Hondentaal

Af en toe, of eigenlijk niet eens af en toe, kan ik me enorm verbazen over hoe mensen met hun eigen hond omgaan. Honden die niet meer terecht worden gewezen maar zelf mogen uitmaken wat ze willen.

‘Wil je niet wachten? Dan lopen we toch gewoon door.’

Kaatje en Stef hebben geleerd dat ze bij een stoeprand moeten gaan zitten als we zeggen; ‘wacht’. Oké, bij Stef zien we het door de vingers als hij een beetje halfslachtig wiebelt. Zijn heupen zijn niet zo heel soepel meer. Maar hij blijft wel keurig staan. Niet omdat ik dat nou zo graag wil maar omdat ik zeker wil weten dat er geen verkeer aan komt.

Daarom lopen ze eigenlijk ook nooit los in een drukke omgeving. Kaatje mag geregeld mee de polder in. Dan kan ze even heel hard rennen. Maar in de woonwijk bij ons gaat ze gewoon aan de lijn.

Pas liepen we door de polder. Kaatje had wel even los mogen lopen maar ik spotte een hond, ook los, die gelijk gefocust was. En dus ging Kaatje vast. Het was een jonge Cane Corso, een prachtige hond. Enthousiast sprong hij op ons af. De dame die achter hem liep, had absoluut niks over hem te vertellen. Hij besnuffelde Kaatje. Ook aan de achterkant. Maar die kleine Kaatje is een echte dame en is van dat soort mannenaandacht helemaal niet gediend. We probeerden de hond weg te houden maar bij de derde keer zijn neus onder haar staart werd ze venijnig. Haar gebit ging bloot en ze grauwde.

Waarop de dame van de Cane Corso riep, ‘ze mag best bijten hoor!’

We keken elkaar verbijsterd aan. Hadden we dat nou goed gehoord?

‘Nee, natuurlijk mag Kaatje niet bijten.’

De dame mompelde iets en de jonge hond had de hint klaarblijkelijk begrepen. Hij sprong vooruit en was binnen een mum uit het oog verdwenen. De dame liep er een beetje onzeker achteraan.

Ik was echt een beetje ontdaan. Zei ze nou echt dat Kaatje mocht bijten. Ja, dat hadden we toch echt gehoord.

Wij doen ons best om onze honden niet in een dergelijke situatie terecht te laten komen. Een Stafford heeft het nl. altijd gedaan. Ook al had hij geen schuld. Dat deze dame haar hond niet onder appèl heeft, is haar probleem. Het is nl. niet aan Kaatje om het beest op te voeden. Dat moet de eigenaar nog altijd zelf doen.

Kaatje en de kippen

In het huis waar ze nu wonen, wonen ook kippen. Die hebben achter in de tuin hun kooi. Eerst waren het er vier maar nu zijn er nog maar drie. Ze maken best veel lawaai. ‘Er wordt weer een ei gelegd,’ lacht het vriendje van het vrouwtje dan. Hij vindt het prima, hij krijgt af een toe ook een eitje en dat is lekker. Verder interesseren de kippen hem niet veel. Gekke beesten. Ze lopen alleen maar heen en weer en pikken in de grond.

Voor Kaatje is dat anders. Het lijkt wel of ze de kippen wil hypnotiseren. Als ze door het buitenhok lopen, sjeest ze naar buiten alsof ze ze weg wil jagen. Het grind spat dan alle kanten uit. In het begin schrokken ze er van en gingen snel naar binnen. Maar nu kijken ze alleen maar naar Kaatje. En soms kijken ze zelfs niet eens meer. Het schiet echt niet erg op, al dat gedoe van haar. Soms krijgt ze ook enorm op haar kop als ze weer ze tekeer gaat. Laatst had ze zelfs al weer het hondendeurtje kapot gemaakt, zo hard als ze naar de kippen liep. Ze sprong bijna van een meter afstand door het luikje. Tja, daar kan het niet tegen. Moest er weer een nieuw deurtje in.

