Het verhaal van Stef

Heerlijk, weer een weekendje schrijven. Op een prachtige locatie vlakbij Zwolle. Samen met een groep mensen die het schrijven van verhalen ook omarmen. Maar wel allemaal hun eigen verhaal hebben. En hun eigen drijfveren om dat verhaal aan het papier toe te vertrouwen. Natuurlijk onder begeleiding van Heleen en mijn naamgenoot Machteld, beiden docent bij de Online Schrijfschool. De workshops die zij verzorgen, geven je iedere keer weer nieuwe inzichten.

Het verhaal dat ik wil gaan schrijven, heeft te maken met wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt. Maar ik ga het niet zelf vertellen. Want wie kan dat verhaal nu beter vertellen dan degene die er van het begin af aan bij was. Die in eerste instantie helemaal niet begreep wat er gebeurd was. Maar die wel aanvoelde dat er iets heel naars was gebeurd. En toen hij mee ging om afscheid te nemen van zijn baasje, begreep hij ineens heel goed wat er aan de hand was. Mijn trouwe vriend Stef, hij heeft ook veel meegemaakt, de afgelopen tijd. Eerst was hij ineens alleen met mij. Daarna kwam er een klein hondenmeisje in ons huis wonen. Toen moest hij zijn plaatsje ook nog eens delen met een andere man, een vriendje. En nu, nu wonen we zelfs in het huis van het vriendje. Arme man, het moet af en toe ook wel overweldigend voor hem zijn. Voeg dat samen met zijn leeftijd en de lichamelijke ongemakken die dat met zich meebrengt en je kunt je voorstellen dat ik zielsveel van die hond hou. En hem koester. Dus krijgt hij als verteller een hoofdrol in mijn nieuwe verhaal.

Ik besef dat dat een uitdaging vormt. Maar ik heb er ook alle vertrouwen in dat ik met hulp van de schrijfcoaches een hele mooie vorm daarvoor kan vinden. Ook het opschrijven van het verhaal zal de nodige tranen opleveren. Dat geeft niet, als Stef het vertelt, kan ik daar ook mijn verbazing en onbegrip in kwijt. Want Stef heeft een eenvoudige ziel, hij beschrijft het leven zoals het is. In al zijn rauwe facetten.

Kaatje en de kippen

In het huis waar ze nu wonen, wonen ook kippen. Die hebben achter in de tuin hun kooi. Eerst waren het er vier maar nu zijn er nog maar drie. Ze maken best veel lawaai. ‘Er wordt weer een ei gelegd,’ lacht het vriendje van het vrouwtje dan. Hij vindt het prima, hij krijgt af een toe ook een eitje en dat is lekker. Verder interesseren de kippen hem niet veel. Gekke beesten. Ze lopen alleen maar heen en weer en pikken in de grond.

Voor Kaatje is dat anders. Het lijkt wel of ze de kippen wil hypnotiseren. Als ze door het buitenhok lopen, sjeest ze naar buiten alsof ze ze weg wil jagen. Het grind spat dan alle kanten uit. In het begin schrokken ze er van en gingen snel naar binnen. Maar nu kijken ze alleen maar naar Kaatje. En soms kijken ze zelfs niet eens meer. Het schiet echt niet erg op, al dat gedoe van haar. Soms krijgt ze ook enorm op haar kop als ze weer ze tekeer gaat. Laatst had ze zelfs al weer het hondendeurtje kapot gemaakt, zo hard als ze naar de kippen liep. Ze sprong bijna van een meter afstand door het luikje. Tja, daar kan het niet tegen. Moest er weer een nieuw deurtje in.

‘Kaatje heeft nu echt al vier deurtjes kapot gemaakt,’ zuchtte het vrouwtje, ‘in ons nieuwe huis nemen we een deurtje dat voor grote honden bestemd is. Misschien dat dat beter houdt.’

