Verdwaald in zijn eigen hoofd

De oude brompot is een van de weinigen van de afdeling waar hij woont die nog een mobiele telefoon heeft. Zijn abonnement wordt trouw door mij betaald. Af en toe check ik zijn oproepenlijst. Want zoals een oud gezegde luidt, ‘wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen.’ Het valt op zich mee, hij belt niet zo heel veel. Ik had alleen wel graag bij het gesprek willen zijn dat hij gevoerd heeft met iemand uit Litouwen. Het duurde maar twee minuten, maar toch. Ik zie het al helemaal voor me, je telefoon gaat, je neemt op en dan hoor je iemand praten in een taal die je niet spreekt. Niet dat dat erg is, de verhalen die hij vertelt zijn vaak toch niet te volgen. Zelfs niet in het Nederlands. Maar het is toch opmerkelijk.

Ook WhatsApp wordt door hem dagelijks gebruikt. Ik krijg de meest exotische berichten binnen. Ze komen zo te pas en te onpas dat ik de meldingen voor zijn berichten heb uitgezet. Ik kijk af en toe en gooi ze meestal gewoon weg. Erop reageren heeft geen zin, hij weet meestal toch niet meer wat hij heeft gestuurd. Vorige week was hij er al vroeg bij, ik zag dat hij om half zeven ’s ochtends al had geappt.

‘Kun je komen? Het is niet zo heel erg hoor, maar ik zit op het politiebureau. Ik ben meegenomen.’

In het begin als ik een dergelijk bericht kreeg, schrok ik onbewust een beetje. Nu weet ik dat hij gewoon in zijn bedje ligt en dat de arrestatie alleen maar in zijn hoofd heeft plaatsgevonden. Ik blijf het bijzonder vinden, wat speelt er dan toch allemaal af in dat hoofd. Hij heeft ook al eens aan de verzorgende die hem uit bed kwam halen gevraagd of ze daar wel mocht komen. Normaal gesproken zijn vrouwen toch niet welkom op een slaapzaal van soldaten. Hij had er persoonlijk geen moeite mee maar hij zou het vervelend vinden als ze er problemen mee zou krijgen. Ze vertelde hem dat ze een speciale toestemming had gekregen en daar was hij dan weer tevreden mee. En kon ze hem wassen en aankleden zodat hij naar zijn ontbijt kon.

Pas geleden schreef ik dat de brompot op reis was in zijn eigen hoofd. De laatste tijd lijkt het er steeds meer op dat hij verdwaald is in zijn eigen hoofd.

Eilandverhalen

We zijn druk geweest, afgelopen week. Veel geleerd, veel geschreven, veel plezier gehad. En ook tijd gehad om Texel weer eens uitgebreid te bezoeken.

Terug naar Texel, een bundel met 18 korte verhalen, wordt op 24 mei gepresenteerd. Maar… je kunt hem nu al bestellen bij Droomvallei Uitgeverij,

https://www.droomvalleiuitgeverij.nl/…/terug-naar…/

Zoals altijd komt de opbrengst ten goede aan een goed doel.

Het goede doel dit jaar is de Stichting Tesselhuus (https://tesselhuus.nl/stic…/wat-doet-stichting-tesselhuus/). Een prachtig initiatief waarbij het gaat om aanbieden en organiseren van geheel verzorgde, actieve vakanties voor een specifieke groep. Mensen – jongeren en volwassenen – met een ernstige fysieke beperking, die zijn aangewezen op een rolstoel en veel zorg nodig hebben. Vaak hebben zij nog maar beperkte levenskansen. De Tesselhuusweken worden begeleid door deskundige teams van vrijwilligers die hen 24/7 begeleiden. De opbrengst komt ten goede aan de Tesselhuusweken en vakanties voor personen die afhankelijk zijn van een rolstoel en zorg nodig hebben die wegens diverse redenen niet de mogelijkheid hebben dit zelf te kunnen organiseren. Een vakantie op Texel is voor iedereen!

Schrijfvakantie op Texel

Net als vorig jaar ga ik ook dit jaar weer een week naar Texel om mee te schrijven aan een verhalenbundel. Onder de bezielende leiding van Marelle Boersma en Heleen van den Hoven en met een grote groep enthousiaste schrijvers gaan we komende week aan de slag. Ik ga schrijven aan mijn korte verhaal en ga ook nog proberen het manuscript van mijn eigen boek een slinger te geven. Ik hou jullie op de hoogte.

Op reis in zijn eigen hoofd

‘Ik ben niet veel thuis geweest, deze week. Ik heb de hele week niet thuis geslapen.’

‘Oh,’ vroeg ik een beetje verbaasd, ‘waar ben je geweest dan?’

