Foto’s

Lang geleden, in de tijd dat we nog geen mobiele telefoons met camera hadden, gingen mijn maatje en ik al op vakantie. De jonge mensen van nu kunnen het zich niet meer voorstellen, maar toen namen we gewoon allemaal een camera mee. In het begin niet eens een digitale. Een analoge camera. Met rolletjes. Na de vakantie ging het rolletje naar de fotograaf of naar de Hema en na een paar dagen kon je dan de foto’s ophalen. Eigenlijk was dat heel erg leuk, dan beleefde je de vakantie toch weer een beetje opnieuw.

Toen de digitale camera zijn opmars ging maken, werd er toch nog veel afgedrukt. Ook bij ons. Ik had een heel regiment fotoalbums, per jaar een ander. En dozen vol foto’s ‘die ik eigenlijk nog een keer in een album zou moeten plakken.’

Onlangs ben ik er voor gaan zitten. Dozen open, albums verspreid om me heen. Uitzoeken wat ik wilde bewaren en kijken welke foto’s er toch echt wel weg konden. De natuurfoto’s zonder mensen erop gingen al direct bij het oud papier. Van de meeste wist ik nog wel waar ze van waren maar er waren toch ook foto’s van plaatsen die ik niet thuis kon brengen. Hup, weg er mee. De foto’s met mensen uit het verleden kunnen ook weg. Daar wordt toch nooit meer naar gekeken.

De stapel ‘weggooien’ groeide gestaag. Na een behoorlijke tijd was ik aangeland bij de oude fotoalbums. Mijn maatje op vakantie met zijn ouders. Op de schouders van zijn vader. Op de motorkap van diens NSU Prince. Een aantal ging in de doos ‘bewaren’ maar ik heb er toch ook wel een aantal vernietigd. Wie gaat er ooit nog wat mee doen?

Mijn eigen kinderfoto’s heb ik nog maar bewaard. Wat daar ook aan opvalt, is dat ook toen de meisjes en jongens er een beetje hetzelfde uitzagen. De meeste meisjes, ik ook, hadden lang haar, een zijscheiding en een speldje in het haar om het uit het gezicht te houden. Als kind in de jaren zeventig had ik natuurlijk ook kleding met grote motieven. Bruin, oranje. Maar ook geruite rokjes met een grote speld. Mijn nichtjes zouden er in hun kindertijd hun neus voor opgehaald hebben maar wij waren er trots op. Sterker nog, veel van de motieven van toen zijn weer helemaal hip. Zelfs mijn jeugdtrauma, broeken met wijde pijpen, zijn enorm in. In de grote motieven wil ik nog wel meegaan, de wijde pijpen zijn voor mij echt een taboe. Nostalgie heeft echt wel grenzen.

Levensles

Sommige mensen voelen zich geroepen hun levensverhaal te vertellen aan iedereen die het maar horen wil. Dat is op zich niet erg. Maar ze vertellen het ook aan mensen die het helemaal niet willen horen. Maar die er met goed fatsoen niet onderuit kunnen. Na een zondagmiddagwandelingetje met Stef en Kaatje waren we maar weer eens op een terrasje beland. Zeker Stef was blij dat we eindelijk gingen zitten, hij had naar zijn zin al weer lang genoeg gelopen.

Het toch best grote terras werd overstemd door een grote man die in de hoek samen met zijn vrouw en een ander echtpaar een tafeltje bezette. Ze hadden de grootste lol samen. Altijd fijn als mensen het naar hun zin hebben, maar dit was best erg luidruchtig. Gelukkig werd er afgerekend en de helft van het gezelschap vertrok. De grote man bleef achter. Gekleed in een afgeknipte spijkerbroek en een overhemd dat zover open hing dat het ons een blik op zijn behaarde navel gunde, keek hij rond op zoek naar een volgend slachtoffer. Wat hij vond in een echtpaar met een Labradoodle. Niets vermoedend namen ze plaats aan het tafeltje naast hem.