Natuurlijk liep Kaatje weer vreselijk in de weg bij het monteren van het nieuwe deurtje. Dus werd ze aan haar nekvel gepakt en vastgemaakt. Dat wil je toch niet, zo bungelend met je voeten van de vloer. En dan aan een riempje vast. Alleen maar om naar beesten te rennen die je toch negeren. Nee, mooi dat hij gewoon afstand houdt. Hij blijft wel lekker op het kussen liggen. Of op de bank. Die eitjes krijgt hij vanzelf wel.

Helemaal klaar er mee

Soms kun je toch wel een keer helemaal klaar zijn met een hondje. Dit is die keer. Kaatje is echt weer op strafkamp en wordt volledig en vakkundig genegeerd. Geen aai, geen knuffel, niet op schoot. Alleen maar een bakje met eten en verder niks. We gaan het weer eens een tijdje volhouden. Ze was de laatste tijd toch alweer baldadig, Stef verhaalde er niet voor niks over, maar de afgelopen dagen spanden toch wel weer de kroon.

Tijdens ons weekend in Valkenburg had ik er steeds over lopen denken. Ik wil eigenlijk graag een koekoeksklok. Zomaar, voor de grap. Niet voor in de woonkamer, dat niet, maar op de slaapkamer kan hij prima hangen. Ik doe het wel, ik doe het niet. Uiteindelijk deed ik het wel. Ik kreeg een nieuw exemplaar, netjes in de doos, en was er heel blij mee. Thuis pakte ik hem uit en legde de klok en de losse onderdelen op tafel. De gebruiksaanwijzing erbij, ik zou hem morgen op mijn gemak in elkaar zetten. Ik wist ook al waar hij moest komen te hangen. Maar eerst gingen we nog even ergens wat eten om het weekend af te sluiten. Gezellig. En dat was het ook. Thuis schonk ik voor ons nog wat te drinken in en ging zitten. Stef sprong gelijk op schoot. Die was blij dat we weer thuis waren. In mijn ooghoek zag ik iets vreemds liggen op de grond. Dus, Stef van schoot en ik naar het vreemde ding. Het was de klepel van mijn koekoeksklok, in tweeën gevreten. De slinger lag er half afgeknaagd naast. En een klein zwart hondje probeerde zich nog kleiner te maken. Ze wist heel goed wat er fout was gegaan dus het werd enkele reis strafkamp.

Dat ze zich daar niet al te veel van aantrok, bleek de dag erna. Mijn vriendje kwam even kijken hoe het ging met de hondjes. Nou, heel goed. Buiten stonden een paar nieuwe plantjes die nog de tuin in moesten. En Kaatje had die, ook heel vakkundig, uit de potjes gesloopt. Het zand lag overal in de woonkamer en op het terras verspreid. De stokjes waar de foto’s en handleiding aan zaten waren niet meer te vinden. Waarschijnlijk volledig vermorzeld door dat sterke gebit.

Dus nu ben ik wel even klaar met dat kleine zwarte hondje. En dat begrijpt ze heel goed. Ze is heel braaf en houdt zich heel bescheiden op de achtergrond. Ik ben alleen benieuwd hoelang dat gaat duren. Kaatje kennende, tot ze een kans ziet om weer wat rottigheid uit te halen. Klein secreet, ik hou ervan.

Baldadig

Kaatje is weer heel baldadig de laatste tijd. Soms is het vrouwtje echt een beetje boos. Hij ziet het wel maar Kaatje is echt toch wel voortaan veel sneller dan hij. Dus hij kan het niet voorkomen. Hij heeft ook maar niet gezegd dat Kaatje achter de hortensia’s een heel groot gat heeft gegraven. Oké, hij dacht zelf ook wel dat er woelratten zaten maar dit is toch wel een beetje overdreven. En dat het vrouwtje niet snapte waarom er zoveel zandvegen op de pas gedweilde vloer zaten, ja, dat kon hij wel verklaren. Stout meisje.

