Smurfenmeneer

Tien jaar geleden schreef ik over iemand wiens leven een tijdje parallel liep aan dat van mijn maatje en mij. En waar we ineens afscheid van moesten nemen. Hij was heel erg ziek geweest. Had lang in het ziekenhuis gelegen. Maar het ging de goede kant uit. Hij was weer thuis, kon weer voor zichzelf zorgen. Het zou goed komen. We zouden in de zomer weer leuke dingen gaan doen. Hij zou ook weer gaan genieten van de dingen die hij ging meemaken met de kinderen in zijn klas. Groep 3, waar kinderen nog een onbeschreven blad moeten zijn. Waar je kinderen nog veel kon leren. Er waren maar drie soorten, zei hij altijd, slimme, stomme en drukke. En hij kon het weten, het onderwijs was zijn absolute passie. Hij werd ook op handen gedragen door zijn leerlingen.

Het mocht niet zo zijn. Het einde kwam snel en onverwacht.

De smurfenmeneer. Het was de broer van mijn vriendje. Onze levens waren altijd al vervlochten. Zijn afscheid was indrukwekkend. Al die kinderen die hem de laatste eer kwamen bewijzen. Kinderen, zeker in die leeftijd, zijn eerlijk in hun verdriet. Veerkrachtig ook, ze weten onbewust dat ze verder moeten.

Wij vonden het alleen maar oneerlijk. Niet wetende dat er nog veel meer oneerlijke dingen te gebeuren stonden. Gelukkig maar dat we dat niet wisten.

Toch halen we vaak herinneringen op aan de smurfenmeneer. Met zijn droge humor. En zijn vermogen om met een scheve blik naar de wereld te kijken en dan spottend commentaar te geven. Hij snapte niet waar mensen zich allemaal druk om konden maken. Bezit, status, het boeide hem voor geen meter. Wat hij had dat gaf hij weg. Toch kon hij ook heel serieus zijn. Tot diep in de nacht de wereld verbeteren.

Ach, weer een markant mens veel te vroeg gestorven. Het gaat zo vreselijk snel. Je gaat naar zijn afscheid en als je even later omkijkt, zijn er tien jaren voorbij gevlogen. En is ook de smurfenmeneer een dierbare herinnering geworden.

Het boompje dat ter zijn nagedachtenis is geplant, is al een behoorlijke boom geworden. Ook zijn foto heeft een speciaal plekje. Dag grote smurf.

Trots

Als er iets is waar best veel Nederlandse vrouwen goed in zijn, dan is het in nikszeggende kleding dragen en nikszeggende kapsels hebben. We kennen allemaal het ANWB-stel. Ze fietsen naast elkaar en als je hen op de rug ziet, kun je bijna niet zien wie de man en wie de vrouw is. Het kort pittige kapsel, het jack, de driekwart broek. Geen spoortje make-up, geen vrolijke kleuren. Ik vind het verschrikkelijk. Ik besef heus wel dat we allemaal ouder worden en dat de zwaartekracht steeds moeilijker te weerstaan is. Maar dat kan toch nooit een reden zijn om dan maar dertien in een dozijn te worden.

Ik ben geen influencer hoor, ik wil niemand voorschrijven hoe hij of zij er uit moet zien. Maar het is zo zonde. We zijn een beetje doorgeslagen in dat ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’ Mensen die zich wel opvallend kleden, worden vaak misprijzend bekeken. Zeker als ze niet meer zo heel jong zijn

‘Moet je dat zien, die denkt zeker dat ze nog heel wat is.’

Eigenlijk is het gewoon pure jaloezie.

Als je wat verder naar het zuiden afreist, en dat begint zelfs al in Vlaanderen, dan zie je mensen die zich kleden op een avondje uit. Daar zie je geen korte broeken in een restaurant. Mensen hebben hun best gedaan om er zo mooi mogelijk uit te zien. Daar kan ik nou van genieten. Want wat sommige Nederlanders dragen als ze uitgaan, het is toch echt een gruwel.

Onlangs waren we op vakantie op Curaçao. Ik heb genoten. Niet alleen van het mooie weer en de relaxte sfeer, hoewel dat ook heerlijk was, maar ook van de manier waarop de vrouwen zich daar bewegen. Jong, oud, mager, wat te zwaar, ze waren allemaal mooi gekleed. Er was aandacht besteed aan hun kapsels, hun nagels waren in orde en vooral, ze waren allemaal trots. Met opgeheven hoofd liepen ze door het leven. Ook daar heb ik van genoten. Daar kunnen wij Nederlandse vrouwen nog heel wat van leren.

