Een luchtballon

Het zijn altijd rare dingen, van die grote ballonnen met een mandje er onder waar dan mensen in zitten. Die roepen ook vaak dingen, hij snapt niet waarom want hij kent die mensen niet eens. En hij kan ze ook niet bereiken dus wat heeft het dan voor nut. Maar goed, ze vinden het leuk. Het baasje en het vrouwtje hebben ook wel eens gevlogen met zo’n ding. Gevaren, noemen ze dat dan. Het was één keer leuk en één keer minder, toen was een beetje misgegaan. Dus nu mag het vrouwtje niet meer van het baasje.

Thuis komen ze vaak over. Het maakt wel lawaai maar hij heeft er verder niet veel last van. Op de camping had hij ze nog nooit gezien. Hij stond ervan te kijken toen hij het geluid hoorde, een luchtballon, hier? Maar inderdaad, weer zo’n mal mandje met zwaaiende mensen. Tsss. Hij besloot er maar geen aandacht aan te schenken.

Wat hij niet had verwacht, was dat Dunja zo bang was. Dunja is een stevige dame waar je prima met kunt stoeien en zwemmen. Als het baasje van Dunja langskwam, ging hij meestal wel mee naar het bos. Nu kwam ze trillend als een rietje aangerend. Hij zag dat ze echt bang was. Waarschijnlijk wist ze niet wat het was en dat het geen kwaad kon. Hij ging naar haar toe en ze kwam stilletjes naast hem zitten. Ach, wat sneu. Hij zou maar even wachten tot het zakte voordat ze weer konden spelen. Het baasje had het ook al in de gaten. Hij bleef maar even bij haar.

Het duurde ook niet lang voor het baasje van Dunja aan kwam lopen. Die was toch wel opgelucht toen hij haar zag zitten, bij hem. Hij kon al niet veel verkeerd doen bij die meneer maar nu was hij toch wel erg blij. Dunja wilde alleen niet met hem mee naar huis. Hij probeerde haar gerust te stellen maar dat viel toch nog niet mee. Ze was echt erg geschrokken. Gelukkig had het baasje nog een reserve-riem en konden ze terug naar huis. Arme meid. Die zou nog wel even nodig hebben gehad om weer bij te komen.

Mensen snappen het ook niet hè, dat dieren niet altijd snappen wat er aan de hand is. Die maken maar lawaai en vinden het dan raar dat zij bang zijn. Eigenlijk zijn mensen best dom.

DierDier

In Portugal / het leven van een expat

Toch was het bijzonder, om weer brieven te krijgen uit Portugal. De jaren dat ze er gewoond hadden waren super geweest. Haar man een goede baan, door zijn salaris geld in overvloed, het levensonderhoud een stuk goedkoper dan in Nederland. Bovendien ontleenden ze ook een deel status aan de baan die haar man had. Ingenieur bij een grote oliemaatschappij, leidinggevende, behoorlijk hoog in de boom. Haar vriendin woonde er nog, in het dorpje waar zij ook hadden gewoond. Haar man werkte nog steeds bij datzelfde bedrijf. Maar de sfeer was wel veranderd. Wat was ze blij dat ze zelf al vertrokken waren.

Het leek wel of alle mensen ‘van de oude garde’ niet meer voldeden. Er kwamen steeds meer jonge managers. Dat was op zich geen probleem maar die jonge honden wilden niet luisteren naar de mensen die het bedrijf hadden opgebouwd. Die met hun jarenlange ervaring precies wisten hoe het werkte. Nee, het moest allemaal anders, het roer ging om. De gesprekken in het kleine groepje gingen ook nergens anders meer over. Eigenlijk maakten de mensen elkaar gek.