‘Kaatje heeft nu echt al vier deurtjes kapot gemaakt,’ zuchtte het vrouwtje, ‘in ons nieuwe huis nemen we een deurtje dat voor grote honden bestemd is. Misschien dat dat beter houdt.’

Natuurlijk liep Kaatje weer vreselijk in de weg bij het monteren van het nieuwe deurtje. Dus werd ze aan haar nekvel gepakt en vastgemaakt. Dat wil je toch niet, zo bungelend met je voeten van de vloer. En dan aan een riempje vast. Alleen maar om naar beesten te rennen die je toch negeren. Nee, mooi dat hij gewoon afstand houdt. Hij blijft wel lekker op het kussen liggen. Of op de bank. Die eitjes krijgt hij vanzelf wel.

Prinses op de erwt

Als je lang in een huis woont en je maatje kan heel slecht weggooien, dan heb je echt enorm veel spullen. Zoveel spullen dat er een containertje moest komen om afscheid te nemen van zaken die ik of nooit meer ga gebruiken of waarvan ik niet eens weet waarvoor ze dienen. Niet dat ik ga verhuizen, maar ik werd erg onrustig van al die dingen die maar stof lagen te verzamelen zonder dat ze ook maar van enig nut waren.

Mijn vriendje vond het een goed plan, ook hij wilde in zijn huis wel van wat dingen afscheid nemen. Samen bespraken we wat we het beste weg konden doen. En ineens bedacht ik me, dat oude logeerbed dat ik boven heb staan, dat kan eigenlijk ook best weg. Dat bed is echt al heel oud. Volgens mij heeft mijn jongste zus er als puber in ons ouderlijk huis nog in geslapen. En mijn jongste zus wordt volgend jaar vijftig, kun je na gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Het bed werd uit elkaar gehaald en verhuisde naar de container. Wel was er nog een kleine bijkomstigheid waar ik rekening mee moest houden. Omdat het bed toch nooit gebruikt werd, had Kaatje het zich toegeëigend. Als een ware prinses op de erwt ligt ze er heerlijk op te tukken op de dagen dat ik thuis werk. Er moest dus wel een ander kussen komen. Tenslotte heeft Stef ook zijn eigen kussen voor de thuiswerksessies. Volgende week haal ik een nieuw kussen, besloot ik.

Voordat ik daar toe in de gelegenheid was, werkte ik toch nog een keer thuis. Stef was al op zijn gemak mee naar boven gesukkeld maar Kaatje had het nog te druk met rondscharrelen, beneden. Even later hoorde ik haar naar boven roffelen. Boven aan de trap nam ze een bocht naar rechts en stoof de kamer binnen. En toen hoorde ik een klein meisje vol in de remmen gaan. Want hééé, daar stond toch eerst een bed? Ze kwam eens in mijn werkkamer kijken maar daar lag Stef natuurlijk al languit op zijn kussen. Dus droop ze maar weer af, richting haar eigen plekje. Het werd stil. Even later ging ik voorzichtig kijken. Daar lag ze hoor, vol verontwaardiging. Ze was het er duidelijk niet mee eens. Ach, het meisje, ik heb maar snel een mooi kussen voor haar gekocht.

Helemaal klaar er mee

Soms kun je toch wel een keer helemaal klaar zijn met een hondje. Dit is die keer. Kaatje is echt weer op strafkamp en wordt volledig en vakkundig genegeerd. Geen aai, geen knuffel, niet op schoot. Alleen maar een bakje met eten en verder niks. We gaan het weer eens een tijdje volhouden. Ze was de laatste tijd toch alweer baldadig, Stef verhaalde er niet voor niks over, maar de afgelopen dagen spanden toch wel weer de kroon.

