Klokken

Iedereen heeft recht op een hobby. Iedere gek zijn gebrek, luidt het gezegde. Mijn maatje spaart klokken. Ik vind het geen gebrek, ik hou ook van klokken. Het is een hobby die lang heeft gesluimerd. Eigenlijk was de trigger het overlijden van de oudste zuster van mijn schoonvader. Tante Jeanne. Zij was een beetje een mysterie, niemand van de familie kwam bij haar over de vloer. Waarschijnlijk omdat ze samenwoonde met een andere dame. En dat was in die tijd, en in die familie, niet helemaal geaccepteerd. Mijn maatje en mij boeide het niet. Wat je gelukkig maakt, moet je koesteren.

Na het overlijden van tante Jeanne bleek dat zij mijn maatje en zijn neef, tevens naamgenoot, had aangewezen om het testament tot uitvoer te brengen. Uiteraard ging de erfenis naar haar broer en zussen maar de beide executeurs kregen ook een vergoeding. Mijn maatje de staande klok en zijn neef de televisie. Wat hebben we gelachen. Tante Jeanne was ver in de tachtig. Die televisie zou wel een enorme toeter aan de achterkant hebben en die klok, ach, wat moet je nou met een staande klok.

Mijn maatje en zijn neef gingen polshoogte nemen in het huis. Tante bleek een enorm huis te hebben met een antieke, maar dan echt, inrichting. Het enige moderne in het huis bleek een B&O televisie. De executeursvergoeding was toch wel iets waar tante over nagedacht had. De staande klok kwam mee met mijn maatje en we plaatsten hem boven, op de overloop, in een hoekje. Daar werd hij braaf opgewonden en door mij wekelijks afgestoft. Tot we eigenlijk een keer samen aan tafel zaten en herinneringen ophaalden aan tante Jeanne. “Vind jij het eigenlijk niet zonde van de klok?”, vroeg mijn maatje. Ik had er ook al over na lopen denken. “We moeten hem naar beneden halen.” Inmiddels heeft de klok een prominente plaats in onze woonkamer. De slag winden we niet op, ieder kwartier de Big Ben is iets te veel van het goede.

Het leek wel of de staande klok de start was van een soort traditie. Mijn maatje erfde steeds een klok. Werkend of niet, dat maakte niet uit. Een klok is een klok, mijn maatje houdt ervan. Pasgeleden is de zus van mijn schoonvader overleden, de moeder van de neef van mijn maatje. Een dame waar wij altijd een immens respect voor hebben gehad. Zij was tot op hoge leeftijd actief, ik hoop dat ik het zo mag redden. Omdat haar huisje opgeruimd moest worden, kon mijn maatje zijn neef een keer helpen. “Wil jij een aandenken?” Ik zag bij de spulletjes een klokje staan. Ik zag mijn maatje twijfelen, je wilt natuurlijk ook niet als een aasgier overkomen. Gelukkig overwon hij zijn schroom, “als jullie het niet erg vinden, dan wil ik graag het klokje.”

Inmiddels heeft het een mooi plekje gekregen, bij ons. Voorlopig mag het ook slaan, ieder half uur. Het is een helder geluid, het herinnert ons aan de energie van tante. En dat is mooi.

Terug van vakantie

“Hoe was je vakantie?” Het is de vraag die je altijd krijgt als je weer begint met werken. Ik stel die vraag zelf ook altijd aan mijn collega’s. Meestal is het antwoord dan iets in de trant van “lekker, mooi weer, leuke dingen gedaan, veel te kort.” Nu was onze vakantie ook wel gezellig, zeker, maar toch wel heel anders dan we ons hadden voorgesteld. Twee weekjes Ardennen werden twee weekjes thuis. Ook gezellig, zeker, maar wel vanwege een hele rare reden. En met een bijzonder actielijstje. Verzekeringsmaatschappijen inschakelen, afspraken maken met experts. Niet mijn dagelijkse werk. Je leert er weer iedere dag van.

