Emancipatie

Emancipatie

Ik denk dat ik van mezelf kan zeggen dat ik best een geëmancipeerde vrouw ben. Ik werk, heb een eigen inkomen en mijn maatje en ik zijn altijd al gelijkwaardig geweest. In die zin is er niks aan de hand. Ik ben ook een groot voorstander van emancipatie. Vrouwen moeten kunnen doen wat ze willen, of dat nu buitenshuis werken is of thuisblijven omdat je dat nou eenmaal zo hebt afgesproken, het is allemaal goed. Als je maar doet wat je zelf wilt en waar je zelf achter staat. Er is in de loop van de jaren gelukkig veel veranderd, ten goede. De rare regel dat je als vrouw geen eigen bankrekening mag hebben zonder de goedkeuring van je echtgenoot is gelukkig al jaren afgeschaft.

Niet dat dat al heel lang zo is. Tot 1956 was een vrouw wettelijk handelingsonbekwaam. Als ik het zo zie staan, moet ik er bijna om lachen. Vrouwen mochten geen bankrekening hebben, geen verzekering afsluiten en als ze trouwden werden ze automatisch ontslagen uit overheidsdienst. Bizar toch. Zo konden ze een toegewijd echtgenote, moeder en huisvrouw zijn. Ik denk dat mijn maatje gillend bij me weg was gelopen, als ik hem heel toegewijd iedere avond zat op te wachten met zijn pantoffels. Als je wat verder graaft in de (best wel recente) geschiedenis, kom je heel wat van dit lachwekkende zaken tegen. Het feit dat ik er nu om kan lachen, wil wel zeggen dat er toen vrouwen voor gevochten hebben. Vaak alsof het tegen de bierkaai was. Het mannenbastion viel lastig te slechten.

Tot zover ben ik heel blij met wat de militante zusters hebben bereikt. Stel je voor dat ik huisvrouw had moeten worden. Daar was echt niemand gelukkig van geworden. Maar er moet me nu toch wat van het hart. Af en toe heb ik het idee dat we erg doordraven. Dat er geëmancipeerd moet worden om het emanciperen zelf. En niet omdat vrouwen daar gelukkiger van worden. Nu zijn de verkeersborden weer het onderwerp van gesprek. De figuurtjes die erop zijn afgebeeld, zijn niet vrouwelijk genoeg. Alsjeblieft zeg. Ik moet heel eerlijk zeggen, het was me nog nooit opgevallen. Laat staan dat ik er aanstoot aan had genomen. Straks gaan we nog zeggen dat de vormen van verkeerslichten niet vrouwelijk genoeg zijn. Of dat het lettertype van de matrixborden niet aansluit bij het vrouwelijke handschrift.

Het vervangen van die borden kost miljoenen. Ik vraag me af, zijn er geen nuttiger doelen om dat geld aan te besteden? Onderwijs, gezondheidszorg, ouderenzorg. Ik noem er maar een paar……

HuishoudenHuishouden

Dieet

Stef net wakker

Het was vroeg dit jaar, meestal begon het vrouwtje pas in het voorjaar te mopperen dat hij te dik werd. Hij hoorde het wel hoor, ze had het over “zijn dikke billen” en vond dat hij op dieet moest. Zelf heeft hij er niet zo’n last van. Eten is nu eenmaal lekker en voor een snoepje wil hij best even van zijn warme plekje op de bank komen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is zo veel donker dat het heerlijk tukken is op de vachten die zijn baasjes voor hem op de bank hebben gelegd. In de zomer moet hij steeds mee. Dat is ook leuk, maar als het zo vies is buiten of als het weer eens regent, is het toch maar beter om even een klein rondje te lopen en dan snel weer in zijn hoekje te kruipen.

En dat hij dan wat ronder werd, ach, dat hoorde er nou eenmaal bij. Het vrouwtje had het steeds over “slecht voor zijn gewrichten” en “allemaal mee moeten slepen”. Wat een onzin toch. Hij ziet wel eens mensen die veel ronder zijn dan hij. Overigens horen het baasje en het vrouwtje daar niet bij. Daar kan hij helaas niks van zeggen.

Het is dus komende tijd zaak om goed op te letten. Als hij namelijk zijn eten krijgt van het baasje, krijgt hij een behoorlijk volle bak. Als het vrouwtje eerder is, krijgt hij vaak maar een handjevol brokjes. Wel boontjes, dat dan weer wel, maar echt niet veel brokjes. Jammer dat hij het baasje niet wakker kan gaan maken. Sinds hij ’s nachts een keer stiekem naar boven is gegaan om op het bed te slapen, houden ze de deur zorgvuldig dicht.

