Wat doen we met vader met kerst

Dit jaar nog meer dan anders is de vraag “wat doen we met mama deze kerst?”. Of met vader, of oma. In ieder geval met het familielid waar we normaal altijd naar toe gaan omdat dat zo hoort. Het klinkt niet erg respectvol maar zo is het helemaal niet bedoeld. En niet dat het ongezellig is, dat ook helemaal niet, maar “het is zo gegroeid”. Vaak zijn het familiebijeenkomsten waar mensen ook hun neven en nichten weer eens voorbij zien komen. “We moeten toch snel weer eens wat afspreken.” Om vervolgens weer een heel jaar geen contact te hebben. Begrijpelijk, iedereen heeft het druk en een jaar is helaas zo om.

Mijn schoonvader wist zich de laatste jaren prima te vermaken tijdens de feestdagen. Op kerstavond kwam hij bij ons eten, dat was traditie. Hij mocht dan ook het menu samenstellen. Vaak koos hij voor gerechten die hij zelf niet kon maken. Of die niet geschikt waren voor één persoon. Flappie zal zijn keuze meerdere malen met schrik en beven aangehoord hebben.

Pa nam voor de heenweg de deeltaxi. Hij wilde ons niet lastig vallen tijdens de voorbereidingen. Nadeel van die taxi was wel altijd dat hij steevast een uur te vroeg op de stoep stond. Ik nog bezig in de keuken, mijn maatje bezig met klusjes die nog gedaan moesten worden. Het “dag dag” zorgde altijd voor een gevoel van haast en te laat zijn. Pa kwam binnen, handenwrijvend, rondkijkend waar hij zijn stok even kon parkeren om zijn jas uit te doen. Mijn maatje hield Stef vast, die kleine man was altijd enthousiast als pa kwam. Hij zou hem zonder pardon uit liefde en affectie ondersteboven hebben gesprongen. En als zo’n oude man valt, tja, je wilt een gebroken heup niet op je geweten hebben. In de binnenzak van zijn jas grabbelde hij naar twee envelopjes. Die waren voor ons, zijn kerstkadootje. Hoe vaak we ook zeiden dat dat niet hoefde, hij bleef het geven.

De avonden waren altijd hetzelfde. De oude verhalen, hoe het met de familie ging. En aan het eind bracht ik pa weer naar huis. Eigenlijk was het best gezellig. Je mist dingen pas als je ze niet meer hebt.

Dit jaar wordt kerst voor veel mensen een ingewikkelde planning. Want met de hele familie aan het kerstdiner, dat gaat het niet worden. Ach, er zullen ook best mensen zijn die stiekem opgelucht adem halen. Want niet alle kerstdiners eindigen in peis en vree. Mijn moeder komt bij ons eten op kerstavond. Mijn zussen vullen de andere dagen. Mijn zussen en ik hebben samen overlegd, “wat we doen met mama deze kerst”. Arme mam, ze moest eens weten.

Kerst 2020Kerst 2020

Romantisch, zo’n witte winter

Het wordt weer winter, althans, het weer wordt weer slechter. Donker, koud, nat, guur. Veel mensen verlangen naar een ouderwetse winter, vol sneeuw. Zouden we dit jaar kunnen schaatsen? Nou, ik kan je zeggen, voor mij hoeft het niet. Het ziet er misschien mooi uit op een plaatje maar ik heb er een gruwelijke hekel aan. Dat je ’s ochtends buiten komt en het heeft gesneeuwd. Je verpest gelijk je schoenen, je moet je auto schoonmaken. Waar zijn mijn handschoenen? En als je auto dan sneeuwvrij is en je start, beslaat direct de voorruit zodat je helemaal niks ziet. Kun je dat weer schoonpoetsen. Dan, eindelijk, kun je op pad. In een ijskoude auto. Het grote nadeel van een moderne hybride-auto heb ik altijd gevonden dat zo’n ding maar niet warm wil worden. Ik hoef niet zo heel ver te rijden maar de ouderwetse diesel die mijn maatje lang heeft gereden, was tenminste op de snelweg direct warm. Je blijft anders bibberen. En zo’n dikke jas en sjaal, het zit alleen maar vreselijk in de weg.

