Evil sister

Volgende maand wordt ze al een jaar, dat kleine meisje. Ze heeft wel echt haar plaatsje ingenomen in het huis, dat is zeker. Hij ligt bijna nooit meer alleen op de bank, ze ligt er normaal gesproken wel bij. Tegen hem aan of over hem heen. Wel gezellig maar soms is ze ook wel een beetje veel. En ze is heel snel, overal mee. Ze kan heel hard lopen, hij kan haar echt niet meer bijhouden. Dus doet hij dan maar net of hij even ergens aan moet snuffelen en dat hij expres stopt. Dan valt het niet zo op. Thuis ook, als hij bij het vrouwtje op schoot wil springen en hij moet even een aanloopje nemen, dan is ze hem al voor. En dan kan ze zo triomfantelijk kijken, dat is echt heel erg. Gelukkig zet het vrouwtje haar dan wel op de grond hoor, en mag hij op schoot. Stel je voor, dan kon hij nooit meer bij het vrouwtje zitten.

Verder is het ook wel heel gezellig. En eigenlijk maakt zo ook niet veel meer stuk. Alleen haar eigen speeltjes en de grote hondenmand. Die is van riet en daar knaagt ze graag aan. Dat vindt het vrouwtje niet zo heel erg, liever de mand dan de stoelpoten. Alleen had het vrouwtje zich laatst wel vergist. Een grote plant moest een grotere pot en toen had het vrouwtje ook daarvoor een rieten mand gekocht. Ja, dat was niet zo slim natuurlijk. Want Kaatje snapte niet dat je daar niet aan mocht knagen. Hij was met het vrouwtje weggeweest en toen ze thuiskwamen lag heel de vloer bezaaid. Nu staat de plant in een stenen pot, dat is veiliger.

Het enige is dat ze nog wel heel onstuimig is. Ze was laatst weggelopen, zomaar. Het vrouwtje was wel erg geschrokken want het was donker en ze liep echt gewoon de hoek om. Hij denkt niet dat ze nu nog ooit een keer los mee mag. Het vrouwtje heeft in ieder geval een nieuw tuigje voor haar gekocht. Een geel tuigje, wel weer heel opvallend. Gelukkig krijgt hij altijd gewoon mannelijke kleuren. Maar het staat haar leuk, dat dan weer wel.

Nee, in het begin had hij zo zijn bedenkingen maar nu vindt hij het toch wel heel fijn, zo’n vriendinnetje. Het vrouwtje noemt haar zijn ‘evil sister’, dat snapt hij niet zo goed maar het zal wel een koosnaampje zijn. Net als Kaat Mossel.

Het was weer geen weer

Ik weet het wel, klagen over het weer heeft geen zin, je kunt het toch niet veranderen, maar jongens, het mag nu toch wel eens een keer wat beter worden toch. Wat een ellende. Het wil ’s morgens maar niet licht worden. Als ik thuis werk, heb ik toch zeker tot een uur of tien het licht gewoon aan. De tuin staat blank en als Stef en Kaatje binnenkomen door het luik kan ik precies zien waar ze gelopen hebben. Ik blijf er achteraan hobbelen met een dweil.

Buiten wandelen is ook geen feest. Als het regent, kijken ze me aan met een blik van ‘nee hè, we hoeven toch niet naar buiten hè.’ Maar ja, ze moeten toch ook wel een keer naar buiten en rennen. Zeker Kaatje moet haar energie wel kwijt. Ik weet niet hoe vaak ik alle tuigjes en riemen al uitgewassen heb. Het spul ligt regelmatig te drogen op de verwarming.

Als ik wel naar kantoor ga, voeg ik me ’s morgens in de rij van zwiepende ruitenwissers. Donker, regen, oplichtende achterlichten voor je. Nee, ik kan er niet enthousiast van worden. Normaal gesproken is de herfst mijn seizoen, de kleuren, de geuren. Maar nu wordt alles weggespoeld. Je kunt niet eens met goed fatsoen een grote berg bladeren uit elkaar schoppen. Alles plakt aan elkaar en het enige dat je er mee opschiet is dat je kleren onder de troep en de modder zitten.

