Voetbalgekte

Ik ben een van de weinige Nederlanders die niet aangestoken is door de voetbalgekte van het moment. Als ik alleen thuis ben, denk ik er nog niet eens aan om naar een wedstrijd te kijken. Natuurlijk vind ik het leuk als Nederland wint, zo chauvinistisch ben ik ook wel, maar om te gaan huilen bij verlies. Nee, dat gaat me toch een beetje te ver. En het is niet dat ik er bewust niet naar kijk, ik heb er gewoon geen erg in.

Ook het versieren van mijn huis is iets dat ik echt niet ga doen. Gelukkig is er in mijn straat niemand die dit graag wil maar anders zou mijn huis kaal hebben afgestoken. In sommige straten zijn de oranje vlaggetjes van huis naar huis gespannen en rijd je onder een heel oranje dak door. Ik vraag me dan altijd af of die mensen de rest van het jaar ook zo harmonieus met elkaar samenleven. Want dat is toch wel bijzonder, hoe zo’n Europees kampioenschap kan verbroederen. De NAC-fans staan schouder aan schouder met de Willem II-fans op de camping en in het stadion. En slaan elkaar vriendschappelijk op de schouder. Tijdens de competitie slaan ze elkaar op het gezicht. Ik snap daar heel weinig van.

Oh, prima dat voetbal verbroedert, zeker. Maar kan dat dan ook niet tijdens gewone wedstrijden. Of moet dan allemaal echt met verbaal geweld. Zelfs bij de jeugd zijn de verwensingen niet van de lucht. Vaders die zelf het idee hadden dat ze Johan Cruijff de tweede waren maar daar jammerlijk in zijn mislukt, brullen nu naar hun kind dat hij breed moet spelen. Of zoiets, ik heb er geen verstand van. Scheidsrechters die bedreigd worden. Niet bij het EK maar bij de amateurs. Hoe dan? Iemand maakt een fout, dat wordt gezien, de scheidsrechter fluit en hup, weer door. Zo moeilijk is het toch allemaal niet. Zeker niet als er alleen maar de eer van je club vanaf hangt. En niet je leven.

Nee, ik vind het maar een raar fenomeen. Ik hoop dat Nederland ver komt, het zou leuk zijn om weer eens kampioen te worden. En als dat niet lukt, tja, dan is dat pech. Dan kan alle oranje zooi weer in de kast tot het volgende evenement. En dan gaan we weer over tot de orde van de dag.

Telefoondienst

Mijn zussen en ik hebben een soort telefoondienst ingesteld. Wij bellen iedere morgen om acht uur naar mijn moeder. Zij ziet het als zekerheid, als er iets gebeurt, zijn we tenminste direct op de hoogte. Wij zeggen tegen elkaar dat we bellen ‘om te kijken of ze het nog doet.’ Dat klinkt oneerbiedig maar zo is het helemaal niet bedoeld. Als je moeder zevenentachtig jaar oud is, moet je gewoon heel zuinig op haar zijn.

We hebben allemaal onze eigen dag in de week en in de weekenden volgen we elkaar op. Lekker overzichtelijk. Mijn beldag is maandag. Gewoon, de oudste begint op de eerste dag van de week. En omdat het een kleine moeite is, bel ik eigenlijk gewoon altijd, ook al ben ik op vakantie. Zo ook vorige week. Lekker op vakantie in Engeland. En er zelfs bij stilgestaan dat het in Engeland een uur vroeger is. Dus mijn wekker een uur eerder gezet.

Ik toetste het nummer en in hoorde de telefoon overgaan. Eén keer, twee keer, drie keer, vier keer…… Normaal gesproken neemt mama binnen twee keer de telefoon op en hoor je haar krakerige stemmetje groeten. Nog maar een keer gebeld, maar weer bleef de telefoon vergeefs overgaan. Ai, da’s minder. Ik stelde mezelf gerust, ‘er zal wel wat met de telefoon aan de hand zijn.’ Maar in sneltreinvaart schieten alle horrorscenario’s door je hoofd. Mama is gevallen en ligt op de grond maar kan niet meer omhoog om iemand te alarmeren. Dat zou niet moeten kunnen want ze heeft een alarm om haar pols, maar toch. Wie weet heeft ze dat uitgedaan. Mama is heel ziek en kan daarom niet opnemen. Of, het ergste, waardoor ze niet meer kan opnemen.