Ze was blij dat ze er niets meer mee te maken had. De brieven van haar vriendin riepen alleen maar een gevoel van onrust en teleurstelling op. Ze werd er naar van, het gevoel bleef vaak wel een dag hangen. Gelukkig nam haar vriendin haar niets kwalijk. Tenslotte waren ze inmiddels al een tijdje weg. Haar man had de ontwikkelingen eens aangezien en besloten dat hij er geen deel van uit wilde maken. “Ga je mee terug naar huis?”, had hij aan haar gevraagd. Ze had wel moeten slikken. Alles zomaar achterlaten. Haar vriendinnen, de vertrouwde omgeving. Maar ach, ze was altijd al een beetje een avonturier geweest. Het zou nu ook wel weer goed komen. “Dan kan ik weer gaan werken”, had ze tegen haar man gezegd. Hij had geglimlacht, als je maar niks doet wat je niet leuk vindt. Ach, dan kende hij haar nog niet, zij was de kat met negen levens, zij kwam altijd op haar pootjes terecht.

En achteraf was ze blij. Nu had hij weer een mooie baan en konden ze weer doen wat ze wilden. Voor de achterblijvers was het wel anders, die moesten maar zien hoe ze weer aan een baan kwamen. Het bedrijf waar ze jaren voor gewerkt hadden, dag en nacht, soms wel honderd uur per week, liet hen mooi stikken. Ze moesten het maar zelf uitzoeken. De nieuwe directie had weinig geduld met de werkwijze van de oudere ingenieurs. Als ze niet mee wilden met de moderne ontwikkelingen, dan moesten ze maar ergens anders gaan werken. Maar ja, in andere bedrijven zat men ook niet direct te wachten op iemand met veel ervaring in programma’s die niet meer werden gebruikt. Erg jammer van al die ervaring, nuchter nadenken was blijkbaar iets dat niet meer op prijs werd gesteld.

Hadden ze misschien toch te lang op het verkeerde paard gewed?

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL

Daar gaan we weer

We zijn er vroeg bij dit jaar, de mussen vallen nog van het dak en het hele internet wordt al weer overspoeld met de zwarte pietendiscussie. Nou ja, met de discussie die wordt gevoerd met als excuus zwarte piet. Want daar gaat het al lang niet meer over. Partijen met de meest extreme denkbeelden gebruiken het kinderfeest om een platform te creëren waarop ze ongelimiteerd gal kunnen spuwen. En het gaat van links naar rechts. Als we elkaar maar kunnen ergeren, dan is het goed. Ik heb me ook voorgenomen om er op geen enkele manier aan deel te nemen.

Als kind vond ik Sinterklaas wel gezellig. Zeker toen we surprises voor elkaar gingen maken. Ik was redelijk bedreven in het schrijven van gedichten. Een surprise in elkaar knutselen ging me minder goed af. Het idee was er meestal wel maar om dat nou ook om te zetten in iets dat ergens op leek, nee, dat lukte niet zo goed. Maar ach, de bedoeling was goed. Het was een gezellige avond waarop we vaak eerst gingen gourmetten of fonduen. Verder zaten er helemaal geen bedoelingen achter. Sinterklaas en Zwarte Piet, dat waren twee fantasie-figuren. Net als de Kerstman en zijn rendieren. Nooit bij nagedacht dat mensen zich daardoor gekwetst konden voelen. En dat mag ook niet, dat kan nooit de bedoeling zijn van een kinderfeest.

Maar om het nu zo te misbruiken, dat is afschuwelijk. Op die manier is er ook geen normale discussie meer te voeren. Net als naar aanleiding van Black Lives Matter, of de discussie over de anderhalve meter maatschappij. Wat wordt de maatschappij toch intolerant. Wat is er toch gebeurd met het leven en laten leven.

Het lijkt wel of we op alle gebieden weer een hele stap terug hebben gedaan. Of het nu gaat om de kleur van je huid of je seksuele geaardheid, er zijn altijd mensen die er een probleem mee hebben. Zomaar. Niet dat ze je kennen, dat is ook helemaal niet nodig. “Je bent anders dan ik, dus ik ben tegen jou. En dat zet ik gewoon op internet.” Waarna anderen zich weer geroepen voelen om iets te bedenken waarop ze de schrijver kunnen aanvallen. En na een hele riedel scheldkanonnades weet niemand meer wat de aanleiding was. Gelukkig zijn we wel allemaal gekwetst, het doel is dus bereikt.