Waar het wel heel goed weer voor is, is voor paddenstoelen. Ik ben al de grootste exemplaren tegengekomen die ik ooit heb gezien. Pas zag ik ook nog iemand voorovergebogen foto’s maken van drie enorme vliegenzwammen. Die stonden daar gewoon zomaar, in de berm naast de weg. Kabouter Spillebeen zou er jaloers op zijn geworden. Deze paddenstoelen zouden niet zomaar ‘gekrakt’ zijn. Daar had hij best een tijdje op kunnen wiebelen. En dat triggert dan toch wel weer mijn fantasie. Als kind maakten we kijkdozen. Met mos, kastanjes, bladeren en ja, inderdaad, ook paddenstoelen. Dat mocht toen nog. Nu weten we dat we die netjes moeten laten staan maar in mijn tijd bij de Jeugdnatuurwacht (ja ja) gingen we gewoon nog op pad om dat soort dingen te verzamelen. Die werden zorgvuldig gerangschikt in een schoenendoos waar we dan een kijkgaatje in maakten aan de voorkant. Ik weet eigenlijk niet wat we er dan verder mee deden. Waarschijnlijk stond het op de slaapkamer tot mijn moeder vond dat het ging stinken en zij het in de vuilnisbak gooide. Ik kan met ook niet herinneren dat ik er ooit een gemist heb.

Ach, het zal toch echt wel weer een keer beter weer worden? Het ziet er de laatste dagen in ieder geval al wel naar uit. Stef en Kaatje kunnen vast binnenkort weer een keer door het bos sjezen zonder thuis te komen met een bruine vacht in plaats van een mooie zwarte. Want pootjes poetsen is niet hun favoriete bezigheid. En stofzuigen niet de mijne.

Persbericht

Schrijvers steunen IVN Texel met jubileumbundel eilandverhalen

Op 9 december 2023 wordt de verhalenbundel Voetsporen – 18 schrijvers, 18 eilandverhalen gelanceerd. Het is het vijfde deel van de serie Eilandverhalen, die allemaal de Wadden als thema hebben. Van elk verkocht boek wordt 1 euro gedoneerd aan een goed doel en bij deze bundel is dat de IVN Texel. Die gaat de donaties gebruiken voor het opzetten van activiteiten voor kinderen (en hun ouders) op het gebied van natuurbehoud door natuurlijk samen te leren kijken.

Ik ben een van de acteurs die meewerkt aan deze bundel. Het is mijn debuut als verhalenschrijver. De groep van 18 schrijvers, van wie de meesten al één of meerdere boeken en/of (prijswinnende) verhalen op hun naam hebben staan, kwam in juni bijeen op Texel om te schrijven, research te doen en – niet onbelangrijk – hun zintuigen op scherp te zetten. Uiteraard werd er enthousiast gespard over elkaars verhalen, wat regelmatig tot verrassende plotwendingen leidde. Het leverde een bundel verhalen op vol spanning, ontroering en romantiek.

De andere auteurs die een bijdrage leveren aan Voetsporen zijn: Ineke Blaauw-de Meij, Simone Becker, Jolanda van Duren, Jocelyn Fokkens, Majorie Former-Boon, Johanne Wiegers, Coosje Haan, Esther van der Ham, Jaco van Lambalgen, Jos Meeuwsen, Nicole Kuiper, C.R. Smit, Suzan Spruijt, Elise Vogelaar, Ingrid de Vries – Hogenkamp, Jozien Wijnakker, Henriëtte van ’t Wout. Zij zullen tijdens de boekpresentatie de verhalenbundels signeren.

De serie Eilandverhalen is een initiatief van Marelle Boersma (bestsellerauteur en eigenaar van de Online Schrijfschool). De vier andere titels zijn Paal 15 (2018) en Aangespoelde verhalen (2019), De Wadden in Vogelvlucht (2021) en Windkracht 15 (2022). De Voetsporen kost € 16,95 en wordt uitgegeven door Droomvallei Uitgeverij (www.droomvalleiuitgeverij.nl). Geïnteresseerden kunnen de eerste druk nu al reserveren via de auteurs of de uitgever. Door de huidige focus op natuur en klimaat vormt deze Waddenbundel met goede doel een origineel cadeau voor de feestdagen. Na 9 december is het boek beschikbaar via alle reguliere (online) boekhandels.