De collega’s die wisten wat er gebeurd was, vroegen gelijk hoe het ging. Of we nog wat hadden kunnen redden en wat we gingen doen. Of de camping weer open was, of überhaupt nog open ging. Of we toch weer op datzelfde plekje gingen staan. En of we nu een andere caravan gingen kopen. Vragen waar we zelf ook al over nagedacht hadden. En het kan misschien nog wel even duren maar ik ben er van overtuigd dat we over een tijdje weer heerlijk gaan kamperen.

Een ander verhaal zijn de collega’s die echt heel nietsvermoedend vragen of je een leuke vakantie hebt gehad. Toch een beetje lastig te beantwoorden. Want ja, het was fijn om even niks te hoeven. Lekker samen met mijn maatje wakker worden bij een uitgebreid bakje koffie. Luisteren naar Stef, die na zijn ontbijt toch nog maar even aan het snurken is geslagen op de bank. Daar was niks mis mee. En je wilt mensen ook niet te erg laten schrikken. Tenslotte zijn wij maar spullen kwijt. En verder niks. Dus ik breng het verhaal maar met een lach. Je ziet de meesten dan wel verschieten. “Oei, dat wist ik niet, wat vervelend voor jullie.” Sommigen vinden het ook bijzonder dat ik er om kan lachen. Nou ja, ik vind het niet grappig, maar met lelijk kijken verandert de situatie ook niet.

We proberen het in september gewoon nog een keer. Misschien op ons eigen stekje, anders in een chaletje. Even genieten van een Belgisch biertje op een Belgisch terrasje.

Ach, en over een tijd, als al het leed weer geleden is en we weer een mooi plekje hebben aan de oever van de Amblève, zullen we hier ook met een lach over kunnen vertellen. “Weet je nog, die keer in de zomer toen de camping overstroomde…..”

Dierentuin

Het was toch wel een hele andere vakantie dan anders, dat had hij wel in de gaten. Het baasje en vrouwtje waren wel naar de camping geweest maar ze hadden hem niet meegenomen. En ze waren ook al heel snel weer terug. Echt heel raar. Hij vroeg zich af wat er toch allemaal gebeurd was. Ze hadden het over water en een nieuwe caravan. Nou ja, hij wachtte maar af, het zou allemaal wel goed komen.

Het vrouwtje hoefde in ieder geval niet te werken, dat was heel gezellig. Kon ze ’s ochtends wat langer koffiedrinken voordat ze dingen gingen doen. Het baasje wilde graag een keer naar een dierentuin. “Dat is al zo lang geleden, dat zou ik nog wel eens willen doen.” Hmm, dat zou een stil dagje worden, dat was vast een plek waar hij niet mee naar toe mocht. Het vrouwtje was al op internet bezig om kaartjes te reserveren. “Hé”, zei ze tegen het baasje, “ik kan ook een kaartje voor Stef reserveren. Hij mag ook mee.” Kijk, dat was nog eens goed nieuws, hij ging maar even bij het baasje staan. Want mee mogen was nog niet hetzelfde als meegaan. Gelukkig vond het baasje het goed en werd voor hem ook een kaartje gereserveerd. Een dierentuin, dat was spannend.

Hij rook het al toen ze in de rij stonden, hier waren dieren die hij normaal gesproken niet tegenkwam. Hij trok eens aan zijn riem om haast te maken maar ze moesten toch wachten. Gelukkig was er genoeg te zien, een grote vijver met karpers, hij ging maar eens over de rand kijken. Even later liepen we dan toch door een grote poort. Kijk, dat was nog eens interessant. Hij wist niet waar hij het eerste moest kijken. Wat waren er toch veel rare wezens op de wereld. Sommigen maakten wel een heel raar geluid ook. Het baasje en het vrouwtje vonden het leuk, ze wandelden langs allerlei plekken en terreinen. Hij lette wel goed op dat hij zich netjes gedroeg, hij moest het niet voor zichzelf verpesten. Alleen die pelikanen, die stonden wel erg dicht bij het gaas. Hij probeerde ze terug te jagen maar ze reageerden niet eens. Stomme vogels. Het vrouwtje trok hem mee, hij keek nog eens om maar ze stonden echt gewoon suf voor zich uit te kijken. Nou ja, dan niet.

