Al weer eind van het jaar

Onvoorstelbaar, hoe snel dit jaar voorbijgaat. Toen we in maart thuis moesten gaan werken, dacht ik dat dat voor een paar weken zou zijn. Drie weken, was in eerste instantie het idee. Ik zette mijn laptop op de eettafel en ging aan de slag. Als ik ’s middags met Stef een rondje liep, kwam ik langs een veld waar net mais was gezaaid. Ik zag de plantjes opkomen en groeien. De drie weken werden drie maanden. Thuiswerken werd het nieuwe normaal. We mochten wel naar kantoor maar alleen als het echt nodig was en onder strikte voorwaarden.

De eettafel voldeed niet meer. Het voelde niet goed om de hele dag te werken, dan de laptop dicht te klappen en opzij te schuiven en op diezelfde plek te eten. Mijn maatje zag het als eerste in. De werkdag werd te veel verweven met de vrije tijd. Dus verhuisde ik naar boven. Ik heb nl. de luxe dat ik een eigen werkkamertje heb. Inmiddels volledig ingericht met alles wat ik nodig heb. De huiskamer is weer de plaats waar ik woon. En niet de plaats waar ik werk.

Tussen de middag eet ik samen met mijn maatje. Als ik te lang niet naar beneden kom, krijg ik een appje. “Pauze!!” Even eruit, even achter het scherm vandaan. Eigenlijk bevalt het me prima zo. Ik heb mijn draai goed gevonden. Als ik na het rondje met Stef weer naar boven vertrek, wil die kleine man altijd mee. Hij rommelt wat rond en gaat met een zucht voor mijn boekenkast liggen. Natuurlijk ben ik een watje maar ik heb er toch maar een dekentje neergelegd. Hij snurkt nog net niet zo hard dat mijn collega’s het horen tijdens de Teamsmeetingen.

Ik hoor van anderen dat ze het moeilijk vinden om thuis te werken. Ze kunnen zich niet concentreren. Ik snap dat als je kinderen hebt die ook hun aandacht nodig hebben. Natuurlijk, ik vind het jammer dat ik mijn collega’s niet spreek bij de koffieautomaat. Je mist toch de gesprekken over hoe het thuis gaat en wat mensen naast hun werk beweegt. Een Teamsmeeting is vaak veel zakelijker, je bespreekt wat nodig is en gaat dan weer verder. Maar het werken op zich gaat me goed af. Wat mij betreft wordt de combinatie tussen thuis en op kantoor echt de norm. En eerlijk is eerlijk, ook mijn maatje vindt het fijn. We gaan het zien, COVID-19 zal zeker nog een hele tijd zijn invloed uitoefenen.

Inmiddels is de mais alweer gemaaid. Het veld is omgeploegd en ligt braak tot het komende voorjaar. Ik ben benieuwd hoe ver ik de mais zal zien groeien.

 Sint 2020 Sint 2020

Dankbaarheid

Meestal schrijf ik blogs puur voor mijn eigen plezier. Ik vertel over mijn hond, wat mijn maatje en ik meemaken, niks aan de hand. We leven geen hoogdravend leven. We zijn gelukkig, in wat we doen en wat we meemaken. Lieve vrienden, familie, fijn werk, het gaat ons goed. Het “groots en meeslepend wil ik leven” heeft zijn plaatsje gekregen.

Natuurlijk gebeuren er in ons leven ook dingen die verdriet veroorzaken. We verliezen mensen. Dat hoort er bij als je ouder wordt. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen. Sommige mensen verlies je veel te vlug, hun gemis slaat een gat in je wezen. Voor een hele lange tijd. Andere mensen hebben, zoals dat heet, een mooi leven gehad en overlijden op respectabele leeftijd. Je mist ze, maar je hebt er vrede mee. Ook over die mensen schrijf ik meestal. Ik probeer te verwoorden wat zij voor ons en hun naasten betekend hebben.

Maar vaak ook geef ik mijn mening. Waarbij ik absoluut niet pretendeer de wijsheid in pacht te hebben of zelfs maar gelijk te hebben. Het is wat ik er van vind. Net als al mijn andere blogs. Vind je het niks? Dan lees je ze gewoon niet.