‘Nou, ik was in Breda en toen dacht ik, ik blijf hier maar gewoon slapen. Het is nu al zo laat, ik heb geen zin om nog helemaal naar huis te gaan.’

‘Groot gelijk,’ zeg ik.

Naast me zit de oude brompot tevreden op zijn Sprits-koekje te knabbelen. Ik heb hem net met moeite zo ver gekregen dat hij met zijn rollator meegaat naar de huiskamer om koffie te drinken. Geen denken aan dat hij verder loopt. Bovendien, hij weet de toegangscode van de deur niet, dus hij kan zonder begeleiding echt niet weg. Toch vertelt hij me iedere keer als ik hem zie waar hij allemaal is geweest. Hij maakt tochten door de stad waar hij nu woont. En hij dwaalt rond in de stad waar hij geboren is. Soms wordt hij zelfs door de politie thuisgebracht. Dat vindt hij wel een beetje vervelend, dat zou voor hem niet hoeven. Tenslotte is hij heel goed in staat om zelf zijn weg te vinden. Hij heeft er immers al lang genoeg gewoond. Hij vertelt me over zijn ouders en zijn familie. De stamkroeg waar hij altijd komt. De voetbalclub waar hij al heel lang lid van is. Al vanaf dat hij op school zat. Hij voetbalt ook nog steeds regelmatig met zijn collega’s. Alles gaat in de tegenwoordige tijd. Eigenlijk heeft hij het heel druk.

Van de dames van de verzorging hoor ik dat hij iedere avond rustig in de huiskamer zit. Hij drinkt zijn koffie, eet zijn koekje, drinkt soms zelfs een advocaatje met slagroom en hij luistert naar muziek. Of hij zit wat de dutten. Van op reis gaan is geen sprake, zelfs de binnentuin mijdt hij.

Wat is die ziekte toch bijzonder. Wat doet het toch met mensen. De oude brompot is op reis in zijn eigen hoofd. Ik vraag me af waar zijn reis hem allemaal nog gaat brengen. Onbewust moet ik toch een beetje aan The Matrix denken.

Lettervreter

Als kind kon ik uren rondlopen in de bibliotheek van het klooster waar mijn oom, de broer van mijn vader, woonde. Heerlijk, al die boeken. Vooral ook al die oude boeken. Het rook er stoffig en muf maar zelfs dat vond ik lekker. Geen idee of die bibliotheek nog bestaat. Nu kun je mij in een boekwinkel zetten en dan heb je de hele middag geen kind aan mij. Ga gerust winkelen, boodschappen doen, wat je wilt, en kom mij aan het einde van de middag maar ophalen. Als je me mijn bankpasje laat houden, moet je waarschijnlijk wel een steekwagentje regelen want van boeken word ik heel erg hebberig.

Dat hoeven niet eens nieuwe boeken te zijn hoor. Als ze nog netjes zijn, vind ik tweedehands ook prima. De Boekenbalie heeft een vaste klant aan mij. En wat ik bij hen zo fijn vind, is dat ze ook de oude schrijvers nog aanbieden. Want waar vind je nou nog een Couperus. Of een Ina Boudier-Bakker. De jongeren onder ons zeggen nu waarschijnlijk ‘wie?’ Het is ook niet echt meer te lezen, die hoogdravende taal van vroeger. Maar ik vind het toch nog wel eens leuk om te proberen.

Zo ga ik binnenkort ook weer een nieuw exemplaar kopen van mijn Joop ter Heul. Ook een boek dat tegenwoordig helemaal niet meer kan. Niet woke, niet feministisch maar wel een boek dat ik in mijn jeugd verslonden heb. Net als de andere boeken van Cissy van Marxveldt. Zeker, het leven van haar hoofdpersonen paste toen al niet meer bij het wereldbeeld maar de blijheid die eruit sprak, vond ik heerlijk. Mijn oude exemplaar is stuk gelezen, de rug valt er bijna van af. Echt tijd voor een nieuw.

Ik hou van lezen. En ik hou van echte boeken. Mijn e-reader neem ik alleen mee op vakantie. Om praktische redenen, je mag maar twintig kilo bagage meenemen. Maar thuis heb ik altijd een stapeltje ongelezen boeken liggen. Het kan niet zo zijn dat ik geen leesvoer heb. Ook al heb ik soms een hele week geen tijd om te lezen, dat komt ook wel eens voor. Maar daar hoef ik me niet schuldig om te voelen. Tenminste, als ik de quote mag geloven die ik laatst op Social Media vond. Hij luidt: ‘Je kunt beter een boek hebben en geen tijd om te lezen dan voldoende tijd hebben en geen boek.’ En daar sluit ik mij 100% bij aan.