Schaatsen zie je ook steeds minder. Niet dat ik dat erg vind. Ik ben geen ster, ook voor schaatsen heb je een bepaalde handigheid nodig. En die bezit ik niet. De laatste keer dat ik op natuurijs stond, ging ik na 10 meter al onderuit. Lekker onhandig. Natuurlijk riep ik dat er niks aan de hand was en heb ik de middag nog uitgehobbeld maar ik had er geen plezier meer in. Een bezoekje aan de dokter en het ziekenhuis wees uit dat ik mijn schouder had gebroken. Toch fijn een half jaar mee zoet geweest.

En oh ja, het is best gezellig om in een grote tent warme chocolademelk te drinken. Maar ik kan dat perfect zonder dat ik een paar ongemakkelijk zittende ijzers bij me heb. Ik hoef niet zo nodig te klunen over stukken vloerbedekking die aan de randen zo omgekruld zijn dat je daar weer over struikelt. Ik kijk zo wel naar mensen die wel de motoriek hebben om op van die smalle stukjes metaal rond te zwieren.

En dan gaat dat ijs en die sneeuw natuurlijk ook weer smelten. Alles verandert in één grote, bruine blub. Sneeuwmannen zakken scheef en na een paar dagen zie je alleen nog maar een zielig hoopje sneeuw liggen, met als je geluk hebt nog een winterpeen recht omhoog. Overal liggen plassen ijskoud water. Ook voor Stef is een ramp, zijn arme pootjes worden in- en in koud. Ik snap heel goed dat hij af en toe weigert om mee naar buiten te gaan.

Nee, voor mij hoeft de winter niet. Ik ben geen romanticus. Ik ben een groot voorstander van een winterslaap. Gewoon onder de dekens en wachten tot het allemaal weer voorbij is.

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Mondkapjesplicht

Het is wel een woord dat we een jaar geleden nooit gebruikten, mondkapjesplicht. Een mondkapje, dat was iets dat in het ziekenhuis werd gebruikt. Of als er met gevaarlijke stoffen werd gewerkt. En dat waren dan ook hele andere exemplaren dan de stoffen lapjes die inmiddels het straatbeeld beheersen.

Vanaf 1 december is het dan zo ver. Het is verplicht om in openbare ruimtes een mondkapje te dragen. Als we de weekenden in België waren, was het op veel plaatsen al verplicht dus voor mij is het niet zo’n moeite. Daar noemen ze het overigens een mondmasker. Dat allitereert een beetje dus dat vind ik dan weer mooier klinken. Maar ach, what’s in a name.

Ik heb de discussie over voor en tegen zijdelings gevolgd. Natuurlijk, Het zal heus niet volledig afdoende zijn. Anderhalve meter afstand blijft nog altijd belangrijk, evenals het ontsmetten van spullen en het goed wassen van je handen. Maar het is toch weer een klein wapen in de strijd naar een normale maatschappij. En al doe je het niet voor jezelf, doe het dan in ieder geval voor je medemens. Je wilt een ander toch niet besmetten. Zeker niet de ouderen en wat minder weerbaren onder ons.

Hoewel, dat van die ouderen is soms toch wel heel betrekkelijk. Je hebt er eigenwijze exemplaren tussen hoor. Mensen die denken dat ze, omdat ze een zekere leeftijd hebben bereikt, ze dan ook een zekere wijsheid hebben ontwikkeld. Je hoort ze vaak ook al van een afstand oreren.

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje kwam ik er ook een tegen in de supermarkt. Ik stond achter hem in de rij bij de kassa. Mezelf al verwensend dat ik geen zelfscanner had gepakt. De dame achter de kassa droeg een kunststof kapje dat steunt op de kin. De man vroeg of ze daar geen last van had. Hij droeg zelf niets. De kassière gaf toe dat ze het niet fijn vond. Maar dat iedereen daar last van had. En dat er nog even niets aan te doen was. “U draagt geen mondkapje, bent u niet bang voor besmetting?” vroeg ze. De man keek haar een beetje laatdunkend aan. Hij vond het zichtbaar allemaal maar onzin.

“Mevrouw, ik heb al 40 jaar geen griep gehad, ik heb een uitstekend immuunsysteem.”

