Kerstavond

Toch altijd een beetje een vreemde avond, kerstavond. Als kind ging ik met mijn ouders naar de nachtmis. Ik kan het gevoel nog zo terughalen. Dik ingepakt tussen al die mensen naar een plekje zoeken, die avond was het altijd druk in de kerk, zeker een uur op die harde kerkbanken zitten, maar vooral de geur van wierook. Thuisgekomen kregen we altijd worstenbroodjes. Mijn ouders namen daarna een glaasje wijn en wij kregen druivensap, voor de gelegenheid in een wijnglas. De kerstboom stond in huis, we hadden vakantie, het was een bijzondere periode.

Later, als volwassene, ging ik niet meer naar de kerk. Ook niet als zoveel katholieken alleen met Kerst. Het werd een avond waarop we thuis bleven. Onze stamkroeg was die dag ook gesloten. “Op kerstavond krijg je anders alleen de zielige gevallen binnen”, vond de kastelein. De kerstdagen zelf werden in beslag genomen door familie-bezoek. “Hoe doe we het dit jaar, eerste kerstdag naar jouw ouders en tweede kerstdag naar de mijne?” “Hopelijk duurt het nog heel lang, maar als we straks die verplichtingen niet meer hebben…..”

Jaren daarna werd de traditie van kerstavond dat mijn schoonvader kwam eten. Mijn schoonmoeder was overleden en pa vond het leuk die avond bij ons te zijn. Op de kerstdagen zelf vermaakte hij zich wel. Een onderdeel van de traditie was dat hij het menu koos. En dat menu bestond doorgaans uit gerechten die hij niet zelf kon klaarmaken. Haas, fazant, het winterseizoen was wat dat betreft bij hem favoriet. Verder geen flauwekul, gebakken aardappeltjes, spruitjes en na het eten een voldaan dutje. Aan het eind van de avond bracht ik hem naar huis en namen we samen de gebeurtenissen nog even door.

Inmiddels is dat deel van de verplichtingen niet meer. Als je het zo zegt, lijkt het net of het niet zeer doet. Pa is er al een jaar niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid op een plaats die voor ons en hem belangrijk was. We hebben leren leven zonder zijn gevleugelde uitspraak “dag dag”. Alles is afgehandeld en opgeruimd, pa is alleen nog maar een herinnering. Een dierbare, dat wel, maar een herinnering.

De invulling van de kerstdagen was dit keer dus niet vanzelfsprekend. Natuurlijk gaan we naar mijn moeder, dat spreekt voor zich. Maar het voelt toch raar om niet rekening te hoeven houden met pa. En zelf het menu te mogen samenstellen. Ik ga hem missen.

Er komen lieve vrienden eten op kerstavond. Ik weet zeker dat het een gezellige avond wordt. Alleen wel anders.

Vissers

ice-fishing-2919070_1920

Het huis waar mijn maatje en ik wonen heeft uitzicht op een klein jachthaventje. Heel gezellig, in de zomer altijd bedrijvigheid, in de winter zeker bij sneeuw een idyllisch gezicht. In die winter, zodra het wat kouder wordt, manifesteert zich ook een bijzonder fenomeen. Ik ga ‘s ochtends op tijd naar mijn werk. Jas aan, sjaal om, handschoenen aan, inwendig mopperend op de kou en het feit dat het nog donker is. De auto is nog koud en sputtert wat als ik het smalle straatje uit stuur. Maar langs de havenkant is het dan al druk. Mannen hebben een stoeltje neergezet, visspullen uitgestald en zitten al geconcentreerd naar het topje van hun hengel te turen.

De winter is de tijd dat de vissen zich terugtrekken uit de rivieren en de Biesbosch en een warmere plek opzoeken. Ons kleine haventje wordt een waar walhalla voor snoeken, baarzen en ander klein grut. En die reputatie wordt meer en meer bekend. Het begon met een enkele eenzame visser maar inmiddels is het druk.

Als ik ‘s avonds terugkom, mopperend op de kou en het feit dat het alweer donker is, zitten diezelfde mannen er nog. Ingepakt in dikke pakken, mutsen op die enkel een klein stukje van hun gezicht bloot laat. Ik heb geen idee of ze veel hebben gevangen en wat ze doen met die vangst.