En mocht je meer informatie willen, laat het me dan weten!

Voorbeeld van klantvriendelijkheid

Mijn Cv-ketel is oud, zo oud dat je denkt, die moet een keer vervangen worden. Maar ja, hij doet het, het water wordt warm, de verwarming doet het gewoon. En het is helemaal niet leuk om een nieuwe Cv-ketel te kopen. Dat is net als een wasmachine, je had er al één en nu heb je er weer één. Je bent er niks mee opgeschoten maar het heeft wel geld gekost. Dus steek ik, net als heel veel mensen denk ik, mijn kop in het zand en wacht wat er gaat gebeuren. En ik heb toch een onderhoudscontract bij Eneco, wat kan er mis gaan? Oh nee, dat was vorige keer ook al zo’n ellende.

En dus, toen afgelopen maandag ik weer geen warm water had en het huis ook akelig koud aanvoelde, ging ik toch maar bellen. Want ik heb inmiddels een onderhoudscontract, dat weet ik sinds die bewuste keer in augustus zeker. En inderdaad, dat was geen probleem, een wederom vriendelijke meneer verzekerde me dat ik binnen twee uur gebeld zou worden door de onderaannemer. Misschien reageerde ik iets te stellig toen ik zei; ‘dat is niet waar, dat was vorige keer ook niet zo.’

‘Jawel mevrouw, u wordt binnen 2 uur gebeld door onze partner.’

‘Maar dat zeiden jullie vorige keer ook en toen was het ook niet zo.’

‘U wordt echt gebeld.’

Tja, wat moet je dan. Ik hing op en keek op mijn horloge. Dan zou ik toch zeker dezelfde ochtend nog gebeld moeten worden. Helaas werden mijn bange vermoedens waarheid, de telefoon bleef akelig stil. Ik kreeg wel een bevestiging van Eneco, waarin ze nogmaals aangaven wat de afspraken waren. En als ik nog vragen had, dan kon ik altijd reageren op de mail. Nou, dat heb ik de dag erna ook maar eens gedaan. Vanuit de klantvriendelijkheid van Eneco kreeg ik een geautomatiseerde bevestiging waarin stond dat ze er naar streven binnen tien werkdagen antwoord te geven.

Ik ontplofte. Wat me een excuusmail van Eneco opleverde. En een hele vriendelijke monteur die het euvel binnen een half uur had verholpen. Die man kon er ook niks aan doen.

Inmiddels heb ik een offerte aangevraagd voor een nieuwe Cv-ketel. Bij een andere firma. En zodra die ketel hangt, ga ik mijn contract bij Eneco opzeggen. Ik wil dan met die club nooit meer iets te maken hebben.

Hallo Jumbo

Soms voer je een handeling uit die je al duizend keer hebt uitgevoerd en dan ineens denk je, ‘hé, was dat al zo, of is dat pas veranderd.’ Ik had dat afgelopen zaterdag. Ik was even weg geweest en parkeerde mijn auto achteruit op de oprit. Dat heb ik echt al heel vaak gedaan. En toch was er iets anders. Ik zag dat de punt van de waterslag onder het raam wit uitgeslagen was. ‘Was dat al zo?’ Misschien had een van de vele vogels bij mij in de buurt goed weten te mikken. Het zou zo maar kunnen.

Ik stapte uit en ging toch maar even kijken. Hmm. Dat was geen vogel, er was schade aan de punt van mijn huis. De tegels van de waterslag waren kapot en ook de muur, de punt van mijn huis, droeg vreemde sporen. Geen idee wat er gebeurd was. Heel toevallig stapte mijn buurvrouw naar buiten, zij moest ook weg. Ze zag me kijken en vroeg; ‘was dat al zo, bij jou?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee,’ zei ik, ‘dit is echt nieuw.’ Ze zuchtte. ‘Dan had Casper toch gelijk.’ Casper is haar jongste zoontje dus ik keek haar vragend aan.

