaten te gaan hangen. En dat er een kloon van Arie Boomsma tegen mij komt vertellen wat ik precies wel en niet moet doen. Ik zie het helemaal voor me, ik zou zo vreselijk afgeleid zijn door het wiebelen van zijn manbun dat ik spontaan van de loopband zou vallen.

En dat op mijn leeftijd, je breekt zo je heup en wie weet hoe lang ik dan moet revalideren.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Klagers geen nood

“Klagers geen nood”, ik hoor deze uitspraak al mijn hele leven. Tegenwoordig niet zo veel meer, maar het lijkt of gezegdes in het algemeen uit de mode aan het raken zijn. Wel jammer, we zouden voor de Corona-periode ook prachtige uitdrukkingen kunnen verzinnen. Wat vooral in deze uitspraken terug zou moeten komen, is dat Nederlanders uitgesproken bedreven zijn in klagen. Verschrikkelijk. Terwijl de meesten van ons het helemaal niet slecht hebben, ze moeten hooguit wat langer wachten op sommige plaatsen.

Ik heb het niet over de mensen die zich de benen onder het lijf uitrennen in de zorg. De medewerkers in de ziekenhuizen, de verzorgingstehuizen en overal waar andere, kwetsbare, mensen verzorgd moeten worden. Of over de mensen die hun zaak moeten sluiten en ’s nachts wakker liggen over hoe ze hun personeel moeten betalen. En hun vaste lasten. Of over de mensen die, ondanks hun voorzichtigheid, toch ziek zijn geworden. Over die mensen heb ik het niet.

Maar stel je voor, dat je naar een garagebedrijf gaat omdat de linker achterband van je auto een beetje slap staat. Dat kun je natuurlijk zelf even oplossen bij een pompstation maar nee, je besluit naar je eigen dealer te gaan. De mensen daar zijn deskundig. En in deze tijd ook erg voorzichtig. Je wordt vriendelijk verzocht een mondkapje op te doen, ze gaan je auto ontsmetten, rijden hem de werkplaats in, verzorgen de bandenspanning, waarbij ze ook even je andere banden controleren, ontsmetten weer de hele auto en komen dan bij je terug. En dat duurt een half uur. Echt, een half uur! Onvoorstelbaar dat je zo lang moet wachten.

Of stel je voor dat je gezellig met een groep vrienden over straat loopt. En dat zo’n vervelende BOA komt zeuren dat je maar met twee mensen mag samenscholen. Samenscholen, inderdaad, maar dit zijn je vrienden. Daar is niks mee aan de hand, we zijn geen van allen ziek, dus waar bemoeit zo’n zanikerd zich mee. Ga weg joh, of je krijgt er één.

Hetzelfde geldt voor de vreselijke buschauffeur. Hoezo een mondkapje op, ik zit toch meer dan anderhalve meter van jou vandaan. Schiet toch op man.

Het lontje van de mensen wordt steeds korter. Tijdens de eerste lockdown werd er voor de zorghelden geapplaudisseerd. Nu staan er bij sommige afdelingen beveiligers aan de ingang. Onvoorstelbaar. Je zult zelf de hulp maar nodig hebben.

Klagen. Ik vind het een nare eigenschap. Ik weet wel dat het in de natuur van ons volk zit, maar laten we dan tenminste net als vroeger klagen over het weer. Daar kunnen we in ieder geval zelf niets aan veranderen. In tegenstelling tot aan de Corona-crisis.

Goede Voornemens 2020Goede Voornemens 2020

Het was een raar jaar.

Het was een raar jaar geweest, niet ongezellig, maar wel raar. Eerst ging het vrouwtje iedere dag weg. ’s Morgens vroeg al. En dan kwam ze pas aan het einde van de middag weer thuis. En toen ineens, bleef ze de hele dag thuis. Ze zat wel steeds naar dat schermpje te kijken, maar ze bleef toch wel thuis. Soms zat ze zelfs tegen dat scherm te praten, zo gek. En dan hoorde je ook stemmen van andere mensen. Hij had wel eens meegekeken, op schoot, maar dan werd er alleen maar gelachen.

Wel heel gezellig hoor, dat het vrouwtje zo veel thuis is. Dat vindt het baasje ook. Ze eten samen tussen de middag en dan gaat hij een rondje lopen met het vrouwtje.

Ze zit nu wel boven op haar kamertje. Daar heeft ze alle spulletjes bij de hand. Hij gaat er overdag geregeld kijken. Ze heeft er nu ook een vachtje neergelegd zodat hij niet op de koude grond hoeft te gaan liggen. Nee, daar is niks mis mee. Van hem mag dat gewoon zo blijven.

Ze zijn wel veel minder naar de camping geweest, dat was ook zo raar. Het was prachtig weer en toch bleven ze thuis. Hij miste het wel. Niet alleen het bos en het water maar ook zijn vriendjes. Yana, Luna, Indy. Hij had ze wel erg lang moeten missen. Gelukkig was het wel een mooie zomer geweest en had hij nog veel kunnen spelen.