De middag vloog voorbij. Leeuwen, tijgers, luipaarden, hij keek zijn ogen uit. Hij kon zelfs ruiken dat ze gevaarlijk konden zijn. Maar wat hem wel opviel, was dat die wilde dieren toch wel graag opgekruld in de zon lagen te tukken. Kijk, hadden ze toch wat gemeen.

Ravage

Alsof er een bom is ontploft. Dat is eigenlijk de enige omschrijving die je kunt geven aan de ooit zo mooie camping. Overal ligt rommel. Spullen uit caravans, voortenten, schuurtentjes, alles ligt opgestapeld. Diepe groeven maken de paden bijna onbegaanbaar. Maar het meest bizarre is dat er ook gewoon caravans weg zijn. Verdwenen. Meegenomen door het water. Van groot tot klein. De kleine caravan van een jong stel maar ook de grote stacaravan van een oudere dame. Weg, alleen de blokken waar de caravan op stond, liggen er nog. Waar is alles gebleven? Je vraagt het je af. Maar er is echt geen spoor meer van.

De houten chaletjes liggen op hun zij of zijn gekraakt door het geweld. De stacaravans op het hogere gedeelte staan schots en scheef. Sommigen zijn zomaar een plaats opgeschoven. Een paar staan zo schuin dat je er niet in kunt staan. De schade daarin moet enorm zijn. Alles is kapot. Wat hadden we medelijden met de campingeigenaar. In Coronatijd begonnen, dat was al lastig, en nu dit.

In tegenstelling tot wat we eerst dachten was onze caravan niet naar Luik gespoeld. Sterker nog, hij was nog steeds op de camping. Normaal staan wij aan het eind maar nu hangt de caravan bijna in het midden. Tegen een boom. Alle ramen zijn eruit, de deur mist en als je binnenkijkt, kun je alleen maar concluderen dat alles verloren is. Alles is nat en zit onder een laag modder. De caravan hangt stevig dus we durven er voorzichtig in. Een voor een. Wat een troep. Er ligt nog een deel van het koffiezetapparaat, er steekt een enorme tak door het voorraam. Een pannetje ligt onderste boven in de hoek waar eerst het tafeltje stond. Heel veel spullen zijn weggespoeld, de grote kast is leeg, de kussens zijn weg. Wat er nog wel is, is zo vies en nat dat je het bijna niet herkent.

“Kijk maar of je nog wat kunt redden”, zei de campingbeheerder. Ik keek eens rond. Mijn notebook lag er nog, wel nat, maar misschien nog te redden. Het kunststof Duvelglas waar mijn maatje altijd uit dronk, dat kon ik nog wel schoonmaken. Maar ik zocht iets belangrijks. De brieven van de dame die mij vorig jaar vroeg blogs te schrijven over haar vriendschap en haar leven als expat. Ik had ze in de caravan gelegd om terug te geven. Maar daar had ik nog geen gelegenheid voor gehad. En ik zou het zo erg vinden als die ook vernietigd waren. Toch, als door een wonder, waren de brieven nog helemaal intact. Ze lagen droog op hun oude plekje. Wat een geluk. De oude dame komt niet meer kamperen, zij en haar man hebben te lang in het water gezeten, wachtend op evacuatie. Maar misschien kan ik haar nu toch een glimlach op het gezicht toveren.

Wateroverlast

We hielden het weerbericht nauwlettend in de gaten. Veel regen voorspeld in de Ardennen. En onze vakantie lag in het verschiet. Met alle Corona-toestanden is onze Engelandvakantie weer een jaar uitgesteld. Dus twee weken Ardennen was een heerlijk vooruitzicht. Allebei gevaccineerd, toch wat versoepelde maatregelen, wat kan ons gebeuren. Nou, enorm veel. Dat bleek.

Woensdag begon het al penibel te worden, de rivier was wild en het water steeg hard. We kregen berichten van de camping, waarschuwingen. Maar ja, niemand kon iets doen. Natuurgeweld hou je niet tegen. Op hoop van zegen dan maar.