Ook in het weekend zijn ze present. Dan zelfs met publiek. Het is vaak zo vol dat we amper onze eigen straat uit kunnen rijden. Een vriendelijke vraag om even de auto te verplaatsen wordt met schouderophalen afgewimpeld. Geen tijd, er mocht eens een vis bijten. Dreigen met gewoon doorrijden, alle schade ten spijt, wil nog wel eens helpen. Gelukkig heb ik een dikke huid, scheldpartijen interesseren me niet.

Ik vraag me dan hardop af of zij wellicht niet thuis mogen komen van hun vrouw. Vuile blikken zijn mijn deel. Maar de kerstdagen vieren in de kou, met als enige gezelligheid een vuurkorf met wat blokken hout, is toch niet mijn idee van een vrolijk kerstfeest. Ik snap dat mensen een hobby hebben maar dit lijkt toch wel erg veel op een obsessie.

Ach, de ergernis duurt maar een paar maanden. Het houdt gelijke tred met de kou en het vroeg invallende duister. Als straks de temperatuur weer stijgt en het water weer warmer wordt, vinden de vissen ook weer hun weg terug naar de grotere wateren. En keert de rust langs het haventje weer terug. Nu is het wachten op de vrolijkheid van de mensen op de boten. Daar zijn ook vissers bij. Maar die laden in de ochtend hun spullen in de boot en varen naar de Biesbosch. Wij zwaaien hen in gedachten uit en wensen hen een goede vangst. En genieten verder van de rust.

 

Tevreden

animal-1853686_1920

Het is een discussie tussen hondenmensen en mensen die dat niet zijn. Mag de hond naar boven, naar de slaapkamer, en mag hij zelfs op bed slapen? Onze hond mag niet op bed slapen. En eigenlijk gewoon vanwege het feit dat hij zich in het begin heel bescheiden opstelt, maar naarmate de nacht vordert, steeds meer plaats nodig heeft. Op een gegeven moment lag hij met zijn dikke kop op het kussen van mijn maatje. En toen was daar de maat vol.

Dus Stef is verhuisd naar een comfortabel kussen met een vacht erop naast het bed. Want ik vind het wel gezellig, dat gesnurk in de slaapkamer. Hij houdt het zelf in de gaten, die kleine man. Als het wat later op de avond is, ligt hij heerlijk te tukken op de bank. Alleen het toverwoord ‘snoepje’ krijgt actie in die kleine pootjes. Maar mensen zijn gewoontedieren en wij hebben ook onze eigen rituelen. Aan het eind van de avond zet ik koffie klaar voor de dag er na en doet mijn maatje alle lichten uit. We zeggen niks maar Stef denkt ‘hé, even opletten’. Zodra de deur naar de gang open gaat, is hij geteleporteerd vanaf de bank en staat naast ons. Hij gaat mee naar boven.

Na even onze persoonlijke ruimte te hebben verkleind door geïnteresseerd te kijken hoe wij tanden poetsen, kruipt hij op zijn kussen. Een diepe zucht volgt en Stef valt in slaap. Hij snurkt als een oude zeeman en af en toe schrikt een van ons wakker doordat hij in zijn dromen achter vanalles aan zit. Er wordt geblaft, gemorreld en zijn pootjes maaien door de lucht alsof hij in volle galop door het bos rent. Ik vraag me even af wat er in dat kleine koppie om gaat. Het lijkt even heel druk en avontuurlijk, maar meestal snurkt hij na een paar minuten tevreden verder. “De buit is gevangen”, denk ik dan.

Ons huis is ons thuis, maar zoals bij de meeste huizen ligt er op de bovenverdieping een laminaatvloer. Lekker makkelijk, goed schoon te houden en toch leuk. Wij hebben tegelmotief. Hondenpootjes, en dan met name hondennagels, hebben echter de nare gewoonte een enorm geluid te veroorzaken op deze vloeren. Stef vormt hierop geen uitzondering. Mijn wekker loopt iedere dag om zeven uur af maar Stef is altijd een half uurtje vroeger. Hij gaat eens kijken of een van ons twee al wakker is. Het geluid van de nagels op het laminaat maakt dat ik denk “oh ja, kom hier Stef, laat het baasje slapen.”