Bah. Mijn eerste reactie is “ik stop met social media” maar dat is niet de oplossing. Daarom blijf ik gewoon roepen dat we toleranter moeten zijn. En dat diversiteit de maatschappij juist mooi maakt. Ik denk dat het toverwoord ‘respect’ zou moeten zijn. Voor iedereen, ook mensen die anders zijn dan ik. Zou het ooit zo ver komen?

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Kampeermiddelen

Ieder jaar verwondert het me weer waar mensen mee op vakantie gaan. Je ziet de meest uiteenlopende tijdelijke huisjes voorbijkomen. Van klein tentje, zonder stoelen, naar pipowagen en super-de-luxe camper. Onze eerste kampeerervaring, samen, is in een tent. Mijn maatje wilde graag kamperen, ik had het nog nooit gedaan maar ach, als het niet beviel konden we het jaar erna toch gewoon weer in een appartement. Om het niet te moeilijk te maken, gingen we naar Zeeland. Naar een luxe camping met mooi sanitair en voldoende elektriciteits- en watervoorzieningen. Ik kan me nog goed herinneren hoe grappig ik het vond, die eerste nacht. Op het luchtbed, in de slaapzak. De geur van een splinternieuwe tent. Ik heb genoten. Natuurlijk was het ook mooi weer, dat heeft zeker meegespeeld, maar ik was gewonnen voor het kamperen.

In de jaren erna gingen we naar Duitsland en Frankrijk. Mijn maatje keek met een schuin oog naar kleine caravans maar dat ging me toch iets te ver. Kom zeg, zo oud waren we toch nog niet. En zeker, ik baalde als een stekker als na twee weken stralend weer op de avond voor ons vertrek een plensbui kregen. Dat alles nat in de auto moest en je de hele weg naar huis steeds van die muffe vlagen voorbij kreeg. Gelukkig hadden we thuis de ruimte om alles uit te hangen maar fijn was het niet. En die keer dat het begin september ’s nachts zo koud was dat ik mijn dikke sokken aanhield in bed.

Tot die keer dat we naar het Zwarte Woud gingen. Het was heerlijk weer, helemaal niks aan de hand. Een paar plaatsjes bij ons vandaan stonden mensen met en Eriba Puck. Mijn maatje was verliefd. “Kijk Mach, dat zou ik nou willen.” En inderdaad, het was een leuk caravannetje, als het dan moest, dan zou ik zoiets wel willen. Maar voorlopig hadden we nog steeds onze mooie tent.

Helaas ging er iets verkeerd. Het gebakken ei, dat ik niet helemaal goed genoeg gebakken had, bevatte een Salmonellabacterie en ik werd ziek. Brr, echt ziek. Ik heb wat rondgelopen ’s nachts, op weg naar het toiletgebouw. En dan weer in de tent, in de slaapzak, ik voelde me echt heel ongelukkig. Mijn maatje kon het niet aanzien en na een dag besloot hij dat we naar huis gingen. Hij zette me op een stoel en begon alles op te ruimen en af te breken. De buitentent ging het laatste. Halverwege keek hij me aan “toch maar naar een caravannetje gaan kijken?” Ik kon alleen maar knikken.

Het heeft nog best even geduurd voor ik me weer helemaal de oude voelde. Het jaar er na gingen we weer kamperen. Met onze eigen Eriba Puck L.

ReizenReizen

Reizen

Complottheorie

complottheorie

“De regering vertoont ‘fascistische trekjes’ en met de mondkapjes zijn we niet ver verwijderd van de Jodenster. Lesmateriaal om kinderen 1,5 meter afstand te laten houden doet denken aan de Hitlerjugend.”

Natuurlijk, het is uit zijn verband getrokken en meneer Willem Engel zal de Jodenvervolging echt niet willen bagatelliseren. Maar ik vind het van heel weinig, zeg maar geen, respect blijken als je dit zo durft te zeggen in het kader van de strijd tegen het COVID-virus. De vergelijking gaat op zoveel manieren mank dat ik me echt afvraag of deze man nog wel spoort. Na 75 jaar zijn er nog altijd mensen die zware trauma’s hebben. Wiens hele familie is uitgemoord omdat zij toevallig Joods waren. Op een beestachtige manier. Een van de meest zwarte bladzijden uit de menselijke geschiedenis.