Als een duveltje uit een doosje kwam er achter de man een Goldendoodle omhoog. En dat schept een band natuurlijk, twee van die knuffelige teddyberen. Even wisten de nieuwkomers niet wat hen overkwam maar al snel konden ze er niet meer onderuit. Ze moesten wel luisteren. Wij konden ons nog wel een beetje afsluiten maar dat zat er voor hen niet in.

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig genoeg dus af en toe luisterde ik geamuseerd mee. De hond was aangeschaft toen hij in een heel moeilijke periode zat. Hij was heel ziek geweest, dokters hadden er een hard hoofd in gehad maar hij was toch genezen. En de hond was hem in die periode tot grote steun geweest. Zijn vrouw zat er een beetje sip bij te kijken. Zij kwam in hele verhaal niet voor. De man werd steeds emotioneler en op een gegeven moment maakte hij aanstalten om zijn nieuwe vrienden te omhelzen. Ik had moeite niet in lachen uit te barsten. De ontstelde gezichten van de nieuwkomers spraken boekdelen.

De man zal het echt best goed bedoeld hebben maar de meeste mensen zitten helemaal niet te wachten op dergelijke verhalen. Die willen gewoon gezellig een drankje doen en niet als therapeut fungeren. Maar ja, zonder onaardig te zijn, kom je er bijna niet onderuit. Gelukkig heb ik daar dan op zo’n moment geen moeite mee.

Makelaar

Als je dan het besluit hebt genomen dat je je huis gaat verkopen, gaat er ineens een heleboel lopen. Dan worden er afspraken gemaakt en moet je echt aan een heleboel dingen denken. Gelukkig ben ik van de lijstjes. Heerlijk, en dan afvinken wat je al gedaan hebt. Ik hou er van. Want waar je toch een beetje tegenaan loopt, als je alleen woont, is dat je makkelijk wordt. Ach, dan liggen er vier paar schoenen onder een stoel. Niemand die je er om uitlacht of moppert als hij er weer eens over gestruikeld is. Dus toen er een afspraak stond met de makelaar, ben ik de ochtend er voor toch maar een kritisch door mijn huis gaan lopen. Te beginnen bij de zolder, waar ik normaal mijn ijzeren voorraad was en mijn ijzeren voorraad al gewassen spullen heb liggen en hangen. Want je wilt zo’n makelaar ook niet bij de eerste afspraak een weidse blik op je ondergoed gunnen. Toch?

Gelukkig heb ik een lieve dame die mij helpt met het schoonhouden van de boel dus het ziet er altijd wel netjes uit maar het gaat toch om de puntjes op de i. Even de pyjama in een kastje gooien in plaats van over de badrand.

En het wordt nog erger als de fotograaf komt. Alle persoonlijke dingen moeten weg of in de kast. En mensen die mij kennen, weten dat mijn hele huis vol hangt met foto’s. Dat wordt nog een klus. Want ze hangen echt overal. Een aantal foto’s hoeft niet per se mee naar het nieuwe huis dus dat is makkelijk, maar het overgrote deel moet dan toch wel heel voorzichtig in een doos.

Toch is het ook wel eens lekker om met zo’n blik door je huis te gaan. Want wat verzamelt een mens een hoop spullen in de loop van de jaren. Zeker mijn maatje, die was niet van het makkelijk weggooien. ‘Je weet nooit waar je het nog voor kunt gebruiken.’

En inderdaad mijn maatje wist met dingen die ik al lang weg had gegooid toch weer iets handigs te maken. Of iets moois. Ik kan dat niet, handigheid is mij niet aangeboren.

Het huis begint steeds leger te worden. Daardoor wordt het ook steeds makkelijker om afscheid te nemen. En dan is dan weer een voordeel.