‘Net is er een bezorger van de Jumbo bij ons geweest en die heeft nogal staan stuntelen op jouw oprit om zijn bus gedraaid te krijgen. En toen zei Casper dat hij een bonk hoorde.’ Ach, het mysterie was opgelost.

Nou woon ik ook in een heel smal straatje, het is doodlopend en je kunt elkaar niet passeren. Tegenover onze huizen ligt de jachthaven en een laag muurtje met een hek zorgt dat je niet zomaar toegang hebt tot de boten. Ik woon er geweldig en heel graag maar de bereikbaarheid is inderdaad een dingetje. Ik roep ook altijd tegen mijn bezoek dat ze niet de straat in moeten rijden. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik, of destijds mijn maatje, ’s avonds met auto’s moeten rangeren omdat anders het bezoek de straat niet zonder schade uit komt. Je went er aan, maar dat duurt even.

Mijn buurvrouw heeft contact opgenomen met Jumbo en zij hebben toegezegd dat ze het keurig gaan oplossen. De verzekering was al op de hoogte gebracht. Ik ben wel benieuwd. Die arme chauffeur, hij heeft zeker schade gereden aan zijn bus en nou is zijn gestuntel ook nog opgevallen. Ik denk dat hij volgende keer gebruikt maakt van zijn steekwagentje. Een stuk veiliger.

Kaatje op strafkamp

Kaatje heeft op dit moment een leeftijd dat er enorme bananen in haar oren zitten. Ze kan er niks aan doen maar dat zorgt er voor dat ze echt niet kan luisteren. Ze wil het wel, maar ze kan het gewoon niet. Het is onmogelijk. En omdat ze het ook allemaal niet kan uitleggen, moet ze soms haar toevlucht nemen tot haar laatste redmiddel. Althans, dat denkt ze. En zo kon het gebeuren dat ze van mij iets moest doen dat ze niet wilde en dat ze me in mijn hand beet. Niet heel hard, maar venijnig en om me te corrigeren. En dat, dat was natuurlijk wel heel fout.

Ik overlegde met de dame van de hondenclub en Kaatje ging op strafkamp. Niet zomaar een snoepje, niet zomaar een aai over haar bol en Kaatje maakte niet meer zelf uit wanneer ze op schoot wilde zitten. Alleen maar een beloning als ze braaf was geweest. Ach, het hondje wist niet wat haar overkwam. Het viel voor mij ook niet mee hoor, ik zag een heel zielig en eenzaam hondje op de bank zitten. Helemaal alleen. Natuurlijk was dat helemaal niet zo, want als er één hondje niet zielig is, dan is het Kaatje wel, maar ze kan heel goed toneelspelen, die kleine meid.

Maar, ik moet zeggen, het werpt wel zijn vruchten af. En als ze denkt, nu kan het wel weer, dan wordt de lijn weer aangehaald. En gaat ze weer op strafkamp. Net zo lang tot ze het leert. En als het nodig is, ga ik om echte hulp vragen. Want ondanks het feit dat het een heel lief meisje is, moet ze toch echt wel gaan luisteren.

En natuurlijk gieren ook de hormonen door dat kleine lijfje. De eerste loopsheid zal niet zo heel lang meer op zich laten wachten. ‘Gelukkig’, wil ik bijna zeggen. Niet dat ik daar naar uitkijk maar ik hoop dat ze daarna weer wat rustiger wordt. Dat de grootte van de bananen wat gaat afnemen. En dat ze niet meer iedere keer pontificaal op Stef zijn kop gaat zitten. Arm beest. Hij heeft er ook wat mee te stellen.

Eindelijk herfst

Het is zo lang warm geweest dat het toch wel even wennen was. Zomaar ineens 14 graden. Brr. Ik zag al mensen lopen met een dikke sjaal om. Beetje overdreven, in mijn opinie, want wat moet je dan aan als het vriest, maar ik snap wel dat iedereen in shock was. Maar eindelijk dan toch, wordt het echt herfst. Mijn favoriete seizoen waar ik van mezelf eens per jaar over mag schrijven.

Ik heb ook alweer een bolchrysant gekregen.

‘Want die zul je zelf ook dit jaar wel weer niet kopen.’