Tijdens ons weekend in Valkenburg had ik er steeds over lopen denken. Ik wil eigenlijk graag een koekoeksklok. Zomaar, voor de grap. Niet voor in de woonkamer, dat niet, maar op de slaapkamer kan hij prima hangen. Ik doe het wel, ik doe het niet. Uiteindelijk deed ik het wel. Ik kreeg een nieuw exemplaar, netjes in de doos, en was er heel blij mee. Thuis pakte ik hem uit en legde de klok en de losse onderdelen op tafel. De gebruiksaanwijzing erbij, ik zou hem morgen op mijn gemak in elkaar zetten. Ik wist ook al waar hij moest komen te hangen. Maar eerst gingen we nog even ergens wat eten om het weekend af te sluiten. Gezellig. En dat was het ook. Thuis schonk ik voor ons nog wat te drinken in en ging zitten. Stef sprong gelijk op schoot. Die was blij dat we weer thuis waren. In mijn ooghoek zag ik iets vreemds liggen op de grond. Dus, Stef van schoot en ik naar het vreemde ding. Het was de klepel van mijn koekoeksklok, in tweeën gevreten. De slinger lag er half afgeknaagd naast. En een klein zwart hondje probeerde zich nog kleiner te maken. Ze wist heel goed wat er fout was gegaan dus het werd enkele reis strafkamp.

Dat ze zich daar niet al te veel van aantrok, bleek de dag erna. Mijn vriendje kwam even kijken hoe het ging met de hondjes. Nou, heel goed. Buiten stonden een paar nieuwe plantjes die nog de tuin in moesten. En Kaatje had die, ook heel vakkundig, uit de potjes gesloopt. Het zand lag overal in de woonkamer en op het terras verspreid. De stokjes waar de foto’s en handleiding aan zaten waren niet meer te vinden. Waarschijnlijk volledig vermorzeld door dat sterke gebit.

Dus nu ben ik wel even klaar met dat kleine zwarte hondje. En dat begrijpt ze heel goed. Ze is heel braaf en houdt zich heel bescheiden op de achtergrond. Ik ben alleen benieuwd hoelang dat gaat duren. Kaatje kennende, tot ze een kans ziet om weer wat rottigheid uit te halen. Klein secreet, ik hou ervan.

Baldadig

Kaatje is weer heel baldadig de laatste tijd. Soms is het vrouwtje echt een beetje boos. Hij ziet het wel maar Kaatje is echt toch wel voortaan veel sneller dan hij. Dus hij kan het niet voorkomen. Hij heeft ook maar niet gezegd dat Kaatje achter de hortensia’s een heel groot gat heeft gegraven. Oké, hij dacht zelf ook wel dat er woelratten zaten maar dit is toch wel een beetje overdreven. En dat het vrouwtje niet snapte waarom er zoveel zandvegen op de pas gedweilde vloer zaten, ja, dat kon hij wel verklaren. Stout meisje.

Ze plaagt hem ook steeds. Dan houdt ze het kauwbot voor zijn neus en als hij het dan wil pakken, dan springt ze er gauw mee weg. Meestal doet hij wel even mee. Als hij dat niet doet, komt ze toch steeds weer dat bot in zijn gezicht duwen. Totdat hij het echt beu is. Maar dan moet hij wel echt even grommen hoor, ze is niet meer zo heel snel onder de indruk.

Gelukkig mag hij steeds vaker alleen mee om een rondje te lopen. Dan gaat het vrouwtje eerst met Kaatje en als ze dan terug zijn, dan mag hij mee. Dat is fijn. Kaatje heeft het altijd heel druk met achter alles aan lopen. Zelfs een mier vindt ze interessant. Als hij alleen meegaat, mag hij het grootste gedeelte van het rondje loslopen. Dan kan hij lekker overal aan snuffelen en gewoon in zijn eigen tempo lopen. Kaatje loopt altijd zo ongeduldig vooruit. Het vrouwtje zegt dat hij dat zelf vroeger ook deed. En dat ze daarom goede hoop heeft dat Kaatje ook nog een keer wat rustiger wordt. Nou, hij kan het zichzelf niet meer herinneren hoor. Volgens hem luisterde hij altijd een stuk beter. Oké, hij heeft wel eens achter eenden aangezeten en zo. Maar dat was op de camping, daar hoefde hij sowieso niet aan de lijn. Niet dat iedereen het daar altijd mee eens was maar daar hadden het baasje en het vrouwtje geen boodschap aan. En Kaatje moet bijna altijd aan de lijn omdat ze anders overal heen loopt. Dan is hij toch een stuk braver. Of vergist hij zich nou.