Steeds kleiner

De zus van mijn moeder is overleden. Plotseling, in haar slaap. Voor haar mooi, lijkt me. Voor de achterblijvers wat moeilijker. Mijn tante was namelijk niet ziek. Oké, ze was al wat op leeftijd, maar toch. Mijn moeder is ouder. En mankeert vanalles. Het was dan ook een behoorlijke schok voor haar, ik moest het een paar keer herhalen voor dat het echt binnen kwam. En toen kwam het dan ook echt binnen. Ik had medelijden met haar. Haar familie wordt echt steeds kleiner.

Samen gingen we naar het afscheid. Dat was natuurlijk een uitdaging. De rolstoel moest mee. En die moet, in tegenstelling tot de rollator, wel ingeklapt worden. Met mijn handigheid is dat een hele worsteling en ik ben er dan ook niet zonder blauwe plekken vanaf gekomen. De begraafplaats was midden in de stad. En ik, als Brabantse gewend aan ruimte, wilde natuurlijk gewoon het terrein op rijden. Maar dat ging niet. Dus, auto langs de weg, mama eruit, in de rolstoel, ik al chagrijnig en wij naar binnen. Gelukkig werden we opgevangen door een begripvolle dame die zich over mama ontfermde en mij met een al even aardige jongeman wegstuurde om mijn auto te halen. De jongeman zou zorgen dat ik het terrein op kon.

Ik keek rond en zag dat ik óf een heel eind om kon rijden óf mijn domme blondjes-act uit de kast kon halen. Het werd het laatste. Alarmlichten aan en stoïcijns achteruit rijden. Geen idee wat de mensen in de auto’s achter me gedacht hebben. Het zal vast niet heel aardig zijn geweest.

Het afscheid was mooi. Tante was een levensgenieter die er absoluut uithaalde wat er in zat. Niet dat ze het nooit moeilijk heeft gehad — iedereen krijgt zijn portie tegenslagen in het leven — maar zij heeft die van haar altijd met flair het hoofd geboden. Het was mooi om te horen met hoeveel liefde er over haar werd gesproken.

Natuurlijk waren er de nodige tranen. Ook bij mama. Tenslotte is ze haar jongste zus verloren. Ik weet niet wat ze nu denkt, misschien wel dat zij de volgende gaat zijn. Maar laten we hopen dat dat nog een tijdje op zich laat wachten.

Archief

Regelmatig loop ik binnen in het verzorgingstehuis bij de Oude Brompot. Gevolg daarvan is dat ik zijn huisgenoten ook steeds beter leer kennen. En zij mij. Waardoor ze mij ook wat meer gaan vertrouwen. Sommigen niet hoor, die weten niet wie je bent en leren je ook niet kennen. Daar moet je je weer iedere keer aan voorstellen. Maar sommigen krijgen toch een soort gevoel van herkenning. En gaan hele verhalen aan je vertellen. Ik luister geduldig. De Brompot zit toch vaak een beetje te doezelen dus dat kan best.

Een van de bewoners is een dame die wordt aangesproken met Mevrouw. Ik heb er denk ik al wel eens over verteld. Iedereen wordt genoemd bij de voornaam maar zij is een mevrouw. Ze is ook een echte dame. Haar haar in een nette knot en negen van de tien keer ook een zijden sjaaltje om. Ik verdenk haar er van dat ze vroeger onderwijzeres is geweest. Vraag me niet waarom, als dochter van mijn vader herken ik meestal het type wel.

Ze is meestal heel rustig aanwezig. Neemt wel deel aan de gesprekken en vertelt over vroeger. Van haar dochter weet ik dat ze heel overtuigend kan klinken maar dat de verhalen vaak kant noch wal raken. Geeft niet, dat is bij heel veel van de bewoners het geval. Ik vind haar aardig en groet haar ook altijd beleefd. Ik heb ook het idee dat ze dat wel prettig vindt.

Laatst kwam ze heel doelbewust naar me toe. Ik keek haar aan, wachtend op de vraag of opmerking die ongetwijfeld ging komen.

‘Zou jij iets voor mij willen doen?’

‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘als ik het kan, wil ik altijd iets voor u doen.’

Het antwoord sloeg me behoorlijk uit het veld.