Prinses op de erwt

Als je lang in een huis woont en je maatje kan heel slecht weggooien, dan heb je echt enorm veel spullen. Zoveel spullen dat er een containertje moest komen om afscheid te nemen van zaken die ik of nooit meer ga gebruiken of waarvan ik niet eens weet waarvoor ze dienen. Niet dat ik ga verhuizen, maar ik werd erg onrustig van al die dingen die maar stof lagen te verzamelen zonder dat ze ook maar van enig nut waren.

Mijn vriendje vond het een goed plan, ook hij wilde in zijn huis wel van wat dingen afscheid nemen. Samen bespraken we wat we het beste weg konden doen. En ineens bedacht ik me, dat oude logeerbed dat ik boven heb staan, dat kan eigenlijk ook best weg. Dat bed is echt al heel oud. Volgens mij heeft mijn jongste zus er als puber in ons ouderlijk huis nog in geslapen. En mijn jongste zus wordt volgend jaar vijftig, kun je na gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Het bed werd uit elkaar gehaald en verhuisde naar de container. Wel was er nog een kleine bijkomstigheid waar ik rekening mee moest houden. Omdat het bed toch nooit gebruikt werd, had Kaatje het zich toegeëigend. Als een ware prinses op de erwt ligt ze er heerlijk op te tukken op de dagen dat ik thuis werk. Er moest dus wel een ander kussen komen. Tenslotte heeft Stef ook zijn eigen kussen voor de thuiswerksessies. Volgende week haal ik een nieuw kussen, besloot ik.

Voordat ik daar toe in de gelegenheid was, werkte ik toch nog een keer thuis. Stef was al op zijn gemak mee naar boven gesukkeld maar Kaatje had het nog te druk met rondscharrelen, beneden. Even later hoorde ik haar naar boven roffelen. Boven aan de trap nam ze een bocht naar rechts en stoof de kamer binnen. En toen hoorde ik een klein meisje vol in de remmen gaan. Want hééé, daar stond toch eerst een bed? Ze kwam eens in mijn werkkamer kijken maar daar lag Stef natuurlijk al languit op zijn kussen. Dus droop ze maar weer af, richting haar eigen plekje. Het werd stil. Even later ging ik voorzichtig kijken. Daar lag ze hoor, vol verontwaardiging. Ze was het er duidelijk niet mee eens. Ach, het meisje, ik heb maar snel een mooi kussen voor haar gekocht.

Terras

Op zonnige zondagmiddagen houden wij er van om met de honden een eindje te gaan lopen. Bij voorkeur ergens in de bossen. Het zijn meestal maar kleine rondjes want Stef bepaalt de afstand. De kleine man kan niet meer zo heel ver. Dat laat hij ook duidelijk merken hoor, als het hem te veel wordt, draait hij zich om en begin terug te lopen. Zo, dat was dat, nu op naar het terras. Want daar wordt zo’n middag normaal gesproken toch altijd wel afgesloten. Lekker zitten, abdijbiertje, mensen kijken. Heerlijk. En natuurlijk bestellen we altijd bitterballen. Dat is tenslotte de reden dat Stef zo graag mee naar het terras wil. De laatste deelt hij namelijk samen met Kaatje. Slecht? Ach, ze vinden het heerlijk.

Pasgeleden zaten we ook weer heerlijk in het zonnetje op een van onze favoriete terrassen. Het was redelijk druk dus er was genoeg te bekijken. Aan een tafeltje in het midden van een terras zaten een paar flamboyante mannen. Ze hadden plezier samen, dat kon je goed horen. Wat je ook goed kon horen, en dat bedoel ik helemaal niet verkeerd, was dat geen van de aanwezigen op vrouwen viel. Heerlijk, ik genoot.