Op donderdagmorgen kregen we een telefoontje. Wat wij onvoorstelbaar hadden gedacht, was gebeurd. De hele camping stond blank, er stond anderhalve meter water en alles was weggespoeld. Ook onze caravan. We keken elkaar verslagen aan. Weggespoeld, hoe kon dat nou. En hoe was het dan met de mensen die er op dat moment waren? Die lagen te slapen. Beetje bij beetje konden we ons een beeld vormen. Het water was gaan stijgen en op een gegeven moment was het zo hard gegaan dat er geen redden meer aan was. Er zaten mensen vast in hun caravan, die moesten door de brandweer met een bootje geëvacueerd worden. Wat een ellende. Geen stroom, geen voorzieningen, alles was weggevaagd.

Ons plekje. Wat verschrikkelijk. Het meest erge vonden we dat we niks konden doen. We konden er niet naar toe. Het terrein was niet toegankelijk en bovendien ook afgesloten door de brandweer. En wat wil je doen? Hozen? Wij zijn normaal altijd van het direct handelen maar nu zaten we machteloos thuis. Dit zijn we kwijt, dat zijn we kwijt. Contact houden was ook nog moeilijk, want zonder elektriciteit raken mobiele telefoons leeg.

Het is een onwerkelijke situatie, we hebben geen idee hoe het gaat aflopen en wanneer we weer naar de Amblève kunnen kijken zonder dat hij woest kolkend voorbij stroomt. Dat komt weer, dat weet ik zeker, alleen waarschijnlijk niet komende twee weken.

Ach, zei mijn maatje, het is te hopen dat de caravan in stukjes in Luik ligt. Dan hoeven we tenminste niet op te ruimen. Nou ja, laten we het dan in ieder geval maar proberen positief te benaderen. Tenslotte hebben we zelf niks en zijn het maar spullen. Maar ik heb er toch wel een traantje om gelaten.

Wat een week

Soms gebeuren er in een week zoveel dingen dat je echt even moet gaan zitten om te overdenken wat er nu allemaal aan de hand is. Deze week was zo’n week. Natuurlijk waren we enorm geschokt door het nieuws van de aanslag op Peter R. de Vries. Je kunt van de man vinden wat je wilt, ik kon me ook vreselijk ergeren aan zijn betweterigheid, maar je laat iemand altijd in zijn waarde. Volgens mij leven wij in een vrij land waar je mag zeggen wat je wilt en waar mensen niet achtervolgd mogen worden om het werk dat zij doen. Bovendien, het werk dat De Vries doet, is alleen maar heel nobel te noemen. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die zo vasthoudend zijn als hij. Als je hoort hoeveel jaar hij een zaak blijft volgen en contact blijft hebben met de nabestaanden, dat is echt heel bijzonder. En ja, hij weet het altijd beter, hij heeft overal een mening over en hij is lastig, maar hij heeft toch wel hele goede dingen bereikt. Ik denk dat de ouders van Nicky Verstappen hem alleen maar geweldig vinden.

Maar ook in onze eigen wereld was er een schok. De tante van mijn maatje, een zus van zijn vader, overleed. En wel zo plotseling dat we ook daar even voor moesten gaan zitten. Vorige week werd de diagnose gesteld en nu is ze er al niet meer. Ok, als je 92 jaar oud mag worden, is dat op zich heel bijzonder, maar voor ons had ze wel 120 mogen worden. Wat een energie had zij, wat een levenslust. Dat heb ik altijd heel bijzonder gevonden. En wat ik ook altijd zo in haar waardeerde, was dat ze vroeg hoe het met je ging en ook luisterde naar het antwoord. Ik kan je vertellen, er zijn heel wat oude mensen die dat niet doen. Die vragen het wel maar voor je je mond kunt openen om antwoord te geven, zijn zij al van wal gestoken over alle kwalen die ze zelf hebben. Pffff.