Maar het kan toch altijd nog erger. Een tijdje geleden kreeg hij alleen maar komkommer en wortelen. Dat was echt vies zeg. Dat is toch geen hondeneten. Brr. Hij heeft het twee dagen volgehouden maar toen is hij in hongerstaking gegaan. Het vrouwtje had niet zo’n medelijden maar gelukkig had hij in het baasje een medestander. Het werden weer boontjes en brokjes.

Hij hoort het het baasje wel eens zeggen, “die hond heeft echt de hele dag honger”. Nou, honger is niet precies het woord, trek is meer een goede uitdrukking. En dan vooral zin in die oren. Die krijgt hij iedere avond één. Zo ongeveer een uur nadat hij zijn brokken heeft gehad. Hij houdt het goed in de gaten, rond die tijd gaat hij altijd bij het baasje zitten. Stel je voor dat die het vergeet. Het vrouwtje moet dan altijd lachen, “Stef heeft weer op zijn horloge gekeken”. Geen idee wat dat is maar het heeft er mee te maken dat hij zo goed oplet. Ze trekken er wel een vies gezicht bij, het baasje en het vrouwtje, maar hij vindt ze heerlijk. En wat nou stinken, zo ruikt dat toch gewoon. Mensen zijn af en toe toch wel viesneuzen hoor. Maar wel van dat stinkende spul uit flesjes gebruiken. Yak.

Nou ja, niet erg dat ze het vies vinden. Des te meer blijft erover voor hem. En die paar extra kilootjes, die rent hij er komende zomer wel weer af.

 

Bijgeloof

Soms lees je de meest geweldige berichten in het nieuws. Even geen kommer en kwel, moord en doodslag. Zo las ik laatst hoe een oud bijgeloof kan leiden tot een bijzonder onderzoek. Een zichzelf waarschijnlijk heel serieus nemende historicus ging met een ernstig gezicht proeven van de urine van iemand die zeker al honderd jaar dood is. Niet bewust, uiteraard. De fijnproever krijgt de gelegenheid om een nipje van de vloeistof uit een portfles van 150 jaar oud te nemen. Ik zie het tafereel helemaal voor me, waarschijnlijk heeft de expert witte handschoenen aan en neemt hij de dunne naald in zijn handen alsof hij van het duurste materiaal is. Een heel klein slokje, niet meer. Door de mond laten rollen, voorzichtig proeven, het publiek houdt zijn adem in.

De bewuste aflevering van Tussen Kunst en Kitsch, weliswaar uit Engeland, trok natuurlijk veel aandacht. De historische fles werd weggebracht om de inhoud te analyseren. Hoe oud zou de port zijn en was de drank nog wel te drinken. Ook voor de gezichten van de onderzoekers zou ik goud geven. Stel je voor dat je, op de hoogte van de achtergrond, de vraag krijgt om de vloeistof te onderzoeken. Je doet alle proeven, checkt en dubbelcheckt en krijgt eindelijk de resultaten. Wat is de samenstelling, hoe werd port in die dagen gemaakt.

Ik kan me zo voorstellen dat de onderzoeker in kwestie even met stomheid was geslagen. Urine? Echt? Zijn er geen fouten gemaakt? Misschien heeft hij, of zij, de proeven nog een keer gedaan maar de uitslag bleef hetzelfde. Het was urine, ordinaire pies. Honderdvijftig jaar geleden waren de mensen nog bijgeloviger dan nu. Veel verschijnselen waren nog niet te verklaren en mensen probeerden het ongeluk af te wenden met verschillende rituelen. Een daarvan was het begraven van een zogenaamde heksenfles. Deze zijn vooral bekend in Engeland en werden ingegraven onder drempels of verborgen in muren. Meestal werden de flessen gevuld met menselijke urine, smeedijzeren nagels of spelden en stukken stof. Ook werden soms menselijke haren toegevoegd. De bedoeling van de fles was om de vloek van de heks om te draaien zodat de heks zelf werd vervloekt. Tja, je kunt er maar in geloven.