Ze plaagt hem ook steeds. Dan houdt ze het kauwbot voor zijn neus en als hij het dan wil pakken, dan springt ze er gauw mee weg. Meestal doet hij wel even mee. Als hij dat niet doet, komt ze toch steeds weer dat bot in zijn gezicht duwen. Totdat hij het echt beu is. Maar dan moet hij wel echt even grommen hoor, ze is niet meer zo heel snel onder de indruk.

Gelukkig mag hij steeds vaker alleen mee om een rondje te lopen. Dan gaat het vrouwtje eerst met Kaatje en als ze dan terug zijn, dan mag hij mee. Dat is fijn. Kaatje heeft het altijd heel druk met achter alles aan lopen. Zelfs een mier vindt ze interessant. Als hij alleen meegaat, mag hij het grootste gedeelte van het rondje loslopen. Dan kan hij lekker overal aan snuffelen en gewoon in zijn eigen tempo lopen. Kaatje loopt altijd zo ongeduldig vooruit. Het vrouwtje zegt dat hij dat zelf vroeger ook deed. En dat ze daarom goede hoop heeft dat Kaatje ook nog een keer wat rustiger wordt. Nou, hij kan het zichzelf niet meer herinneren hoor. Volgens hem luisterde hij altijd een stuk beter. Oké, hij heeft wel eens achter eenden aangezeten en zo. Maar dat was op de camping, daar hoefde hij sowieso niet aan de lijn. Niet dat iedereen het daar altijd mee eens was maar daar hadden het baasje en het vrouwtje geen boodschap aan. En Kaatje moet bijna altijd aan de lijn omdat ze anders overal heen loopt. Dan is hij toch een stuk braver. Of vergist hij zich nou.

Nou ja, hij wacht het maar af. Soms kruipt ze lekker tegen hem aan op de bank en gaan ze samen tukken. En dan is haar stoutigheid zo weer vergeten.

Kaatje onder het mes

Ach die Kaatje, is ze eindelijk een groot meisje geworden, moet ze onder het mes om daar weer een eind aan te maken. Want tja, ik wil echt geen puppy’s dus waarom zouden we het risico lopen. En een loopse Kaatje was ook niet echt een feest dus maakte ik een afspraak bij de dierenarts. Afgelopen dinsdag was het zover, Kaatje werd gesteriliseerd.

Mijn ervaringen met de dierenartsenpraktijk waar ik al veel jaren kom, zijn erg goed. Ik werd ook weer uitgebreid voorgelicht over wat ik wel en wat ik niet moest doen. Het begon er natuurlijk al mee dat Kaatje nuchter moest komen. Arm meisje, ze heeft ’s morgens een scheurende honger. Net als Stef. Ik had wel bedacht dat ik dan Stef ook pas eten zou geven als ik Kaatje had weggebracht. Anders was het wel heel erg zielig. Stef en Kaatje vonden zichzelf sowieso heel zielig. Want wie had er nou bedacht dat ze geen eten kregen. Dat was toch gewoon mishandeling. Stef stond me verwijtend aan te kijken en Kaatje bleef maar bij het kastje staan waar de bak met brokjes staat.

Bij de dierenarts ging ze braaf op de weegschaal. En daarna vrolijk springend met de assistente mee. Kaatje vindt alles een avontuur dus ze keek niet eens om. Wat heerlijk als je je zo onbevangen overal in stort. Daar stonden we dan, met ons goede gedrag. ‘We bellen tussen twaalf en één, behalve als er iets is, dan bellen we eerder.’ Toch spannend.

Thuis kreeg Stef eindelijk zijn brokken. Hij viel eropaan alsof hij al weken niks te eten had gehad, de aansteller. Daarna kwam het besef dat Kaatje niet mee terug was gekomen. Hé, dat was een beetje raar. Maar goed, het is ook wel lekker om alleen de aandacht te krijgen van het vrouwtje. En dus stiefelde hij vrolijk mee naar boven toen ik daar ging werken. Heerlijk op het kussen, zonder dat je plekje wordt ingepikt als je even bent wezen plassen.