Want, wij Nederlanders hebben altijd wel wat te zaniken over het land waarin we wonen. De regering deugt niet. Terwijl we die toch zelf gekozen hebben. De gezondheidszorg deugt niet. Het is te druk. Er zijn geen huizen beschikbaar. Mensen leven in armoede omdat de inflatie enorm is. Ik weet het, er kan in dit land nog heel veel verbeterd worden. Maar ik ken ook verhalen uit andere landen. Van een kennis die in het buitenland in het ziekenhuis terecht kwam. En dat het daar de gewoonte was dat de familie voor het eten zorgde. En laat zijn familie nou gewoon thuis in Nederland zijn. Of verhalen over ouderenzorg. Eigenlijk het ontbreken van ouderenzorg. Waardoor mensen genoodzaakt zijn hun ouders in huis te nemen. Ik hou veel van mijn moeder maar daar moeten zowel mijn moeder als ik toch echt niet aan denken. Of mensen die vanwege hun geaardheid in de gevangenis komen. Of erger, vermoord worden.

Daar moest ik aan denken toen ik het gezelschap in het midden van dat terras zoveel plezier met elkaar zag hebben. Waarbij zij er openlijk voor uit kwamen wie zij waren. En dat dat gewoon kon. Omdat wij in Nederland wonen.

Ziekenhuisopname

Als ’s nachts om twee uur je telefoon gaat, voorspelt dat meestal niet veel goeds. Zo ook deze keer. Mama aan de andere kant van de lijn. ‘Het gaat niet goed, zou jij willen komen om de dokter te bellen?’

Natuurlijk, ik schoot in mijn kleren, duwde Stef van het bed en vervolgens de trap, liet Kaatje uit haar bench en stapte in de auto. Om twee uur ’s nachts is het heel stil in ons dorp. Ook bij mama in de straat was weinig beweging. Ik zag dat licht in haar slaapkamer aan was. Verder was het hele gebouw stil.

Een uurtje later reed ik (weer eens een keer) achter de ambulance aan naar het ziekenhuis. En om half zeven ’s ochtends was ik weer thuis. Mama moest blijven. Helaas wordt ook haar hart ouder en beginnen daar toch wel wat problemen te ontstaan. Vocht achter de longen, verminderde pompfunctie. Gelukkig zijn de klachten nog niet heel omvangrijk en is er geen acuut gevaar.

Dus meldde ik mij ’s middags weer in de kamer waar ik mama had achtergelaten. Ik moest even wachten want ze was net weg om een echo te laten maken. Nieuwsgierig keek ik rond naar de andere patiënten. Schuin tegenover mama lag Mrs. Slocombe. Dezelfde omvang, prachtige dunne boogjes als wenkbrauwen en compleet met paars haar. Ze keek me vriendelijk aan en liet haar omvangrijke lichaam van het bed zakken om naar het toilet te gaan. Me daarmee een gulle blik gunnend om haar spierwitte buik. Ik wist niet waar ik kijken moest.

Gelukkig werd mama net binnengereden met de rolstoel dus ik had afleiding.

Tegenover mijn moeder lag een meneer die slecht nieuws had gekregen. Zijn aderen waren voor 90% dicht geslibd. Geen goed bericht, zijn vrouw en hij zaten er ook wat terneergeslagen bij te kijken. Ze hadden een printje waar, volgens mij, de situatie van zijn hart op stond en bekeken dat samen langdurig. Daarna ging de vrouw de familie bellen om hen deelgenoot te maken van het treurige nieuws. Zo’n beetje de hele afdeling kon er van meegenieten. Het was een ernstige zaak. Ze namen het serieus op. Dat bleek ook wel toen de verpleegkundigen de zaal op kwamen. De man liet zich niet zo maar door de eerste de beste helpen. ‘Heb jij er verstand van?’, vroeg hij aan een van de dames? Ik dook van plaatsvervangende schaamte in elkaar. Gelukkig reageerde ze er goed op. ‘Ik werk op de afdeling Cardiologie dus ik denk wel een beetje….’

Gelukkig is mijn moeder inmiddels weer thuis. Weer een beetje ouder en weer een beetje fragieler geworden. We zullen haar maar koesteren zo lang als het kan.

War of the Worlds

Ik heb een hele rare muzieksmaak. Ik hou van Franse muziek, Edith Piaf vind ik geweldig. Maar ik hou ook van symfonische rockmuziek. Het kan mij niet bombastisch genoeg zijn. Toen ik dus de aankondiging zag over de uitvoering van War of the Worlds was ik helemaal enthousiast. Vooral omdat ik ook graag science fiction van voor de Tweede Wereldoorlog lees. En het verhaal van War of the Worlds is natuurlijk al geschreven door H.G. Wells in 1898.

