Kaatje onder het mes

Ach die Kaatje, is ze eindelijk een groot meisje geworden, moet ze onder het mes om daar weer een eind aan te maken. Want tja, ik wil echt geen puppy’s dus waarom zouden we het risico lopen. En een loopse Kaatje was ook niet echt een feest dus maakte ik een afspraak bij de dierenarts. Afgelopen dinsdag was het zover, Kaatje werd gesteriliseerd.

Mijn ervaringen met de dierenartsenpraktijk waar ik al veel jaren kom, zijn erg goed. Ik werd ook weer uitgebreid voorgelicht over wat ik wel en wat ik niet moest doen. Het begon er natuurlijk al mee dat Kaatje nuchter moest komen. Arm meisje, ze heeft ’s morgens een scheurende honger. Net als Stef. Ik had wel bedacht dat ik dan Stef ook pas eten zou geven als ik Kaatje had weggebracht. Anders was het wel heel erg zielig. Stef en Kaatje vonden zichzelf sowieso heel zielig. Want wie had er nou bedacht dat ze geen eten kregen. Dat was toch gewoon mishandeling. Stef stond me verwijtend aan te kijken en Kaatje bleef maar bij het kastje staan waar de bak met brokjes staat.

Bij de dierenarts ging ze braaf op de weegschaal. En daarna vrolijk springend met de assistente mee. Kaatje vindt alles een avontuur dus ze keek niet eens om. Wat heerlijk als je je zo onbevangen overal in stort. Daar stonden we dan, met ons goede gedrag. ‘We bellen tussen twaalf en één, behalve als er iets is, dan bellen we eerder.’ Toch spannend.

Thuis kreeg Stef eindelijk zijn brokken. Hij viel eropaan alsof hij al weken niks te eten had gehad, de aansteller. Daarna kwam het besef dat Kaatje niet mee terug was gekomen. Hé, dat was een beetje raar. Maar goed, het is ook wel lekker om alleen de aandacht te krijgen van het vrouwtje. En dus stiefelde hij vrolijk mee naar boven toen ik daar ging werken. Heerlijk op het kussen, zonder dat je plekje wordt ingepikt als je even bent wezen plassen.

Gelukkig (en ik wilde bijna zeggen natuurlijk) ging het allemaal goed met Kaatje en om twee uur konden we haar weer halen. Heel hip gekleed in een mooi rompertje. En toch nog een beetje wazig van de narcose. Die avond lag ze voornamelijk te slapen. Wat een rustig beestje.

Dat was de dag erna alweer over. Kaatje was er weer. ‘Rustig, rustig.’ Je kunt het beter tegen de stoelpoot zeggen, die luistert beter. Maar het ziet er allemaal mooi uit en Kaatje vindt het prima om het rompertje te dragen. Ze moppert niet en probeert er ook niet aan te trekken. Ach, en ze hoeft het maar anderhalve week aan, dat is niet zo heel lang toch. Ik heb goede hoop dat het ding het redt, tot aan de controle.

Toch ben ik wel trots op mijn kleine meisje. Ze ondergaat het toch allemaal maar en ze moppert nooit. Wat dat betreft is het een echt Staffordje.

Dat ze dat durft…..

Kaatje is soms echt heel ondeugend. Dat ziet hij wel. Ze doet dingen die hij nog nooit gedurfd heeft. En hij is toch echt geen bangerik. Hij heeft best ook al vaak op zijn kop gehad. Maar dat was meestal omdat hij op de camping ook graag bij andere mensen ging kijken terwijl hij eigenlijk op zijn eigen plaatsje moest blijven. Alleen de dingen die Kaatje doet, poeh. Ze loopt niet meer weg als het vrouwtje roept, dat scheelt dan wel weer.  