Nadat de man had afgerekend gebaarde de kassière me te wachten. Ze haalde onder de kassa een enorme spuitbus met desinfectiemiddel tevoorschijn en besprayde omslachtig en demonstratief de boodschappenband en pinautomaat om daarna alles schoon te poetsen met een groot stuk keukenrol. Het gezicht van de oude man was goud waard.

HuishoudenHuishouden

Al weer eind van het jaar

Onvoorstelbaar, hoe snel dit jaar voorbijgaat. Toen we in maart thuis moesten gaan werken, dacht ik dat dat voor een paar weken zou zijn. Drie weken, was in eerste instantie het idee. Ik zette mijn laptop op de eettafel en ging aan de slag. Als ik ’s middags met Stef een rondje liep, kwam ik langs een veld waar net mais was gezaaid. Ik zag de plantjes opkomen en groeien. De drie weken werden drie maanden. Thuiswerken werd het nieuwe normaal. We mochten wel naar kantoor maar alleen als het echt nodig was en onder strikte voorwaarden.

De eettafel voldeed niet meer. Het voelde niet goed om de hele dag te werken, dan de laptop dicht te klappen en opzij te schuiven en op diezelfde plek te eten. Mijn maatje zag het als eerste in. De werkdag werd te veel verweven met de vrije tijd. Dus verhuisde ik naar boven. Ik heb nl. de luxe dat ik een eigen werkkamertje heb. Inmiddels volledig ingericht met alles wat ik nodig heb. De huiskamer is weer de plaats waar ik woon. En niet de plaats waar ik werk.

Tussen de middag eet ik samen met mijn maatje. Als ik te lang niet naar beneden kom, krijg ik een appje. “Pauze!!” Even eruit, even achter het scherm vandaan. Eigenlijk bevalt het me prima zo. Ik heb mijn draai goed gevonden. Als ik na het rondje met Stef weer naar boven vertrek, wil die kleine man altijd mee. Hij rommelt wat rond en gaat met een zucht voor mijn boekenkast liggen. Natuurlijk ben ik een watje maar ik heb er toch maar een dekentje neergelegd. Hij snurkt nog net niet zo hard dat mijn collega’s het horen tijdens de Teamsmeetingen.

Ik hoor van anderen dat ze het moeilijk vinden om thuis te werken. Ze kunnen zich niet concentreren. Ik snap dat als je kinderen hebt die ook hun aandacht nodig hebben. Natuurlijk, ik vind het jammer dat ik mijn collega’s niet spreek bij de koffieautomaat. Je mist toch de gesprekken over hoe het thuis gaat en wat mensen naast hun werk beweegt. Een Teamsmeeting is vaak veel zakelijker, je bespreekt wat nodig is en gaat dan weer verder. Maar het werken op zich gaat me goed af. Wat mij betreft wordt de combinatie tussen thuis en op kantoor echt de norm. En eerlijk is eerlijk, ook mijn maatje vindt het fijn. We gaan het zien, COVID-19 zal zeker nog een hele tijd zijn invloed uitoefenen.

Inmiddels is de mais alweer gemaaid. Het veld is omgeploegd en ligt braak tot het komende voorjaar. Ik ben benieuwd hoe ver ik de mais zal zien groeien.

 Sint 2020 Sint 2020

Dankbaarheid

Meestal schrijf ik blogs puur voor mijn eigen plezier. Ik vertel over mijn hond, wat mijn maatje en ik meemaken, niks aan de hand. We leven geen hoogdravend leven. We zijn gelukkig, in wat we doen en wat we meemaken. Lieve vrienden, familie, fijn werk, het gaat ons goed. Het “groots en meeslepend wil ik leven” heeft zijn plaatsje gekregen.

Natuurlijk gebeuren er in ons leven ook dingen die verdriet veroorzaken. We verliezen mensen. Dat hoort er bij als je ouder wordt. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen. Sommige mensen verlies je veel te vlug, hun gemis slaat een gat in je wezen. Voor een hele lange tijd. Andere mensen hebben, zoals dat heet, een mooi leven gehad en overlijden op respectabele leeftijd. Je mist ze, maar je hebt er vrede mee. Ook over die mensen schrijf ik meestal. Ik probeer te verwoorden wat zij voor ons en hun naasten betekend hebben.

Maar vaak ook geef ik mijn mening. Waarbij ik absoluut niet pretendeer de wijsheid in pacht te hebben of zelfs maar gelijk te hebben. Het is wat ik er van vind. Net als al mijn andere blogs. Vind je het niks? Dan lees je ze gewoon niet.