Maar ja, vanuit Engeland ben je niet in vijf minuten ter plekke. Dus ik belde mijn zus. Ze vroeg gelijk wat er was, dat is normaal als je op een dergelijk tijdstip belt. Dus ik zei een beetje benepen, ‘mama neemt de telefoon niet op.’ Gelukkig zijn we allemaal nogal van het handelen dus mijn zus stond binnen no-time bij mama op de stoep. Die zal doodgemoedereerd en heel ontspannen aan een boterhammetje. ‘Hé, wat kom jij nou doen?’ Ik was er niet bij maar ik kan me zo voorstellen dat mijn zus innerlijk ontplofte. ‘Ik kom kijken hoe het met je is, je neemt de telefoon niet op.’

Natuurlijk had mama helemaal geen telefoon gehoord. Nee, natuurlijk niet, die had verkeerd op het basisstation gestaan waardoor de batterij helemaal leeg was. En een leeg toestel gaat niet over hè, als hij naast je op nachtkastje ligt. Pffff. Nou ja, eind goed al goed. Ik vond het sneu voor mijn zus, dat wel.

Maar toen ik afgelopen maandag belde, en na twee keer de telefoon werd opgenomen, kon ik toch alleen maar opgelucht zuchten. Ze doet het nog.

Inspiratievakantie

Het is heel gek om voor de tweede keer naar Engeland te gaan. Naar het land waar mijn maatje naar toe wilde om te zien waar het kerkje van Father Brown stond. En waar Midsomer Murders werd opgenomen. Covid gooide roet in het eten en daarna is het er voor mijn maatje nooit meer van gekomen. Dan maar met mijn vriendin naar de Cotswolds. We hadden toch een heerlijke vakantie. Maar ook zij is er niet meer. En nu dan toch weer terug. Met zijn tweeën. Naar Brighton en Bath deze keer. Slapen in The Old Ship, het hotel dat in het verhaal dat steeds meer zijn weg vindt van mijn hoofd naar papier een grote rol speelt. Ik kan me zomaar voorstellen dat mijn hoofdpersoon hier rondgelopen heeft.

De steden zijn mooi, veel oude tradities zijn bewaard gebleven. Dat in tegenstelling tot bij ons in Nederland. Wij hebben alles dat oud was weggegooid. Rommel, hups, weg er mee. Het blijft zonde, vind ik.

Natuurlijk hebben we ons echt verbaasd over veel zaken. Hoeveel dikke Engelsen er zijn. En dat ze zich soms kunnen uitdossen, heel verschrikkelijk. Maar ook de hele mooie winkels, met hele mooie merken. Die er dan wel heel verlaten uitzagen, wellicht waren de prijzen iets te hoog voor het winkelend publiek. En natuurlijk de hoeveelheid eten die je op je bord krijgt als je in een Pub een lunch bestelt.

Wat Engelsen ook heel goed kunnen, is parken aanleggen en onderhouden. En er dan een paviljoentje in bouwen waar je koffie en thee kunt drinken. De mezen en eekhoorns houden je gezelschap en de meeuwen komen brutaal kijken of er ergens wat te snaaien valt. Tenslotte is er genoeg gebak en koek te koop. Gelukkig staat er een bordje “Do not feed the birds on the patio.’ En, ook anders dan in Nederland, houden de mensen zich daar keurig aan.

Uiteraard hebben we ook Fish and Chips gegeten, dat hoort erbij. Net als Guinness, het bier dat je met mes en vork dient te drinken.

Ik voel me best thuis in dit rare land. En ik weet dat mijn maatje en mijn vriendin dit gevoel zouden delen. We praten dan ook samen regelmatig over de mensen die we zijn verloren. Zij zullen door ons nooit vergeten worden. En het lijkt daardoor toch of zij erbij zijn. In ons hart reizen ze immers altijd met ons mee.

Zorgzaam, deel 3

‘Ik ben mijn tanden kwijt.’

Ik moest even schakelen toen ik het hoorde. Hoe kan iemand nou zijn tanden kwijt zijn. Ach, natuurlijk, hij bedoelde dat hij zijn gebitsprothese kwijt was. Ook daar stond ik van te kijken, want hoe kan je dat nou kwijt raken. Maar goed, de dames van de verzorging hadden al meegezocht en het voorwerp in kwestie was niet meer te vinden. Ik vind het al heel wat dat ze meegezocht hadden. Ik ben niet van veel dingen vies, maar een gebit, dat vind ik toch heel dubieus. Brr.