Een enkele keer bereikt je een heel bijzonder verzoek. Of je wilt beschrijven wat een vriendschap voor iemand heeft betekend. Een vriendschap die inmiddels al jaren niet meer bestaat maar die veel indruk heeft gemaakt en het leven  van iemand behoorlijk geraakt heeft. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd. En daarna sloeg de twijfel doe. Zou ik dat wel kunnen? Kan ik aan de hand van een aantal brieven de juiste toon vinden en beschrijven wat de relatie tussen die twee vrouwen is geweest. Ik heb veel respect voor de dame die het verzoek deed. Zij heeft veel meegemaakt en heeft zich er met opgeheven hoofd doorheen geslagen. Mijn beschrijving moet daar wel recht aan doen.

Na het lezen van de brieven kreeg ik een beter beeld. Ik voelde de sfeer en wist wat ze bedoelde met haar verzoek. Dus ik beschreef hun leven. Voor dat ik ging publiceren stuurde ik het naar haar toe met het verzoek heel eerlijk te zeggen wat ze er van vond. De kans dat ik de plank volledig had misgeslagen was natuurlijk gewoon aanwezig. We troffen elkaar en ik moest het vragen. “Wat vond je er van?” De tranen in haar ogen waren het grootste compliment dat ik kon krijgen.

BoekenBoeken

Eindelijk gewend / geen expat meer

Haar vriendin had een baan gevonden. Ze moest wel, het salaris van haar man was niet toereikend voor het leven dat zij gewend waren te leiden. Het viel haar zwaar. Iedere dag weer in het keurslijf. Ook het feit dat haar leidinggevende een vrouw was van half haar eigen leeftijd was moeilijk te verkroppen. Niet dat ze onvriendelijk was, oh, nee, dat was helemaal niet. Maar het viel niet mee om te accepteren dat de status die ze gewoon was te hebben in haar vorige leven, in Portugal, nu helemaal voorbij was. Ze was nu gewoon Mireille, niet meer mevrouw Dubois. En ze had niet meer de flexibiliteit om daar met een kwinkslag mee om te gaan.

De brieven bleven komen maar niet meer zo regelmatig. Ze had ook altijd wat moeite met antwoorden. Ze voelde zich een beetje schuldig. Zelf deed ze waar ze zin in had, haar eigen man vond dat ze niet hoefde te werken. Natuurlijk was het leuk om dingen te doen, maar eigenlijk meer omdat het niet verplicht was.

Het leek wel of haar vriendin niet meer kon aarden. Dat ze zo gewend was aan haar vorige leven dat ze niet kon accepteren dat dat voorbij was. Je moest je aanpassen en genieten van wat je had. Dat dat niet altijd meeviel was iets dat zelf terdege had ondervonden. Soms voelde ze zich schuldig. En eigenlijk was dat onzin, ze hadden allemaal in hetzelfde schuitje gezeten.

Nawoord

Goh, hoe lang zou het nu geleden zijn dat ze iets van Mireille had gehoord. Jaren inmiddels, misschien was het al wel 20 jaar geleden. De correspondentie was langzaam doodgebloed. Ze had haar best gedaan het contact te onderhouden maar dat was onmogelijk gebleken. Het verlies van haar man en later (veel later) haar geluk met haar nieuwe relatie was blijkbaar teveel geweest voor Mireille. Ze had haar niet meer gesproken. Ze vond het jammer, hun contact was toch altijd goed geweest en ze hadden veel voor elkaar betekend. En nu wist ze niet eens of Mireille nog leefde. Of haar man. Wat er in de afgelopen jaren met hen gebeurd was. Schepen die voorbij gaan. Je levenspad gaat het tijdje parallel en groeit dan weer uit elkaar. En inderdaad, het klinkt als een cliché, maar het enige dat blijft is de herinnering. Een mooie herinnering, dat wel.