Een enkele keer bereikt je een heel bijzonder verzoek. Of je wilt beschrijven wat een vriendschap voor iemand heeft betekend. Een vriendschap die inmiddels al jaren niet meer bestaat maar die veel indruk heeft gemaakt en het leven  van iemand behoorlijk geraakt heeft. Natuurlijk heb ik direct ja gezegd. En daarna sloeg de twijfel doe. Zou ik dat wel kunnen? Kan ik aan de hand van een aantal brieven de juiste toon vinden en beschrijven wat de relatie tussen die twee vrouwen is geweest. Ik heb veel respect voor de dame die het verzoek deed. Zij heeft veel meegemaakt en heeft zich er met opgeheven hoofd doorheen geslagen. Mijn beschrijving moet daar wel recht aan doen.

Na het lezen van de brieven kreeg ik een beter beeld. Ik voelde de sfeer en wist wat ze bedoelde met haar verzoek. Dus ik beschreef hun leven. Voor dat ik ging publiceren stuurde ik het naar haar toe met het verzoek heel eerlijk te zeggen wat ze er van vond. De kans dat ik de plank volledig had misgeslagen was natuurlijk gewoon aanwezig. We troffen elkaar en ik moest het vragen. “Wat vond je er van?” De tranen in haar ogen waren het grootste compliment dat ik kon krijgen.

BoekenBoeken

Eindelijk gewend / geen expat meer

Haar vriendin had een baan gevonden. Ze moest wel, het salaris van haar man was niet toereikend voor het leven dat zij gewend waren te leiden. Het viel haar zwaar. Iedere dag weer in het keurslijf. Ook het feit dat haar leidinggevende een vrouw was van half haar eigen leeftijd was moeilijk te verkroppen. Niet dat ze onvriendelijk was, oh, nee, dat was helemaal niet. Maar het viel niet mee om te accepteren dat de status die ze gewoon was te hebben in haar vorige leven, in Portugal, nu helemaal voorbij was. Ze was nu gewoon Mireille, niet meer mevrouw Dubois. En ze had niet meer de flexibiliteit om daar met een kwinkslag mee om te gaan.

De brieven bleven komen maar niet meer zo regelmatig. Ze had ook altijd wat moeite met antwoorden. Ze voelde zich een beetje schuldig. Zelf deed ze waar ze zin in had, haar eigen man vond dat ze niet hoefde te werken. Natuurlijk was het leuk om dingen te doen, maar eigenlijk meer omdat het niet verplicht was.

Het leek wel of haar vriendin niet meer kon aarden. Dat ze zo gewend was aan haar vorige leven dat ze niet kon accepteren dat dat voorbij was. Je moest je aanpassen en genieten van wat je had. Dat dat niet altijd meeviel was iets dat zelf terdege had ondervonden. Soms voelde ze zich schuldig. En eigenlijk was dat onzin, ze hadden allemaal in hetzelfde schuitje gezeten.

Nawoord

Goh, hoe lang zou het nu geleden zijn dat ze iets van Mireille had gehoord. Jaren inmiddels, misschien was het al wel 20 jaar geleden. De correspondentie was langzaam doodgebloed. Ze had haar best gedaan het contact te onderhouden maar dat was onmogelijk gebleken. Het verlies van haar man en later (veel later) haar geluk met haar nieuwe relatie was blijkbaar teveel geweest voor Mireille. Ze had haar niet meer gesproken. Ze vond het jammer, hun contact was toch altijd goed geweest en ze hadden veel voor elkaar betekend. En nu wist ze niet eens of Mireille nog leefde. Of haar man. Wat er in de afgelopen jaren met hen gebeurd was. Schepen die voorbij gaan. Je levenspad gaat het tijdje parallel en groeit dan weer uit elkaar. En inderdaad, het klinkt als een cliché, maar het enige dat blijft is de herinnering. Een mooie herinnering, dat wel.