Dat heeft ook met mijn jeugd te maken. Ooit, toen ik nog thuis woonde, heb ik eens met mijn slaperige hoofd  gedronken uit een bekertje dat in de badkamer op het planchetje bij de spiegel stond. Zonder te weten dat mijn oom daar voor hij ging slapen zijn tanden in gedeponeerd had. Gebitten, mij niet bellen.

Enfin, het gebit was dus kwijt. Ik schoot direct in de oplossingsmodus en bedacht al allerlei scenario’s. Want hoe gaan we hem bij de tandarts krijgen? Of komt die in een verzorgingstehuis ‘aan huis’? En kan er dan nog wel een nieuw prothese aangemeten worden? Want dan moet je happen en dat lijkt me toch een beetje een worsteling te worden. Vragen, vragen.

Ze werden door hem per direct opgelost.

‘Ach, dan moet je voortaan maar zachte snoepjes voor me meebrengen en niet meer van de harde zuurtjes. Dan kan ik die gewoon blijven eten. En met boterhammen en warm eten gaat het ook wel lukken. Ik neem gewoon geen nieuw gebit meer.’

Oké, als dat dan is wat je wilt, dan is dat een stuk makkelijker.

Het lijkt hem ook inderdaad niet te deren. Hij eet zijn koekjes en zijn snoepjes alsof er niks aan de hand is. Zijn gezicht is wat meer ingevallen, uiteraard, maar hij ziet er niet eens zo heel raar uit. En ik ben stiekem blij dat ik geen tandarts voor hem hoef te regelen. Alleen jammer van die voordeelverpakking tandpasta die ik onlangs voor hem heb gehaald bij het Kruidvat.

Zorgzaam, deel 2

‘Ga je mee naar de koffiekamer? Gaan we een kopje koffie drinken.’

‘Daar zit helemaal niemand.’

‘Jawel, ik kom er net langs. Er zijn mensen.’

‘Oh, nou, dan kan ik dat wel even doen.’

Dus liepen we samen, in zijn tempo, achter de rollator naar de koffiekamer. Al zuchtend en steunend plofte hij in een stoel en ik zette de rollator zo dat er niemand over kon vallen. Dat is best een uitdaging want ik heb gemerkt dat ook handigheid op den duur bij mensen verdwijnt. Er zat een aantal mensen al aan de koffie. Sommigen kende ik al, anderen ook nog helemaal niet. De lange man die ik al een paar keer heb gezien, zat ook aan tafel. Hij heeft de gewoonte om je heel indringend aan te staren. Ik moet zeggen, daar ben ik erg ongemakkelijk onder. Ik weet wel dat hij er waarschijnlijk niks mee bedoelt, maar toch. Je gaat onbewust toch een beetje schuiven op je stoel.

De anderen waren allemaal erg blij dat we aanschoven en we werden uitbundig begroet. We kregen een kopje koffie en daar zaten we. Hij had het prima naar zijn zin want hij zat zelfs grapjes te maken met de anderen. De dames van de verzorging knikten me maar eens bemoedigend toe, het was een goede ochtend.

Op een gegeven moment vroeg een van de oude dametjes die er zaten, ‘is hij jouw zoon?’ Hmm, het is niet echt een compliment als je aangezien wordt voor de moeder van een eenentachtigjarige man. Of wel natuurlijk, het is maar hoe je het bekijkt. Hij begon te lachen en zei ‘nee joh, dit is mijn nichtje.’ Op zich ook niet helemaal waar maar goed, ik liet het er maar bij. Het dametje vertelde dat ze blij was dat hij er toch weer was. Ze had hem gemist.

‘Hij is heel lief hoor’, zei ze vol overtuiging.

Mijn ongebreidelde fantasie zag natuurlijk al weer een prille romance ontstaan. Je weet maar nooit wat er zich allemaal achter die deuren afspeelt. Ik ga het volgen. Wordt vervolgd.