ReizenReizen

Perfect op gewicht

Eens per jaar moet hij met het baasje mee naar ‘de dierenarts’. Eerst wist hij helemaal niet wat dat was, het was ook niet erg. Hij moest op een tafel gaan staan en dan kwam er een vreemde man of vrouw die in zijn oren keek en op bepaalde plekken op zijn lijf voelde. Een prikje en daarna een snoepje, klaar was kees. Soms, als hij niet zo lekker was, gingen ze ook naar dat gebouw en dan kreeg hij iets waardoor hij zich weer beter voelde. Dat was ook niet zo’n ramp. Maar hij heeft zich toch wel eens een keer vreselijk belazerd gevoeld. Twee keer eigenlijk. De eerste keer toen hij die rare blauwe snoepjes had gegeten. “Hij heeft muizengif op!” Nou ja zeg, en dan nog. Die vervelende man had hem zo voor de gek gehouden. Eerst lekker eten en toen een prikje waar hij zo misselijk van werd dat hij al het eten er weer uitgooide. Zo zonde.

De tweede keer was natuurlijk toen hij last had van zijn pootje. Hij dacht zelf dat het wel over zou gaan maar het baasje en het vrouwtje waren heel bezorgd. Ze brachten hem naar een raar huis waar hij opeens wakker werd met heel zijn pootje in een strak verband. Hij kon er niet eens fatsoenlijk mee lopen. Hij had het hen wel laten merken hoor, de hele weg naar huis had hij zitten mopperen.

En nu was hij echt op zijn hoede als ze weer naar dat huis gingen. Hij vertrouwde het niet meer zo. Hij luisterde ook heel goed wat het baasje en vrouwtje tegen elkaar zeiden als het weer zo ver was. Het vrouwtje had het er al een tijdje over, dat hij niet te dik mocht worden. Zelf boeide hem dat niet, schei toch uit. Maar helaas besliste hij niet zelf hoeveel brokjes er in zijn bak werden gedaan. Echt veel te weinig, hij had de hele dag honger, verschrikkelijk. Het baasje had wel medelijden met hem. Dat wel. Maar hij kreeg niet meer eten, ook niet van het baasje.

Toen ze naar die vervelende plek reden zat hij gelijk weer rechtop. Daar gingen ze weer, benieuwd wat er nu weer ging gebeuren. Hij voelde zich prima dus dat was het niet. Eerst moest hij op de weegschaal. De dame die meeliep, schreef wat in zijn boekje. Het baasje nam dat mee naar de dierenarts en die keek heel tevreden. “Hij is keurig op gewicht, heel mooi.” Tsss, ja, wrijf het er maar in, nu zou hij helemaal wel niet meer te eten krijgen thuis. Het was ook het eerste dat het vrouwtje vroeg, “hoe was het met zijn gewicht?”

Waarom zeuren ze daar toch zo over. Hij ziet genoeg mensen die ook wel wat minder brokjes mogen eten. Gelukkig staat zijn varkensoor nog niet op rantsoen, dat krijgt hij nog iedere avond. Hij probeert wel het baasje te verleiden om wat eerder naar de garage te lopen maar daar trapt hij niet in, helaas. Maar hij blijft het proberen. Misschien val je daar ook wel van af.

DierDier

Winterrecepten

Ik heb het al meer gezegd, ik ben niet van het moderne voedsel. Het ziet er naar mijn zin te vaak uit als kippen- of konijnenvoer. Daarom volg ik ook vrijwel geen enkel foodblog. Behalve in de herfst, dan struin ik alle blogs en websites af naar eerlijk ouderwets eten. Stoofpotten, ovenschotels, stamppotten, heerlijk. Ook wildrecepten staan hoog op het lijstje. Ik sta vroeg op om konijnenbouten aan te braden zodat ze de hele dag kunnen sudderen. Het hele huis ruikt ernaar.

Toch grijp ik voor haas en konijn meestal terug naar het oude recept van een tante van mijn maatje. Inmiddels is ze al heel oud, maar een aantal jaren geleden nodigde ons eenmaal per jaar uit om haas te komen eten. Ook mijn schoonvader schoof, als vanzelfsprekend, aan. Mijn maatje en ik hadden vooraf al plezier. De haas was namelijk altijd een succes, met spekjes, uien, laurier en kruidnagel. Dat was het niet. Het was meer de aankleding van het geheel. Als wij gasten krijgen, probeer ik het toch altijd wat feestelijk aan te kleden. Tante niet, er kwamen onderzettertjes op tafel die je tegenwoordig alleen nog maar in een kringloopwinkel ziet. De pan op tafel, een keukenrol ernaast en eten met je handen. “We hebben weer servetten aan de rol”, lachten wij altijd. Eigenlijk had ze groot gelijk, de pan ging altijd helemaal leeg.

