Schrijven is een ambacht

Een jaar geleden schreef ik een blog met de naam ‘schrijven is een vak.’ Ik was toen net terug van een schrijfvakantie op Texel. Heerlijk een week met gelijkgestemden schrijven en leren over schrijven. En natuurlijk druk aan het werk met het verhaal voor de verhalenbundel Voetsporen. Het was een toffe ervaring om uiteindelijk je eigen hersenspinsels gedrukt en wel voor je te hebben liggen. Het maakte dat ik nog meer voldoening ging halen uit het schrijven.

Schrijven is ook een verslaving. Bovendien helpt het me om bij bepaalde gevoelens te komen. Als ik schrijf over mijn maatje, kan ik bij mijn verdriet. Dat heeft me enorm geholpen.

En zo kwam het dat het smaakte naar meer. Ik was al bezig met het schrijven van een eigen verhaal, een boek klinkt gelijk zo hoogdravend, en de schrijfweek gaf me inspiratie om verder te gaan. De personages gingen leven, een eigen leven leiden, en het verhaal kreeg steeds meer vorm. Maar als je schrijft, wil je ook gelezen worden. Dus moet je je houden aan regels. Een boek moet een bepaald aantal woorden hebben, de hoofdpersoon dient toch wel een reis af te leggen en moet aan het einde iets geleerd hebben. Allemaal zaken waar je rekening mee moet houden. Want honderd pagina’s ‘en toen, en toen, en toen,’ zijn niet heel uitnodigend voor de lezer. Dus worden boeken geschreven, tegengelezen en herschreven. Vaak diverse keren. Gelukkig heb ik een hele lieve coach gevonden die mij gaat helpen mijn verhaal zo op papier te zetten dat het hopelijk ooit een echt boek kan worden. Dat zou toch wel geweldig zijn. Tot die tijd is het voor mij ook een zaak van discipline. En plannen.

Want ik ben erachter gekomen dat schrijven ook vooral een ambacht is. Je moet er tijd voor maken en voor gaan zitten. De woorden komen niet vanzelf vanuit je hoofd op papier. Dat is noeste arbeid. En voor mij, naast mijn drukke baan en mijn drukke privéleven, is dat best een uitdaging. Maar wel een hele leuke uitdaging. En ik weet zeker dat het me gaat lukken.