En dan volgt voor Stef een van de hoogtepunten van zijn dag. Omdat ik niet wil dat hij mijn maatje wakker maakt met zijn getrippel, mag hij heel even op het bed liggen. Ik strijk de punt van het dekbed glad en klop op het bed. Stef kijkt en springt, begroet me even en draait dan om. Met een zelfvoldane zucht zakt hij door de pootjes en kruipt tegen mijn been. Je ziet hem denken “dit mag eigenlijk niet van het baasje, oeh, ik blijf gewoon heel stilletjes liggen, dan word ik er niet afgejaagd.” Heel af en toe zie je zijn staartje een beetje heen en weer gaan, hij kan zijn enthousiasme maar moeilijk beteugelen. Zijn geheimpje met het vrouwtje, lekker stiekem even op bed. Samen wachten we tot de wekker afloopt. De dag begint en daarmee weer de standaard rituelen. Koffie, eten, werken.

Ik pak mijn spullen om te gaan werken. Stef is inmiddels op de bank gekropen en kijkt onze verrichtingen een beetje meewarig aan. Ik geef hem een knuffel en even lijkt het of hij tegen me knipoogt. “Morgen weer?”

Blijven leren

sever-3100049_1920

Ik ben van nature een nieuwsgierig mens. Veel mensen, met name mannen, zullen zeggen dat dit een vrouwelijke eigenschap is. Ik weet het niet, misschien wel. Wat ik zeker weet, is dat ik graag op de hoogte blijf van nieuwe ontwikkelingen. Vooral op het gebied van gadgets. En dat is dan weer een heel mannelijke eigenschap.

Thuis ben ik ook degene die de smart-tv instelt en de nieuwe apps installeert. Ik kan ook helemaal blij worden van een digitale verwarmingsthermostaat. Toon is helemaal mijn ding. Mijn maatje lacht er om en laat me rustig mijn gang gaan. Hij vindt het wel handig dat hij zich niet hoeft te verdiepen in automatisering. Hij is wel handig, veel handiger dan ik, maar meer op het praktische vlak. Zo vullen we elkaar prima aan.

Als ik bedenk wat er allemaal veranderd is in de tijd dat ik aan het werk ben. Onvoorstelbaar. Ik heb nog net de telex meegemaakt. Wat een vreselijk apparaat. Die stomme bandjes braken steeds en dan moest je ze weer aan elkaar plakken. Opnieuw beginnen was veel makkelijker. Op een gegeven moment deed de fax zijn intrede. Wat een uitvinding, geweldig. Jammer wel dat het thermische papier zo vervaagde. Maar goed, een kopietje en ook dat leed was weer geleden.

De personal computer werd geïntroduceerd. Naast het gevreesde mainframe, waar de algemene administratie op draaide, kwamen er steeds meer pc’s op de werkplekken. WordPerfect, wie kent het nog. Rekenen deden we met Lotus Symphony. Wat is Excel dan toch veel gemakkelijker. Het maakt in ieder geval gebruik van een reservebestand. En als je iets wilt deleten, vraagt het systeem je wel tien keer “of je het zeker weet”. Ik weet nog dat ik in Symphony een hele rapportage had gemaakt. Ik was er geloof ik bijna een dag mee bezig geweest. Helaas zorgde een kleine stroomstoring voor een dip en kon ik gewoon weer opnieuw beginnen. Niks reservebestand, gewoon alles kwijt.

Binnenkort begin ik met een nieuwe opleiding, e-learning ontwerper. Weer een jaar naar school. Weer een nieuwe ontwikkeling. Zelfs het ‘ouderwetse onderwijs’ is aan vernieuwing onderhevig. Niet om de leraar of trainer te vervangen maar als aanvulling. Leren op het moment dat het jou uitkomt, gewoon thuis in je eigen vertrouwde omgeving. Op afstand.

Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die het niks vinden, al die ontwikkelingen. Het gaat zo snel, het is bijna niet bij te houden. Maar je ontkomt er niet aan, het is niet te stoppen. En je hoeft ook niet overal aan mee te doen, het is meer een kwestie van kijken waar je interesse ligt. En die van mij is heel breed. Ik hou van nieuwe dingen.

Taalvoutjes

Heerlijk, een avondje luisteren naar Wim Daniëls. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die daar echt geen euro aan zouden willen spenderen. Of die zeggen, Wim wie? Maar toen een vriendin vroeg of ik mee wilde gaan naar zijn lezing in het theater, hoefde ik niet na te denken. Natuurlijk ging ik mee.

Ondanks het feit dat mijn vriendin en ik ook niet meer heel piep zijn, proberen wij dit niet uit te stralen. Het publiek dat samen met ons kwam luisteren, had daar duidelijk minder moeite mee. Heerlijk, pittig korte kapsels, verantwoord schoeisel, het kwam allemaal voorbij. Allemaal gewapend met een kaartje inclusief pauze-arrangement. Natuurlijk hadden wij dat ook.