Het geeft ook een gevoel van nostalgie. Dan denk ik terug aan de keer dat ik konijn had klaargemaakt voor mijn schoonouders. Mijn maatje had eens in de pan gekeken en besloten dat we de dag erna ook nog konijn zouden eten. Hij had alleen niet op zijn vader gerekend. Toen we naar huis  gingen, kreeg ik een keurig schoongemaakte pan mee. “Hebt u de rest weggedaan?” vroeg ik een beetje verschrikt. “Nee hoor, ik heb het in een bakje gedaan, heb ik morgen nog lekker een konijnenpootje.” Een beetje beteuterd gingen we naar huis. Dan maar iets anders verzinnen voor morgen.

Dit jaar zal het allemaal wat anders gaan. Niet met een groot gezelschap rond de tafel met de grote wildpan in het midden. Maar met een klein gezelschap is het net zo gezellig en smaakt het net zo lekker. Laten we nou maar niet zo klagen, we steken een extra kaarsje aan en proberen wat nieuwe recepten uit. En als we dat volhouden, kunnen we vast volgend jaar weer uitpakken. En onze gasten verrassen met allerlei nieuwe gerechten. Zoals een wijs man ooit zei “ieder nadeel heb z’n voordeel.”

KokenKoken

Gevarengeld voor influencers

Het blijkt dat het nog niet meevalt om als influencer staande te blijven. Gevaren liggen overal op de loer. En vaak nog uit onverwachte hoek. Laatst werd een Mexicaanse influencer per ongeluk doodgeschoten. Per ongeluk? Ja inderdaad, per ongeluk. Ze wilde met haar vrienden een ontvoering in scène zetten. De zogenaamde ontvoerder zette een vuurwapen tegen haar hoofd om het echt te laten lijken. Helaas is het allemaal niet als in de film en ging het pistool af. Mensen vergeten vaak dat er ook nog een patroon in de kamer kan zitten. Het twintigjarige meisje werd in haar hoofd geschoten en overleed ter plekke aan haar verwondingen. Zo zie je maar, Social Media is niet wat het lijkt.

Misschien moeten we een keer gevarengeld in het leven roepen.

Tenslotte gaat het leven van een influencer niet over rozen. Kijk maar naar Famke Louise. Het arme kind stak een keer haar nek uit en werd volledig afgemaakt. Haar medeondertekenaars hielden zich allemaal wijselijk stil. Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten. En als er dan iemand bereid is om naar voren te treden, dan moet je dat beslist niet ontmoedigen. “Nee joh, ga jij lekker naar Jinek, jij kunt dat!” Om vervolgens in je hoekje opgelucht adem te halen. Een mening op Social Media hebben is één ding, hem verdedigen is heel iets anders.

Nou ligt het waarschijnlijk aan mijn leeftijd, maar ik snap niet veel van het hele verschijnsel. Natuurlijk, ik heb ook een Instagram-account, maar ik verdien er helemaal geen geld mee. Mijn fout, als ik het goed deed kon ik er misschien ook wel van leven. Tenslotte is mijn leven net zo interessant als dat van Kim Kardashian, toch? Althans, vanuit mijn oogpunt gezien dan. Ik heb wel respect voor hun commerciële inzicht hoor. Tenslotte zijn zij er miljonair mee geworden. En ik niet.

Maar het is allemaal zo nep. Al die jonge meiden die een filter over hun gezicht hangen om alles strak te trekken. En ze zijn nog zo strak. Als ik in de spiegel kijk, bekruipt me soms een gevoel van melancholie. Poeh, laten we er maar van uit gaan dat het karakter weergeeft, die lijnen. Maar om nou op Sylvie Meijs te gaan lijken, nee dank je wel. Trouwens, daar heb ik ook helemaal geen tijd voor. Ik heb een echt leven te leiden. Het lijkt me ook zo’n rare wereld. Alles wat je doet is zichtbaar voor je volgers. Het lijkt mij maar ongemakkelijk. Er zijn genoeg situaties die ik helemaal niet zou willen delen. Al was het alleen maar omdat een simpel filter dan niet volstaat.