Oude tijden

Goh, dat was lang geleden, dat ze op de camping waren geweest. Hij had de weg ernaartoe niet eens meer zo herkend. Toen ze het hobbeldebobbel-grind opreden, had hij toch even moeten kijken. Zou het echt zo zijn? Maar inderdaad, ze reden tussen de stenen pilaren de camping op. Hij had wel van het vrouwtje gehoord dat er heel veel veranderd was. Er zouden dus wel niet veel vriendjes zijn. Maar ach, op de camping was altijd wel wat te beleven.

Het vrouwtje sliep met haar vriendje in een huisje dus hij mocht lekker bij het zusje van het vrouwtje logeren, in de caravan. Haar man was altijd wel in voor spelen dus dat was leuk. En meestal mocht hij ook wel even op bed ’s morgens. Nee, de vooruitzichten waren goed.

Jammer wel dat het niet zo’n mooi weer was. Het vrouwtje had nog de broek aan waar ze mee gewerkt had, hm, dat was niet zo slim. Kaatje hoefde maar een keer tegen haar benen te springen en het zag er allemaal niet meer zo schoon uit. Gelukkig vond niemand het erg, Kaatje kreeg niet op haar kop.

Kaatje kreeg wel het hele weekend een andere naam. Ze noemden haar Houdini. Geen idee wie dat nou weer was. Hij dacht wel dat het te maken had met het feit dat Kaatje door ieder klein gaatje kan ontsnappen. En dat meisje kan hard rennen! Dat is echt niet normaal. Alle mensen gingen er dan achteraan maar ze waren allemaal kansloos. Pas als Kaatje terug liep in hun richting, konden ze haar pakken. Maar dan moesten ze wel echt samenwerken. Een keer hurkte de man van vrouwtjes zusje om Kaatje te vangen en het leek er op of Kaatje gewoon over hem heen sprong. Natuurlijk nam ze wel een bocht maar het zag er heel komisch uit. Ach, het vrouwtje zag er niet uit alsof ze het heel erg vond. Ze was alleen maar bezorgd dat Kaatje iets zou overkomen. Stel dat ze tegen een auto aanloopt, daar moet je toch niet aan denken. Dus riepen ze steeds ‘klop, klop, is Houdini vast?’ En dan deden ze pas de tent open.

Hij moet er toch eens achter zien te komen wie die Houdini is.

Het was gezellig. Maar het was ook wel weer vermoeiend. Zes mensen en een klein hondenmeisje in de gaten houden, poeh. Het was een hele roedel. En normaal mag hij niet in de bench, omdat die van Kaatje is, maar nu mocht hij er toch wel een tukje doen. Gelukkig maar, het was soms echt nodig.

Zorgzaam, deel 1

Ik ben niet van de zorg. Ben er ook niet handig in. Ik heb huizenhoog respect voor mijn jongste zus die dat wel is. Zij maakt dingen mee die ik in mijn werk nog nooit heb gezien. Als de mensen waar ik voor werk dat zouden doen, zou ik denk ik gillend weglopen. Of heel hard gaan lachen, dat kan natuurlijk ook.

Maar sinds kort ben ik tegen wil en dank wat meer ingeburgerd geraakt in de wereld van de verzorgingstehuizen. Een oud familielid heeft zijn heup gebroken en is daarna opgenomen op een psycho-geriatrische afdeling van een verzorgingstehuis. Hij raakte steeds verder in de war en het was niet verantwoord om hem nog langer zelfstandig te laten wonen. Gelukkig was er snel plaats.

Dus ging ik, op een vrijdagmorgen, heel optimistisch even verhuizen. Hoe lastig kon het zijn, je zet de man in zijn rolstoel, duwt hem van de ene afdeling naar de andere en zorgt dat zijn spulletjes over komen. Natuurlijk wist ik dat er wat meubels van thuis gehaald moesten worden maar ach, dat was ook een kleine moeite, toch. Maar het liep weer heel anders dan ik in mijn onschuld had gedacht. Want in zo’n kamer staat echt helemaal niks. Ja, een bed, maar dat is dan ook echt alles. Ik weet niet wat ik had verwacht, misschien een stoeltje, krukje, tafeltje maar nee, niks van dat al. Het was gewoon zielig om de arme man daar achter te laten. Dus zeulde ik hem maar mee naar de woonkamer. Hij stribbelde niet eens veel tegen terwijl hij eigenlijk niet van de vreemde mensen is. Waarschijnlijk was hij zo van zijn stuk dat het hem niet opviel.