Uiteraard werd de uitslag in het kunstprogramma breed uitgemeten. De deskundige werd om commentaar gevraagd. Hij hield zich groot, hij had het niet willen missen, zei hij. Maar ik kan hem thuis al zien zitten, griezelend bij het idee dat hij niet alleen urine had geproefd, maar ook nog urine die al heel lang over de houdbaarheidsdatum was. Brr. Voortaan zou hij wel twee keer nadenken voordat hij zich liet verleiden tot een dergelijk experiment.

Ik vraag me wel iets af. Is die expert nu voor zijn leven lang gevrijwaard van alle vloeken? Of juist niet?

BoekenBoeken

De kracht van media

televisieknop

Ik denk dat ik een van de weinige Nederlanders ben die niet kijkt naar het programma Chateau Meiland. De slogan “wijnen, wijnen” is niet meer weg  te denken uit de standaard-vocabulaire van de gemiddelde Nederlander. Natuurlijk, Martien Meiland is hilarisch. Maar hij is vooral een heel gewiekste egotripper die de media precies naar zijn hand weet te zetten. En Chateau Marillaux handig uit weet te baten. Hij heeft gelijk hoor, het is niet de gek die het ervoor vraagt…

Bovendien wordt het steeds moeilijker om naar een interessant programma te kijken. Het is toch niet verwonderlijk dat de Netflixen van deze wereld zo in opkomst zijn. Op de reguliere zenders zie je alleen herhalingen. En om half elf een late night-show. Die laatste is al een soap op zich. Wie is de host, en nog belangrijker, wat is zijn of haar salaris. En is het niet te hoog, want dat zou toch wel een schande zijn. Ik vraag me dan altijd af wat anderen te maken hebben met het salaris van een presentator. En of ze zelf dat bedrag zouden afslaan. Volgens mij is het gewoon een kwestie van goed onderhandelen. Vraag en aanbod, maar dat terzijde.

Niet dat ik het niet leuk vind om naar een late night-show te kijken. Absoluut niet. Het is vaak een ontspannen afsluiting van de dag. Zolang er maar niet te veel Peter R. de Vries in zit. Ik vind die man zo Jezus-toegevoegd dat ik er slecht naar kan kijken. Hij zal best veel goeds bereiken maar moet hij er dan zo betweterig over doen? Het lijkt wel of hij bij iedere zaak betrokken is als expert. Of nee, dat is natuurlijk ook zo. Kun je nagaan hoe het gesteld is met het niveau van de tv-experts tegenwoordig.

Tot aan het tijdstip van de talkshow is het echt triest gesteld. Reality shows, suffe quizzen en spelletjes. En dat allemaal nog drie keer in de herhaling. Misschien zijn er te veel zenders en is het bijna onmogelijk om het aanbod zo divers te houden dat er voor ieder wat wils is. Mijn ouders keken vroeger op zaterdagavond naar de Mounties. In zwart-wit. Bij Een van de Acht kon je een kleurentelevisie winnen. En niemand die het in zijn hoofd haalde om de beslissing van de notaris in twijfel te trekken. Tegenwoordig moet je als programma de regels heel duidelijk op papier zetten. Anders krijg je zo maar een bekende advocaat achter je broek aan. En ergens begrijp ik wel, de inzet is tegenwoordig zo hoog. Daar zou je wel professionele hulp bij vragen. Echt ontspannen is het dan niet meer. En dat was toch volgens mij een van de redenen dat je televisie kijkt. Verstand op nul en vermaakt worden.

Ach, zoals Doe Maar het al zong, jaren geleden, “er zit een knop op je tv”. Ik gebruik hem steeds vaker.

 

Een nieuw jaar

2020 nieuwjaar

Hè hè, die feestdagen zijn gelukkig weer voorbij. Een heel nieuw en blanco jaar voor ons. Nog even bijkomen van het onbewust toch weer teveel eten en drinken. Hoewel deze jaarwisseling voor ons onverwacht rustig is verlopen. Gewoon thuis, samen, met Stef al snurkend op de bank. Natuurlijk hadden we contact met mensen, kennissen en vrienden, maar van afstand. Hoewel, net voor twaalf uur vielen vrienden binnen, even een borreltje, even samen het nieuwe jaar vieren. Ach, geen probleem toch, het is sowieso fijn om iedereen het beste te wensen voor het jaar dat komen gaat.

