Arm huisje

Vroeger als kind fantaseerde ik altijd dat voorwerpen ook gevoel hadden. Dat ze onder elkaar spraken en vertelden wat ze meemaakten en soms zelfs moesten doorstaan. Als mijn oma op bezoek kwam, zuchtten de stoelen hoorbaar onder haar gewicht. Oma was een grote vrouw. Als ik mijn haarborstel liet vallen, mopperde hij dat ook een borstel blauwe plekken kon krijgen. En of ik voortaan wel uit wilde kijken.

Tegenwoordig is dat natuurlijk wel minder. Maar fantasie is iets dat zich moeilijk laat beteugelen, gelukkig, dus ik heb het altijd nog wel een beetje. En soms sla ik dan een beetje op hol.

Bij mij in de buurt staat een heel lief wit huisje. Er groeien stokrozen tegenaan, dat is in de zomer echt een plaatje. Het huisje is alleen een pechvogel. Het staat namelijk op een redelijk druk punt waar het ook nog eens onoverzichtelijk is. En de voorrangssituatie is net even anders dan de meeste mensen denken. Zo ook een paar jaar geleden. Een meisje in een bestelwagentje verleende geen voorrang, schrok, moest hard remmen en belandde op haar zijkanten tegen het huisje. Het was een behoorlijke klap en het huisje schrok enorm. Het had ook best wel schade, de dakgoot was stuk en er zat een grote scheur in de muur. Ik zag het huisje ongelukkig kijken. Het stond daar toch al heel lang, gewoon zichzelf te zijn. Het stond niemand in de weg. Althans, dat probeerde het toch.

De schade werd gerepareerd en het huisje koesterde zich weer in de zon. De stokrozen bloeiden weer en het huisje knikte vriendelijk als ik er langsliep.

Maar gisterenavond was het weer raak. Ik zat thuis aan tafel en hoorde de sirenes langskomen. De blauwe lichten waren goed zichtbaar in het donker. Natuurlijk wist ik niet wat er aan de hand was maar daar kwam ik later achter. Er was brand bij het witte huisje. Het was begonnen in de schoorsteen en daarna verder gegaan. Gelukkig ontdekten de bewoners het op tijd en konden zij voor zichzelf zorgen. Maar ach, dat huisje, ik reed er vanmorgen langs en het keek heel triest. Het had een gat in het dak en het was helemaal donker binnen. Ik kreeg er echt medelijden mee.

Ik hoop dat het weer helemaal goed komt, maar dat zal wel. Dan kan het huisje tenminste in de zomer weer genieten van de zon en de stokrozen. En ik van het huisje.

ALS

Je partner verliezen is verschrikkelijk. Ik weet het. Maar je partner beetje bij beetje verliezen, iedere dag weer wat meer, dat is een hel. Ik zie het in mijn omgeving gebeuren. Een man, een collega, in de bloei van zijn leven, krijgt de diagnose ALS. Dat is geen diagnose, dat is een doodvonnis. Je hele leven wordt op zijn kop gezet. En niet alleen dat van jezelf, ook het leven van je partner, je kinderen, je familie. Vreselijk.

En wat doe je dan? Hoe ga je daar mee om? Je kunt in een hoekje gaan zitten kniezen maar daar wordt het allemaal niet prettiger van. Je kunt doen of er niks aan de hand is en gewoon doorgaan, maar dan word je door de werkelijkheid ingehaald. En het gaat langzaam maar het gebeurt wel. Wat je gisteren nog normaal vond, is vandaag een strijd. Ik kan me zomaar voorstellen dat je gevoel van eigenwaarde een enorme deuk oploopt. Want langzaam maar zeker wordt je zelfstandigheid je volledig afgenomen. In het begin kun je je er nog met een kwinkslag uitredden. Tot het moment komt dat dat niet meer kan en dat je voor de meest eenvoudige zaken hulp moet vragen.

Wat moet het voor een partner afschuwelijk zijn om dat te zien gebeuren. Je denkt toch altijd dat je samen oud zult worden. Je maakt plannen ‘voor straks, als we oud zijn.’ En je weet in je achterhoofd wel dat het niet iedereen gegeven is, maar dat gebeurt alleen bij andere mensen. Niet bij jou. Tot het noodlot een dikke streep zet door alle plannen. En waarom, geen idee, ik denk dat het gewoon dikke pech is. Want door alles dat ik heb meegemaakt en om me heen zie, ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat heel veel ‘stomme pech’ is. Natuurlijk zijn er dingen die je niet moet doen als je oud wilt worden maar dat is nog altijd geen garantie. Je moet geluk hebben.

