Prinses op de erwt

Als je lang in een huis woont en je maatje kan heel slecht weggooien, dan heb je echt enorm veel spullen. Zoveel spullen dat er een containertje moest komen om afscheid te nemen van zaken die ik of nooit meer ga gebruiken of waarvan ik niet eens weet waarvoor ze dienen. Niet dat ik ga verhuizen, maar ik werd erg onrustig van al die dingen die maar stof lagen te verzamelen zonder dat ze ook maar van enig nut waren.

Mijn vriendje vond het een goed plan, ook hij wilde in zijn huis wel van wat dingen afscheid nemen. Samen bespraken we wat we het beste weg konden doen. En ineens bedacht ik me, dat oude logeerbed dat ik boven heb staan, dat kan eigenlijk ook best weg. Dat bed is echt al heel oud. Volgens mij heeft mijn jongste zus er als puber in ons ouderlijk huis nog in geslapen. En mijn jongste zus wordt volgend jaar vijftig, kun je na gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Het bed werd uit elkaar gehaald en verhuisde naar de container. Wel was er nog een kleine bijkomstigheid waar ik rekening mee moest houden. Omdat het bed toch nooit gebruikt werd, had Kaatje het zich toegeëigend. Als een ware prinses op de erwt ligt ze er heerlijk op te tukken op de dagen dat ik thuis werk. Er moest dus wel een ander kussen komen. Tenslotte heeft Stef ook zijn eigen kussen voor de thuiswerksessies. Volgende week haal ik een nieuw kussen, besloot ik.

Voordat ik daar toe in de gelegenheid was, werkte ik toch nog een keer thuis. Stef was al op zijn gemak mee naar boven gesukkeld maar Kaatje had het nog te druk met rondscharrelen, beneden. Even later hoorde ik haar naar boven roffelen. Boven aan de trap nam ze een bocht naar rechts en stoof de kamer binnen. En toen hoorde ik een klein meisje vol in de remmen gaan. Want hééé, daar stond toch eerst een bed? Ze kwam eens in mijn werkkamer kijken maar daar lag Stef natuurlijk al languit op zijn kussen. Dus droop ze maar weer af, richting haar eigen plekje. Het werd stil. Even later ging ik voorzichtig kijken. Daar lag ze hoor, vol verontwaardiging. Ze was het er duidelijk niet mee eens. Ach, het meisje, ik heb maar snel een mooi kussen voor haar gekocht.

Oude tijden

Goh, dat was lang geleden, dat ze op de camping waren geweest. Hij had de weg ernaartoe niet eens meer zo herkend. Toen ze het hobbeldebobbel-grind opreden, had hij toch even moeten kijken. Zou het echt zo zijn? Maar inderdaad, ze reden tussen de stenen pilaren de camping op. Hij had wel van het vrouwtje gehoord dat er heel veel veranderd was. Er zouden dus wel niet veel vriendjes zijn. Maar ach, op de camping was altijd wel wat te beleven.

Het vrouwtje sliep met haar vriendje in een huisje dus hij mocht lekker bij het zusje van het vrouwtje logeren, in de caravan. Haar man was altijd wel in voor spelen dus dat was leuk. En meestal mocht hij ook wel even op bed ’s morgens. Nee, de vooruitzichten waren goed.

Jammer wel dat het niet zo’n mooi weer was. Het vrouwtje had nog de broek aan waar ze mee gewerkt had, hm, dat was niet zo slim. Kaatje hoefde maar een keer tegen haar benen te springen en het zag er allemaal niet meer zo schoon uit. Gelukkig vond niemand het erg, Kaatje kreeg niet op haar kop.

Kaatje kreeg wel het hele weekend een andere naam. Ze noemden haar Houdini. Geen idee wie dat nou weer was. Hij dacht wel dat het te maken had met het feit dat Kaatje door ieder klein gaatje kan ontsnappen. En dat meisje kan hard rennen! Dat is echt niet normaal. Alle mensen gingen er dan achteraan maar ze waren allemaal kansloos. Pas als Kaatje terug liep in hun richting, konden ze haar pakken. Maar dan moesten ze wel echt samenwerken. Een keer hurkte de man van vrouwtjes zusje om Kaatje te vangen en het leek er op of Kaatje gewoon over hem heen sprong. Natuurlijk nam ze wel een bocht maar het zag er heel komisch uit. Ach, het vrouwtje zag er niet uit alsof ze het heel erg vond. Ze was alleen maar bezorgd dat Kaatje iets zou overkomen. Stel dat ze tegen een auto aanloopt, daar moet je toch niet aan denken. Dus riepen ze steeds ‘klop, klop, is Houdini vast?’ En dan deden ze pas de tent open.

