Lunch op zaterdag

Als je 88 jaar oud bent mogen worden, wordt je wereld wel erg klein. Dat snap ik prima. Dus als mijn moeder iets nieuws moet hebben, neemt ze de gelegenheid te baat om er een dagje uit van te maken. Een nieuwe jas? Eerst lunchen. Een nieuwe lamp?

‘Zullen we gezellig eerst even gaan eten?’

Een winkel bezoeken met mijn moeder groeit altijd uit tot een dagje shoppen. Dat begint al in de ochtend. Ik pik mijn moeder thuis op. Rollator mee. En altijd weer dezelfde mantra.

‘Die kun je inklappen hè.’

‘Ja mam, maar dat hoeft niet bij mijn auto, dat past zo ook.’

Dan samen naar de stad. Meestal gaat mijn jongste zus mee. Naast dat dat gezellig is, is het ook heel praktisch. Zij is veel beter in zorg dan ik. Zij stuurt de rollator van mama ook altijd subtiel de juiste kant uit.

‘We gaan links, mam.’

‘Andere linkse kant.’

‘Zullen we dan maar eerst gaan lunchen?’

De kaart wordt aan een grondig onderzoek onderworpen. Mama ziet niet goed meer dus we lezen gedienstig alle gerechten voor. En even later staat er een bord voor haar waar je met goed fatsoen niet overheen kunt springen. Het eetcafé waar mijn moeder graag naar toe gaat, houdt van royale porties. En een wijntje natuurlijk, dat hoort er bij. Ik kan er zo van genieten. Zelf ben ik halverwege mijn bord klaar met eten maar mijn moeder geniet, babbelt en eet haar hele bordje leeg. Al dan niet met knoeien.

Daarna is het tijd om haar favoriete kledingwinkel weer eens te bezoeken.

‘Ik koop niet zo’n hele dure jas hoor.’

Mijn zus en ik kijken elkaar maar eens aan.

‘Je koopt gewoon een mooie jas, mam, we kijken wat ze hebben.’

‘Ja, maar…’

In de winkel zelf wordt er eigenlijk niet meer naar de prijs gekeken. Gelukkig. Mama kijkt wat ze mooi vindt, vraagt wat wij er van vinden en koopt een mooie jas.

Daarna strijken we nog een keer neer op een terras. Even nog wat drinken en dan naar huis. Ik weet zeker dat mama de rest van de dag op haar gemak in haar stoel zit en nageniet. En ik zak thuis ook al krakend op de bank. Even Stef en Kaatje knuffelen en zelf ook uitrusten. Een dagje winkelen met mama is een behoorlijke uitputtingsslag. Maar wel een hele dankbare.

Oma’s eetclub

Ik kom uit een gezin van vrouwen. Vier dochters, twee kleindochters, geen mannelijke nazaten. En omdat mijn vader, helaas, al vijfentwintig jaar niet meer bij ons is, is het een echt vrouwenbastion. Om dat te vieren, en omdat ze het gewoon ook heel gezellig vindt, wil mijn moeder graag een paar keer per jaar gaan lunchen. Met de dames, zoals zij dat noemt. Het valt nog niet altijd mee om een datum te vinden dat iedereen kan maar met wat goede wil is het nog altijd wel gelukt.

Vorige week was het weer zover. We hadden gereserveerd en iedereen zou om 12.00 uur present zijn. Ik ging mama ophalen, dat is praktisch, haar rollator past prima in mijn auto.

‘Die kun je inklappen hè.’

‘Ja mam, maar dat hoeft niet, dat past zo ook.’  

Toch lief dat ze me daar iedere keer weer op wijst.

Bij het restaurantje aangekomen was het zoals altijd weer passen, meten en puzzelen maar even later zaten we dan toch allemaal. De rollator werd door de vriendelijke eigenaar geparkeerd en we konden gaan beslissen wat we wilden eten. De uitgebreide kaart bood keuze genoeg. Op zo’n moment zie je mijn moeder gewoon genieten. Op de vraag wat ze wilde drinken, kwam ook een gedecideerd antwoord.

‘Ik wil ook graag een glas witte wijn.’

Nou nou, mam. Nee, heerlijk toch. Lekker genieten.

En dat doet mijn moeder dan ook. Ze kijkt, luistert, vertelt. En zeker, het halve restaurant moet verbouwd worden als ze even, aan de arm van mijn jongste zus, naar het toilet moet. Maar hé, als je 87 jaar oud bent, dan mag dat.

Na een paar uur eten, drinken, kletsen en lachen lopen we dan weer terug naar de auto’s. Mijn moeder in het midden. Een van mijn zussen merkte op, ‘daar loop je dan mam, met al je vrouwen.’ En inderdaad, ze was trots. Trots op ons maar ook toch op zichzelf.

Ik weet zeker dat ze de rest van de middag en avond niet veel heeft gedaan. Zo’n middag is best een aanslag en daar moet ze toch even van bijkomen. Maar het is het dubbel en dwars waard. Ik weet zeker dat er een volgende keer komt. Gelukkig.