De regering maakt fouten, zeker. Daar ben ik van overtuigd. En als deze hele crisis achter de rug is zullen we met z’n allen zeggen “hadden we maar….”. Want dan zou het misschien niet zo uit de hand gelopen zijn. De mensen van het RIVM hebben dit ook nog nooit meegemaakt. Zij adviseren wat zij denken dat goed is. En ook zij zullen na afloop reflecteren en leren. Maar zoals mijn moeder vroeger altijd al zei: “als je alles van tevoren weet, kun je met een dubbeltje de wereld rond.” En dan nog vind ik dat iedereen zijn eigen mening mag hebben. Verschil van meningen houdt de discussie scherp. Complotdenkers die van mening zijn dat onze regering alleen maar uit is op het ondermijnen van de grondrechten van de burgers en het meer grip krijgen op diezelfde mensen, van harte welkom. Laten we er over praten. Het is niet de bedoeling dat we allemaal als brave schapen achter onze regering aan lopen. Maar laten we ook alsjeblieft niet achter influencers en gesjeesde rappers aan hobbelen.

En zeggen dat het COVID-19 virus enkel een griepje is dat ons verlost van mensen die anders toch wel snel dood zouden zijn gegaan, nee, dat gaat me echt veel en veel te ver. Want het zal je moeder of vader maar zijn. Praat je dan nog zo? Laten we het alsjeblieft respectvol houden. Tegenover de mensen die heel ziek zijn en de mensen die hun stinkende best doen om hen er weer bovenop te helpen.

Want je mag alles zeggen. Maar het hoeft niet!

Bol.com AlgemeenBol.com Algemeen

Katten zijn rare wezens

katten zijn rare wezen

Katten zijn rare wezens, hij kan er niet veel mee. Hij kent er wel een paar maar om nou te zeggen dat ze vrienden zijn, nee. Neem nou Sammie. Die kent hij toch al een paar jaartjes. Maar als hij naar haar toe loopt om te spelen, rent ze keihard weg. En waarom? Geen idee. Of die andere kat die hier een paar jaar gewoond heeft. Ook zo’n rare dame. Die lag dan heerlijk te zonnen op de oprit en liep zelfs niet weg als hij kwam kijken. Ze bleef rustig liggen. Maar als hij dan even wilde snuffelen, pats, dan haalde ze met die gemene nagels uit en gaf hem een kras op zijn neus. Echt vals.

Op de camping ziet hij ze ook wel eens lopen. Een heel enkele keer hebben mensen een kat bij zich maar die zit dan aan een riempje. Daar heeft hij geen last van. Maar er lopen ook een paar wilde katten. Hij maakt ze wel direct duidelijk dat ze niet op zijn terrein dienen te komen. Daar heeft hij geen zin in. Dat gaat allemaal maar raar ruiken en hij heeft het liefst wel bekende geurtjes om zich heen. Bij voorkeur als hij er zelf nog even over geplast heeft. Vorig weekend liep er een nieuwe kat. Die wist dat nog niet, brutaal ding. Hij lag heerlijk in de zon te soezen toen hij sneaky zijn neus om de voortent stak. Natuurlijk had hij het gelijk in de gaten, hij sprong op en rende achter de kat aan, de schuine kant af en zo het riviertje in. Moest hij nog uitkijken waar hij zijn poten zette, stel je voor dat hij uitschoof en in het water viel. Zou je die kat moeten zien lachen.

Het baasje en het vrouwtje schrokken er van. Die hadden de kat natuurlijk niet gezien. Hij moest ook altijd overal op letten. Gelukkig was de indringer zo gevlogen. Die kwam voorlopig niet meer terug. Omdat hij nu toch beneden in de rivier stond, maakte hij maar even van de situatie gebruik om bij de buren omhoog te klimmen. Wie weet waren die wel aan het barbecueën en kon hij nog snel even wat te snacken scoren. Hmm, helaas, ze waren niet heel toeschietelijk. Terwijl het normaal toch wel aardige mensen waren. En natuurlijk stond het vrouwtje al weer naar hem te kijken. Alsof hij niet wist hoe hij thuis moest komen. “Nou, hup” riep ze. Hij keek even rond of die brutale kat het nog waagde in de buurt te komen. Maar dat was gelukkig niet zo. Hij had hem goed laten schrikken.