Hij moet er toch eens achter zien te komen wie die Houdini is.

Het was gezellig. Maar het was ook wel weer vermoeiend. Zes mensen en een klein hondenmeisje in de gaten houden, poeh. Het was een hele roedel. En normaal mag hij niet in de bench, omdat die van Kaatje is, maar nu mocht hij er toch wel een tukje doen. Gelukkig maar, het was soms echt nodig.

Lomp

Ik heb altijd van Stef gezegd, ‘hij is heel lief, maar ook heel lomp.’ Hij doet altijd zijn kop omhoog als jij je vooroverbuigt naar hem. En zijn kop is hard. Bovendien is hij onstuimig. Hij bezorgt me regelmatig blauwe plekken. Maar dat was voor dat Kaatje bij ons kwam wonen. Want ik heb mijn mening over Stef toch echt bij moeten stellen. Hij is nog altijd lief, de liefste hond van de hele wereld. Maar lomp, dat valt eigenlijk best wel mee. Dat dacht ik altijd maar ik had geen vergelijkingsmateriaal. Want als je het over lomp en onbehouwen hebt, dan moet je toch echt bij Kaatje zijn. Ze is eigenlijk een beetje een gespleten persoonlijkheid. Aan de ene kant is het een heel lief en knuffelig meisje. Maar aan de andere kant is het die stuiterbal die met de snelheid van het licht door het hondenluik naar buiten knalt. Wat de reden is dat ik alweer een nieuw deurtje heb moeten bestellen. Het vorige deurtje is overleden. Eerst brak ze de tochtrand af. Die was al niet meer zo sterk omdat ze die net nadat het deurtje was geplaatst al onderhanden had genomen. De duct-tape heeft het toch nog een paar maanden gehouden. Maar nu was het weer klaar. Dus ik nam me voor om een nieuw te bestellen. De klep zat er nog dus het tochtte alleen maar een beetje langs de randen.

Het voornemen werd al snel urgent. ’s Avonds brak ook de klep in stukken en zat er weer een groot gat in mijn achterdeur. Nog een geluk dat het geen winter is.

Stef en Kaatje zelf vinden het wel makkelijk, ze kunnen nu helemaal eenvoudig naar buiten. En ik vertrouw er maar op dat er geen vreemde dieren naar binnen komen. ’s Nachts sluit ik het gat toch maar voor de zekerheid af. Stel je voor dat je ’s morgens beneden komt en er ligt een vreemde kat op de bank te tukken. Het zou al snel een heel spektakel worden, met Stef die de indringer zo snel mogelijk weer naar buiten wil hebben.

Er zijn aluminium deurtjes, maar die passen dan weer net niet in het gat dat er nu eenmaal al in de achterdeur zit. Voorlopig ben ik dus veroordeeld tot de kunststof exemplaren. Die ieder jaar wel weer vervangen zullen moeten worden. Het is niet anders.

Oud mannetje

Hij wordt nu echt een oude man, mijn grote vriend Stef. Niet alleen door zijn grijze snoet maar ook door zijn gedrag. Hij hoeft niet zo nodig meer uren te lopen en hij hoeft ook niet meer te rennen. Als je hem van de riem laat, rent hij voor de vorm een stukje en komt dan weer gezellig bij je lopen. Hij vindt het heerlijk om op zijn comfortabele (nieuwe) kussen naast mijn bureau te liggen als ik thuis aan het werk ben. Ach, hij is tenslotte ook al elfenhalf jaar oud. Voor een hond een hele leeftijd.

Omdat ik vond dat hij ook af en toe wat stram ging lopen, maakte ik toch maar een afspraak bij de dierenarts. Want tja, het kan natuurlijk goed zijn dat hij beginnende artrose heeft. Ik zou er niet van staan te kijken. En ik snap dat daar weinig aan te doen is maar wellicht kunnen we hem iets geven om hem te ontlasten. Want mijn ventje mag natuurlijk geen pijn hebben. Dat zou vreselijk zijn.