Toch is echt goed luisteren nog niet haar sterkste kant. Zeker in de tijd dat ze loops was. ‘Bananen in haar oren,’ zei het vrouwtje. Dat snapte hij niet, hij zag geen bananen. Hij dacht wel dat het vrouwtje bedoelde dat Kaatje niet luisterde maar helemaal zeker wist hij het niet. Een keer was ze wel weggelopen toen ze naar bed gingen. Ze wilde niet in de bench en ging zich achter in de tuin verstoppen. Toen het vrouwtje alle lichten had uitgedaan en gewoon naar boven was gegaan, kwam ze toch maar weer naar binnen. Buiten slapen is ook niet zo fijn. 

Maar het ergste was toch wel laatst. Het vrouwtje had bezoek gehad en dan zet ze meestal wel wat hapjes op tafel. Kaatje en hij hadden ook een stukje worst gehad dus dat was wel lekker. Toen de gasten weggingen en het vrouwtje mee naar de voordeur liep, vergat ze haar stoel onder de tafel te schuiven. En oh, echt, Kaatje sprong op de stoel en daarna op de tafel en ging gewoon de overgebleven worstjes opeten. Dat kan echt niet, dat snapt toch iedereen. En ze stond er nog gewoon toen het vrouwtje terugkwam. Oei, toen werd ze toch wel aan haar nekvel naar haar bench gebracht. Het vrouwtje mopperde echt. Ze trok wel een heel raar gezicht erbij, net of ze een lach in moest houden. Maar dat zal wel niet, ze zal toch echt wel boos zijn geweest. Kaatje moest tenminste nog wel even in de bench blijven. Hij had zelf ook wel een stukje worst gelust maar zelfs hij kreeg niks. Kaatjes schuld, dat weet hij zeker. 

Onvoorstelbaar, dat kind. Hij weet niet of het ooit nog goed komt. ‘Er zit maar één ding op,’ zoals een zus van het vrouwtje altijd zegt, ‘heel veel van houden 😊.’ 

Evil sister

Volgende maand wordt ze al een jaar, dat kleine meisje. Ze heeft wel echt haar plaatsje ingenomen in het huis, dat is zeker. Hij ligt bijna nooit meer alleen op de bank, ze ligt er normaal gesproken wel bij. Tegen hem aan of over hem heen. Wel gezellig maar soms is ze ook wel een beetje veel. En ze is heel snel, overal mee. Ze kan heel hard lopen, hij kan haar echt niet meer bijhouden. Dus doet hij dan maar net of hij even ergens aan moet snuffelen en dat hij expres stopt. Dan valt het niet zo op. Thuis ook, als hij bij het vrouwtje op schoot wil springen en hij moet even een aanloopje nemen, dan is ze hem al voor. En dan kan ze zo triomfantelijk kijken, dat is echt heel erg. Gelukkig zet het vrouwtje haar dan wel op de grond hoor, en mag hij op schoot. Stel je voor, dan kon hij nooit meer bij het vrouwtje zitten.

Verder is het ook wel heel gezellig. En eigenlijk maakt zo ook niet veel meer stuk. Alleen haar eigen speeltjes en de grote hondenmand. Die is van riet en daar knaagt ze graag aan. Dat vindt het vrouwtje niet zo heel erg, liever de mand dan de stoelpoten. Alleen had het vrouwtje zich laatst wel vergist. Een grote plant moest een grotere pot en toen had het vrouwtje ook daarvoor een rieten mand gekocht. Ja, dat was niet zo slim natuurlijk. Want Kaatje snapte niet dat je daar niet aan mocht knagen. Hij was met het vrouwtje weggeweest en toen ze thuiskwamen lag heel de vloer bezaaid. Nu staat de plant in een stenen pot, dat is veiliger.

Het enige is dat ze nog wel heel onstuimig is. Ze was laatst weggelopen, zomaar. Het vrouwtje was wel erg geschrokken want het was donker en ze liep echt gewoon de hoek om. Hij denkt niet dat ze nu nog ooit een keer los mee mag. Het vrouwtje heeft in ieder geval een nieuw tuigje voor haar gekocht. Een geel tuigje, wel weer heel opvallend. Gelukkig krijgt hij altijd gewoon mannelijke kleuren. Maar het staat haar leuk, dat dan weer wel.