Op zijn gemak liep hij achter haar aan naar huis. Naar zijn plekje in de zon. Hè, nog effe lekker liggen voordat hij ging eten. Brokjes, boontjes, misschien ook wel weer makreel, dat was ook altijd lekker. Nee, hij had toch niet te klagen, hij had in ieder geval zijn gezag even laten gelden en dat had effect gehad. Hij had het goed.

DierDier

Dag maatje

010

Het vrouwtje was verdrietig. Eerst snapte hij niet waarom maar gaandeweg begon het hem te dagen. Zijn oude maatje Yoep was er niet meer. Toen hij nog klein was, had Yoep hem ingewijd in de geheimen van het ondeugend zijn. Hij weet nog goed dat ze samen op de camping waren. Ze mochten natuurlijk niet weglopen maar toen het vrouwtje net uit de caravan kwam met in haar ene hand een volle pot koffie en in haar andere hand een thermoskan, knipoogde Yoep naar hem en samen stoven ze er vandoor. Hij hoorde het vrouwtje nog roepen en mopperen. Maar ja, met een volle koffiepot in je handen loop je niet zo hard. Dus ze waren al een heel eind weg voor ze werden teruggefloten. Leuk was dat altijd.

Yoep was wel een varken. Hij werkte ook samen met de kat die in zijn huis woonde. Dat vond hij wel knap, zelf had hij niet zo’n klik met katten. Maar Yoep, die wist precies hoe dat moest, samenwerken. Hij liet de kat op het aanrecht klimmen en dan naar beneden gooien wat hij wilde oppeuzelen. Heel gehaaid. Ook die keer dat hij bij hem had gelogeerd. Zijn baasjes hadden wat snoepjes meegebracht en die had het vrouwtje op het tafeltje in de keuken gezet. Hij kon daar zelf niet bij, probeerde het eigenlijk ook nooit, maar Yoep was wat groter en wat inventiever en had op een gegeven moment de snoepjes toch te pakken. Het vrouwtje was er niet blij mee, die had het over “levertraantabletten” of zoiets. Hij kon zich nog wel herinneren dat hij de dag er na behoorlijk gerommel in zijn buik had gehad. Ach ja, ze hadden plezier gehad.

Op het strand hadden ze zich ook heerlijk uitgeleefd. Yoep was wel wat slimmer dan hij, toen. Misschien was het ervaring. Wat was hij ziek geweest van het zoute water dat hij binnen had gekregen. Yoep had hem een beetje meewarig aangekeken, alsof hij dacht “ach, dat overkomt ons allemaal wel eens.”

Yoep was echt een vriend. Met zijn lodderogen en zijn lange oren. Daar stapte hij wel eens op en dan struikelde hij. Echt bizar, dat kon hem zelf niet overkomen. Maar Yoep trok zich er niet zo veel van aan, die was dat gewend blijkbaar. Net als het feit dat hij na iedere lange wandeling werd gewassen. Brr, hij moest er persoonlijk niet aan denken. Maar zijn baasjes vonden hem dan stinken, vooral in al die huidplooien die hij had. Tsss, stinken, hij kon wel ergere dingen opnoemen.

En nu was hij er niet meer, zomaar, boem. Oh ja, hij was bijna elf jaar oud, erg oud voor een Basset. Maar dat wil toch niks zeggen, dan kun je je maatje toch nog wel missen. Dag lieve Yoep, wat hebben we veel gelachen samen en veel kattenkwaad (excusez le mot) uitgehaald. Pff, ik zal je missen kerel.

Yoep

 

 

Kantoordag

kantoordag

Het is wel vakantietijd maar toch, het is wel heel erg stil op de weg. Voor het eerst in maanden rij ik weer naar mijn werk om daar een volle dag te zijn. Ik ben tussendoor wel een paar keer die kant uit geweest, maar dat was meer om iets te printen of iets op te halen. Dat telt niet. Maar nu een hele dag op kantoor. Ik ben benieuwd hoe het bevalt. Gelukkig ben ik niet alleen, een collega komt ook. Stel je voor dat je de hele dag als Remi op zo’n afdeling zit. Aan de buitenkant is niks veranderd, gelukkig. Alleen het parkeerterrein is half leeg. Hm, de meeste mensen werken “gewoon” nog thuis.