Dus mocht hij vrijdag mee. Zonder Kaatje. Dat vond hij prima, dat kleine drakenkind mag toch al altijd mee. Het is ook wel eens lekker om zo samen met het vrouwtje op pad te gaan. Tot ik hem zag denken ‘Ai, maar dat was niet de bedoeling. Gingen ze weer naar dat gebouw waar het zo raar ruikt. En waar mensen steeds in zijn lijf knijpen of rare dingen in zijn neus spuiten. Laatst hadden ze gewoon een stuk van zijn haar afgeschoren. En het duurde toch lang voordat dat weer was aangegroeid, onvoorstelbaar.’ Arme hond, zo voor de gek gehouden.

En dan zie je toch weer wat een superhond mijn Stefke is. Hij doet niet lelijk en stapt gelaten mee naar binnen. Hij bromt niet, gromt niet en is gewoon lief voor iedereen die hij tegenkomt. Hij vindt het wel allemaal superspannend en dat is te horen. Maar dat levert hem ook weer snoepjes op want alle assistentes vinden hem schattig. De stinkerd.

Helaas werd er inderdaad beginnende artrose geconstateerd. In diverse gewrichten. En dus gaat Stef aan de medicatie. Over twee weken gaan we weer terug om het vervolgtraject te bespreken. Het maakt me niet uit wat dat is. Als Stef er maar wel bij vaart. Want ik wil hem nog lang niet kwijt, mijn mannetje.

Dat ze dat durft…..

Kaatje is soms echt heel ondeugend. Dat ziet hij wel. Ze doet dingen die hij nog nooit gedurfd heeft. En hij is toch echt geen bangerik. Hij heeft best ook al vaak op zijn kop gehad. Maar dat was meestal omdat hij op de camping ook graag bij andere mensen ging kijken terwijl hij eigenlijk op zijn eigen plaatsje moest blijven. Alleen de dingen die Kaatje doet, poeh. Ze loopt niet meer weg als het vrouwtje roept, dat scheelt dan wel weer.  

Toch is echt goed luisteren nog niet haar sterkste kant. Zeker in de tijd dat ze loops was. ‘Bananen in haar oren,’ zei het vrouwtje. Dat snapte hij niet, hij zag geen bananen. Hij dacht wel dat het vrouwtje bedoelde dat Kaatje niet luisterde maar helemaal zeker wist hij het niet. Een keer was ze wel weggelopen toen ze naar bed gingen. Ze wilde niet in de bench en ging zich achter in de tuin verstoppen. Toen het vrouwtje alle lichten had uitgedaan en gewoon naar boven was gegaan, kwam ze toch maar weer naar binnen. Buiten slapen is ook niet zo fijn. 

Maar het ergste was toch wel laatst. Het vrouwtje had bezoek gehad en dan zet ze meestal wel wat hapjes op tafel. Kaatje en hij hadden ook een stukje worst gehad dus dat was wel lekker. Toen de gasten weggingen en het vrouwtje mee naar de voordeur liep, vergat ze haar stoel onder de tafel te schuiven. En oh, echt, Kaatje sprong op de stoel en daarna op de tafel en ging gewoon de overgebleven worstjes opeten. Dat kan echt niet, dat snapt toch iedereen. En ze stond er nog gewoon toen het vrouwtje terugkwam. Oei, toen werd ze toch wel aan haar nekvel naar haar bench gebracht. Het vrouwtje mopperde echt. Ze trok wel een heel raar gezicht erbij, net of ze een lach in moest houden. Maar dat zal wel niet, ze zal toch echt wel boos zijn geweest. Kaatje moest tenminste nog wel even in de bench blijven. Hij had zelf ook wel een stukje worst gelust maar zelfs hij kreeg niks. Kaatjes schuld, dat weet hij zeker. 

Onvoorstelbaar, dat kind. Hij weet niet of het ooit nog goed komt. ‘Er zit maar één ding op,’ zoals een zus van het vrouwtje altijd zegt, ‘heel veel van houden 😊.’ 