Nee, in het begin had hij zo zijn bedenkingen maar nu vindt hij het toch wel heel fijn, zo’n vriendinnetje. Het vrouwtje noemt haar zijn ‘evil sister’, dat snapt hij niet zo goed maar het zal wel een koosnaampje zijn. Net als Kaat Mossel.

Kaatje op strafkamp

Kaatje heeft op dit moment een leeftijd dat er enorme bananen in haar oren zitten. Ze kan er niks aan doen maar dat zorgt er voor dat ze echt niet kan luisteren. Ze wil het wel, maar ze kan het gewoon niet. Het is onmogelijk. En omdat ze het ook allemaal niet kan uitleggen, moet ze soms haar toevlucht nemen tot haar laatste redmiddel. Althans, dat denkt ze. En zo kon het gebeuren dat ze van mij iets moest doen dat ze niet wilde en dat ze me in mijn hand beet. Niet heel hard, maar venijnig en om me te corrigeren. En dat, dat was natuurlijk wel heel fout.

Ik overlegde met de dame van de hondenclub en Kaatje ging op strafkamp. Niet zomaar een snoepje, niet zomaar een aai over haar bol en Kaatje maakte niet meer zelf uit wanneer ze op schoot wilde zitten. Alleen maar een beloning als ze braaf was geweest. Ach, het hondje wist niet wat haar overkwam. Het viel voor mij ook niet mee hoor, ik zag een heel zielig en eenzaam hondje op de bank zitten. Helemaal alleen. Natuurlijk was dat helemaal niet zo, want als er één hondje niet zielig is, dan is het Kaatje wel, maar ze kan heel goed toneelspelen, die kleine meid.

Maar, ik moet zeggen, het werpt wel zijn vruchten af. En als ze denkt, nu kan het wel weer, dan wordt de lijn weer aangehaald. En gaat ze weer op strafkamp. Net zo lang tot ze het leert. En als het nodig is, ga ik om echte hulp vragen. Want ondanks het feit dat het een heel lief meisje is, moet ze toch echt wel gaan luisteren.

En natuurlijk gieren ook de hormonen door dat kleine lijfje. De eerste loopsheid zal niet zo heel lang meer op zich laten wachten. ‘Gelukkig’, wil ik bijna zeggen. Niet dat ik daar naar uitkijk maar ik hoop dat ze daarna weer wat rustiger wordt. Dat de grootte van de bananen wat gaat afnemen. En dat ze niet meer iedere keer pontificaal op Stef zijn kop gaat zitten. Arm beest. Hij heeft er ook wat mee te stellen.

Kaatje

Eigenlijk heeft ze het best wel goed getroffen. Ze mag hartstikke veel en met haar grote broer Stef mag ze allerlei avonturen beleven. Ze zijn al naar zee geweest zelfs. Poeh, dat was wel veel water. Maar Stef was er niet bang voor dus ze was er maar gewoon achteraan gehold. Als Stef het kon, mocht zij toch niet achterblijven. En het was gewoon heel leuk. 

Ook mag ze gewoon op de bank liggen. Dat is wel fijn want als ze dan over de leuning gaat hangen, kan ze mooi naar buiten kijken. Ze mag alleen niet blaffen als er mensen langs komen, dat is dan wel weer minder. Niet dat er heel veel mensen langs komen, maar ze wil toch altijd wel even laten merken dat ze er is. 