Het voelt best wel vreemd. Het ruikt ook vreemd, zeg maar gewoon muf. Al die maanden dat er bijna niemand is geweest. Eerst maar eens de ramen opengooien. En de kantoorplant goedemorgen wensen. Het arme ding, hij leeft nog wel maar ziet er toch maar armetierig uit. Zelfs een plant verzamelt stof als hij alleen is. Iemand zal hem wel water hebben gegeven, gelukkig.

Er zijn ook nu nog maar mondjesmaat collega’s, een klein percentage van de medewerkers kan naar kantoor. Er zijn looproutes ingericht, alles is bestickerd om de medewerkers zich ervan bewust te laten zijn dat de situatie niet normaal is. Samen met mijn collega versleep ik de voorzorgsmaatregelen voor onze cursisten van het magazijn naar onze afdeling. Dat zou je een jaar geleden toch niet gedacht hebben, desinfectiemiddel, handschoenen, toch ook mondkapjes, stoel- en stuurhoezen. Het is een bijzondere verzameling.

Tussen de middag eten we buiten, anderhalve meter van elkaar. Gelukkig schijnt de zon.

Een week geleden moest ik er wel om glimlachen, om al die maatregelen. Ik weet hoe zorgvuldig mijn werkgever is als het gaat om dit soort zaken en de gezondheid van de medewerkers. Maar nu, met de huidige toename van het aantal Corona-besmettingen in mijn achterhoofd, denk ik daar toch wat serieuzer over. Eigenlijk kun je niet voorzichtig genoeg zijn. De maatregelen worden versoepeld en direct denken veel mensen dat alles maar weer kan.

En dan ben ik toch wel blij met wat meer voorzichtigheid. Want je zult maar in de krant komen als dat bedrijf dat door onzorgvuldigheid meer dan driekwart van zijn medewerkers met een Corona-besmetting thuis heeft zitten. Of erger.

 

Land van onbegrensde mogelijkheden

land van onbegrensde mogelijkheden

Van oudsher staat Amerika bekend als het land van de onbegrensde mogelijkheden. Het land waar een krantenbezorger miljonair kan worden. Op zich vind ik dat mooi, mensen die hard werken, goede ideeën hebben en niet bang zijn om hun nek uit te steken, kunnen het gezegde “als je voor een dubbeltje bent geboren, word je nooit een kwartje” mooi het nakijken geven. Geen belemmeringen, enkel de grenzen van je eigen ambitie.

Maar soms heb ik het idee dat de bewoners van het grote eiland aan de andere kant van de plas toch soms een beetje doorslaan. Toen Donald Trump campagne voerde om president van de Verenigde Staten te worden, moest ik daar om lachen. Heel naïef, besef ik nu. Ik weet nog goed dat ik geschokt was toen ik wakker werd, de televisie aanzette voor het nieuws en hoorde dat de man met het bijzondere kapsel de verkiezingen had gewonnen. Ik kon er met mijn pet niet bij, een man met een dergelijke bedenkelijke reputatie. Ok, er is niets waar hij geen mening over heeft maar hoe hij, ongehinderd door enige kennis van zaken, tweetberichten de wereld in slingert, ik vind het heel bijzonder. De Corona-crisis lijkt hem toch te schaden. Mensen zien wel in dat het toch niet “een gewoon griepje” is en dat het gebruik van bleekwater toch echt niet blijkt te helpen. Inmiddels is hij zelf ook met een mondkapje gespot dus hij lijkt er zelf ook van teruggekomen te zijn.