Evil sister

Volgende maand wordt ze al een jaar, dat kleine meisje. Ze heeft wel echt haar plaatsje ingenomen in het huis, dat is zeker. Hij ligt bijna nooit meer alleen op de bank, ze ligt er normaal gesproken wel bij. Tegen hem aan of over hem heen. Wel gezellig maar soms is ze ook wel een beetje veel. En ze is heel snel, overal mee. Ze kan heel hard lopen, hij kan haar echt niet meer bijhouden. Dus doet hij dan maar net of hij even ergens aan moet snuffelen en dat hij expres stopt. Dan valt het niet zo op. Thuis ook, als hij bij het vrouwtje op schoot wil springen en hij moet even een aanloopje nemen, dan is ze hem al voor. En dan kan ze zo triomfantelijk kijken, dat is echt heel erg. Gelukkig zet het vrouwtje haar dan wel op de grond hoor, en mag hij op schoot. Stel je voor, dan kon hij nooit meer bij het vrouwtje zitten.

Verder is het ook wel heel gezellig. En eigenlijk maakt zo ook niet veel meer stuk. Alleen haar eigen speeltjes en de grote hondenmand. Die is van riet en daar knaagt ze graag aan. Dat vindt het vrouwtje niet zo heel erg, liever de mand dan de stoelpoten. Alleen had het vrouwtje zich laatst wel vergist. Een grote plant moest een grotere pot en toen had het vrouwtje ook daarvoor een rieten mand gekocht. Ja, dat was niet zo slim natuurlijk. Want Kaatje snapte niet dat je daar niet aan mocht knagen. Hij was met het vrouwtje weggeweest en toen ze thuiskwamen lag heel de vloer bezaaid. Nu staat de plant in een stenen pot, dat is veiliger.

Het enige is dat ze nog wel heel onstuimig is. Ze was laatst weggelopen, zomaar. Het vrouwtje was wel erg geschrokken want het was donker en ze liep echt gewoon de hoek om. Hij denkt niet dat ze nu nog ooit een keer los mee mag. Het vrouwtje heeft in ieder geval een nieuw tuigje voor haar gekocht. Een geel tuigje, wel weer heel opvallend. Gelukkig krijgt hij altijd gewoon mannelijke kleuren. Maar het staat haar leuk, dat dan weer wel.

Nee, in het begin had hij zo zijn bedenkingen maar nu vindt hij het toch wel heel fijn, zo’n vriendinnetje. Het vrouwtje noemt haar zijn ‘evil sister’, dat snapt hij niet zo goed maar het zal wel een koosnaampje zijn. Net als Kaat Mossel.

Kaatje op strafkamp

Kaatje heeft op dit moment een leeftijd dat er enorme bananen in haar oren zitten. Ze kan er niks aan doen maar dat zorgt er voor dat ze echt niet kan luisteren. Ze wil het wel, maar ze kan het gewoon niet. Het is onmogelijk. En omdat ze het ook allemaal niet kan uitleggen, moet ze soms haar toevlucht nemen tot haar laatste redmiddel. Althans, dat denkt ze. En zo kon het gebeuren dat ze van mij iets moest doen dat ze niet wilde en dat ze me in mijn hand beet. Niet heel hard, maar venijnig en om me te corrigeren. En dat, dat was natuurlijk wel heel fout.

Ik overlegde met de dame van de hondenclub en Kaatje ging op strafkamp. Niet zomaar een snoepje, niet zomaar een aai over haar bol en Kaatje maakte niet meer zelf uit wanneer ze op schoot wilde zitten. Alleen maar een beloning als ze braaf was geweest. Ach, het hondje wist niet wat haar overkwam. Het viel voor mij ook niet mee hoor, ik zag een heel zielig en eenzaam hondje op de bank zitten. Helemaal alleen. Natuurlijk was dat helemaal niet zo, want als er één hondje niet zielig is, dan is het Kaatje wel, maar ze kan heel goed toneelspelen, die kleine meid.

Maar, ik moet zeggen, het werpt wel zijn vruchten af. En als ze denkt, nu kan het wel weer, dan wordt de lijn weer aangehaald. En gaat ze weer op strafkamp. Net zo lang tot ze het leert. En als het nodig is, ga ik om echte hulp vragen. Want ondanks het feit dat het een heel lief meisje is, moet ze toch echt wel gaan luisteren.