Nou ja, hij wacht het maar af. Soms kruipt ze lekker tegen hem aan op de bank en gaan ze samen tukken. En dan is haar stoutigheid zo weer vergeten.

Prinses Kaatje

Het ligt aan de naam, ik weet het zeker. Een collega heeft een dochtertje dat ook luistert naar de naam Kaatje. Of eigenlijk, ze heet Kaatje, ze luistert er niet vaak naar. Hij vertelde ook laatst dat ze de aanspreektitel Prinses Kaatje prefereerde. Als ouder ga je daar dan maar in mee, vooral ’s ochtends als iedereen moet eten omdat het bijna schooltijd is. En inderdaad, ze liet liggen waar ze mee bezig was en schreed naar de eettafel om haar boterhammetje op te eten.

Mijn Kaatje stelt geen enkele voorwaarde aan het leegeten van haar bakje brokken, dat niet, maar verder weet ze precies hoe ze iedereen om haar vingertje moet winden. Als een waar prinsesje overziet ze haar gevolg. Wij, haar onderdanen, hebben ook allemaal een eigen taak. Ik ben voor de dagelijkse gang van zaken, het op schoot liggen ’s morgens vroeg om rustig wakker te kunnen worden, voor de brokjes en de rondjes met Stef. Mijn vriendje is voor de lange wandelingen en de snoepjes. En de logeerpartijen waarbij ze languit bij hem op de bank mag liggen.

Verder is Kaatje een heel zelfstandig hondje dat zich niet veel aantrekt van ‘hoe het eigenlijk hoort’. Volgens mij is dat ook iets dat alle Kaatjes hebben. Lekker zelfstandig en geen boodschap aan wat anderen doen. Ik hou ervan. Ik zie Stef af en toe kijken en zuchten, de arme hond is altijd zo heel braaf geweest en nu is er een stout meisje dat maar doet waar ze zelf zin in heeft. Niet dat ze daarvoor geen straf krijgt, maar ze mag toch ook gewoon altijd mee en ze krijgt net zoveel snoepjes als hij. Want Stef heeft wel meer privileges, maar dat is toch meer een gevolg van zijn gevorderde leeftijd. Arme Stef.

Ik kan me voorstellen dat mijn collega zijn kleine Kaatje ook af en toe wel achter het behang wil plakken. En dat hij zich af en toe afvraagt waarom het kleine meisje eigenlijk oortjes heeft gekregen. Ze gebruikt ze toch nooit. Daar heeft ze allemaal geen tijd voor.

Maar ach, één ding is wel zeker. Kaatjes maken de wereld een stuk kleurrijker.

Oude tijden

Goh, dat was lang geleden, dat ze op de camping waren geweest. Hij had de weg ernaartoe niet eens meer zo herkend. Toen ze het hobbeldebobbel-grind opreden, had hij toch even moeten kijken. Zou het echt zo zijn? Maar inderdaad, ze reden tussen de stenen pilaren de camping op. Hij had wel van het vrouwtje gehoord dat er heel veel veranderd was. Er zouden dus wel niet veel vriendjes zijn. Maar ach, op de camping was altijd wel wat te beleven.

Het vrouwtje sliep met haar vriendje in een huisje dus hij mocht lekker bij het zusje van het vrouwtje logeren, in de caravan. Haar man was altijd wel in voor spelen dus dat was leuk. En meestal mocht hij ook wel even op bed ’s morgens. Nee, de vooruitzichten waren goed.