Ik denk wel dat we er mee moeten leren dealen. Social Media is er en gaat nooit meer weg. Toen internet pas opkwam, in 1995, riepen heel veel mensen dat het een hype was. Dat het nooit iets zou worden. Nu, 25 jaar later, kunnen we niet meer zonder. Ik vrees dat Social Media ook zijn prominente plaats in de samenleving houdt. “Het open riool”, zoals ik het iemand wel eens heb horen noemen, is hier en blijft. Ik hoop alleen dat mensen kritisch blijven, niet alleen met Social Media maar met alles. Want een waar woord zegt “als het te mooi is om waar te zijn, is het waarschijnlijk niet waar”.

MobileMobile

MobileMobile

Terug in Nederland / het lot van een expat

Er was niet echt een vangnet voor mensen die als expat in het buitenland hadden gewerkt. Ze merkte het in alles aan haar vriendin. Ze hadden verwacht dat er meer voor hen geregeld zou zijn. Maar in Nederland zat niemand op hen te wachten. Iedereen was doorgegaan met zijn eigen leven, alle mooie banen waren ingevuld en voor andere jobs werden goedkopere krachten aangetrokken. Het voelde heel oneerlijk.

Het contract van haar man was beëindigd, de afkoopsom die hij had meegekregen was toereikend voor een jaar. Als ze tenminste zuinig leefden. De weekendjes Parijs en New York zaten er niet meer in. Althans, niet op de manier zoals ze gewend waren. Geen oesters, geen champagne. Het voelde heel oneerlijk, ze moesten overal zelf achter aan. Er was geen huis, geen vergoeding, eigenlijk waren ze paria’s, overgelaten aan hun eigen lot. Alsof de maatschappij thuis zei “jullie hebben lang genoeg geprofiteerd van de voordelen die jullie hadden”. Ze vergaten alleen dat het geen makkelijk leven was. Haar man constant aan het werk, zij voortdurend thuis, zonder werk, zonder eigenlijk een nuttige invulling van haar leven. Zeker na het vertrek van haar beste vriendin. De man van haar vriendin was al eerder vertrokken bij het bedrijf. Ze had het vreemd gevonden maar achteraf was het de beste beslissing die die twee ooit hadden kunnen nemen. Had haar man het ook maar gedaan.

Maar nee, die was er veel te lang van overtuigd geweest dat hij zijn leidinggevenden er wel van kon overtuigen dat het nieuwe afdelingshoofd geen knip voor zijn neus waard was. Onderschat nooit je tegenstanders, het was een motto dat hem te laat ter ore was gekomen. Hij had het wel gedaan. Met als gevolg dat ze nu, voor hun gevoel, met lege handen terug moesten naar Nederland. Zonder vrienden, zonder collega’s, eigenlijk gewoon zonder iets. Zelfs het huis waar ze in konden wonen, was niet van hen. Oh, wat had ze een heimwee naar het heerlijke huis in Portugal. Met het grote terras, het prachtige zwembad en de geur van oleanders iedere avond. Nu zat ze hier in Rotterdam, ook een prima stad, maar koud, regenachtig, in een rijtjeshuis. En dan nog mocht ze niet klagen, haar man had een prima regeling maar het was niet makkelijk om weer aan de slag te geraken. Eind veertig, veel ervaring maar niet in Nederland, behoorlijk wat salariseisen. Hij kwam vaker gedesillusioneerd terug dan niet.

Voor haar was het ook niet makkelijk. Voor ze met haar man was vertrokken, was ze directiesecretaresse geweest. Maar dat was lang geleden. Nog voor het faxapparaat in de mode was gekomen. Tegenwoordig zat er niemand meer te wachten op een secretaresse die kon telexen. Managers beheerden hun eigen agenda. E-mail had de brieven vervangen en het leek wel of niemand meer maalde om het juiste gebruik van de Nederlandse taal. Ze voelde zich soms gewoon een fossiel. Bij ieder sollicitatiegesprek werd ze van top tot teen bekeken. Oké, ze droeg een mantelpakje en een parelketting, maar wat was daar verkeerd aan. Een zichzelf respecterende vrouw droeg altijd kousen. Dus.