Voor sommigen wordt het een heel bijzonder jaar omdat zij gaan emigreren. Spannend. Ik weet niet of ik het zou durven. Mijn maatje en ik hebben het er wel eens over, straks, als we niet meer hoeven te werken, alles achterlaten en naar een warm land. Het klinkt geweldig maar ik zie dat het toch ook best wat spanning oplevert. Er over praten en fantaseren is leuk, maar als het dan ‘voor het echie’ wordt, blijkt het toch een grote stap te zijn. Vooral het idee dat je in Nederland helemaal niks meer hebt, qua huis en thuis, lijkt me toch echt heel eng. Maar misschien went het, ik weet het niet, maar het blijft leuk om over te fantaseren.

Voor anderen is het nog niet duidelijk hoe het jaar gaat lopen. Iedereen hoopt op geluk en goede gezondheid. We hebben het elkaar gewenst. Goede voornemens maak ik niet. Dat heeft toch geen zin. Ik weet best dat ik eigenlijk moet sporten maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dat echt niet in mijn genen zit. Dus ik stel mezelf gerust door te zeggen dat ik een heel actief leven heb en zo beweging genoeg krijg. Plannen heb ik wel. Een nieuwe opleiding, uitdagingen op het werk, maar vooral gelukkig zijn met mijn maatje en mijn hond. Want een stabiel thuisfront is het belangrijkste wat er is. Dat weet ik uit ervaring. Gelukkig heb ik dat nu. En daar ben ik heel blij mee en heel zuinig op.

Ik wens dat ook aan iedereen. Het mag nog, het is nog vroeg in januari. Wees gelukkig, volg je hart en doe niet al te veel domme dingen. Maar doe wel gekke dingen, het leven moet immers wel leuk blijven. Gelukkig nieuwjaar.

De kortste dag

kerstman

Ik weet het, het wordt afgezaagd want ik roep er ieder jaar over, maar 22 december is dit jaar toch een van mijn meest favoriete dagen. Het is nl. de kortste dag van het jaar. En vanaf die dag worden de dagen weer langer en wordt het weer langer licht.

Het is ook een dag die in heel veel geloven wordt gevierd. De Kelten zien hem als de overwinning van de eik, het symbool van de wassende zon, op de hulst, wat het symbool van de afnemende zon is. De Eikkoning begint zijn heerschappij. De Germanen vierden hun midwinterfeest. Zij noemde het joelfeesten (winterzonnewende) en probeerden zo het boze te verjagen en het licht te begroeten. Natuurlijk kwam daarna het Christendom om de hoek kijken. Keizer Constantijn de Grote besloot in overleg met zijn bisschoppen dat Kerstmis op 25 december werd gevierd. De datum waarop tot dan toe de zonnegod werd vereerd rond de Middellandse zee. En omdat in die tijd Jezus het “Licht van de wereld” werd genoemd, wat dat een logische datum om zijn verjaardag te vieren. Volgens de wijze heren dan toch.

Eigenlijk vraagt niemand zich meer af wat we nu eigenlijk vieren. We stouwen ons hele huis vol met kerstmannen die hun dikke buik in vrolijke rode jasjes hebben gestoken. Niemand staat er nog bij stil dat dit de uitvoering is die Coca Cola heeft verzonnen voor een reclamecampagne. Ik vind het ook leuk hoor. Ik hang kransen en lichtjes op en graaf in de doos met kerstspullen op zolder naar zaken waarvan ik vind dat ze dit jaar nog wel kunnen. Een grote kerstboom zetten we niet. Ik heb geen zin om het hele huis te verbouwen en ik ben ook bang dat Stef in het vuur van zijn balspel niet echt heel voorzichtig omgaat met die spullen.

Stef staat ook redelijk achterdochtig tegenover mijn verzameling kerstmannen. Het exemplaar dat iedere winter plaatsneemt in mijn leesfauteuiltje wordt door hem zorgvuldig bekeken en besnuffeld. Hij zet zijn pootjes op de leuning en vraagt zich zichtbaar af wat hij hier nou weer mee moet. Aan de gewone kerstmannen doet hij niks. De exemplaren die geluid maken zijn weer een heel ander geval. Ik heb ooit eens een kerstman gekocht die heel hard “ho ho ho” roept als je hem in zijn hand knijpt. Dat trekt Stef niet goed, dat vindt hij niks. Ik heb het idee dat hij het griezelig vindt en dit probeert te compenseren door luidkeels te blaffen. Het ziet er grappig uit en we plagen hem er mee.

Ieder jaar neem ik me voor geen extra spullen te kopen en ieder jaar trap ik er weer in. Het is toch iets wat in me zit. Ik wil het huis in deze donkere tijd gezelliger maken. Lichter ook. Totdat de natuur het overneemt en de dagen zichtbaar langer zijn.