ReizenReizen

Perfect op gewicht

Eens per jaar moet hij met het baasje mee naar ‘de dierenarts’. Eerst wist hij helemaal niet wat dat was, het was ook niet erg. Hij moest op een tafel gaan staan en dan kwam er een vreemde man of vrouw die in zijn oren keek en op bepaalde plekken op zijn lijf voelde. Een prikje en daarna een snoepje, klaar was kees. Soms, als hij niet zo lekker was, gingen ze ook naar dat gebouw en dan kreeg hij iets waardoor hij zich weer beter voelde. Dat was ook niet zo’n ramp. Maar hij heeft zich toch wel eens een keer vreselijk belazerd gevoeld. Twee keer eigenlijk. De eerste keer toen hij die rare blauwe snoepjes had gegeten. “Hij heeft muizengif op!” Nou ja zeg, en dan nog. Die vervelende man had hem zo voor de gek gehouden. Eerst lekker eten en toen een prikje waar hij zo misselijk van werd dat hij al het eten er weer uitgooide. Zo zonde.

De tweede keer was natuurlijk toen hij last had van zijn pootje. Hij dacht zelf dat het wel over zou gaan maar het baasje en het vrouwtje waren heel bezorgd. Ze brachten hem naar een raar huis waar hij opeens wakker werd met heel zijn pootje in een strak verband. Hij kon er niet eens fatsoenlijk mee lopen. Hij had het hen wel laten merken hoor, de hele weg naar huis had hij zitten mopperen.

En nu was hij echt op zijn hoede als ze weer naar dat huis gingen. Hij vertrouwde het niet meer zo. Hij luisterde ook heel goed wat het baasje en vrouwtje tegen elkaar zeiden als het weer zo ver was. Het vrouwtje had het er al een tijdje over, dat hij niet te dik mocht worden. Zelf boeide hem dat niet, schei toch uit. Maar helaas besliste hij niet zelf hoeveel brokjes er in zijn bak werden gedaan. Echt veel te weinig, hij had de hele dag honger, verschrikkelijk. Het baasje had wel medelijden met hem. Dat wel. Maar hij kreeg niet meer eten, ook niet van het baasje.

Toen ze naar die vervelende plek reden zat hij gelijk weer rechtop. Daar gingen ze weer, benieuwd wat er nu weer ging gebeuren. Hij voelde zich prima dus dat was het niet. Eerst moest hij op de weegschaal. De dame die meeliep, schreef wat in zijn boekje. Het baasje nam dat mee naar de dierenarts en die keek heel tevreden. “Hij is keurig op gewicht, heel mooi.” Tsss, ja, wrijf het er maar in, nu zou hij helemaal wel niet meer te eten krijgen thuis. Het was ook het eerste dat het vrouwtje vroeg, “hoe was het met zijn gewicht?”

Waarom zeuren ze daar toch zo over. Hij ziet genoeg mensen die ook wel wat minder brokjes mogen eten. Gelukkig staat zijn varkensoor nog niet op rantsoen, dat krijgt hij nog iedere avond. Hij probeert wel het baasje te verleiden om wat eerder naar de garage te lopen maar daar trapt hij niet in, helaas. Maar hij blijft het proberen. Misschien val je daar ook wel van af.

DierDier

Winterrecepten

Ik heb het al meer gezegd, ik ben niet van het moderne voedsel. Het ziet er naar mijn zin te vaak uit als kippen- of konijnenvoer. Daarom volg ik ook vrijwel geen enkel foodblog. Behalve in de herfst, dan struin ik alle blogs en websites af naar eerlijk ouderwets eten. Stoofpotten, ovenschotels, stamppotten, heerlijk. Ook wildrecepten staan hoog op het lijstje. Ik sta vroeg op om konijnenbouten aan te braden zodat ze de hele dag kunnen sudderen. Het hele huis ruikt ernaar.

Toch grijp ik voor haas en konijn meestal terug naar het oude recept van een tante van mijn maatje. Inmiddels is ze al heel oud, maar een aantal jaren geleden nodigde ons eenmaal per jaar uit om haas te komen eten. Ook mijn schoonvader schoof, als vanzelfsprekend, aan. Mijn maatje en ik hadden vooraf al plezier. De haas was namelijk altijd een succes, met spekjes, uien, laurier en kruidnagel. Dat was het niet. Het was meer de aankleding van het geheel. Als wij gasten krijgen, probeer ik het toch altijd wat feestelijk aan te kleden. Tante niet, er kwamen onderzettertjes op tafel die je tegenwoordig alleen nog maar in een kringloopwinkel ziet. De pan op tafel, een keukenrol ernaast en eten met je handen. “We hebben weer servetten aan de rol”, lachten wij altijd. Eigenlijk had ze groot gelijk, de pan ging altijd helemaal leeg.