Dat klinkt misschien wat simplistisch maar als een gelukkig mens, met een mooi gezin waar hij alles voor overheeft, zomaar ineens wordt getroffen door een ziekte waar nog altijd geen medicijn voor gevonden is, dan is dat heel oneerlijk.

Vandaar dat ik aandacht wil vragen voor het werk van de Stichting ALS. Zij proberen zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor onderzoek naar deze vreselijke ziekte. De mensen rondom mijn collega gaan op 13 juni a.s. de Tour du Frans rijden, als onderdeel van de Tour du ALS. Zij zamelen daarmee geld in voor de Stichting ALS. Vandaar mijn oproep, als het kan en als je wilt, bezoek de site https://www.tourduals.nl/fundraisers/frans-hurkmans. En geef.

Voor mensen die nu al deze ziekte hebben, komt een doorbraak misschien te laat. Maar laat het dan in ieder geval voor hun kinderen zijn.

Dat ze dat durft…..

Kaatje is soms echt heel ondeugend. Dat ziet hij wel. Ze doet dingen die hij nog nooit gedurfd heeft. En hij is toch echt geen bangerik. Hij heeft best ook al vaak op zijn kop gehad. Maar dat was meestal omdat hij op de camping ook graag bij andere mensen ging kijken terwijl hij eigenlijk op zijn eigen plaatsje moest blijven. Alleen de dingen die Kaatje doet, poeh. Ze loopt niet meer weg als het vrouwtje roept, dat scheelt dan wel weer.  

Toch is echt goed luisteren nog niet haar sterkste kant. Zeker in de tijd dat ze loops was. ‘Bananen in haar oren,’ zei het vrouwtje. Dat snapte hij niet, hij zag geen bananen. Hij dacht wel dat het vrouwtje bedoelde dat Kaatje niet luisterde maar helemaal zeker wist hij het niet. Een keer was ze wel weggelopen toen ze naar bed gingen. Ze wilde niet in de bench en ging zich achter in de tuin verstoppen. Toen het vrouwtje alle lichten had uitgedaan en gewoon naar boven was gegaan, kwam ze toch maar weer naar binnen. Buiten slapen is ook niet zo fijn. 

Maar het ergste was toch wel laatst. Het vrouwtje had bezoek gehad en dan zet ze meestal wel wat hapjes op tafel. Kaatje en hij hadden ook een stukje worst gehad dus dat was wel lekker. Toen de gasten weggingen en het vrouwtje mee naar de voordeur liep, vergat ze haar stoel onder de tafel te schuiven. En oh, echt, Kaatje sprong op de stoel en daarna op de tafel en ging gewoon de overgebleven worstjes opeten. Dat kan echt niet, dat snapt toch iedereen. En ze stond er nog gewoon toen het vrouwtje terugkwam. Oei, toen werd ze toch wel aan haar nekvel naar haar bench gebracht. Het vrouwtje mopperde echt. Ze trok wel een heel raar gezicht erbij, net of ze een lach in moest houden. Maar dat zal wel niet, ze zal toch echt wel boos zijn geweest. Kaatje moest tenminste nog wel even in de bench blijven. Hij had zelf ook wel een stukje worst gelust maar zelfs hij kreeg niks. Kaatjes schuld, dat weet hij zeker. 

Onvoorstelbaar, dat kind. Hij weet niet of het ooit nog goed komt. ‘Er zit maar één ding op,’ zoals een zus van het vrouwtje altijd zegt, ‘heel veel van houden 😊.’ 

Winterweer

Heerlijk. Ik ga nooit meer schaatsen na het laatste debacle waarbij ik mijn schouder brak. Maar het winterweer was toch een verademing vergeleken bij alle regen die we hebben gehad. Ik kreeg er spontaan meer energie van. Lekker naar buiten met de honden. Zonder hun verwijtende blikken, ‘moeten wij echt in al die nattigheid, dat geloof je toch niet zelf.’ Niet die vieze hondenpoten binnen omdat je ze wel kunt afdrogen maar toch niet helemaal schoon krijgt. Nee, doe mij dan maar vorst met een zonnetje.