Het verhaal op zich stelt eigenlijk niet zo heel veel voor. De Martians (Marsmannen) vallen de aarde binnen. Specifiek in het Victoriaanse Engeland. Ze gebruiken geavanceerde technologieën, zoals driepoot-robots en warmtestralen, om steden te vernietigen. Het menselijke perspectief komt vooral van de verteller, de journalist, die verslag doet van de paniek, chaos en ondergang van de beschaving.

Maar de muziek, die vind ik geweldig, the Eve of the War, dat helemaal door je heen dreunt. En natuurlijk Forever Autumn. Iedereen die mij kent, weet dat dit nummer voor mij voor altijd verbonden is aan mijn afscheid van Huub.

Dus, we kochten kaartjes en zaten er klaar voor. Boven het grote podium hing de tripod, de machine waarmee de Martians de aarde veroverden. We werden niet teleurgesteld, het spektakel galmde en dreunde, de verteller deed zijn dramatische verhaal, de aarde werd volledig overgenomen door kwaadwillende wezens. De mensheid was verloren.

In de pauze keek ik eens om me heen. Wie vonden dit nou nog meer mooi? Ook dat was een bijzondere gewaarwording. Naast mij zaten een aantal mannen die zo in The Big Bang Theory mee hadden kunnen spelen. Maar er waren ook veel vrouwen met paars en groen haar. ‘Gewone’ mensen, waar ik dan voor het gemak mezelf maar onder schaar, waren er ook. Maar niet zo heel veel. Het was een bonte verzameling van muziekliefhebbers en sci-fi fans.

Jeff Wayne is inmiddels wel een oude man geworden, hij loopt wat krom en wat minder snel maar hij dirigeerde het orkest en de band nog met gezag. Ik weet, er zullen ook mensen zijn die zeggen, ‘koekoek, jij bent gek’, maar ach, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking. En ik heb er van genoten.

Terug naar Texel

Inmiddels begint 24 mei toch dichterbij te komen. Tijdens de schrijfweek op Texel lijkt dat nog een eeuwigheid weg. Dan ben je eigenlijk nog niet zo bezig met het uiteindelijke resultaat. Maar de verhalen zijn gelezen, gecontroleerd, aangepast en naar de drukker. Esther van der Ham, onze uitgever, heeft het er maar druk mee. Ook dit keer is het weer een bundel waar we allemaal heel trots op zijn, Terug naar Texel. Met 18 korte verhalen, allemaal heel verschillend. Omdat we ook allemaal heel verschillende schrijvers zijn. Dat maakt het zo bijzonder.

Daarom is het ook zo leuk om iedereen weer te zien als we op 24 mei de presentatie van het boek Terug naar Texel hebben. Het is heel bijzonder om het boek dan echt in je handen te hebben. Er door heen te kunnen bladeren en het boek te voelen en te ruiken. Dan is het echt.

De bestellingen beginnen ook al binnen te druppelen. Mocht je interesse hebben, dit is de link:

https://www.droomvalleiuitgeverij.nl/…/terug-naar…/

Immers, de Stichting Tesselhuus (https://tesselhuus.nl/stic…/wat-doet-stichting-tesselhuus/) is een prachtig initiatief waarbij het gaat om aanbieden en organiseren van geheel verzorgde, actieve vakanties voor een specifieke groep. Mensen – jongeren en volwassenen – met een ernstige fysieke beperking, die zijn aangewezen op een rolstoel en veel zorg nodig hebben. Vaak hebben zij nog maar beperkte levenskansen. De Tesselhuusweken worden begeleid door deskundige teams van vrijwilligers die hen 24/7 begeleiden.

De opbrengst van onze verhalenbundel komt ten goede aan de Tesselhuusweken en de vakanties voor de mensen die wegens diverse redenen niet de mogelijkheid hebben dit zelf te kunnen organiseren. Een vakantie op Texel is voor iedereen heel tof. Of je nu wel of geen beperkingen hebt. Wij hebben in ieder geval alweer geboekt voor volgend jaar. En dat gun ik ook de mensen die van het Tesselhuus gebruik moeten maken.