Maandag gaan we afscheid van haar nemen. Ik denk dat het met een lach en een traan zal worden. Want natuurlijk is het verdrietig, maar er zijn ook heel veel leuke verhalen te vertellen. Laten we haar gedenken als de vrolijke noot die zij altijd was. En laten we hopen dat we Peter R. de Vries voorlopig nog niet hoeven te herdenken.

Time flies

Afgelopen juni waren mijn maatje en ik 24 jaar getrouwd. “Nog een jaar”, zeiden we lachend tegen elkaar, “dan zijn we zilver.” Voor dat we trouwden, hebben we 10 jaar samengewoond. Dus eigenlijk zijn we al 34 jaar samen. Het klinkt als een eeuwigheid. In die tijd is er veel gebeurd en veel veranderd. De spullen die we destijds kochten en waar we ons huis mee inrichtten, zijn bijna allemaal verdwenen. Ze zijn versleten, ingeruild voor iets anders of gewoon weggedaan omdat we het beu waren.

Van sommige dingen heb je niet eens in de gaten dat ze al oud zijn. Althans, ik ben niet zo veranderig. Ons huis is mijn thuis en mijn warme jas en daar zal ik niet heel snel grote dingen in veranderen. Daarom loop je soms wel eens tegen onverwachte zaken aan. Laatst nog, tot mijn grote schaamte. Ik ben geen hele goede huisvrouw dus ik heb een broertje dood aan vitrage wassen. Het zijn grote onhandige stukken en je moet het kletsnat ophangen anders krijg je de vouwen er nooit meer uit. Dan ben ik zelf net zo nat als de vitrage. Dus stel ik dat zo lang mogelijk uit. Ik had al wel tegen mijn maatje gezegd dat het echt tijd was voor nieuwe. Hij keek me een beetje verbaasd aan. “Nieuwe? Waarom? Deze zijn nog helemaal niet zo oud.” Ik liet me overtuigen en zette de wasmachine aan.

De vitrage was weer mooi wit toen ik het uit de machine haalde. Ik liep voorzichtig met de wasmand naar beneden om zo min mogelijk een spoor van druppels na te laten. Haakjes weer erin en ophangen. Gelukkig begon ik bij ons hoekraam. Toen ik nl. onder aan de vitrage trok om de plooien recht te trekken, ontstond er een enorme winkelhaak. Ik denk dat er wel een scheur van dertig centimeter tevoorschijn kwam. Ik schrok me dood. “Kom eens kijken” riep ik tegen mijn maatje. Die was redelijk beteuterd. Samen hebben we heel voorzichtig de rest van de gordijnen opgehangen. Geen vitrage is geen optie, met een haven voor de deur heb je dan wel heel erg veel inkijk.

Ik heb die middag gelijk nieuwe vitrage besteld. De man die kwam meten zei, zonder enige vorm van humor, “tja, die hebben wel veel geleden.” Mijn maatje en ik hebben eens terug zitten rekenen. Het mocht onderhand wel, de oude vitrage was inmiddels dertien jaar oud. Tijd voor iets nieuws. Helaas zit er zes weken levertijd op onze bestelling. We doen het dus nog heel even, heel voorzichtig, met onze oude raamdecoratie.

En nu maar hopen dat Stef niet te veel ziet en enthousiast op de vensterbank gaat staan. Dat overleeft deze decoratie niet meer.

Oranjekoorts

Ik ben geen voetbalfan. Dat ligt aan mij, ik verdiep me ook helemaal niet in het spel. Ik ben al lang blij dat ik weet wat ‘buiten spel’ is. En natuurlijk vind ik het wel leuk als Nederland wint. Zo chauvinistisch ben ik dan ook wel weer. Maar als ik zie hoe sommige straten versierd zijn tijdens het EK, brr. Dan ben ik blij dat ik in een hele saaie straat woon.

Wat ik ook zo erg vind, is het feit dat Nederlanders al zeker weten dat het toernooi gewonnen wordt als de eerste wedstrijd nog gespeeld moet worden. “We worden kampioen!” Als dat niet lukt, wordt het natuurlijk omgedraaid, “ze hebben verloren.” En 17 miljoen bondcoaches weten precies waar dat aan gelegen heeft. En hoe het wel gemoeten had.