En natuurlijk gieren ook de hormonen door dat kleine lijfje. De eerste loopsheid zal niet zo heel lang meer op zich laten wachten. ‘Gelukkig’, wil ik bijna zeggen. Niet dat ik daar naar uitkijk maar ik hoop dat ze daarna weer wat rustiger wordt. Dat de grootte van de bananen wat gaat afnemen. En dat ze niet meer iedere keer pontificaal op Stef zijn kop gaat zitten. Arm beest. Hij heeft er ook wat mee te stellen.

Hoog risico hond

Eens in de zoveel tijd steekt de aloude discussie weer de kop op. ‘Moeten er maatregelen getroffen worden ten aanzien van Hoog Risico honden?’ Als bezitter van twee Engelse Staffordshire Bullterriërs gaat mij dat natuurlijk aan. Want Stef en Kaatje staan op die lijst. Meestal sta ik daar niet bij stil maar soms word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Want gaan we het fokken van die honden verbieden? Moeten ze voortaan een muilkorf gaan dragen? Of moeten de eigenaars van die honden misschien verplicht op training? Dat laatste zou ik best wel billijk vinden. Ik ben er nl. van overtuigd dat het niet ligt aan de honden maar aan de baasjes. Een potente hond als een Stafford, of een van de andere honden op de lijst, is heel makkelijk te verpesten.

Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn honden nooit iets zullen doen. Helemaal niet. Ik wil alleen maar zeggen dat ik als eigenaar altijd verantwoordelijk ben. In de tijd dat mijn maatje en ik naar de camping in de Ardennen gingen, kwamen er vaak kinderen langs ons plekje lopen. Regelmatig vroegen ze, ‘mag ik de hond aaien?’ Dat mocht altijd. We bleven er bij en Stef liet het zich heerlijk welgevallen. Andere keren werd er gevraagd, ‘mogen wij Stef uitlaten?’ En dat mocht niet van ons. Nooit. Stel je voor. Je weet niet wat er gebeurt, de hond kan schrikken, het kind kan schrikken. En als Stef zich gaat verdedigen dan gaat het echt fout. Ik moet er niet aan denken, ik zou het mezelf nooit vergeven.

Als ik dan lees dat mensen een kruipende baby alleen in de kamer laten met een hond. Ik weet niet hoor, maar hoe dom kun je zijn. Een hond ziet een baby of een peuter als iemand die onder hem staat in de roedel. Die dus gecorrigeerd mag worden. En dat kan best lang goed gaan, maar dat kan ook weleens helemaal fout gaan. En dan zijn er alleen maar verliezers. Het kind, de ouders, de grootouders en ook de hond.

Daarom ben ik altijd alert. Want ik moet er niet aan denken dat ik met Stef of Kaatje naar de dierenarts moet. Ik moet het verstandigste zijn want de hond trekt altijd aan het kortste eind.

Logeren

Soms gaat het vrouwtje wel eens op vakantie en dan moet hij gaan logeren. Meestal gaat hij dan naar de zus van het vrouwtje en haar vriend. Dat is wel supergezellig want daar wordt hij toch wel wat meer verwend dan door het vrouwtje. Vooral die vriend is wel vaak in voor een spelletje of een extra snoepje. Hij is alleen benieuwd hoe dat nu gaat met Kaatje. En of die dan ook mee mag. Want hij had het vrouwtje gehoord over een week Texel. En dat hij dan niet mee kon. Hmm.

Gelukkig bleek dat Kaatje ook mee mocht gaan logeren. Daar was hij wel blij om. Het was af en toe wel een lastig kind, maar hij kon haar toch niet zo heel goed missen. Hij hoopte alleen wel dat ze zich zou gedragen. Want daar mankeerde het toch nog wel eens aan hoor. Kaatje keek vaak toch nergens naar. Jeetje, en dan zouden ze misschien wel niet meer terug mogen komen.