Wat ALS

In januari vorig jaar schreef ik over mijn collega Frans, die de diagnose ALS heeft gekregen. Hij heeft inmiddels lichamelijk veel moeten inleveren maar zijn geest is nog altijd ongebroken. Iets waar ik een enorm respect voor heb. Af en toe, en eigenlijk veel te weinig, ga ik naar hem toe en dan lunchen we samen. Wij, de collega’s, mogen ook nog steeds een beroep doen op zijn enorme kennis van bepaalde systemen waar wij mee werken. Dan overleggen we in Teams en zien we Frans zitten in zijn stoel. Zijn hoofd beweegt niet maar zijn ogen des te meer. Wat een moed.

Vorig jaar is Frans voor de eerste keer meegegaan om de Mont Ventoux te bedwingen. Hij heeft de tocht gemaakt op de hase-pino. Dat is een tandemfiets waarbij de voorste passagier in een semi-liggende positie zit en de achterste bestuurder op een “gewone” zitpositie rijdt. Dit ontwerp zorgt voor een comfortabele houding voor beide fietsers, een beter zicht voor de voorste passagier, en minder luchtweerstand. Hierdoor is het mogelijk voor Frans om de top te bereiken. Dit jaar gaat hij weer mee.

De Tour du ALS wordt gehouden op 12 juni a.s. Het is de dertiende keer dat de Mont Ventoux met dit doel wordt bedwongen. De ziekte is nog altijd ongeneeslijk, er moet dus nog heel veel gebeuren. De focus in het ALS-onderzoek ligt op gepersonaliseerde therapieën, het proberen een diagnose in een vroeg stadium te kunnen stellen en het bevorderen van de algehele kwaliteit van leven. Recente ontwikkelingen bieden wel een beetje hoop dat de ziekte in de toekomst beter beheersbaar kan worden. Maar op dit moment is dat nog niet het geval.

Vandaar dat ik ook dit jaar weer aandacht wil vragen voor het werk van de Stichting ALS. Zij proberen zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor onderzoek naar deze vreselijke ziekte. De mensen rondom mijn collega gaan samen op 12 juni a.s. de Tour du Frans rijden, als onderdeel van de Tour du ALS. Zij zamelen daarmee geld in voor de Stichting ALS.

Vandaar mijn oproep, als het kan en als je wilt, bezoek de site https://www.tourduals.nl/fundraisers/frans-hurkmans.

En geef.

Lente-heimwee

Het weer wordt uitnodigender, we kunnen weer naar buiten. Alles loopt uit, dikke knoppen aan bomen en struiken, tulpen en narcissen kleuren de wereld. Iemand zei ooit tegen mij, ‘ik hou zo van de lente, het is zo verwachtingsvol.’ Dat is zeker zo maar je moet het ook kunnen en willen zien. En ik merk dat het ook maakt dat ik mensen dan weer meer mis. Mijn maatje, die me nooit meer appt dat hij lekker met zijn rug in de zon, op een muurtje, een beker koffie drinkt en een sigaretje rookt. Mijn vriendin, met wie ik nooit meer naar lammetjes kan gaan kijken. Samen lachen om de capriolen die die jonge dieren uithalen als ze de ruimte krijgen in een wei. Dat komt nooit meer terug.

Weer een lente waarbij zij niet de warmte van de zonnestralen op hun gezicht kunnen voelen. Wij genieten van de langere avonden, maken plannen voor als het nog langer licht is en nog warmer wordt. Zij zijn daar niet meer bij. En soms komt dat weer heel scherp binnen. Want het voelt nog steeds heel oneerlijk. En dat gaat ook nooit meer weg.

Voor mij is het nog steeds als gisteren maar andere mensen zijn verdergegaan. Terecht hoor, dat deed ik vroeger zelf ook. ‘Goh, ja, is dat alweer zo lang geleden?’  Hoe vaak zeg je dat niet tegen elkaar. De wereld draait alsmaar door, er wordt geen moment gewacht. Zelf ga ik ook verder. Dat moet ik maar dat wil ik ook. En dat gaat ook goed. Maar toch, soms.

Ach, de lente. Zo verwachtingsvol. De zoon van de dame die dat tegen mij zei is er ook al lang niet meer. Hij is ook een hele dierbare herinnering geworden.

Gelukkig kan ik ook echt wel genieten. Ik voel de warmte en denk aan mijn maatje, ik zie de lammetjes en denk aan mijn vriendin. Er zijn nog zo veel mooie dingen in het leven. En zeker, dan voel ik mij verwachtingsvol.