En toch, ook op de camping was het anders. Hij kon het niet thuisbrengen maar er was iets. Het baasje ging altijd graag naar het terras maar nu bleef hij liever op zijn plekje. Ook niks mis mee, het vrouwtje had hele zakken hout opgestookt. Wel scheen het nu weer opgelost te zijn, zijn grote vriend bleef in ieder geval ook volgend jaar op de camping. Dat was goed nieuws. Het baasje was er erg blij om geweest.

Hij begreep niet zoveel van mensen. Er waren bepaalde regels geweest die ervoor moesten zorgen dat iedereen gezond bleef. En dan had je mensen die zich daar niet aan wilden houden. Dat vond hij zo raar, je wilde toch niet ziek worden. Als je nou toch gewoon een tijdje die maatregelen in acht neemt, dan kun je toch daarna weer doen wat je wilt. Maar nee, mensen liepen weer te mopperen. Volgens hem duurde het daarom allemaal veel langer, suf hoor.

Nou, nog even en dan begint er weer een nieuw jaar. Wat zal het weer gaan brengen. Hij hoopt veel plezier, veel geluk, veel liefde. En natuurlijk ook veel hondensnoepjes, want die heeft hij afgelopen jaar echt veel te weinig gekregen, naar zijn zin.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Wat doen we met vader met kerst

Dit jaar nog meer dan anders is de vraag “wat doen we met mama deze kerst?”. Of met vader, of oma. In ieder geval met het familielid waar we normaal altijd naar toe gaan omdat dat zo hoort. Het klinkt niet erg respectvol maar zo is het helemaal niet bedoeld. En niet dat het ongezellig is, dat ook helemaal niet, maar “het is zo gegroeid”. Vaak zijn het familiebijeenkomsten waar mensen ook hun neven en nichten weer eens voorbij zien komen. “We moeten toch snel weer eens wat afspreken.” Om vervolgens weer een heel jaar geen contact te hebben. Begrijpelijk, iedereen heeft het druk en een jaar is helaas zo om.

Mijn schoonvader wist zich de laatste jaren prima te vermaken tijdens de feestdagen. Op kerstavond kwam hij bij ons eten, dat was traditie. Hij mocht dan ook het menu samenstellen. Vaak koos hij voor gerechten die hij zelf niet kon maken. Of die niet geschikt waren voor één persoon. Flappie zal zijn keuze meerdere malen met schrik en beven aangehoord hebben.

Pa nam voor de heenweg de deeltaxi. Hij wilde ons niet lastig vallen tijdens de voorbereidingen. Nadeel van die taxi was wel altijd dat hij steevast een uur te vroeg op de stoep stond. Ik nog bezig in de keuken, mijn maatje bezig met klusjes die nog gedaan moesten worden. Het “dag dag” zorgde altijd voor een gevoel van haast en te laat zijn. Pa kwam binnen, handenwrijvend, rondkijkend waar hij zijn stok even kon parkeren om zijn jas uit te doen. Mijn maatje hield Stef vast, die kleine man was altijd enthousiast als pa kwam. Hij zou hem zonder pardon uit liefde en affectie ondersteboven hebben gesprongen. En als zo’n oude man valt, tja, je wilt een gebroken heup niet op je geweten hebben. In de binnenzak van zijn jas grabbelde hij naar twee envelopjes. Die waren voor ons, zijn kerstkadootje. Hoe vaak we ook zeiden dat dat niet hoefde, hij bleef het geven.

De avonden waren altijd hetzelfde. De oude verhalen, hoe het met de familie ging. En aan het eind bracht ik pa weer naar huis. Eigenlijk was het best gezellig. Je mist dingen pas als je ze niet meer hebt.

Dit jaar wordt kerst voor veel mensen een ingewikkelde planning. Want met de hele familie aan het kerstdiner, dat gaat het niet worden. Ach, er zullen ook best mensen zijn die stiekem opgelucht adem halen. Want niet alle kerstdiners eindigen in peis en vree. Mijn moeder komt bij ons eten op kerstavond. Mijn zussen vullen de andere dagen. Mijn zussen en ik hebben samen overlegd, “wat we doen met mama deze kerst”. Arme mam, ze moest eens weten.

Kerst 2020Kerst 2020

Romantisch, zo’n witte winter

Het wordt weer winter, althans, het weer wordt weer slechter. Donker, koud, nat, guur. Veel mensen verlangen naar een ouderwetse winter, vol sneeuw. Zouden we dit jaar kunnen schaatsen? Nou, ik kan je zeggen, voor mij hoeft het niet. Het ziet er misschien mooi uit op een plaatje maar ik heb er een gruwelijke hekel aan. Dat je ’s ochtends buiten komt en het heeft gesneeuwd. Je verpest gelijk je schoenen, je moet je auto schoonmaken. Waar zijn mijn handschoenen? En als je auto dan sneeuwvrij is en je start, beslaat direct de voorruit zodat je helemaal niks ziet. Kun je dat weer schoonpoetsen. Dan, eindelijk, kun je op pad. In een ijskoude auto. Het grote nadeel van een moderne hybride-auto heb ik altijd gevonden dat zo’n ding maar niet warm wil worden. Ik hoef niet zo heel ver te rijden maar de ouderwetse diesel die mijn maatje lang heeft gereden, was tenminste op de snelweg direct warm. Je blijft anders bibberen. En zo’n dikke jas en sjaal, het zit alleen maar vreselijk in de weg.