Wat ik dan wel weer heel grappig vind, is de manier waarop wij in Nederland reageren op kou. Op een gegeven moment werd er code geel afgegeven omdat het -5 graden was maar de gevoelstemperatuur kon wel -20 graden zijn. Poeh. In de tijd dat mijn maatje werkte en veel buiten was, hield hij er gewoon rekening mee. Hij had goede kleding, thermo-ondergoed en als het niet ging, ging hij gewoon lekker bij de kachel zitten. Wachten tot het wat warmer werd. Ik heb hem vaker horen klagen over regen dan over kou. Maar het lijkt wel of we tegenwoordig van alle weersomstandigheden een probleem moeten maken. Als het regent, kan het water niet weg. Wat onze eigen schuld is want bijna iedereen heeft zijn tuin helemaal volgetegeld. Als het koud is, moeten we allemaal naar binnen anders raken we onderkoeld. En als in de zomer de temperatuur boven de 25 graden durft te komen, moeten we en masse in de airco. Hoewel, dat is ook weer niet zo goed want als je die niet goed schoonmaakt, kunnen daar bacteriën in gaan wonen. En dat is ook weer niet zo fris.

Soms zijn wij Nederlanders echte zeurpieten.

Ik hoorde een mevrouw op de radio, die woont in Zweden. En die zei, ‘we hebben hier ’s nachts temperaturen gehad van -20 graden. Dat is heel koud. Maar ja, dan ga ik gewoon iets minder lang wandelen met de hond. Lekker dik ingepakt. Het is winter, weet je.’ En daar sluit ik me helemaal bij aan.

Verjaardag

Op 2 januari is mijn moeder jarig. Als er een dag in het jaar is wanneer je niet jarig wilt zijn, dan is het op 2 januari. Iedereen is blij dat de feestdagen voorbij zijn en dat je weer normaal kunt gaan doen. Niet zoveel eten, niet steeds gebak bij de koffie en ’s avonds toastjes op tafel. En dan komt mijn moeder.

“Lusten jullie een stukje taart?”

“Oh nee mam, echt niet, ik kan geen taart meer zien.”

Later op de avond komt er uiteraard wat lekkers op tafel. Mijn moeder vindt het belangrijk dat je niks tekort komt.

“Pak een toastje, of een stukje kaas.”

Al zuchtend pak je dan maar iets want het is natuurlijk ook supersneu om mama met al haar spullen te laten zitten.

Dit jaar heb ik het anders aangepakt. Ik heb een snipperdag genomen en ben ’s morgens gegaan. Want dan komt de familie. Nou ja, de enkele oom en tante die er nog zijn want mijn moeder werd 87 jaar oud. En dan heb je al heel weinig meer te vertellen, qua familie. Wel fijn dat ze komen, dat wel. En natuurlijk kwamen er ook vriendinnen. Oude dames die in hetzelfde senioren-appartementengebouw wonen waar mijn moeder woont. Ik had me er al op verheugd. Want die dames drinken een kopje koffie omdat het zo hoort. Met het bijbehorende gebakje. Maar zetten toch om 11.00 uur wel in op iets sterkers. Een likeurtje of een advocaatje gaat er dan wel in. Daar kan ik echt van genieten. Want wat hebben de dames te verliezen. Ze zijn allemaal behoorlijk op leeftijd, kunnen te voet naar huis, wat houdt hen tegen. Mijn moeder doet lekker mee, die is toch gewoon thuis dus dat moet kunnen.

“Wil jij ook wat?”

Nou griezel ik van advocaat en likeur vind ik ook over het algemeen heel vies maar mijn moeder heeft altijd wel ergens een fles port verstopt. Dus zat ik aan het eind van de ochtend aan een glaasje te nippen. Lekker. Ach, en één glaasje mag best. Tenslotte had ik me voorgenomen ’s middags een eind te gaan lopen met de honden. Want ook ik heb met Kerst meer gegeten dan normaal.

Mijn zussen losten mij af bij mijn moeder. Ook zij kennen het ritueel. En genieten er van, dat weet ik zeker.