En dan al die reclames op televisie. Sommige zijn heel geestig, daar moet ik wel om lachen. Ik heb zelfs voor onze hond een juichcape aangeschaft. Maar andere reclames zijn echt tenenkrommend. Vooral als er een voetballiedje in voor komt dat de hele dag niet uit mijn hoofd gaat. Afschuwelijk. En je kunt er niks aan doen. Ik weet wel, dat is ook de bedoeling, maar jongens, wat een ellende. Je zou de winkel in kwestie echt gaan mijden.

Gelukkig kunnen we ons ook mengen in de discussie rond de schermen. Mogen er nu wel of niet grote schermen op de terrassen. Het kan mij eigenlijk niet schelen, ik ga toch niet kijken. Maar de Corona-discussie houdt ook op dat vlak de gemoederen goed bezig. Met alle scheldpartijen van dien. Ik lees en geniet mee. Hoe dom kunnen mensen toch uit de hoek komen. Het heeft niet eens meer iets met voetbal te maken. En daar kunnen mensen zich al zo druk over maken. Soms kan ik het echt allemaal niet meer volgen.

Nou ja, vanavond eerst maar eens afwachten of het EK-avontuur voor Nederland door kan gaan. Ik zou het de horeca van harte gunnen. Het zou voor hen een mooie opsteker zijn als Nederland ver komt in het toernooi. En als ze dan nog schermen op mogen hangen, dan zou dat helemaal fantastisch zijn. Misschien kunnen we dan voorzichtig wat gaan vieren. Al was het maar dat Corona even wat minder ons leven in de war schopt. Maar laten we in vredesnaam met beide voeten op de grond blijven staan, de laatste keer dat Nederland iets won was in 1988. Toen speelde Berry van Aerle nog mee. Zo lang is dat al geleden.

EHBO in Corona-tijd

Een aantal jaren geleden heb ik mijn EHBO-diploma behaald en sindsdien word ik jaarlijks uitgenodigd voor de herhalingscursus. Naast dat het veel hilariteit oplevert, is dat natuurlijk ook gewoon heel nuttig. Het is grappig om elkaar in het verband te draaien of in een koeldeken te wikkelen. Maar het oefenen met reanimatie is echt een must, dat moet je serieus bijhouden.

Vorig jaar lag alles natuurlijk stil. Onze EHBO-herhaling was online. Theorie en vragen. Jammer maar wel heel begrijpelijk. Ik deed braaf mijn cursus en hoopte er maar het beste van. Iemand reanimeren lijkt me sowieso al een heel heftige ervaring maar om dat in Corona-tijd te moeten doen, hmm, dat maakt het nog wel gecompliceerder. Want je wilt natuurlijk wel veilig blijven, hoe graag je ook een ander wilt helpen.

Ook dit jaar kwam er een uitnodiging voor de herhalingsdag. Op locatie deze keer. Het mocht, onder strenge voorwaarden, weer een klassikale training worden. En, eerlijk is eerlijk, ik vroeg me wel af hoe dat dan ging plaatsvinden. Want anderhalve meter afstand, da’s toch lastig. Maar ach, er zou vast over nagedacht zijn dus zorgen maakte ik me niet. En dat was ook helemaal niet nodig. Bij binnenkomst zag je al dat geen moeite was gespaard om alles veilig te laten verlopen. De onvermijdelijke voorraad mondkapjes, desinfectiespray, vragenlijsten, het was allemaal voorradig. In de grote zaal hadden we allemaal een eigen tafel. Met eigen flesje water en een dame met handschoenen aan die een kopje koffie in schonk. Het deed wel bijzonder aan, al die maatregelen.

De trainer legde ons de aanvullende voorwaarden uit, het Lotus-slachtoffer niet aanraken, elkaar niet aanraken, dus verband aanleggen op je eigen been. Hoofd mocht ook maar dat is niet zo handig. En de reanimatie natuurlijk. Toch nog hilariteit.