Doorlopende voorstelling

Allereerst wil ik benadrukken dat ik echt respectvol omga met de medebewoners in het verzorgingstehuis waar ik regelmatig kom. Net als met de oude brompot die de reden is van mijn bezoek. Maar vandaag was het toch een doorlopende cabaretvoorstelling. Ik denk dat het te maken heeft met het vallen van het blad. De rijzige man die altijd rondloopt, was nog onrustiger dan normaal en de dames aan tafel kakelden nog harder dan anders.

De oude brompot was lastig over te halen om mee koffie te gaan drinken. Hij mopperde dat hij niet goed kon lopen en dat ik altijd overal maar licht over dacht. Maar ik hield vol en even later zat hij te genieten van zijn koffie en een koekje. Ik begin het te herkennen. Hij wil niet lopen maar hij wil wel graag koffie. En het koekje. Wel zat hij zich te ergeren aan het gekrakeel van de dames aan de andere tafel.

‘Wat een lawaai zeg. En dat gaat zo de hele dag door.’

Ik hoorde de dames inderdaad luidkeels commentaar op elkaar geven. Op een gegeven moment werd een van de dames op haar puntjes gewezen. ‘Jij bent echt niet meer dan een ander hoor, kakmadam.’

Ik genoot, het klinkt oneerbiedig maar ik kan het niet anders zeggen. Drie dames zaten te kibbelen, een dame koesterde haar pop alsof het een baby was en een man in een rolstoel snapte niet waarom hij niet door de deur kon. Dat zijn ene wiel klem zat achter de deurpost, daar had hij even geen erg in. Een geroutineerde verzorgster suste het gekibbel, zorgde dat de pop niet viel en verloste en passant ook nog even de klemzittende man uit zijn benarde situatie. Alle lof voor haar.

Mijn brompot keek het tafereel een beetje viezig aan. Een van zijn medebewoners viel hem hierin bij. ‘Dat gekibbel, bij mij gaat dat het ene oor in en het andere oor uit.’ Ach, dacht ik, zo helder ben je dan nog wel.

Het blijft bijzonder, hoe de menselijke geest kan werken. Het ene moment vertelt de brompot over zijn werk en hoe hij daarvan genoten heeft en het andere moment vertelt hij met dat hij gisteren nog mee gevoetbald heeft met het eerste team van de voetbalclub uit zijn woonplaats. Dat laatste is volgens mij al meer dan zestig jaar geleden maar goed.

Hij heeft wel vriendschap gesloten met de man die ook een hekel heeft aan het gekakel. Dat is fijn. Kunnen ze tenminste samen mopperen. Tenslotte is gedeelde smart halve smart.

Al zo lang geleden

Morgen is het al vijfentwintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Veel te jong, hij was pas zesenzestig. Hij ging gewoon in zijn slaap van ons weg. Zonder waarschuwing. Ik was zelfs met mijn maatje de avond ervoor nog bij hem en mijn moeder op bezoek geweest. We hadden hem nog geplaagd, mijn vader kon erg zuinig zijn en in de Libelle, het blad waar mijn moeder al sinds jaar en dag een abonnement op had, stond een heel artikel over budgetteren. ‘Kijk pap,’ zei ik, ‘dat is iets voor jou. Kun je het nog beter plannen.’ Toch was mijn vader niet op alle gebieden krenterig. Als het om lekker eten en drinken ging, kon hij altijd zorgvuldig winkelen. Ik hoor het mama nog zeggen, ‘als papa mee gaat boodschappen doen, ben ik twee keer zo veel geld kwijt.’ Ik weet nog goed dat hij op een eerste kerstdag om vier uur ’s middags een fles Bourgogne open trok. Heerlijk. Maar heel zwaar. Het eerste vriendje van mijn jongste zus kwam op die dag kennis maken. Dat was niet heel gelukkig gekozen, de wijn maakte de tongen wat meer los dan normaal en ik denk dat mijn zus zich behoorlijk opgelaten heeft gevoeld. De relatie heeft daarna ook niet lang meer standgehouden.

Ach, mijn vader. Ik heb zo met hem gebotst. Wij allemaal wel denk ik. Maar ik heb ook zo met hem gelachen. Hij had een heel bijzonder gevoel voor humor. En we hadden natuurlijk de liefde voor onderwijs en literatuur gemeen. Mijn dierbaarste boeken heb ik van hem gekregen.

Soms zou ik graag nog eens met hem van gedachten willen wisselen. Vragen wat hij er nou allemaal van vindt, van wat er tegenwoordig in de wereld gebeurt. Of hij ook ChatGPT zou gebruiken. Ik denk het overigens wel, mijn vader was wat dat betreft altijd heel nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen. Niet dat hij overal achterstond. Van nieuwlichters, zoals hij het noemde, moest hij vaak niks hebben. Maar hij ging het wel altijd eerst zelf onderzoeken.

Hij is me dierbaar, mijn vader. Steeds meer.