Mij wel, het gezelschap dat er zat was heel bijzonder. We werden uitgebreid bestudeerd en welkom geheten. Ik liep nog een paar keer op en neer om spullen te halen. Daarna beloofde ik om zo snel mogelijk spullen van thuis te brengen. En werd ik door de hele goegemeente uitgezwaaid.

Er wordt wel gezegd ‘onze lieve heer heeft rare kostgangers,’ maar ik hou het voorlopig maar bij ‘onze lieve heer heeft een heel vreemd gevoel voor humor.’ En dat bedoel ik helemaal niet respectloos. Absoluut niet. Wordt vervolgd.

Auto’s

Mijn maatje hield van mooie auto’s. De eerlijkheid gebiedt me dan ook te zeggen dat we daar regelmatig behoorlijk wat geld aan uitgaven. Een cabrio, een 4×4 terreinwagen, een pick-up, het is allemaal voorbijgekomen. Ik kon er ook echt van genieten. Zelf had ik het liefst een klein karretje waar ik makkelijk boodschappen mee kon gaan doen.

Na het afscheid van mijn maatje moest ik dan ook kiezen, hield ik mijn kleine autootje of hield ik de, al wat oudere, RAV waar mijn maatje mee reed. Uit praktisch oogpunt heb ik toen maar besloten om de RAV te houden. Van alle gemakken voorzien, leren bekleding wat handig is met de honden, veel ruimte achterin. En een fijne auto om mee te rijden. Hij is een beetje dorstig, dat wel. Toch is dat hem vergeven want verder is hij helemaal top. Hij heeft wat krasjes en deukjes rondom maar ach, dat heb ik ook tenslotte.

Het is ook op een of andere manier ook wel een prettig gevoel, mijn maatje heeft nog met deze auto gereden. Het is natuurlijk onzin maar het lijkt daardoor net of hij veiliger is. Dat de auto me brengt waar ik zijn moet, omdat mijn maatje dat wil. Ik weet wel dat ik dat allemaal zelf verzin, heus wel, maar fantasie is mijn trouwe reisgezel. Daar ga ik echt geen afscheid van nemen.

Dus toer ik vrolijk rond met mijn luidruchtige, immer dorstige, oude metgezel. Ik ben inmiddels ook goed aan het formaat gewend en parkeer de auto waar ik hem hebben wil. Zoals laatst, bij de supermarkt in het dorp. Even een pakje ophalen. Er was wat reuring op de parkeerplaats dus ik keek nieuwsgierig rond. Ken je het type man, beetje kalend, iets te dik, maar wel een schreeuwend shirt aan. Een te korte lange broek, geen sokken in zijn sneakers. Kortom, zelfverzekerd. De sleutels van zijn Tesla in zijn hand. Wel grappig dat hij die op het moment dat ik keek afgaf aan de man met de auto-ambulance. En daarna redelijk schichtig om zich heen scande. Je zag hem denken, ‘hopelijk zijn er niet toevallig bekenden in de buurt.’ Want daar sta je dan, met je fancy vervoermiddel. Dat dan toch niet blijkt te starten. Ik liep hem een paar minuten later vriendelijk groetend voorbij en stapte in mijn oude auto. Met een druk op de startknop sloeg de motor aan. In één keer. Automaat in Drive en wegrijden. Ik onderdrukte de neiging om nog even tegen de man te zwaaien. Dat zou wel heel erg sneu zijn geweest.

Familiefeest

Bij mijn moeder in de familie heerst de goede gewoonte om mijlpalen te vieren. Dus toen onlangs haar jongste broer de tachtig aantikte, viel er een uitnodiging in de bus. Omdat mijn moeder niet meer zo heel mobiel is, was de uitnodiging ook aan mij gericht. Ik functioneerde als chauffeur en ondersteunende arm bij het lopen. Dat klinkt alsof ik het een opgave vond maar dat is helemaal niet waar. Ik verheugde me er op. En ik werd beslist niet teleurgesteld.

Sowieso is het leuk om weer eens mensen te ontmoeten die je normaal gesproken niet zo vaak tegen komt. Sommigen geen spat veranderd, anderen stiekem toch ook wel wat ouder geworden. Waarschijnlijk denken ze van mij hetzelfde. Van dat ouder worden dan hè.