Kerstreclames

Het is weer zover, december, de mooiste tijd van het jaar. Tenminste, als je de supermarktreclames mag geloven. Dit jaar zijn ze weer mooier en uitgebreider dan vorig jaar. Twee eenzame mannen die ruzie hebben, een meisje dat last heeft van prikkels. Gelukkig komt het wel allemaal goed en is niemand alleen met Kerst. Als je tenminste dan je inkopen maar doet bij de supermarkt in kwestie. En je hoeft niet te denken, ik ga naar een andere supermarkt, één die niet van die overdreven reclames maakt, want dat is niet mogelijk. Ze zijn allemaal hetzelfde. Ok, de Aldi, die zegt het geld liever uit te geven aan goede aanbiedingen. Nou, eigenlijk is dat nog niet zo’n slechte gedachte. Want ik kan me ook zo maar voorstellen dat er mensen zijn die naar die reclames kijken en denken, ‘dat kan ik helemaal niet betalen.’ Die mensen zouden ook graag zo’n rijk gevulde tafel willen hebben en Jan en alleman uitnodigen voor het Kerstdiner. Maar dat gaat niet want de voedselbank verzorgt wel eten maar niet op zo’n manier.

Nee, ik begrijp best dat deze tijd zich bijzonder goed leent om lekker bij elkaar te kruipen. Kaarsje aan, drankje, hapje, gezellig. Ik ga dat ook doen hoor. Ik kan alleen niet zo goed tegen het ophemelen en idealiseren van de feestdagen. Je moet met de hele familie aan het diner. Net of dat altijd goed gaat. Je zou de families niet de kost moeten geven waar ome Jan aan het eind van de avond bijna slaags raakt met ome Bert. Omdat ze allebei een borrel te veel op hebben en de familievete weer in alle hevigheid toeslaat. Eigenlijk vind ik dat wel grappig. En dat dan hun vrouwen proberen de boel te sussen. Je kunt mensen niet dwingen gezellige dagen te hebben.

Maar goed, dat verkoopt natuurlijk niet. Dus daarom kijken we allemaal naar zoete gezinnen, in allerlei samenstellingen, met kadootjes onder de boom en de meest exotische gerechten op tafel.

Ik ben niet alleen met Kerst. En ik ben ook niet zielig. Maar ik mis wel iemand met Kerst. En die stomme reclames drukken me steeds weer met mijn neus op de feiten. Ik zal blij zijn als het allemaal weer normaal is.

Evil sister

Volgende maand wordt ze al een jaar, dat kleine meisje. Ze heeft wel echt haar plaatsje ingenomen in het huis, dat is zeker. Hij ligt bijna nooit meer alleen op de bank, ze ligt er normaal gesproken wel bij. Tegen hem aan of over hem heen. Wel gezellig maar soms is ze ook wel een beetje veel. En ze is heel snel, overal mee. Ze kan heel hard lopen, hij kan haar echt niet meer bijhouden. Dus doet hij dan maar net of hij even ergens aan moet snuffelen en dat hij expres stopt. Dan valt het niet zo op. Thuis ook, als hij bij het vrouwtje op schoot wil springen en hij moet even een aanloopje nemen, dan is ze hem al voor. En dan kan ze zo triomfantelijk kijken, dat is echt heel erg. Gelukkig zet het vrouwtje haar dan wel op de grond hoor, en mag hij op schoot. Stel je voor, dan kon hij nooit meer bij het vrouwtje zitten.

Verder is het ook wel heel gezellig. En eigenlijk maakt zo ook niet veel meer stuk. Alleen haar eigen speeltjes en de grote hondenmand. Die is van riet en daar knaagt ze graag aan. Dat vindt het vrouwtje niet zo heel erg, liever de mand dan de stoelpoten. Alleen had het vrouwtje zich laatst wel vergist. Een grote plant moest een grotere pot en toen had het vrouwtje ook daarvoor een rieten mand gekocht. Ja, dat was niet zo slim natuurlijk. Want Kaatje snapte niet dat je daar niet aan mocht knagen. Hij was met het vrouwtje weggeweest en toen ze thuiskwamen lag heel de vloer bezaaid. Nu staat de plant in een stenen pot, dat is veiliger.

Het enige is dat ze nog wel heel onstuimig is. Ze was laatst weggelopen, zomaar. Het vrouwtje was wel erg geschrokken want het was donker en ze liep echt gewoon de hoek om. Hij denkt niet dat ze nu nog ooit een keer los mee mag. Het vrouwtje heeft in ieder geval een nieuw tuigje voor haar gekocht. Een geel tuigje, wel weer heel opvallend. Gelukkig krijgt hij altijd gewoon mannelijke kleuren. Maar het staat haar leuk, dat dan weer wel.

Nee, in het begin had hij zo zijn bedenkingen maar nu vindt hij het toch wel heel fijn, zo’n vriendinnetje. Het vrouwtje noemt haar zijn ‘evil sister’, dat snapt hij niet zo goed maar het zal wel een koosnaampje zijn. Net als Kaat Mossel.