Wim Daniëls vermaakte ons met een aantal mooie anekdotes maar leerde ons ook wat achtergronden waar we nog nooit over hadden nagedacht. Waar komt taal vandaan, waarom gaan alle dialecten verloren binnen nu en een jaar of veertig. Dingen waar ik nooit zo over nagedacht had. We begonnen bij de Australopithecus die geboren werd in Afrika en kwamen via via bij de Homo Sapiens, onze opa.

Ik leerde weer veel bij. Weetjes waar je op zich niks aan hebt, maar toch. Ik weet nu tenminste waar het woord ammehoela vandaan komt. En dat kan toch niet iedereen zeggen. Het interesseert natuurlijk ook niet iedereen maar voor mensen met mijn tic was het smullen.

De wervelwind Daniëls bleef aan het woord. De pauze schoot er bij in. Het drankje ook. Het was goed opletten om de draad niet kwijt te raken. Het ging van de Romeinen, de Grieken via de Kelten naar de Franken en de Germanen. En daarna naar het Brabants dialect. Heel herkenbaar. Gelukkig geeft Daniëls toe dat onze spelling eigenlijk het gevolg is van de voorkeur van een paar geleerden die zomaar wat regels hebben verzonnen. En dat het dus ook vaak niet precies te volgen is.

Toen we naar buiten liepen, duizelde het me. Ik wist dat ik even nodig zou hebben om alles te laten bezinken. Als mijn maatje zou vragen “hoe was het”, zou ik alleen maar kunnen zeggen “echt leuk”. Morgen zou alles terugkomen en zou ik in mezelf lachen. Nu nog niet.

Gelukkig hoorde ik ook nog een mooi voorbeeld van onze geliefde Nederlandse taal. We liepen de trap op en ik hoorde mensen achter me praten. “Gaan we nog wat drinken?”, de vrouw richtte zich duidelijk tot haar man. En die sprak de legendarische Nederlandse woorden “natuurlijk, het is toch gratis.”

Mooiste dag

raindrops-828954_1280

Brrr, koud. Ik heb mijn winterjas weer van de kapstok gehaald. Het is er weer voor. De voorruit van de auto is weer aangeslagen en ik weet dat het niet mag, maar ik rij de straat uit terwijl ik door een klein gaatje in de wasem kijk. Gelukkig zorgt de airco er voor dat de ruit snel schoon is.

Herfst, aan de ene kant een prachtig seizoen. De natuur pakt nog eenmaal uit met prachtige kleuren. Maar aan de andere kant ook weer gewoon naar weer, kou, regen en wind. Je ziet mensen weer weggedoken in hun kraag. Iedereen is op een holletje op weg naar zijn of haar bestemming.

De tijd komt weer dat ik me een mol voel. ‘s Morgens ga ik in het donker naar mijn werk en als ik ‘s avonds naar huis ga, is het weer donker. Het lijkt net of ik de hele dag niet buiten ben geweest.

Het is ook het weer voor rode port en haas. Dat is wel weer een voordeel. Ik ben een groot fan van herfst-eten. ‘s Ochtends vroeg opstaan om de grote gietijzeren pan te vullen met ingrediënten voor een heerlijke stoofpot. ‘s Avonds de kaarsen aan, de pan op tafel en heel lang samen zitten. Praten over vanalles en nog wat. Stef die om de zoveel tijd zijn snoet tussen je knieën stopt omdat hij vindt dat het wel weer tijd is voor een hondensnoepje. Om zich daarna weer op te krullen op zijn plekje bij de verwarming. Ook hij is geen liefhebber van de kou.

Soms trekken we onze regenjassen en laarzen aan en trotseren de storm. Heerlijk uitwaaien op het strand als er bijna niemand is.  Zo heeft ieder seizoen zijn mooie kanten.

Ach, je moet er zelf iets van maken. De herfst gaat over in de winter en daarna wordt het vanzelf weer voorjaar. Een paar maanden van bezinning en rust. Afspreken met vrienden en kennissen die we al lang niet meer hebben gezien, veel energie steken in relaties en contacten. Ook dat is heel waardevol.

En dan weer wachten op een van de mooiste dagen van het jaar, 21 december. De dag waarna de dagen weer langer worden.