Tot zover dacht ik dat het dan niet erger kon. Maar wat schetst de verbazing, Kanye West wil zich kandidaat stellen voor het presidentschap. Neehee. Een man die via zijn vrouw, de legendarische soap-ster Kim Kardashian en zijn rapnummers de status van wereldster heeft bereikt. Krijgen we dan een dagelijkse update van die hele soap vanuit het Witte Huis? Komen al die dames met hun make-up lijnen vertellen dat de democraten en republikeinen toch wat meer verzorging nodig hebben? En dan het liefst van hun merk, zodat zij hun vermogen ook weer wat kunnen uitbreiden?

Ik heb nooit iets van verantwoorde politieke standpunten kunnen ontdekken bij Kanye West. Het schijnt ook dat hij nogal wat problemen heeft. Ik volg de familie niet in de Social Media maar het lijkt haast onmogelijk om er niks van mee te krijgen. Persoonlijk vind ik dat je er toch niet aan moet denken dat een land dat zoveel invloed kan uitoefenen wordt geleid door iemand die schijnbaar ineens heeft bedacht dat hij het presidentschap wel een grappig idee vindt. Hoewel zijn toespraak voor de VN wel wat minder slaapverwekkend zal zijn dan de toespraken die daar nu worden voorgelezen. Tenminste, dat denk ik dan. Misschien kan hij het verhaal op rijm zetten, dat zou ook iets nieuws zijn.

Ik hoop dat het een ijdel plan blijkt te zijn. Maar ik durf er mijn handen niet meer voor in het vuur te steken. In Amerika kan alles. Anders dan in Europa. Want ik weet dat wij Nederlanders ook veel fantasie hebben, maar GTST vanuit het Torentje, nee, dat zie ik gelukkig toch nog niet gebeuren.

Films en seriesFilms en series

Mondkapjes

masker

En toch is het raar, als je een supermarkt wilt binnen gaan en je moet een mondkapje op. In Nederland zie je ze sporadisch, in België is het sinds vorige week verplicht. In winkels, bioscopen en een hele rits andere gelegenheden. We waren er op voorbereid dus ik bind het onding braaf voor mijn gezicht. Ik vind het benauwd.

Op zich is het wel een grappig gezicht, je ziet de kapjes in alle kleuren en maten. Sommige mensen snappen ook niet precies wat de bedoeling is, zij dragen de bescherming enkel over hun mond. Maar niezen doe je volgens mij toch nog altijd met je neus. En als je die niet bedekt, kun je je omstanders nog steeds niet beschermen. Ook zie je mensen constant prutsen aan de lapjes. Om daarna weer allerlei artikelen vast te pakken. Dus ik ontsmet mijn handen maar zorgvuldig wanneer ik de kans krijg.

Ach, al die misverstanden. Een niet-medisch mondkapje draag je niet voor jezelf. Dat draag je om het risico te verkleinen dat je andere mensen besmet. Maar dat is volgens mij ook belangrijk. Toch?

Eigenlijk is dat het belangrijkste, zorgen dat je het virus niet verspreid. Zodat we niet weer met zijn allen ‘binnen’ moeten blijven. En de mensen in de zorg zich weer dubbele diensten moeten gaan draaien om alle patiënten te verzorgen. Voor een schamel applaus. Daarom kan ik me zo ergeren aan jongelui die in de uitgaansgebieden in het buitenland denken dat ze onaantastbaar zijn. Ik weet het wel, dat is het voorrecht van de jeugd en op die leeftijd heb ik ook veel domme dingen gedaan, maar ik kan me voorstellen dat de plaatselijk horeca en politie een vreselijke hekel krijg aan ‘die Nederlanders’. Ik zie de beelden op televisie en schaam me.

Onbewust dringen beelden van de televisieserie Oh Oh Cherso, die verschrikkelijke serie van een aantal jaren geleden, zich op. Dat trieste stelletje jongeren met die rare bijnamen. Waarschijnlijk zijn ze inmiddels allemaal getemd en werken ze braaf voor hun centjes. Op Barbie na dan, die heeft talent voor het verpesten van kansen.

Nee, ik weet dat jonge mensen nog niet verantwoordelijk hoeven te zijn. Maar als ze in een crisis als dit op dit soort zaken gewezen worden, zou het toch fijn zijn als de politie er niet aan te pas hoeft te komen. Dan hoef ik me niet te schamen dat ik Nederlander ben.

Zomer 2020Zomer 2020