Jammer wel dat het niet zo’n mooi weer was. Het vrouwtje had nog de broek aan waar ze mee gewerkt had, hm, dat was niet zo slim. Kaatje hoefde maar een keer tegen haar benen te springen en het zag er allemaal niet meer zo schoon uit. Gelukkig vond niemand het erg, Kaatje kreeg niet op haar kop.

Kaatje kreeg wel het hele weekend een andere naam. Ze noemden haar Houdini. Geen idee wie dat nou weer was. Hij dacht wel dat het te maken had met het feit dat Kaatje door ieder klein gaatje kan ontsnappen. En dat meisje kan hard rennen! Dat is echt niet normaal. Alle mensen gingen er dan achteraan maar ze waren allemaal kansloos. Pas als Kaatje terug liep in hun richting, konden ze haar pakken. Maar dan moesten ze wel echt samenwerken. Een keer hurkte de man van vrouwtjes zusje om Kaatje te vangen en het leek er op of Kaatje gewoon over hem heen sprong. Natuurlijk nam ze wel een bocht maar het zag er heel komisch uit. Ach, het vrouwtje zag er niet uit alsof ze het heel erg vond. Ze was alleen maar bezorgd dat Kaatje iets zou overkomen. Stel dat ze tegen een auto aanloopt, daar moet je toch niet aan denken. Dus riepen ze steeds ‘klop, klop, is Houdini vast?’ En dan deden ze pas de tent open.

Hij moet er toch eens achter zien te komen wie die Houdini is.

Het was gezellig. Maar het was ook wel weer vermoeiend. Zes mensen en een klein hondenmeisje in de gaten houden, poeh. Het was een hele roedel. En normaal mag hij niet in de bench, omdat die van Kaatje is, maar nu mocht hij er toch wel een tukje doen. Gelukkig maar, het was soms echt nodig.

Kaatje van Gogh

Een tijdje geleden heb ik met Stef een workshop schilderen gevolgd bij de Hondenschool waar ik met Stef en Kaatje kom. Stef heeft jarenlang behendigheidslessen gevolgd en Kaatje moest natuurlijk naar puppycursus en de cursus Gehoorzame Huishond. Als ik dat vertel tegen mensen, beginnen ze direct te lachen. Maar Kaatje luistert heus wel goed hoor. Ze is alleen af en toe een stout meisje.

Dus toen ik de aankondiging zag voor een nieuwe schilderworkshop, heb ik me gelijk samen met Kaatje aangemeld. Het schilderij dat ik met Stef had gemaakt, was super en ik was benieuwd hoe dat samen met Kaatje zou gaan. Die is wat onbesuisder dus de uitdaging leek me wel wat groter.

Kaatje vond het sowieso al geweldig dat ze mee mocht. In de auto zitten vindt ze wat minder. Niet dat ze bang is, of ziek, maar het is een ernstige zaak. Ze zat heel bedachtzaam mee te kijken. Totdat ze zag waar we naar toe gingen. Toen was het enthousiasme nauwelijks te onderdrukken. Want de dame die de hondenschool leidt, is absoluut favoriet bij Kaatje. Dan ziet ze niemand verder staan. En daar gingen we nu naar toe, ze had het heus wel in de gaten.

Na de enthousiaste begroetingen en het kennis maken met de andere honden was het dan zo ver. Ik deed verf op het doek, dat ging in een plastic zak en Kaatje mocht er overheen stappen. En met haar neus snuffelen om zo de snoepjes van het doek af te halen. Het is echt zo leuk om te doen. Je bepaalt zelf de kleuren maar de hond maakt er een heel eigen compositie van.

Als ik om me heen keek, zag ik heel veel verschillende honden met heel veel verschillende manieren van schilderen. Sommigen stapten heel bedachtzaam over het doek. Anderen gingen er op zitten of liggen. Kaatje moest ik natuurlijk in bedwang houden. Die zou in haar enthousiasme alle verf vertrapt hebben. Want wat niemand voor elkaar kreeg, lukte Kaatje wel. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zat er toch lichtblauwe verf in haar zwarte vacht. Ze was ook behoorlijk bekaf toen ze thuis kwam. Al die indrukken, het was veel.

