Toeval

Vroeger, als kind, was ik er vast van overtuigd dat ook de theepot boos kon zijn. Als ik dan te laat uit mijn bed was gekomen en moest haasten om op tijd op school te zijn, werkte de theepot mij tegen. Hij drupte en lekte en was eigenlijk veel te zwaar. De botervloot keek me boos aan en het pak hagelslag was zo recalcitrant dat het meeste naast mijn boterham terecht kwam. Onzin natuurlijk, vanwege mijn onhandige aard en het feit dat ik moest haasten, lukte het gewoon niet om zonder knoeien mijn ontbijt te eten. Toeval, zo kun je het ook noemen.

De laatste dagen in mijn eigen huis waren ook zo. Ik wil natuurlijk alles zo schoon en netjes mogelijk houden en zorgen dat er helemaal niks beschadigd raakt. En juist dan loopt alles mis. Ik stoot ergens tegenaan, ik zie dat er een grote zwarte veeg achter een schilderij zit. Pfff. Zelfs nu, nu ik iedere dag even binnen loop voor de plantenbakken en de tuin, kijkt het huis mij argwanend aan.

‘Wat kom je hier doen? Jij hebt toch dat bord in de tuin laten zetten.’

Dus ik stoot me aan de tafel, wat een grote blauwe plek oplevert. Ik stoot mijn hoofd als ik de televisiekabels los wil trekken onder de tafel waar de televisie stond. Het hele huis is in de contramine. De tomatenplant overwoekert boos de andere planten en als ik de grootste stukken afknip en in de container gooi, valt natuurlijk de deksel dicht terwijl mijn hand er tussen zit. Al mopperend gooi ik de snoeischaar in de bak waar hij altijd ligt en onderdruk de neiging om tegen de container aan te schoppen. Want het zit gewoon in mijn eigen hoofd.

Want net als vroeger met het ontbijt, heeft dit helemaal niks met mijn huis te maken maar met mijn onhandige aard en het feit dat ik het nu allemaal te goed wil doen.

Ach ja, mijn fijne huis. Ik ga het missen. En toeval is wat het is, gewoon toeval.

Paleis of kippenhok

Ik heb toch wel een voorliefde voor het bezoeken van grote landhuizen. De meeste huizen zijn ook gewoon opengesteld voor publiek omdat het voor de eigenaren niet te doen is om het onderhoud anders te bekostigen. De tijd dat alle boeren hun belasting bij hen aan de poort kwamen storten is al lang voorbij. En van een normaal salaris, hoe riant ook, is een schilderbeurtje voor zo’n pand echt niet te betalen.

En dat geeft mij, samen met heel veel anderen, de gelegenheid om een binnen te kijken. Ik kan me bijna niet voorstellen dat je in zo’n huis woont. Mijn eigen huis is echt niet heel klein maar het is toch wel een kippenkooi vergeleken bij zo’n paleis. Mijn maatje zou er enorm ongelukkig van zijn geworden. Hij was heel gehecht aan zijn eigen plekje in het huis. Alles onder handbereik, samen met zijn vrouw en hond in één ruimte. Stel je voor dat hij iedere dag had moeten kiezen in welke kamer hij nu eens zou gaan zitten.

Ik ben daar dan nog wel wat makkelijker in. Mijn droom is een eigen bibliotheek. Dat lijkt me nu echt het toppunt van luxe. Zo’n hoge kamer, vol boekenkasten tot aan het plafond, met een open haard. Daar twee stoelen bij en een laag tafeltje. Een comfortabele mand voor Stef. En natuurlijk een laddertje, om bij de hogere boekenplanken te komen. Heerlijk, de geur van boeken.

Wat me wel opvalt, nu we pas in Engeland een paar van die huizen hebben bezocht, is dat de Nederlandse paleizen behoorlijk donker zijn ingericht. Sober, bijna Calvinistisch. Zou het dan toch in de volksaard zitten, niet te frivool, niet te uitbundig, wat moeten de buren wel denken. Jammer hoor, volgens mij heeft dat toch ook wel invloed op het humeur van de mensen. Nu zijn Nederlanders ook niet echt frivool te noemen, het een zal het ander wel in stand houden.

Ach, uiteindelijk ben ik ook wel heel tevreden met mijn eigen huis. Tenslotte heb ik mijn boeken keurig opgeslagen in een e-reader. En dat laddertje, daar zou ik toch maar vanaf vallen.