Archief

Regelmatig loop ik binnen in het verzorgingstehuis bij de Oude Brompot. Gevolg daarvan is dat ik zijn huisgenoten ook steeds beter leer kennen. En zij mij. Waardoor ze mij ook wat meer gaan vertrouwen. Sommigen niet hoor, die weten niet wie je bent en leren je ook niet kennen. Daar moet je je weer iedere keer aan voorstellen. Maar sommigen krijgen toch een soort gevoel van herkenning. En gaan hele verhalen aan je vertellen. Ik luister geduldig. De Brompot zit toch vaak een beetje te doezelen dus dat kan best.

Een van de bewoners is een dame die wordt aangesproken met Mevrouw. Ik heb er denk ik al wel eens over verteld. Iedereen wordt genoemd bij de voornaam maar zij is een mevrouw. Ze is ook een echte dame. Haar haar in een nette knot en negen van de tien keer ook een zijden sjaaltje om. Ik verdenk haar er van dat ze vroeger onderwijzeres is geweest. Vraag me niet waarom, als dochter van mijn vader herken ik meestal het type wel.

Ze is meestal heel rustig aanwezig. Neemt wel deel aan de gesprekken en vertelt over vroeger. Van haar dochter weet ik dat ze heel overtuigend kan klinken maar dat de verhalen vaak kant noch wal raken. Geeft niet, dat is bij heel veel van de bewoners het geval. Ik vind haar aardig en groet haar ook altijd beleefd. Ik heb ook het idee dat ze dat wel prettig vindt.

Laatst kwam ze heel doelbewust naar me toe. Ik keek haar aan, wachtend op de vraag of opmerking die ongetwijfeld ging komen.

‘Zou jij iets voor mij willen doen?’

‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘als ik het kan, wil ik altijd iets voor u doen.’

Het antwoord sloeg me behoorlijk uit het veld.

‘Wil jij voor me uitzoeken wie ik ben?’

Waarschijnlijk heb ik haar toen iets te lang aangekeken want ze vervolgde:

‘Maar dat valt niet mee hoor, want ik denk dat je dan wel heel diep het archief in moet.’

Haar vraag is enorm bij me blijven hangen. Want als je niet meer weet wie je bent, wie ben je dan nog?