Gelukkig (en ik wilde bijna zeggen natuurlijk) ging het allemaal goed met Kaatje en om twee uur konden we haar weer halen. Heel hip gekleed in een mooi rompertje. En toch nog een beetje wazig van de narcose. Die avond lag ze voornamelijk te slapen. Wat een rustig beestje.

Dat was de dag erna alweer over. Kaatje was er weer. ‘Rustig, rustig.’ Je kunt het beter tegen de stoelpoot zeggen, die luistert beter. Maar het ziet er allemaal mooi uit en Kaatje vindt het prima om het rompertje te dragen. Ze moppert niet en probeert er ook niet aan te trekken. Ach, en ze hoeft het maar anderhalve week aan, dat is niet zo heel lang toch. Ik heb goede hoop dat het ding het redt, tot aan de controle.

Toch ben ik wel trots op mijn kleine meisje. Ze ondergaat het toch allemaal maar en ze moppert nooit. Wat dat betreft is het een echt Staffordje.

Met de deur in huis vallen

Mijn grote vriend Stef is niet het toonbeeld van subtiliteit. Nooit geweest ook. In wezen is hij eigenlijk een beetje lomp. Heel lief, maar lomp. Hij bezorgt je in een handomdraai een blauwe plek waar je u tegen zegt. Toen Kaatje dus bij mij kwam wonen, had ik niet het idee dat ik nog een grotere sloper in huis zou halen. Bovendien, Kaatje is een meisje, die zal toch wel een beetje subtieler zijn.

Ha, dat had ik gedacht. Stef heeft in zijn tijd echt wel dingen kapot gemaakt. Het dure outdoor hondenkussen dat we hadden gekocht, was in een middag veranderd in een hoopje vodden. Het leek wel of er een grote sneeuwbui door de huiskamer was getrokken. Stef zat er trots bij te kijken. ‘Heb ik gedaan!’ Maar Kaatje, nee, die spant echt de kroon. De hondenmand laat ze met rust. Maar dat is denk ik meer omdat het Stef zijn domein is. Voor de rest heeft ze helemaal nergens ontzag voor.

Het kind is ook nergens bang voor. Ze stort zich met volle overgave in alle avonturen die op haar pad komen. En als ze denkt dat die avonturen misschien wel buiten plaatsvinden, dan rent ze met volle vaart door het hondenluik. Remmen? Nooit van gehoord!

Op een gegeven moment zat er zelfs een scheurtje in het kunststof. Ach, dacht ik, het is ook al niet zo nieuw meer. Ik koop tegen de winter wel een nieuw exemplaar. Inmiddels ben ik daar maar van afgestapt. De winter gaat het deurtje niet halen. Het hangt aan elkaar van duct-tape en de afsluitrand aan de buitenkant is zelfs al helemaal afgebroken. Dat heeft Stef in zijn elfjarige leven nog niet voor elkaar gekregen.

En wat nog erger is, Kaatje is amper te straffen. Als ze stout is geweest, en dat weet ze heel goed, loopt ze zelf al vast naar de bench. ‘Want daar zal ik dan toch wel weer in moeten.’ Dat is dan ook zo, maar twee minuten later hoor ik haar dan heel tevreden snurken. En als ze er uit mag, kijkt ze vol verwachting uit naar nieuwe avonturen. Het enige dat helpt, dat vindt ze echt heel erg, is negeren. Want ja, het is wel een vrouw natuurlijk, en die worden niet graag over het hoofd gezien.

Het zal heus wel goedkomen, ze is een puber en haar hormonen zitten ook in de weg. Maar soms kijken Stef en ik elkaar aan en dan denken we: ‘wat hebben we toch in huis gehaald.’