Op de grond lag een aantal poppen zonder gezicht. Echt, robocop was er niks bij. We kregen allemaal een pakketje met daarin een gezicht en een plastic zak met een ring die de longen moesten voorstellen. “Eerst de plastic zak in het gezicht stoppen. Daarna de neus goed aandrukken en de oren met de drukkers vastmaken.” De opmerkingen waren niet van de lucht. Na het oefenen moesten de gezichten weer verwijderd worden. Die gingen in een grote bak. Ze zouden op 60 graden in de vaatwasser gaan. Echt, het was geen gezicht.

Toen de Corona-crisis uitbrak, had ik geen idee hoelang het zou gaan duren. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat het zo lang zou duren. Maar ook de impact had ik toch wel onderschat. Zelfs de EHBO-cursus werd een uitdaging. Want een tourniquet aanleggen bij jezelf, dat is helemaal niet grappig.

Wereldreiziger

Ik ben geen wereldreiziger. Nooit geweest. Niet dat ik niet benieuwd ben naar andere culturen of niet kan genieten van prachtige natuur of interessante gebouwen, zeker wel. Alleen, ik heb een bloedhekel aan het reizen zelf. Als je vliegt, moet je op de meest onmogelijke tijden op zo’n vliegveld zijn. Zeulen met een koffer, wachten, koffie die niet te drinken is. Jakkes. En dan zit je in zo’n vliegtuig, met je knieën tegen je voorganger. Oh, natuurlijk, dat zal in de eerste klas veel beter zijn, maar ik heb in mijn leven alleen nog maar cattle-class gevlogen. Tussen de snurkende mensen, de jengelende kinderen en de stewardessen die echt vreselijk hun best deden maar het ook niet allemaal tegelijk konden. Waardoor er weer mensen gingen klagen. Pfff.

Met de auto dan. Met mijn maatje, ’s morgens om half vijf uit de veren. Bakje koffie en hup, op pad. Om een uur of elf had ik geen benul meer van tijd of plaats en om drie uur ’s middags was ik helemaal hol van binnen. Dan wilde ik ook echt die auto uit. En we stopten heus wel hoor, onderweg. Maar vaak precies op het tijdstip dat er ook een buslading ouden van dagen werd uitgeladen bij het wegrestaurant waar wij wilden eten. Nu was dat niet altijd verkeerd, het heeft me regelmatig inspiratie voor mijn blogs opgeleverd. En ook wel boze reacties van lezers die het begrip “milde spot” niet begrepen. Waarschijnlijk voelden ze zich aangesproken, ik weet het ook niet.

En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n held dat ik mijn rugzak pak en naar Zuid-Amerika af reis. Ik zou je danken. En dan nooit meer terugkomen zeker. Ik las pas nog een bizar verhaal van een Belgische man die meer dan een jaar vermist was in Peru. Hij was daar in de Corona-pandemie terecht gekomen. Geld kwijt, telefoon kwijt, sprak de taal niet en is eigenlijk gewoon kwijt gelopen. Met bedelen heeft hij zijn kostje kunnen scharrelen en uiteindelijk is hij dan toch bij een of andere instantie aangeland die hem heeft geholpen. Maar dan heb je geluk. Stel voor dat je de jungle in dwaalt en een of ander dier denkt “hee, dat is een lekker hapje”. Ha, in mijn geval zou hij dan natuurlijk wel van een koude kermis zijn thuisgekomen, redelijk op leeftijd en niet heel veel vet op de botten, maar toch. Het zal je maar overkomen. Nee, ik sla even over.

Dus is mijn vakantie echt een periode om tot rust te komen en mijn batterij op te laden. Twee uurtjes rijden, neerstrijken bij een riviertje, heerlijk uit eten of BBQ’en en genieten van een drankje. Ok, het weer kan af en toe roet in het eten gooien. Dat klopt. Maar die keer dat wij door Malaga liepen in de stromende regen dacht ik ook “bah, wat is dit een vieze stad.” En wellicht wordt de transporter uit Star Trek nog eens een keer echt uitgevonden. Dan reis ik zeker overal naar toe. “Beam me up, Scotty!”