Kerststukje

christmas-1240277_1920

Lang, heel lang geleden, was ik lid van de Jeugdnatuurwacht. Geen idee waarom, waarschijnlijk was het iets dat op mijn lagere school werd aanbevolen aan kinderen die interesse hadden in dieren en planten. Ik moet ook eerlijk zeggen, ik weet er niet veel meer van. Ik herinner me een boswandeling, vaag, en een busrit terug naar huis. Verder is het niet zo helder. Op één herinnering na, die staat me nog in het geheugen gegrift. Niet omdat het zo’n succes was, integendeel.

Ook in mijn kindertijd had je eenzame ouderen. En vooral in de tijd voorafgaand aan kerst, werd hier toch meer aandacht aan besteed. Ook door de Jeugdnatuurwacht. Alle kinderen werden opgeroepen en we gingen kerststukjes maken. Die dan daarna werden aangeboden aan ouderen. Om hen een sprankje licht te brengen in deze donkere tijd.

Ik zie mezelf nog binnenkomen, in die grote zaal vol kersttakken, kerstballen, bakjes en andere rommel. Ik verzamelde de spullen die ik dacht nodig te hebben en ging met de moed der wanhoop aan de slag. Ik ben nl. niet handig. Verre van. Ik ben ook niet bijster creatief in dat soort zaken. Ik was dus afhankelijk van het afkijken bij de kinderen die naast me aan de slag waren en wel met wat takken en accessoires een redelijk uitziend kerststukje wisten te fabriceren. Dat van mij was daar natuurlijk een slap aftreksel van. Het bleef allemaal niet rechtop staan, de ballen zakten steeds naast elkaar in plaats van in een mooi reliëf, het was het allemaal net niet.

Uiteraard hadden we niet de hele middag de tijd. De stukjes moesten ook nog rondgebracht en aangeboden worden. Een vriendelijke vrijwilliger ontfermde zich over mij en mijn huisvlijt. Samen stonden we voor de deur van een eenzame oude dame. Mijn begeleider belde aan en ik stond verwachtingsvol voor haar deur. Mijn cadeau aan haar voorzichtig in beide handen. Het was niet wat je in de winkel kocht maar het zag er toch in mijn ogen best acceptabel uit. De deur ging open en een chagrijnig uitziende vrouw stond voor onze neus. Ze nam ons van boven tot onderop en net op dat moment besloot de dennentak die ik als schutblad had benoemd langzaam maar zeker uit het bakje te zakken en op de grond te vallen. Ik bukte en stak het zo goed en kwaad als het ging weer terug in het bakje. Mijn begeleider legde uit dat we van de Jeugdnatuurwacht waren en een kerststukje kwamen aanbieden. De dame keek viezig naar mij en mijn stukje en sprak de woorden “daar doe ik niet aan mee.” Waarna ze met een fikse mep de deur voor onze neus dichtsloeg.

Kerst is daarna toch nooit meer hetzelfde geweest……..

 

 

 

 

 

Tradities

lights-1088141_1920

Natuurlijk kun je twisten over tradities. Mensen zijn voor of mensen zijn tegen. Waar de een zich in kan verliezen, vindt de ander een verwerpelijk ritueel. Ik vind het allemaal prima zolang zij elkaar maar met rust laten. Uit je mening maar hou je handen thuis. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, ook je tegenstander. Als het uit de hand loopt, weten mensen niet eens meer waar het eigenlijk over ging. Ze weten alleen dat ze tegen de ander zijn. Heel bijzonder.

Ik volg mijn eigen tradities. Pepernoten koop je niet al in augustus, die eet je inderdaad, zoals een collega mij bevestigde, pas als Sinterklaas in ons land is aangekomen. Dan is het tijd om het strooigoed in een schaaltje te gooien en er iedere keer als je er langs komt een handje uit te graaien. Tot je denkt “hè gelukkig, het bakje is leeg”. Ik heb ook nooit in augustus al nagedacht over kadootjes en surprises. Het was veel leuker om in de hectiek van “oei, ik moet nog…” terecht te komen. De avond voor Sinterklaas nog gedichten schrijven omdat dan de inspiratie het beste is.