Het geeft ook een gevoel van nostalgie. Dan denk ik terug aan de keer dat ik konijn had klaargemaakt voor mijn schoonouders. Mijn maatje had eens in de pan gekeken en besloten dat we de dag erna ook nog konijn zouden eten. Hij had alleen niet op zijn vader gerekend. Toen we naar huis  gingen, kreeg ik een keurig schoongemaakte pan mee. “Hebt u de rest weggedaan?” vroeg ik een beetje verschrikt. “Nee hoor, ik heb het in een bakje gedaan, heb ik morgen nog lekker een konijnenpootje.” Een beetje beteuterd gingen we naar huis. Dan maar iets anders verzinnen voor morgen.

Dit jaar zal het allemaal wat anders gaan. Niet met een groot gezelschap rond de tafel met de grote wildpan in het midden. Maar met een klein gezelschap is het net zo gezellig en smaakt het net zo lekker. Laten we nou maar niet zo klagen, we steken een extra kaarsje aan en proberen wat nieuwe recepten uit. En als we dat volhouden, kunnen we vast volgend jaar weer uitpakken. En onze gasten verrassen met allerlei nieuwe gerechten. Zoals een wijs man ooit zei “ieder nadeel heb z’n voordeel.”

KokenKoken

Gevarengeld voor influencers

Het blijkt dat het nog niet meevalt om als influencer staande te blijven. Gevaren liggen overal op de loer. En vaak nog uit onverwachte hoek. Laatst werd een Mexicaanse influencer per ongeluk doodgeschoten. Per ongeluk? Ja inderdaad, per ongeluk. Ze wilde met haar vrienden een ontvoering in scène zetten. De zogenaamde ontvoerder zette een vuurwapen tegen haar hoofd om het echt te laten lijken. Helaas is het allemaal niet als in de film en ging het pistool af. Mensen vergeten vaak dat er ook nog een patroon in de kamer kan zitten. Het twintigjarige meisje werd in haar hoofd geschoten en overleed ter plekke aan haar verwondingen. Zo zie je maar, Social Media is niet wat het lijkt.

Misschien moeten we een keer gevarengeld in het leven roepen.

Tenslotte gaat het leven van een influencer niet over rozen. Kijk maar naar Famke Louise. Het arme kind stak een keer haar nek uit en werd volledig afgemaakt. Haar medeondertekenaars hielden zich allemaal wijselijk stil. Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten. En als er dan iemand bereid is om naar voren te treden, dan moet je dat beslist niet ontmoedigen. “Nee joh, ga jij lekker naar Jinek, jij kunt dat!” Om vervolgens in je hoekje opgelucht adem te halen. Een mening op Social Media hebben is één ding, hem verdedigen is heel iets anders.

Nou ligt het waarschijnlijk aan mijn leeftijd, maar ik snap niet veel van het hele verschijnsel. Natuurlijk, ik heb ook een Instagram-account, maar ik verdien er helemaal geen geld mee. Mijn fout, als ik het goed deed kon ik er misschien ook wel van leven. Tenslotte is mijn leven net zo interessant als dat van Kim Kardashian, toch? Althans, vanuit mijn oogpunt gezien dan. Ik heb wel respect voor hun commerciële inzicht hoor. Tenslotte zijn zij er miljonair mee geworden. En ik niet.

Maar het is allemaal zo nep. Al die jonge meiden die een filter over hun gezicht hangen om alles strak te trekken. En ze zijn nog zo strak. Als ik in de spiegel kijk, bekruipt me soms een gevoel van melancholie. Poeh, laten we er maar van uit gaan dat het karakter weergeeft, die lijnen. Maar om nou op Sylvie Meijs te gaan lijken, nee dank je wel. Trouwens, daar heb ik ook helemaal geen tijd voor. Ik heb een echt leven te leiden. Het lijkt me ook zo’n rare wereld. Alles wat je doet is zichtbaar voor je volgers. Het lijkt mij maar ongemakkelijk. Er zijn genoeg situaties die ik helemaal niet zou willen delen. Al was het alleen maar omdat een simpel filter dan niet volstaat.