Met het vrouwtje gaat ze ook naar school. Dat is grappig. Daar zijn heel veel honden waar je mee kunt spelen. De meesten zijn groter dan zij maar dat deert haar niet. Met een aanloop kun je daar best bovenop springen. En meestal schrikken ze dan toch best. Soms, als ze te druk wordt, komt het vrouwtje haar halen. Ze protesteert dan wel maar eigenlijk is het niet zo erg. Want dan kan ze lekker afkoelen in het bad zonder dat ze gezichtsverlies lijdt. Het is ook leuk om het vrouwtje te plagen. Dan doen ze een oefening waarbij ze moet blijven zitten als het vrouwtje met haar rug naar haar toe wegloopt. Ha, ze loopt dan stiekem iedere keer mee. Maar laatst had het vrouwtje het daarover met de mevrouw van de hondenschool dus er zal wel iets gaan gebeuren. Hmm.  

Ze heeft ook al zo’n rare band om haar neus gekregen. Als ze dan aan de riem trekt, buigt haar hoofd naar beneden. Nou, dan ben je zo klaar met trekken. Dat is echt niet grappig.  

Wel was het vrouwtje laatst echt boos, dat zag ze wel. Ze had nl. voor de tweede keer in een week tijd de hondendeur kapot gemaakt. Ze kreeg niet op haar kop hoor, dat niet, want het vrouwtje had niet gezien dat ze dat had gedaan. Maar het vrouwtje was niet blij, dat was wel duidelijk. Ze heeft zich voorgenomen om daar nu maar af te blijven. Stel je voor dat ze overdag niet meer los in huis mag blijven. Dat zou toch wel heel vervelend zijn. Dan kan ze niet meer lepeltje – lepeltje tukken op de bank met Stef. 

Hoog risico hond

Eens in de zoveel tijd steekt de aloude discussie weer de kop op. ‘Moeten er maatregelen getroffen worden ten aanzien van Hoog Risico honden?’ Als bezitter van twee Engelse Staffordshire Bullterriërs gaat mij dat natuurlijk aan. Want Stef en Kaatje staan op die lijst. Meestal sta ik daar niet bij stil maar soms word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Want gaan we het fokken van die honden verbieden? Moeten ze voortaan een muilkorf gaan dragen? Of moeten de eigenaars van die honden misschien verplicht op training? Dat laatste zou ik best wel billijk vinden. Ik ben er nl. van overtuigd dat het niet ligt aan de honden maar aan de baasjes. Een potente hond als een Stafford, of een van de andere honden op de lijst, is heel makkelijk te verpesten.

Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn honden nooit iets zullen doen. Helemaal niet. Ik wil alleen maar zeggen dat ik als eigenaar altijd verantwoordelijk ben. In de tijd dat mijn maatje en ik naar de camping in de Ardennen gingen, kwamen er vaak kinderen langs ons plekje lopen. Regelmatig vroegen ze, ‘mag ik de hond aaien?’ Dat mocht altijd. We bleven er bij en Stef liet het zich heerlijk welgevallen. Andere keren werd er gevraagd, ‘mogen wij Stef uitlaten?’ En dat mocht niet van ons. Nooit. Stel je voor. Je weet niet wat er gebeurt, de hond kan schrikken, het kind kan schrikken. En als Stef zich gaat verdedigen dan gaat het echt fout. Ik moet er niet aan denken, ik zou het mezelf nooit vergeven.

Als ik dan lees dat mensen een kruipende baby alleen in de kamer laten met een hond. Ik weet niet hoor, maar hoe dom kun je zijn. Een hond ziet een baby of een peuter als iemand die onder hem staat in de roedel. Die dus gecorrigeerd mag worden. En dat kan best lang goed gaan, maar dat kan ook weleens helemaal fout gaan. En dan zijn er alleen maar verliezers. Het kind, de ouders, de grootouders en ook de hond.

Daarom ben ik altijd alert. Want ik moet er niet aan denken dat ik met Stef of Kaatje naar de dierenarts moet. Ik moet het verstandigste zijn want de hond trekt altijd aan het kortste eind.

Met de deur in huis vallen

Mijn grote vriend Stef is niet het toonbeeld van subtiliteit. Nooit geweest ook. In wezen is hij eigenlijk een beetje lomp. Heel lief, maar lomp. Hij bezorgt je in een handomdraai een blauwe plek waar je u tegen zegt. Toen Kaatje dus bij mij kwam wonen, had ik niet het idee dat ik nog een grotere sloper in huis zou halen. Bovendien, Kaatje is een meisje, die zal toch wel een beetje subtieler zijn.