Killer Kaatje

Soms houdt hij toch wel zijn hart vast hoor. Dan is Kaatje echt heel stout. Laatst had ze zelfs toen het vrouwtje niet thuis was de plant op de standaard ondersteboven getrokken. Met standaard en al. Ze kan al best hoog springen. Maar ja, je zal maar lekker uit eten zijn geweest en dan bij thuiskomst gelijk aan het ruimen kunnen. Hij zou het zelf ook niet leuk vinden. Gelukkig staat de plant nu heel hoog en stevig, ze kan er nu echt niet meer bij. Maar sjongejonge, je moet er wel echt rekening mee houden hoor. En het vrouwtje geeft haar niet eens op haar kop als ze dingen doet als het vrouwtje niet thuis is. Hij weet niet of hij zelf ook zoveel geduld zou hebben.

Hij moppert in ieder geval wel op haar als het nodig is. Pas geleden heeft ze er voor gezorgd dat de hondendeur kapot is gegaan. Hij wilde naar binnen gaan maar Kaatje dacht dat ze nog wel even eerst kon. Toen zaten ze samen klem en bij het loswringen is het hele deurtje gescheurd. En wat nog erger was, zijn pootje had zo lelijk vast gezeten dat hij nog een paar dagen mank heeft gelopen. En dat is niet zo erg maar dan is het vrouwtje zo voorzichtig met hem. Dan mag hij niet ver lopen en eigenlijk niet springen. Ze zouden eigenlijk op zondag met Rakker gaan wandelen langs het water maar zelf dat had ze afgezegd. Lekker dan, en allemaal Kaatjes schuld.

Niet dat ze zich er iets van aantrok, wel nee. Ze gaat gewoon door met lawaai maken en boven op hem zitten. Ach, eigenlijk is het ook wel grappig hoor, als ze zo stout is. Stiekem moet hij dan wel een beetje lachen. Dan roept het vrouwtje haar en dan doet ze net of ze komt. En als ze er dan bijna is, schiet ze weg en gaat ze in de tuin onder de hortensia’s zitten. Er daar kan het vrouwtje niet bij. Hij ziet wel dat het vrouwtje dan moeite heeft haar lachen in te houden. En dan krijgt Kaatje toch wel straf, dan moet ze in de bench. Niet dat ze dan onder de indruk is maar ze vindt het wel lastig. Want dan kan ze niet verder spelen.

Het is wel een heel ander leven hoor, dat het vrouwtje en hij nu hebben. Die kleine praatjesmaker zorgt wel voor avonturen iedere dag. Killer Kaatje, noemt het vrouwtje haar, omdat ze steeds armen en benen van haar knuffels aftrekt. Tja, zo zijn de meeste seriemoordenaars begonnen. Hij is benieuwd wat ze morgen weer verzint.

Drukke dag

Soms begint een dag al gelijk met achterstand. Een feit van alleen wonen is dat je alles zelf moet doen. Niet om te klagen hoor, maar als ik de container niet buiten zet, wordt hij nooit geleegd. Dus is het vaak druk. En dat is ook mijn eigen schuld, als je geen huisdieren hebt, is het leven een stuk minder hectisch.

Zoals op die dag dat Kaatje naar de dierenarts moest voor een rabiës-inenting. We moesten er om 09.00 uur zijn. Dus, honden eten, zelf koffie, reisbench in de auto, Kaatje mee. Kaatje vindt de dierenarts nog helemaal prima dus in de wachtkamer is alles nog even interessant en spannend. Enthousiast springt ze rond en probeert ze uit hoe lang haar riem is. Nadat dat gecheckt was, bedacht ze dat ze best op schoot kon komen zitten. En voor ik erop bedacht was, sprong ze tegen mijn benen. Helaas, de aanloop was te kort, ze haalde het net niet. Wel haalden haar nagels mijn kousen, de ladder die ontstond was niet te verstoppen. Zucht, dat werd andere kousen aan doen, thuis.