Design en lifestyleDesign en lifestyle

Het is ineens herfst

Man man man, wat een weer. Onvoorstelbaar, dat zo’n mooie zomer ineens zomaar voorbij is en het herfst is met alle windvlagen van dien. Af en toe moet het slaapkamerraam zelfs dicht omdat je anders uit je bed waait. De boten in het haventje voor onze deur dobberen fanatiek heen en weer. Overal klapperen touwen en andere attributen. Je zou er onrustig van worden. Gelukkig is er nog niks gezonken. Als het niet zo heel hard regent zie je nog wel eens een visser. Maar verder heeft niemand wat te zoeken in de haven.

De behendigheidsles van Stef is zelfs al een keer afgezegd. En ik snap het wel, het veld is zo zompig dat je tot je enkels in het water staat. Daar helpt geen drainage aan. Maar het is wel irritant, Stef is veroordeeld tot een leven binnenshuis. Niet dat hij zelf graag naar buiten gaat, hij steekt zijn neus om de deur en besluit dat hij best zijn pootje kan oplichten tegen de tuintafel. Die staat tenminste droog onder de overkapping. Ach, een keer schrobben met chloor en het is weer fris. Wel sneu voor die kleine man, hij gaat zo graag mee op pad.

De hele wereld ziet er troosteloos uit. Alles is nat, overal staan plassen. Bah. Wat een geluk dat we nog een heerlijke vakantieweek hebben gehad in september. Toen de temperatuur nog dik en dik boven de twintig graden was. Gelukkig hield mijn maatje zijn poot stijf. Ik wilde een week in oktober, omdat het dan vaak zo’n mooi weer kan zijn. We zouden van een koude kermis thuisgekomen zijn.

En als het nou alleen zou stormen, dan vond ik het nog wel prima. Dat is lekker, jas aan en tegen de wind in hangen. Maar het ene moment is er een felle zon en het andere moment probeert de natuur de droogte van afgelopen jaren in één minuut op te lossen. Onmogelijk om je op te kleden.

Wat ik me dan afvraag, zou dit nou iets te maken hebben met de klimaatverandering? Het zou toch zomaar kunnen. Er komen steeds meer mensen op deze aarde en dat heeft zijn invloed. Of we dat nou willen of niet. En ik weet wel, Nederland is maar een klein stipje in deze kosmos, wij hoeven niet het beste jongetje van de klas te zijn want zoveel verschil kunnen wij niet maken. Maar het is toch wel fijn als we ons eigen nest zo schoon mogelijk houden. Als het dan al verpest wordt, laat het dan in ieder geval niet aan ons liggen. Dan kunnen wij, als rechtgeaarde Nederlanders, tenminste met een terecht gevoel van rechtvaardigheid naar een ander wijzen.

ModeMode

Het zat er aan te komen…..

Het zat er aan te komen hè, we hadden het allemaal wel aan kunnen zien komen als we eerlijk waren. De tweede Corona-golf met de bijbehorende maatregelen. En ik ben niet heiliger dan de paus hoor, ik heb ook echt wel mijn oeps-momenten gehad, maar als ik zag hoe mensen weer hutjemutje op het strand lagen, of lekker met zijn allen bijeen dromden op de Tilburgse kermis. Er mag weer publiek bij voetbalwedstrijden en wat doen de supporters van Willem II? Die maken er een zootje van. Tja, dan wordt één en één toch weer twee.

Ik ga ook niet zeuren over Famke Louise, het arme kind had in ieder geval het lef om ondervraagd te willen worden. Willem Engel zie ik nog niet snel langskomen, die is wel wijzer. Ik wil wel mijn respect uitspreken voor Diederik Gommers. Wat een superoptreden van die man. Zo beheerst, zo rustig. Met alle begrip voor mensen die vragen stellen en ook graag antwoorden willen.