Ha, dat had ik gedacht. Stef heeft in zijn tijd echt wel dingen kapot gemaakt. Het dure outdoor hondenkussen dat we hadden gekocht, was in een middag veranderd in een hoopje vodden. Het leek wel of er een grote sneeuwbui door de huiskamer was getrokken. Stef zat er trots bij te kijken. ‘Heb ik gedaan!’ Maar Kaatje, nee, die spant echt de kroon. De hondenmand laat ze met rust. Maar dat is denk ik meer omdat het Stef zijn domein is. Voor de rest heeft ze helemaal nergens ontzag voor.

Het kind is ook nergens bang voor. Ze stort zich met volle overgave in alle avonturen die op haar pad komen. En als ze denkt dat die avonturen misschien wel buiten plaatsvinden, dan rent ze met volle vaart door het hondenluik. Remmen? Nooit van gehoord!

Op een gegeven moment zat er zelfs een scheurtje in het kunststof. Ach, dacht ik, het is ook al niet zo nieuw meer. Ik koop tegen de winter wel een nieuw exemplaar. Inmiddels ben ik daar maar van afgestapt. De winter gaat het deurtje niet halen. Het hangt aan elkaar van duct-tape en de afsluitrand aan de buitenkant is zelfs al helemaal afgebroken. Dat heeft Stef in zijn elfjarige leven nog niet voor elkaar gekregen.

En wat nog erger is, Kaatje is amper te straffen. Als ze stout is geweest, en dat weet ze heel goed, loopt ze zelf al vast naar de bench. ‘Want daar zal ik dan toch wel weer in moeten.’ Dat is dan ook zo, maar twee minuten later hoor ik haar dan heel tevreden snurken. En als ze er uit mag, kijkt ze vol verwachting uit naar nieuwe avonturen. Het enige dat helpt, dat vindt ze echt heel erg, is negeren. Want ja, het is wel een vrouw natuurlijk, en die worden niet graag over het hoofd gezien.

Het zal heus wel goedkomen, ze is een puber en haar hormonen zitten ook in de weg. Maar soms kijken Stef en ik elkaar aan en dan denken we: ‘wat hebben we toch in huis gehaald.’

Killer Kaatje

Soms houdt hij toch wel zijn hart vast hoor. Dan is Kaatje echt heel stout. Laatst had ze zelfs toen het vrouwtje niet thuis was de plant op de standaard ondersteboven getrokken. Met standaard en al. Ze kan al best hoog springen. Maar ja, je zal maar lekker uit eten zijn geweest en dan bij thuiskomst gelijk aan het ruimen kunnen. Hij zou het zelf ook niet leuk vinden. Gelukkig staat de plant nu heel hoog en stevig, ze kan er nu echt niet meer bij. Maar sjongejonge, je moet er wel echt rekening mee houden hoor. En het vrouwtje geeft haar niet eens op haar kop als ze dingen doet als het vrouwtje niet thuis is. Hij weet niet of hij zelf ook zoveel geduld zou hebben.

Hij moppert in ieder geval wel op haar als het nodig is. Pas geleden heeft ze er voor gezorgd dat de hondendeur kapot is gegaan. Hij wilde naar binnen gaan maar Kaatje dacht dat ze nog wel even eerst kon. Toen zaten ze samen klem en bij het loswringen is het hele deurtje gescheurd. En wat nog erger was, zijn pootje had zo lelijk vast gezeten dat hij nog een paar dagen mank heeft gelopen. En dat is niet zo erg maar dan is het vrouwtje zo voorzichtig met hem. Dan mag hij niet ver lopen en eigenlijk niet springen. Ze zouden eigenlijk op zondag met Rakker gaan wandelen langs het water maar zelf dat had ze afgezegd. Lekker dan, en allemaal Kaatjes schuld.