Schaatsen zie je ook steeds minder. Niet dat ik dat erg vind. Ik ben geen ster, ook voor schaatsen heb je een bepaalde handigheid nodig. En die bezit ik niet. De laatste keer dat ik op natuurijs stond, ging ik na 10 meter al onderuit. Lekker onhandig. Natuurlijk riep ik dat er niks aan de hand was en heb ik de middag nog uitgehobbeld maar ik had er geen plezier meer in. Een bezoekje aan de dokter en het ziekenhuis wees uit dat ik mijn schouder had gebroken. Toch fijn een half jaar mee zoet geweest.

En oh ja, het is best gezellig om in een grote tent warme chocolademelk te drinken. Maar ik kan dat perfect zonder dat ik een paar ongemakkelijk zittende ijzers bij me heb. Ik hoef niet zo nodig te klunen over stukken vloerbedekking die aan de randen zo omgekruld zijn dat je daar weer over struikelt. Ik kijk zo wel naar mensen die wel de motoriek hebben om op van die smalle stukjes metaal rond te zwieren.

En dan gaat dat ijs en die sneeuw natuurlijk ook weer smelten. Alles verandert in één grote, bruine blub. Sneeuwmannen zakken scheef en na een paar dagen zie je alleen nog maar een zielig hoopje sneeuw liggen, met als je geluk hebt nog een winterpeen recht omhoog. Overal liggen plassen ijskoud water. Ook voor Stef is een ramp, zijn arme pootjes worden in- en in koud. Ik snap heel goed dat hij af en toe weigert om mee naar buiten te gaan.

Nee, voor mij hoeft de winter niet. Ik ben geen romanticus. Ik ben een groot voorstander van een winterslaap. Gewoon onder de dekens en wachten tot het allemaal weer voorbij is.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Mondkapjesplicht

Het is wel een woord dat we een jaar geleden nooit gebruikten, mondkapjesplicht. Een mondkapje, dat was iets dat in het ziekenhuis werd gebruikt. Of als er met gevaarlijke stoffen werd gewerkt. En dat waren dan ook hele andere exemplaren dan de stoffen lapjes die inmiddels het straatbeeld beheersen.

Vanaf 1 december is het dan zo ver. Het is verplicht om in openbare ruimtes een mondkapje te dragen. Als we de weekenden in België waren, was het op veel plaatsen al verplicht dus voor mij is het niet zo’n moeite. Daar noemen ze het overigens een mondmasker. Dat allitereert een beetje dus dat vind ik dan weer mooier klinken. Maar ach, what’s in a name.

Ik heb de discussie over voor en tegen zijdelings gevolgd. Natuurlijk, Het zal heus niet volledig afdoende zijn. Anderhalve meter afstand blijft nog altijd belangrijk, evenals het ontsmetten van spullen en het goed wassen van je handen. Maar het is toch weer een klein wapen in de strijd naar een normale maatschappij. En al doe je het niet voor jezelf, doe het dan in ieder geval voor je medemens. Je wilt een ander toch niet besmetten. Zeker niet de ouderen en wat minder weerbaren onder ons.

Hoewel, dat van die ouderen is soms toch wel heel betrekkelijk. Je hebt er eigenwijze exemplaren tussen hoor. Mensen die denken dat ze, omdat ze een zekere leeftijd hebben bereikt, ze dan ook een zekere wijsheid hebben ontwikkeld. Je hoort ze vaak ook al van een afstand oreren.

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje kwam ik er ook een tegen in de supermarkt. Ik stond achter hem in de rij bij de kassa. Mezelf al verwensend dat ik geen zelfscanner had gepakt. De dame achter de kassa droeg een kunststof kapje dat steunt op de kin. De man vroeg of ze daar geen last van had. Hij droeg zelf niets. De kassière gaf toe dat ze het niet fijn vond. Maar dat iedereen daar last van had. En dat er nog even niets aan te doen was. “U draagt geen mondkapje, bent u niet bang voor besmetting?” vroeg ze. De man keek haar een beetje laatdunkend aan. Hij vond het zichtbaar allemaal maar onzin.

“Mevrouw, ik heb al 40 jaar geen griep gehad, ik heb een uitstekend immuunsysteem.”

Nadat de man had afgerekend gebaarde de kassière me te wachten. Ze haalde onder de kassa een enorme spuitbus met desinfectiemiddel tevoorschijn en besprayde omslachtig en demonstratief de boodschappenband en pinautomaat om daarna alles schoon te poetsen met een groot stuk keukenrol. Het gezicht van de oude man was goud waard.

HuishoudenHuishouden