Op zondagmiddag had het vrouwtje de spullen in de auto gezet en waren ze op pad gegaan. Uit logeren. Er stond zelfs een splinternieuw zwembad voor hen klaar. Het vrouwtje moest er om lachen. “Verwen ze maar”, zei ze, “dan willen ze straks niet meer weg.” Nou, eerst maar eens kijken of Kaatje wel mocht blijven. Ze liep in ieder geval al rond alsof ze er al honderd keer geweest was. Zelf liep hij ook wel door de tuin maar hij keek toch altijd wel een beetje uit. Maar Kaatje niet, die banjerde gewoon overal doorheen. Hij hield zijn hart vast.

De rest van de week gedroeg ze zich niet veel beter. Er stonden twee mooie ligstoelen buiten en daar lag de prinses op de erwt dan uitgebreid haar snoepjes op te eten. Als een echte dame. En als ze dan op waren, liet ze een boer alsof ze een oude zeekapitein was. Hij was eigenlijk blij dat ze allebei beneden sliepen en dat boven de tussendeur dan dicht was. Want Kaatje snurkte ook als een walrus. Echt, dat zo’n klein meisje zoveel lawaai kon maken. Onvoorstelbaar. En zelf had ze er natuurlijk geen erg in, nee, zij niet.

Maar ze zijn er volgens hem niet boos om. De zus van het vrouwtje stuurt wel steeds foto’s op maar dan moet ze er toch ook wel om lachen. Gelukkig maar. Want er zijn niet zo veel adressen waar voor hem speciaal worstjes worden gebarbecued. En het zou toch wel erg zijn als Kaatje daar roet voor in het eten zou gooien.

Duidelijk aanwezig

Je zou toch denken dat zo’n klein meisje maar een beetje ruimte nodig heeft. Maar nee hoor, ze gaat gewoon midden op de bank liggen. Hij had bijna geen plaats meer. Ze had gewoon haar knuffel meegenomen en lag zielstevreden te snurken. Nou ja. Gelukkig vindt het vrouwtje wel dat hij ook op de bank mag. Ze legde Kaatje in het hoekje zodat hij in zijn eigen hoekje kon. Maar ja, dat vond ze natuurlijk weer niet gezellig. Ze kwam gelijk bij hem liggen. Dat is wel een beetje wennen hoor. Het is wel fijn maar ook een beetje lastig. Want Kaatje ligt niet stil, die blijft maar wiebelen. En dan kan hij ook niet rustig liggen. Pffff. Soms ligt ze gewoon boven op hem. En als hij dan van de bank gaat en op het grote kussen gaat liggen, komt ze er meestal achteraan. Want het lijkt wel of ze per se bij hem wil zijn. Ach ja, ze heeft wel een grote mond maar het is eigenlijk ook nog maar een klein meisje.

Laatst was het vrouwtje wel een beetje klaar met haar. Ze moest een dutje gaan doen omdat ze heel druk was geweest en dat wilde ze niet. Nou, ze ging toch tekeer in haar bench. Hij schaamde zich een beetje. Straks gingen de buren nog mopperen tegen het vrouwtje. Hij hield zichzelf maar stilletjes op de bank. Het vrouwtje ergerde zich wel een beetje, dat zag hij wel. Maar ze gaf het niet toe. Op een gegeven moment ging ze een groot badlaken halen. Hij keek een beetje verbaasd toe, wat ging ze daar nou mee doen? Ze hing het gewoon over de bench, alsof Kaatje een papegaai was. Maar het hielp wel, het werd stil in het kooitje. Het vrouwtje liet haar gewoon een uur liggen zeg. En toen ze een hele tijd stil was geweest mocht ze er pas uit. Ze was er gewoon van onder de indruk, dat zag hij wel. Hij nam haar maar even mee naar buiten, samen in het zonnetje liggen. Toen was het al gauw weer over, ze wilde al snel weer met de bal spelen.

Ze wordt ook wel groot, die kleine. Ze past helemaal niet meer in de reisbench waar ze ’s nachts altijd in sliep. Dus nu moet ze beneden slapen, in de grote bench. Hij was wel even bang dat het vrouwtje hem dan ook voortaan beneden zou laten slapen. Nu heeft hij nog altijd zijn eigen plekje op de slaapkamer. Maar dat was gelukkig niet zo. Want hoe gezellig hij het ook heeft met Kaatje, voor het vrouwtje moet hij wel blijven zorgen. Tenslotte blijft hij haar grote vriend.