Even later werden we geroepen. Kaatje was in twee weken een kilo aangekomen, ze groeit als kool, die kleine meid. De dierenarts was prima tevreden en Kaatje kreeg haar rabiës-injectie. “Heb je haar paspoort voor me.” Tsss, nee, vergeten. En natuurlijk, normaal is dat niet zo belangrijk en kun je de stickertjes zelf plakken maar voor rabiës moet de dierenarts tekenen. En het moet zelfs de dierenarts zijn die de injectie heeft gezet. Ik kon niemand de schuld geven, ik was het paspoort zelf vergeten. “Ik kom terug om het te laten tekenen.” De dierenarts knikte, er zat niks anders op.

Dus, Kaatje naar huis, andere kousen aan, paspoort gezocht en naar het werk. Want daar had ik een afspraak. Daarna weer naar de dierenkliniek voor een handtekening en toen naar huis. Werken. Want tja, door al dat gedoe was er natuurlijk weer van alles blijven liggen. Gelukkig kun je dat oplossen door wat langer door te gaan. Op zich vind ik dat ook niet erg, het echte van negen tot vijf is wel een beetje verdwenen.

Stef en Kaatje hebben geen boodschap aan mijn afspraken of schema. Die gaan gewoon lekker hun eigen gang. En hebben hun eigen schema, brokjes eten, uit om te doen wat ze moeten doen en om te checken of er nog nieuwe honden in de buurt zijn komen wonen. En natuurlijk ’s avonds het oor. Goed, dat is van origine Stef zijn ritueel en een oor is voor Kaatje nog wel te hoog gegrepen, maar een speciaal snoepje gaat er altijd wel in.

En dan, eindelijk, is het huis in rust. Met een diepe zucht en een beker koffie ga ik zitten. Heerlijk, ik hou van deze drukte.

Er staat iets te gebeuren

Het vrouwtje heeft een bench gekocht. Maar mooi dat hij daar niet in gaat, stel je voor. Toen hij klein was ja, toen moest hij er af en toe in. In het begin sliep hij daar ook, tegen zijn knuffel aan. Maar later mocht hij gewoon op de bank en nu slaapt hij al weer een tijdje naast het vrouwtje. Op zijn zachte dekentje. Echt niet dat hij straks weer in zijn uppie in zo’n kooi gaat slapen. Het is ook best een kleine bench, dat wel. En ze heeft ook hele kleine hondenspulletjes meegebracht. Zo’n riempje waar een volwassen hond zich voor zou schamen. Met kleurtjes en heel dun.

Ze heeft het laatste tijd ook wel eens over Kaatje. Hij weet niet wie dat is maar het vrouwtje schijnt er heel blij van te worden. Dat is natuurlijk wel fijn, hij gunt dat het vrouwtje wel. Natuurlijk blijft hij altijd haar grote vriend, dat weet hij zeker. Dat zegt ze ook, trouwens. Maar misschien heeft ze wel een nieuwe vriendin, wie weet. Laatst was ze er ook naar toe gegaan, zelfs haar zus was mee geweest. Dat moet toch wel iets bijzonders zijn.

Het is een rare situatie. Een bench, bakjes, riempjes, speeltjes. Het lijkt er bijna op dat er een nieuw kameraadje bij hen komt wonen. En Kaatje, dat is toch wel een meisjesnaam. Hmm, hij weet niet precies wat hij er van moet vinden. Aan de ene kant is het wel leuk, een kameraadje om mee te spelen en lekker mee te rennen. Maar aan de andere kant, het kan ook wel zo’n jonge spring-in-het-veld zijn die hem geen rust gunt. Of zou het vrouwtje misschien daarom die bench hebben gekocht. Zodat die nieuwe even een dutje moet gaan doen zodat hij even rust heeft.

Ach, het vrouwtje zal het wel goed weten. En ze zal best heel goed voor hem zorgen. Tenslotte zijn ze al zo lang samen. Maar het is wel een leuk vooruitzicht, nieuw leven in de brouwerij. En hij gaat goed voor zijn vrouwtjes zorgen, daar kun je van op aan.