Makelaar

Als je dan het besluit hebt genomen dat je je huis gaat verkopen, gaat er ineens een heleboel lopen. Dan worden er afspraken gemaakt en moet je echt aan een heleboel dingen denken. Gelukkig ben ik van de lijstjes. Heerlijk, en dan afvinken wat je al gedaan hebt. Ik hou er van. Want waar je toch een beetje tegenaan loopt, als je alleen woont, is dat je makkelijk wordt. Ach, dan liggen er vier paar schoenen onder een stoel. Niemand die je er om uitlacht of moppert als hij er weer eens over gestruikeld is. Dus toen er een afspraak stond met de makelaar, ben ik de ochtend er voor toch maar een kritisch door mijn huis gaan lopen. Te beginnen bij de zolder, waar ik normaal mijn ijzeren voorraad was en mijn ijzeren voorraad al gewassen spullen heb liggen en hangen. Want je wilt zo’n makelaar ook niet bij de eerste afspraak een weidse blik op je ondergoed gunnen. Toch?

Gelukkig heb ik een lieve dame die mij helpt met het schoonhouden van de boel dus het ziet er altijd wel netjes uit maar het gaat toch om de puntjes op de i. Even de pyjama in een kastje gooien in plaats van over de badrand.

En het wordt nog erger als de fotograaf komt. Alle persoonlijke dingen moeten weg of in de kast. En mensen die mij kennen, weten dat mijn hele huis vol hangt met foto’s. Dat wordt nog een klus. Want ze hangen echt overal. Een aantal foto’s hoeft niet per se mee naar het nieuwe huis dus dat is makkelijk, maar het overgrote deel moet dan toch wel heel voorzichtig in een doos.

Toch is het ook wel eens lekker om met zo’n blik door je huis te gaan. Want wat verzamelt een mens een hoop spullen in de loop van de jaren. Zeker mijn maatje, die was niet van het makkelijk weggooien. ‘Je weet nooit waar je het nog voor kunt gebruiken.’

En inderdaad mijn maatje wist met dingen die ik al lang weg had gegooid toch weer iets handigs te maken. Of iets moois. Ik kan dat niet, handigheid is mij niet aangeboren.

Het huis begint steeds leger te worden. Daardoor wordt het ook steeds makkelijker om afscheid te nemen. En dan is dan weer een voordeel.

Opruimwoede

Je hebt echte opruimgoeroe’s, zoals bijvoorbeeld Marie Kondo, die hele studies hebben gemaakt van ontspullen en hoe je dat volgens allerlei processen kunt doen. Ik ben een simpele ziel, ik ga gewoon weggooien. Volgens de eenvoudige stelregel ‘iets dat je een jaar niet gebruikt hebt, heb je niet meer nodig.’ Natuurlijk moet je daar wel enige nuance in aanbrengen, sommige dingen heb je echt niet nodig maar wil je gewoon bewaren. Omdat het een aandenken is of gewoon omdat je het mooi vindt. Maar ik kan heel gelukkig worden van opruimen. Ruimte in mijn huis geeft me ruimte in mijn hoofd.

Dus onlangs was het weer tijd. Er kwam een containertje en ik ging aan de slag. Volgens Marie Kondo moet je per categorie opruimen maar ik ga gewoon van boven naar beneden. Ik loop mijn zolder rond en beslis daar ter plekke wat er weg kan. Dat was veel, heel veel. Vooral de garage en het zoldertje op de garage hebben het moeten ontgelden. Heerlijk, ik bleef maar spullen in die bak kletteren. De overweging ‘word ik er gelukkig van en mag het daarom blijven’ ging daar helemaal niet op. Het was meer van ‘ha, ik kan er toch niks mee en het staat hier al een eeuwigheid spinrag te verzamelen.’ Soms moet je gewoon afscheid nemen. Bovendien ben ik van het kaliber ‘twee linkerhanden’ dus al die klusspullen zijn aan mij niet besteed. Gereedschap heb ik natuurlijk niet weggegooid. Stel je voor dat ik aan iemand moet vragen mij te komen helpen. Dan moet ik wel goed materiaal hebben. Zoveel heb ik wel geleerd van mijn maatje. Dat hij zelf alles dubbel had, was een ander verhaal.

Eenmaal gevuld, stond de container nog een paar dagen op de oprit voordat hij werd opgehaald. En wat me enorm verbaasde, was de interesse die voorbijgangers hadden in mijn troep. Er werd wat afgegraaid tussen die spullen, onvoorstelbaar. Uitslapen op zaterdagmorgen was er dat weekend niet bij. Om 7.00 uur werd er al gerommeld. De hond, wiens ochtendwandeling het eigenlijk was, stond er ongeduldig bij te kijken.

Het grappigste vond ik de jongeman die kwam aanbellen.

‘Mevrouw, ik ga altijd met mijn oma naar de rommelmarkt. Mag ik kijken of ik wat spulletjes uit uw container kan gebruiken?’

‘Natuurlijk mag dat, ga je gang, als je maar zorgt dat er geen spullen naast de container terecht komen.’

Even laten zag ik hem intens tevreden vertrekken met zijn buit. Toch weer iemand blij gemaakt.

Na het weekend werd de container gelukkig snel opgehaald. Ik werd er toch wat onrustig van, al die mensen die zich bemoeiden met mijn afval. Het was het uiteindelijk wel waard, ik heb weer meer ruimte. Overal.