Ik denk wel dat we er mee moeten leren dealen. Social Media is er en gaat nooit meer weg. Toen internet pas opkwam, in 1995, riepen heel veel mensen dat het een hype was. Dat het nooit iets zou worden. Nu, 25 jaar later, kunnen we niet meer zonder. Ik vrees dat Social Media ook zijn prominente plaats in de samenleving houdt. “Het open riool”, zoals ik het iemand wel eens heb horen noemen, is hier en blijft. Ik hoop alleen dat mensen kritisch blijven, niet alleen met Social Media maar met alles. Want een waar woord zegt “als het te mooi is om waar te zijn, is het waarschijnlijk niet waar”.

MobileMobile

MobileMobile

Terug in Nederland / het lot van een expat

Er was niet echt een vangnet voor mensen die als expat in het buitenland hadden gewerkt. Ze merkte het in alles aan haar vriendin. Ze hadden verwacht dat er meer voor hen geregeld zou zijn. Maar in Nederland zat niemand op hen te wachten. Iedereen was doorgegaan met zijn eigen leven, alle mooie banen waren ingevuld en voor andere jobs werden goedkopere krachten aangetrokken. Het voelde heel oneerlijk.

Het contract van haar man was beëindigd, de afkoopsom die hij had meegekregen was toereikend voor een jaar. Als ze tenminste zuinig leefden. De weekendjes Parijs en New York zaten er niet meer in. Althans, niet op de manier zoals ze gewend waren. Geen oesters, geen champagne. Het voelde heel oneerlijk, ze moesten overal zelf achter aan. Er was geen huis, geen vergoeding, eigenlijk waren ze paria’s, overgelaten aan hun eigen lot. Alsof de maatschappij thuis zei “jullie hebben lang genoeg geprofiteerd van de voordelen die jullie hadden”. Ze vergaten alleen dat het geen makkelijk leven was. Haar man constant aan het werk, zij voortdurend thuis, zonder werk, zonder eigenlijk een nuttige invulling van haar leven. Zeker na het vertrek van haar beste vriendin. De man van haar vriendin was al eerder vertrokken bij het bedrijf. Ze had het vreemd gevonden maar achteraf was het de beste beslissing die die twee ooit hadden kunnen nemen. Had haar man het ook maar gedaan.

Maar nee, die was er veel te lang van overtuigd geweest dat hij zijn leidinggevenden er wel van kon overtuigen dat het nieuwe afdelingshoofd geen knip voor zijn neus waard was. Onderschat nooit je tegenstanders, het was een motto dat hem te laat ter ore was gekomen. Hij had het wel gedaan. Met als gevolg dat ze nu, voor hun gevoel, met lege handen terug moesten naar Nederland. Zonder vrienden, zonder collega’s, eigenlijk gewoon zonder iets. Zelfs het huis waar ze in konden wonen, was niet van hen. Oh, wat had ze een heimwee naar het heerlijke huis in Portugal. Met het grote terras, het prachtige zwembad en de geur van oleanders iedere avond. Nu zat ze hier in Rotterdam, ook een prima stad, maar koud, regenachtig, in een rijtjeshuis. En dan nog mocht ze niet klagen, haar man had een prima regeling maar het was niet makkelijk om weer aan de slag te geraken. Eind veertig, veel ervaring maar niet in Nederland, behoorlijk wat salariseisen. Hij kwam vaker gedesillusioneerd terug dan niet.

Voor haar was het ook niet makkelijk. Voor ze met haar man was vertrokken, was ze directiesecretaresse geweest. Maar dat was lang geleden. Nog voor het faxapparaat in de mode was gekomen. Tegenwoordig zat er niemand meer te wachten op een secretaresse die kon telexen. Managers beheerden hun eigen agenda. E-mail had de brieven vervangen en het leek wel of niemand meer maalde om het juiste gebruik van de Nederlandse taal. Ze voelde zich soms gewoon een fossiel. Bij ieder sollicitatiegesprek werd ze van top tot teen bekeken. Oké, ze droeg een mantelpakje en een parelketting, maar wat was daar verkeerd aan. Een zichzelf respecterende vrouw droeg altijd kousen. Dus.

Design en lifestyleDesign en lifestyle