Niet dat ze zich er iets van aantrok, wel nee. Ze gaat gewoon door met lawaai maken en boven op hem zitten. Ach, eigenlijk is het ook wel grappig hoor, als ze zo stout is. Stiekem moet hij dan wel een beetje lachen. Dan roept het vrouwtje haar en dan doet ze net of ze komt. En als ze er dan bijna is, schiet ze weg en gaat ze in de tuin onder de hortensia’s zitten. Er daar kan het vrouwtje niet bij. Hij ziet wel dat het vrouwtje dan moeite heeft haar lachen in te houden. En dan krijgt Kaatje toch wel straf, dan moet ze in de bench. Niet dat ze dan onder de indruk is maar ze vindt het wel lastig. Want dan kan ze niet verder spelen.

Het is wel een heel ander leven hoor, dat het vrouwtje en hij nu hebben. Die kleine praatjesmaker zorgt wel voor avonturen iedere dag. Killer Kaatje, noemt het vrouwtje haar, omdat ze steeds armen en benen van haar knuffels aftrekt. Tja, zo zijn de meeste seriemoordenaars begonnen. Hij is benieuwd wat ze morgen weer verzint.

Logeren

Soms gaat het vrouwtje wel eens op vakantie en dan moet hij gaan logeren. Meestal gaat hij dan naar de zus van het vrouwtje en haar vriend. Dat is wel supergezellig want daar wordt hij toch wel wat meer verwend dan door het vrouwtje. Vooral die vriend is wel vaak in voor een spelletje of een extra snoepje. Hij is alleen benieuwd hoe dat nu gaat met Kaatje. En of die dan ook mee mag. Want hij had het vrouwtje gehoord over een week Texel. En dat hij dan niet mee kon. Hmm.

Gelukkig bleek dat Kaatje ook mee mocht gaan logeren. Daar was hij wel blij om. Het was af en toe wel een lastig kind, maar hij kon haar toch niet zo heel goed missen. Hij hoopte alleen wel dat ze zich zou gedragen. Want daar mankeerde het toch nog wel eens aan hoor. Kaatje keek vaak toch nergens naar. Jeetje, en dan zouden ze misschien wel niet meer terug mogen komen.

Op zondagmiddag had het vrouwtje de spullen in de auto gezet en waren ze op pad gegaan. Uit logeren. Er stond zelfs een splinternieuw zwembad voor hen klaar. Het vrouwtje moest er om lachen. “Verwen ze maar”, zei ze, “dan willen ze straks niet meer weg.” Nou, eerst maar eens kijken of Kaatje wel mocht blijven. Ze liep in ieder geval al rond alsof ze er al honderd keer geweest was. Zelf liep hij ook wel door de tuin maar hij keek toch altijd wel een beetje uit. Maar Kaatje niet, die banjerde gewoon overal doorheen. Hij hield zijn hart vast.

De rest van de week gedroeg ze zich niet veel beter. Er stonden twee mooie ligstoelen buiten en daar lag de prinses op de erwt dan uitgebreid haar snoepjes op te eten. Als een echte dame. En als ze dan op waren, liet ze een boer alsof ze een oude zeekapitein was. Hij was eigenlijk blij dat ze allebei beneden sliepen en dat boven de tussendeur dan dicht was. Want Kaatje snurkte ook als een walrus. Echt, dat zo’n klein meisje zoveel lawaai kon maken. Onvoorstelbaar. En zelf had ze er natuurlijk geen erg in, nee, zij niet.

Maar ze zijn er volgens hem niet boos om. De zus van het vrouwtje stuurt wel steeds foto’s op maar dan moet ze er toch ook wel om lachen. Gelukkig maar. Want er zijn niet zo veel adressen waar voor hem speciaal worstjes worden gebarbecued. En het zou toch wel erg zijn als Kaatje daar roet voor in het eten zou gooien.