Datzelfde heb ik ook met kerst. In ons huis komt er geen kerst-uiting binnen voordat Sinterklaas weer is vertrokken naar Spanje. We zetten sowieso  geen grote kerstboom. Ik wil er mijn huis niet voor verbouwen en Stef is ook niet zo subtiel gebouwd. Ik vrees dat we ieder jaar zeker een doos kerstballen bij zouden moeten kopen. Maar ik weiger ook al naar een tuincentrum te gaan. Begin november is alles al uitgedost in de meest uitbundige kerstsferen. Wel leuk hoor, maar veel te vroeg. Dat kan gewoon nog niet, dat hoort niet. Wat wel een nadeel is, is dat ik door het vasthouden aan mijn traditie vaak genoegen moet nemen met de kerstrozen die er nog over zijn. De beste zijn vaak voor Sinterklaas al weg. Maar, dat is dan maar zo.

Pas een volle week na Sinterklaas haal ik mijn kerststal van de zolder. Die is al oud, we hebben hem geërfd van een tante van mijn maatje. De familie vond er niks aan maar ik houd wel van de stijl van Lladro. Wel kitsch maar niet zo bont gekleurd. De dozen met kerstrommel komen beneden en ik zie mijn maatje zuchten. Hij is niet zo van die versiering. Dus probeer ik hem tegemoet te komen met veel lichtjes en waxinehoudertjes. Een beetje kitsch, want dat mag met Kerst. Ik hou ook van oude kerstspullen met een verhaal er bij. Het vogeltje met nog maar twee haren in zijn staart, het huisje waar je een theelichtje in kunt zetten, dat we geërfd hebben van tante Mina, een heerlijk kakineus dametje uit Den Haag. Zij loopt al lang niet meer rond over de aardbol maar zo denken we toch weer een beetje aan haar.

En ook dat is weer een traditie.

 

 

 

 

 

 

Ongenode gasten

rat

Wonen aan een haventje, aan de rand van een dorp, heeft heel veel voordelen. Het uitzicht is leuk, er is altijd leven in de brouwerij. In de zomer is het een komen en gaan van mensen die gaan varen of die gewoon een hele dag rondrommelen op hun boot. In de winter worden de kades bevolkt door vissers. Ze komen tegenwoordig al met bestelbusjes omdat ze anders al hun materiaal niet mee krijgen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze een tentje opzetten. Waarschijnlijk omdat er te weinig plaats is.

Helaas trekt het water en de polder ook gasten aan die wat minder welkom zijn. Vooral als het wat kouder wordt. Stef had het eerder in de gaten dan wij. Normaal gesproken kruipt hij na het eten van zijn brokjes en zijn varkensoren tevreden op de bank en komt hij daar alleen vanaf als hij vindt dat hij wel weer een snoepje kan komen halen. Maar nu stond hij gefocust bij de schuifpui. Zijn staartje als een volwaardige antenne recht omhoog. Omdat we eigenlijk het hele jaar door muizen in de tuin hebben, moesten we er om lachen. “Hij heeft weer een muis in het vizier.” Af en toe schoot hij naar buiten. En kwam dan even later onverrichter zake weer terug. Naar zijn uitkijkplek bij de pui. Mijn maatje ging eens kijken wat er aan de hand was maar kon ook niks vinden.

We vonden ook geen sporen van dieren. In het voorjaar hadden we woelratten in de tuin en die veroorzaakten behoorlijke gaten in de vloer van ons houten tuinhuisje. Ook het visvoer dat daar stond, in keurig afgesloten emmers, had het moeten ontgelden. Maar dat was nu helemaal niet aan de hand. “Kom op Stef, niks aan de hand, het zijn maar muisjes.”

Tot ik ineens op mijn werk een appje kreeg van mijn maatje. “We hebben toch weer rattengif nodig.” De collega aan wie ik de foto liet zien, sprong bijna tegen het plafond. Een enorme bruine rat zat op zijn gemak te drinken uit een bak waar de meest recente regenbui een behoorlijk plas water in achter gelaten had. Het was een bizar gezicht.

Dus hebben we de rattenval weer gevuld en vergif neergelegd op plaatsen waar Stef absoluut niet kan komen. Ik weet het wel, ratten zijn gevaarlijk, ze brengen ziektes met zich mee en ze zijn vies. En ik wil niet dat Stef er achter aan gaat, stel dat hij een rat doodbijt die echt heel ziek is. Je moet er niet aan denken wat mijn kleine vriendje daar van op kan lopen. Maar ergens vind ik het toch zielig. Zo’n dier kan er ook niks aan doen. Dus hoop ik maar dat hij goed ver weg kruipt. Zodat ik hem niet kan vinden.