Zorgzaam, deel 1

Ik ben niet van de zorg. Ben er ook niet handig in. Ik heb huizenhoog respect voor mijn jongste zus die dat wel is. Zij maakt dingen mee die ik in mijn werk nog nooit heb gezien. Als de mensen waar ik voor werk dat zouden doen, zou ik denk ik gillend weglopen. Of heel hard gaan lachen, dat kan natuurlijk ook.

Maar sinds kort ben ik tegen wil en dank wat meer ingeburgerd geraakt in de wereld van de verzorgingstehuizen. Een oud familielid heeft zijn heup gebroken en is daarna opgenomen op een psycho-geriatrische afdeling van een verzorgingstehuis. Hij raakte steeds verder in de war en het was niet verantwoord om hem nog langer zelfstandig te laten wonen. Gelukkig was er snel plaats.

Dus ging ik, op een vrijdagmorgen, heel optimistisch even verhuizen. Hoe lastig kon het zijn, je zet de man in zijn rolstoel, duwt hem van de ene afdeling naar de andere en zorgt dat zijn spulletjes over komen. Natuurlijk wist ik dat er wat meubels van thuis gehaald moesten worden maar ach, dat was ook een kleine moeite, toch. Maar het liep weer heel anders dan ik in mijn onschuld had gedacht. Want in zo’n kamer staat echt helemaal niks. Ja, een bed, maar dat is dan ook echt alles. Ik weet niet wat ik had verwacht, misschien een stoeltje, krukje, tafeltje maar nee, niks van dat al. Het was gewoon zielig om de arme man daar achter te laten. Dus zeulde ik hem maar mee naar de woonkamer. Hij stribbelde niet eens veel tegen terwijl hij eigenlijk niet van de vreemde mensen is. Waarschijnlijk was hij zo van zijn stuk dat het hem niet opviel.

Mij wel, het gezelschap dat er zat was heel bijzonder. We werden uitgebreid bestudeerd en welkom geheten. Ik liep nog een paar keer op en neer om spullen te halen. Daarna beloofde ik om zo snel mogelijk spullen van thuis te brengen. En werd ik door de hele goegemeente uitgezwaaid.

Er wordt wel gezegd ‘onze lieve heer heeft rare kostgangers,’ maar ik hou het voorlopig maar bij ‘onze lieve heer heeft een heel vreemd gevoel voor humor.’ En dat bedoel ik helemaal niet respectloos. Absoluut niet. Wordt vervolgd.

Nieuw werkwoord

Soms leer je ineens een nieuw werkwoord waarvan je denkt, “ja, precies, dat klopt helemaal”. Zo kwam ik onlangs het woord ‘graniolen’ tegen. Nooit van gehoord. Ik las het in een column die Miriam had geschreven voor het tijdschrift Saar. Een tijdschrift voor vrouwen boven de 50 die zichzelf nog niet zien als oud en grijs. Een doelgroep waar ik, denk ik, hoop ik, wel bij hoor. Want inderdaad, ik ben boven de 50, al een eindje, maar in mijn hoofd ben ik toch nog steeds 40. Uiteraard voelt het soms wat anders als ik uit bed stap, maar na een rondje hondjes ben ik er toch weer helemaal bij.

Graniolen dus, een samentrekking van Granny en Gladiolen. Wat zoveel betekent als ‘iemand het gevoel geven dat hij of zij al heel oud is’. Het overkomt je als je voor de eerste keer ‘U’ en ‘mevrouw’ wordt genoemd. Of als mensen voor je opstaan zodat jij kunt gaan zitten. Of als je jonge collega je meewarig aankijkt als je problemen hebt met je laptop. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ik heb zelfs een collega gehad die bij domme opmerkingen van mij riep “yes, weer een voor de boomer-bingo”. Hij zag mij als granny en ik schold op hem met achterlijke gladiool. In gedachten dan hè, ik mocht hem graag.

Toch is dat laatste niet zo erg. Het houdt je wel bij de les. Je moet ook niet onbewust verworden tot een oud mens. Want inderdaad, op een gegeven moment ga je ook geluiden maken als je bukt. En dat is eigenlijk wel heel kwalijk, als je er goed over nadenkt. Het belangrijkste is dat je met de nodige dosis zelfspot in de spiegel kunt kijken. En denken, tja, het ziet er toch allemaal wel anders uit, vergeleken met toen ik 18 was. En als je dan van die kreunende geluiden maakt, kun je dat het beste uitvergroten en de draak met jezelf steken. Ik heb gemerkt dat dat ook het beste wordt geaccepteerd.

Maar goed, graniolen. Ik stel voor dat we het werkwoord omarmen. En gebruiken als waarschuwing. Zodat we geen grijze duiven worden. Want die zijn er al genoeg, we noemen hen doorgaans ANWB-stellen. En als ik dan granny moet worden, dan liever toch een kleurrijke.

A.s. zaterdag ga ik weer naar de kapper. Ik zag hier en daar weer een grijze haar tevoorschijn kruipen en dat verschijnsel wordt door mijn kapster op mijn verzoek steeds professioneel de kop in gedrukt. Hulde daarvoor.