Heel lief, want nee, ik ga geen bolchrysant meer kopen. Dat deed ik (alweer) jaren geleden bij de Delhaize in Aywaille. In België verkopen ze de grootste, ik weet het zeker. En bij de Delhaize waren ze enorm. Ik zie mezelf weer tobben, met die plant in een tas aan het stuur, al wiebelend en slingerend. Want ik had natuurlijk ook nog de rest van mijn boodschappen. Met ware doodsverachting fietste ik naar huis, ik had de hele breedte van het pad nodig.

‘Waarom ga je niet even met de auto terug?’, vroeg mijn maatje dan.

Tja, eerlijk gezegd had ik daar dan niet eens over nagedacht. Ze hadden bolchrysanten en die wilde ik één hebben. Thuis werd de plant dan ook nog eens laatdunkend bekeken door Andréa. ‘Bah, kerkhofbloemen.’ Inderdaad, eind oktober, begin november staan in België de kerkhoven er mee vol. De kleuren zijn geweldig. Ook daar kon ik van genieten. Ieder jaar weer een bezoek aan het kleine kerkhof in Aywaille. Mijn maatje vond het prima, als hij maar niet mee hoefde. Nee hoor, dat deed ik het liefst alleen.

Heerlijk, dit seizoen. ’s Ochtends lekker fris maar ’s middags toch zo dat je vaak nog zonder jas naar buiten kunt. Lekker naar de bossen, honden mee, soms ook echt wel door de plassen banjeren. Ach, ook dat is prima. De riemen en tuigen van Stef en Kaatje door een sopje en er is geen zand meer te zien. Denk ik.

Er is maar één ding jammer aan de herfst. En dat is dat daarna onvermijdelijk weer die winter komt. Jakkes. Maar goed, ook die heeft een eind en dan begint de lente. Er komt altijd weer een nieuw begin.

Gastheerschap

Wat ik heel mooi vind, is gastheerschap. Maar dan op een manier dat je ziet dat het natuurlijk is. Geen aangeleerd gedrag met rare maniertjes. Want dat kom je ook heel vaak tegen. Dan is het allemaal te overdreven en te glad. Daar hou ik niet van. Maar soms kom je op plaatsen en dan denk je, ‘ja, die snapt het.’  

Afgelopen zomer waren we een weekend naar de Veluwe.  Na op een ochtend een stad bezocht te hebben reden we over dijkweggetjes terug naar ons huisje. Niet over de snelweg maar gezellig binnendoor. Stef en Kaatje lagen heerlijk te tukken op de achterbank dus dat was helemaal prima. Op een gegeven moment reden we Terwolde binnen. Ik moet eerlijk zeggen, als topografische nitwit had ik er nog nooit van gehoord. Maar een restaurant onder aan de dijk had een uitnodigend bord buiten staan en wij hadden wel zin in een broodje. Alleen, tja, de honden. Nou ja, we gaan het gewoon vragen. 

Het was geen enkel probleem. De honden waren van harte welkom en we kregen tafeltje waarbij de gasten niet veel last hadden van de honden en de honden niet te veel getriggerd werden door de vele mensen die er waren. We zaten nog maar net of er kwam iemand aanlopen met amuses. Dat begon goed. Dat dachten we tenminste. De amuses waren nl. niet voor ons. Stef en Kaatje kregen ieder een bakje met lekkers. Ook hun middag kon niet meer stuk. Dat bedoel ik met ‘dan snap je het’. Het is dat het zo ver weg is.  

Wat voor ons wel dichtbij is en wat qua gastvrijheid op eenzelfde plan staat, is Restaurant De Zwammenberg in De Moer. Een klein restaurant waar je niet sjiek gekleed naar toe hoeft maar waar je vooral in de zomer heerlijk op het terras kunt zitten. Wij komen er iets te vaak, geloof ik. Er staan nl. al twee glaasje wijn klaar als we binnenkomen. Heerlijk. De jonge eigenaren doen hun best om je je thuis te laten voelen. En dat lukt prima. Ze zijn ook trots op alle ontwikkelingen en nieuwe dingen die ze hebben doorgevoerd. Daar kan ik van genieten. Komende winter zullen we daar vast gaan genieten van hun heerlijke winterkaart. Dat weet ik nu al.