En nu loopt het aantal besmettingen weer op. En de ziekenhuisopnames. En het aantal patiënten op de IC. En het aantal mensen dat weer loopt te piepen en te zeuren omdat ze thuis moeten blijven. Omdat de kroegen om tien uur ’s avonds dicht gaan. Ach gussie. Natuurlijk, het is heel vervelend. Zeker voor de ondernemers die het betreft. Ik zou het ook niet leuk vinden als ik een kroeg had en ik mocht na negen uur geen gasten meer binnenlaten. Dan wordt het juist gezellig. Maar wat is het alternatief? Dat we weer in een volledige lockdown gaan omdat de ziekenhuizen overlopen en de zorgverleners moeten gaan kiezen wie ze wel of niet helpen? Jouw oma of mijn oma, kies maar.

Ik hoop, en ik denk, dat we van de eerste golf wel wat geleerd hebben. Ik hoor berichten over het toedienen van bepaalde medicijnen die het virus niet wegnemen maar de uitwerking ervan wel minder maken. Dat is toch al een vooruitgang, misschien worden er nu minder mensen heel erg ziek. Maar het doel moet toch zijn om het virus niet verder te verspreiden. Dus afstand houden. Het is lastig, maar het is best te doen. Als we elkaar er maar opmerkzaam op maken. Op een respectvolle manier, dat wel graag.

Nu wordt gevraagd een mondkapje te dragen in openbare binnenruimten. Het zal een beetje wennen zijn, maar ik ga me er in ieder geval aan houden. En ik hoop met mij meer mensen.

Want uiteindelijk zijn het alleen de mensen maar die het verschil kunnen maken. Wat zou het fijn zijn als wij onze Nederlandse kreun- en steun-mentaliteit eens even in lockdown konden zetten. En weer samen zouden optrekken om deze crisis te bezweren.

GezondheidGezondheid

We zijn toch te gast

Inmiddels is het vakantieseizoen alweer bijna voorbij. De enigen die je nu nog ziet komen, zijn over het algemeen mensen op leeftijd, al dan niet met een camper. Die camper kan variëren van lief en klein tot enorm en eigenlijk niet eens leuk meer. Dat klinkt afgunstig maar is het niet. Ik kan best genieten van campers die een badkamer hebben waar die van mij thuis karig bij afsteekt. Maar het is gewoon niet praktisch. Je kunt niet op iedere camping overblijven en je staat vaak op de meest kale plekjes. Die zijn nl. het grootst.

Wat me deze zomer in België is opgevallen, is dat veel Nederlanders boven de wet lijken te staan. Het is verplicht in winkels en op terrassen een mondkapje te dragen. In winkels wordt er goed gehoor aan gegeven. Dat is eenvoudig. Zonder kom je gewoon niet binnen. Er staan medewerkers om je karretje te ontsmetten en je kunt daar niet omheen. Maar op het terrasje waar wij geregeld neerstrijken, hebben mensen er soms toch moeite mee. Mensen die zonder bedekking het terras op komen en rondkijken met een blik van “zeg er maar eens iets van als je durft”. Vaak werd dat wel gedaan. Maar dan hadden ze altijd wel een smoes. Vergeten, ligt nog thuis, sorry, benauwd. Een enkeling durfde zijn statement vol te houden en zei “ik vind het onzin.”

Je mag ervan vinden wat je wilt. En ik ben het ook wel eens vergeten. Maar toen werd ik door mijn maatje teruggeroepen en heb ik direct het kapje voorgedaan. Het ziet er af en toe ook best komisch uit. Vooral als ze nog nieuw zijn en het nog iets te strakke elastiek de oren van mensen laat staan als die van een stripfiguur. Ach, we zitten er allemaal mee dus je hoeft je niet te schamen.

Het heeft ook iets waarschuwends. Als ik mensen zie met een mondkapje op, weet ik dat ik afstand moet houden. Zo’n virus is zo rond, het ene moment ga je vrolijk ergens heen en het volgende moment zit je met je gezin in quarantaine. Eigen schuld? Nee helemaal niet, maar misschien zijn wij in Nederland toch soms iets te makkelijk. En dat blijkt dan maar weer eens als je Nederlanders tegenkomt op hun vakantiebestemming.

Laatst hoorde ik iemand zeggen “we hebben ook ooit afgesproken in Nederland rechts te rijden, daar houden we ons ook aan.” Dat vond ik een hele verstandige uitspraak. We zijn in dit land te gast. Laten we ons dan ook houden aan de afspraken die hier gelden.

ReizenReizen