Er was voor ieder wat wils. Natuurlijk begonnen we met koffie en speciaal voor de jarige ontworpen gebakjes. Heerlijk om die oudjes te zien peuzelen. En oudjes, dat klinkt misschien niet respectvol, maar zo is het absoluut niet bedoeld. Alleen was ik een van de jongere in het gezelschap. En dat wil toch ook wel wat zeggen. Later zaten de meesten heel tevreden aan een drankje. De uitgebreide lunch zorgde ervoor dat er niemand omviel. En dat mijn moeders nieuwe outfit naar de stomerij moest.

Het was ook heerlijk om met mijn nicht, die ik ook al in geen eeuwen meer had gezien, bij te praten. Ook over onze moeders, zussen van elkaar, en hen goedmoedig te plagen met het feit dat ze toch echt wat ouder worden. ‘Vertelt jouw moeder ook alles een paar keer?’

‘Oh ja, zeker. En ze is niet te stoppen, het verhaal moet worden afgemaakt.’

De jarige was echt jarig en stond in het middelpunt. Hij genoot zichtbaar. Af en toe zag ik hem heel tevreden rond kijken. Dit was dan toch allemaal maar ter ere van hem. En hij was niet de enige die genoot, ik deed dat ook, met volle teugen.

Later die middag heb ik mijn moeder weer thuis afgezet. Ik geloof dat ze best moe was. En ik denk niet dat ze die middag verder nog veel gedaan heeft. Gelijk heeft ze, ze is tenslotte niet meer de jongste. Dat is niemand van haar gezin. Maar ze zijn nog best met een behoorlijk aantal, en dat kan toch niet iedereen zeggen.

Kaatje van Gogh

Een tijdje geleden heb ik met Stef een workshop schilderen gevolgd bij de Hondenschool waar ik met Stef en Kaatje kom. Stef heeft jarenlang behendigheidslessen gevolgd en Kaatje moest natuurlijk naar puppycursus en de cursus Gehoorzame Huishond. Als ik dat vertel tegen mensen, beginnen ze direct te lachen. Maar Kaatje luistert heus wel goed hoor. Ze is alleen af en toe een stout meisje.

Dus toen ik de aankondiging zag voor een nieuwe schilderworkshop, heb ik me gelijk samen met Kaatje aangemeld. Het schilderij dat ik met Stef had gemaakt, was super en ik was benieuwd hoe dat samen met Kaatje zou gaan. Die is wat onbesuisder dus de uitdaging leek me wel wat groter.

Kaatje vond het sowieso al geweldig dat ze mee mocht. In de auto zitten vindt ze wat minder. Niet dat ze bang is, of ziek, maar het is een ernstige zaak. Ze zat heel bedachtzaam mee te kijken. Totdat ze zag waar we naar toe gingen. Toen was het enthousiasme nauwelijks te onderdrukken. Want de dame die de hondenschool leidt, is absoluut favoriet bij Kaatje. Dan ziet ze niemand verder staan. En daar gingen we nu naar toe, ze had het heus wel in de gaten.

Na de enthousiaste begroetingen en het kennis maken met de andere honden was het dan zo ver. Ik deed verf op het doek, dat ging in een plastic zak en Kaatje mocht er overheen stappen. En met haar neus snuffelen om zo de snoepjes van het doek af te halen. Het is echt zo leuk om te doen. Je bepaalt zelf de kleuren maar de hond maakt er een heel eigen compositie van.

Als ik om me heen keek, zag ik heel veel verschillende honden met heel veel verschillende manieren van schilderen. Sommigen stapten heel bedachtzaam over het doek. Anderen gingen er op zitten of liggen. Kaatje moest ik natuurlijk in bedwang houden. Die zou in haar enthousiasme alle verf vertrapt hebben. Want wat niemand voor elkaar kreeg, lukte Kaatje wel. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zat er toch lichtblauwe verf in haar zwarte vacht. Ze was ook behoorlijk bekaf toen ze thuis kwam. Al die indrukken, het was veel.

Maar, de schilderijen zijn mooi geworden. Ze liggen nu in de garage te drogen. En nu ga ik op zoek naar mooie lijsten. Want ze verdienen zeker een mooi plaatsje aan de muur.