Confronterend

Als je zo eens in de zoveel tijd op bezoek gaat in een verzorgingstehuis, en dan met name op de afdeling Dementie, dan word je toch wel geconfronteerd met de vergankelijkheid van alles. Natuurlijk, ik maak me ook druk over allerlei dingen. Mijn werk, mijn huis, de toestand in de wereld. Net als (bijna) iedereen vind ik het ook belangrijk een goed plaatsje in deze wereld te hebben. Maar je kunt toch geen televisiezender opzetten zonder oog in oog te staan met mannetjes en vrouwtjes die zichzelf superbelangrijk vinden. En het maakt niet uit hè, of ze nou links of rechts zijn, ze zijn allemaal Jezus-toegevoegd. Poeh poeh. Ze hebben allemaal de wijsheid in pacht en willen die maar al te graag aan je opdringen.

Op Social Media is het zo mogelijk nog erger. Daar zitten de toetsenbordridders klaar om iedereen met de grond gelijk te maken. Begrip voor je medemens? Nooit van gehoord! Het lijkt wel of het mode is om in zo grof mogelijke taal je eigen mening te verkondigen. Uiteraard ongehinderd door enige kennis van zaken. Ik kan me er zo over verbazen.

En als ik dan de code intoets voor de deur die me toegang geeft naar de afdeling van de zorglocatie waar ik moet zijn, dan moet ik toch altijd even diep ademhalen. Want de mensen die daar zijn opgenomen, hadden eerst ook een plaatsje in de maatschappij. Zij waren leraar, of zakenman, of banketbakker. En zij waren echtgenoot, moeder, vader, noem het maar op. Zij waren belangrijk voor de mensen om hen heen. En nu zijn ze eigenlijk niks meer. Dat klinkt oneerbiedig en zo bedoel ik het niet maar ik vind het ten hemel schreiend om te zien hoe volwassen vrouwen met een pop in hun armen lopen. Of mannen waarvan ik weet dat ze vroeger een bedrijf hebben geleid, nu al brabbelend over de gang lopen. Van voor naar achter en dan weer terug. En als ze je aankijken, kijken ze je niet aan.

Ik weet uit ondervinding hoe snel je alles kunt verliezen. En hoe onbelangrijk de rest dan lijkt. Dat verandert ook wel weer, gelukkig, maar het leert je wel wat echt belangrijk is. En dat is echt niet die wedstrijd ‘ik plaste het verst’.