‘Wil jij voor me uitzoeken wie ik ben?’

Waarschijnlijk heb ik haar toen iets te lang aangekeken want ze vervolgde:

‘Maar dat valt niet mee hoor, want ik denk dat je dan wel heel diep het archief in moet.’

Haar vraag is enorm bij me blijven hangen. Want als je niet meer weet wie je bent, wie ben je dan nog?

Huis

Zoals veel dingen, begon het met een grapje. Ik, die een weekendje bij mijn vriendje ging slapen. Honden mee, kleding mee, schoenen mee, laptop mee, het leek een hele volksverhuizing. ‘Goh,’ zei hij, ‘kom je hier wonen?’ Nou, nee, natuurlijk niet, dat was helemaal niet aan de orde. Maar langzaam maar zeker groeide er toch een idee. We gingen er samen over filosoferen. Eerst een beetje lacherig, later wat meer serieus. Want het is nogal een stap, die je dan overweegt. We waren het er wel snel over eens dat er dan een ander huis moest komen. Ik wil niet bij hem gaan wonen, hij wil niet bij mij komen wonen. In die twee huizen liggen veel te veel herinneringen.

Ik ging eens praten met een heel goede vriend die ik voor duizend procent vertrouw. Als hij had gezegd ‘dat is een heel slecht idee’, had ik er toch echt over getwijfeld. Maar nee, hij vond het een heel goed idee. Hij kwam ook gelijk met een aantal praktische adviezen. En zo werd het concreet. We zochten contact met een makelaar, maakten een afspraak met een financieel adviseur. En we gingen huizen kijken. Op internet vooralsnog. Echte afspraken komen later.

En we namen een besluit. We gaan eerst mijn huis verkopen. Dat was even slikken. Ik snap de reden heel erg goed maar poeh, ik vind het toch een ding. Ik woon inmiddels al zevenentwintig jaar in dit huis. Ik ben hier heel gelukkig geweest. En heb mijn grootste verdriet hier beleefd. En nu moet ik afscheid gaan nemen. De ene helft van mijn hart vindt het superspannend en erg leuk. De andere helft van mijn hart wil enorm in de ankers. Ach, het zal best goed komen. Het is een nieuwe uitdaging en Stef en Kaatje gaan het ook enorm leuk vinden. Zeker Kaatje, die is dan iedere dag bij mijn vriendje, die zij beschouwt als haar persoonlijke eigendom. En die trouwe Stef, die is al lang blij als zijn hele roedel bij elkaar is.

Eén ding weet ik wel, ondanks alles. Als mijn huis verkocht is, ga ik even heel hard huilen.

Logeren

Afgelopen weekend gingen Kaatje en hij uit logeren. Het vrouwtje had feest en daar konden zij niet bij zijn. Ze gingen ook niet naar de zus van het vrouwtje. Hij dacht dat hij hoorde dat die ook bij het feest zou zijn. Nou ja, logeren is altijd wel spannend dus hij keek er wel naar uit. Hij kende het wel hoor, waar ze naar toe gingen. Dat is die plek waar altijd heel veel verschillende honden zijn. Je wordt er wel moe van, er zijn daar zoveel indrukken. Gelukkig mag hij dan wel spelen, samen met Kaatje. Maar als hij eerlijk is, gaat dat ook niet meer zo goed als vroeger. Ze rent hem aan alle kanten voorbij, die kleine draak. Thuis ook, dan jat ze het bot waar hij mee aan het spelen is en dan komt ze het voor zijn neus houden. En als hij het dan wil pakken, loopt ze heel hard weg. En dat kan ze lang volhouden, echt.

Gelukkig laat ze hem ook wel vaak rustig op zijn kussen liggen. Hij houdt er van om lekker te slapen. Als het vrouwtje thuis werkt, ligt hij lekker naast haar bureau. Dat is echt heel gezellig. Kaatje niet, die rommelt rond en gaat het liefst in de zon liggen. Ze heeft nu wel ook een eigen kussen gekregen boven dus ze hoeft niet meer stiekem op zijn kussen te gaan liggen als hij even naar beneden loopt.

Maar in zo’n kennel, daar heeft Kaatje toch echt helemaal geen rust hè. Ze bleef maar aan staan. Toen het vrouwtje hen op kwam halen, rende ze haar zomaar voorbij. Hij niet, hij was toch ook wel weer blij dat hij mee naar huis kon. Kaatje moest echt gewoon gevangen worden. Hij hoorde het die aardige dame van de kennel ook vragen, ‘is Kaatje thuis ook zo druk?’ Het vrouwtje kon alleen maar knikken en ja zeggen. Gelukkig moesten ze er wel samen om lachen.

Op weg naar de auto was Kaatje ook wel drie keer om hen heen gelopen. De riemen zaten helemaal in elkaar en alles en iedereen zat in elkaar gedraaid. Het vrouwtje kreeg de deur niet eens open. En toen, onderweg, toen was ze ineens helemaal afgebrand. Zelf bleef hij lekker zitten en naar buiten kijken maar Kaatje niet. Tsss, dat is dan jeugd.

Thuis zijn ze samen op de bank gekropen. Dat was fijn. Ach, thuis is het altijd nog maar het beste.

Verjaardag

Vandaag vier ik, omringd door mensen van wie ik hou, mijn verjaardag. Met een lach en een traan. Verdrietig omdat mijn maatje het niet mag meemaken. Dankbaar omdat ik mijn zestigste verjaardag mag vieren met zoveel lieve mensen.

Dank jullie wel allemaal.

Smurfenmeneer

Tien jaar geleden schreef ik over iemand wiens leven een tijdje parallel liep aan dat van mijn maatje en mij. En waar we ineens afscheid van moesten nemen. Hij was heel erg ziek geweest. Had lang in het ziekenhuis gelegen. Maar het ging de goede kant uit. Hij was weer thuis, kon weer voor zichzelf zorgen. Het zou goed komen. We zouden in de zomer weer leuke dingen gaan doen. Hij zou ook weer gaan genieten van de dingen die hij ging meemaken met de kinderen in zijn klas. Groep 3, waar kinderen nog een onbeschreven blad moeten zijn. Waar je kinderen nog veel kon leren. Er waren maar drie soorten, zei hij altijd, slimme, stomme en drukke. En hij kon het weten, het onderwijs was zijn absolute passie. Hij werd ook op handen gedragen door zijn leerlingen.

Het mocht niet zo zijn. Het einde kwam snel en onverwacht.

De smurfenmeneer. Het was de broer van mijn vriendje. Onze levens waren altijd al vervlochten. Zijn afscheid was indrukwekkend. Al die kinderen die hem de laatste eer kwamen bewijzen. Kinderen, zeker in die leeftijd, zijn eerlijk in hun verdriet. Veerkrachtig ook, ze weten onbewust dat ze verder moeten.

Wij vonden het alleen maar oneerlijk. Niet wetende dat er nog veel meer oneerlijke dingen te gebeuren stonden. Gelukkig maar dat we dat niet wisten.

Toch halen we vaak herinneringen op aan de smurfenmeneer. Met zijn droge humor. En zijn vermogen om met een scheve blik naar de wereld te kijken en dan spottend commentaar te geven. Hij snapte niet waar mensen zich allemaal druk om konden maken. Bezit, status, het boeide hem voor geen meter. Wat hij had dat gaf hij weg. Toch kon hij ook heel serieus zijn. Tot diep in de nacht de wereld verbeteren.

Ach, weer een markant mens veel te vroeg gestorven. Het gaat zo vreselijk snel. Je gaat naar zijn afscheid en als je even later omkijkt, zijn er tien jaren voorbij gevlogen. En is ook de smurfenmeneer een dierbare herinnering geworden.

Het boompje dat ter zijn nagedachtenis is geplant, is al een behoorlijke boom geworden. Ook zijn foto heeft een speciaal plekje. Dag grote smurf.