Maar, de schilderijen zijn mooi geworden. Ze liggen nu in de garage te drogen. En nu ga ik op zoek naar mooie lijsten. Want ze verdienen zeker een mooi plaatsje aan de muur.

Lomp

Ik heb altijd van Stef gezegd, ‘hij is heel lief, maar ook heel lomp.’ Hij doet altijd zijn kop omhoog als jij je vooroverbuigt naar hem. En zijn kop is hard. Bovendien is hij onstuimig. Hij bezorgt me regelmatig blauwe plekken. Maar dat was voor dat Kaatje bij ons kwam wonen. Want ik heb mijn mening over Stef toch echt bij moeten stellen. Hij is nog altijd lief, de liefste hond van de hele wereld. Maar lomp, dat valt eigenlijk best wel mee. Dat dacht ik altijd maar ik had geen vergelijkingsmateriaal. Want als je het over lomp en onbehouwen hebt, dan moet je toch echt bij Kaatje zijn. Ze is eigenlijk een beetje een gespleten persoonlijkheid. Aan de ene kant is het een heel lief en knuffelig meisje. Maar aan de andere kant is het die stuiterbal die met de snelheid van het licht door het hondenluik naar buiten knalt. Wat de reden is dat ik alweer een nieuw deurtje heb moeten bestellen. Het vorige deurtje is overleden. Eerst brak ze de tochtrand af. Die was al niet meer zo sterk omdat ze die net nadat het deurtje was geplaatst al onderhanden had genomen. De duct-tape heeft het toch nog een paar maanden gehouden. Maar nu was het weer klaar. Dus ik nam me voor om een nieuw te bestellen. De klep zat er nog dus het tochtte alleen maar een beetje langs de randen.

Het voornemen werd al snel urgent. ’s Avonds brak ook de klep in stukken en zat er weer een groot gat in mijn achterdeur. Nog een geluk dat het geen winter is.

Stef en Kaatje zelf vinden het wel makkelijk, ze kunnen nu helemaal eenvoudig naar buiten. En ik vertrouw er maar op dat er geen vreemde dieren naar binnen komen. ’s Nachts sluit ik het gat toch maar voor de zekerheid af. Stel je voor dat je ’s morgens beneden komt en er ligt een vreemde kat op de bank te tukken. Het zou al snel een heel spektakel worden, met Stef die de indringer zo snel mogelijk weer naar buiten wil hebben.

Er zijn aluminium deurtjes, maar die passen dan weer net niet in het gat dat er nu eenmaal al in de achterdeur zit. Voorlopig ben ik dus veroordeeld tot de kunststof exemplaren. Die ieder jaar wel weer vervangen zullen moeten worden. Het is niet anders.

Groene vingers

Van oudsher ben ik niet gezegend met groene vingers. Anders dan bij mijn moeder gaan de plantjes die ik verzorg regelmatig ter ziele. Of te veel water, of te weinig water, ik ben er niet handig in. Dat was vroeger op school al niet. Op de lagere school hadden ik en mijn klasgenoten vaak om en om de taak om voor de planten te zorgen. Het was te zien, de een was nog armetieriger dan de ander. In de vakantie gingen de planten mee naar huis. Zes weken geen water, dat overleeft zo’n arm ding natuurlijk sowieso niet. Door de goede zorgen van mijn moeder ging zo’n plant dan na de vakantie volledig opgeknapt weer mee terug. Een grotere metamorfose was bijna niet voor te stellen. ‘Je hebt zeker een nieuwe gekocht,’ mijn klasgenoten waren vaak heel jaloers.

Later, in mijn eigen huis, was het al niet veel beter gesteld. Bij het doen van boodschappen kreeg ik regelmatig van mijn moeder een plant. Ze kocht er dan ook een voor zichzelf. Eigenlijk was het niet eerlijk, want als ik dan bij mijn moeder kwam, liet ze me vol trots zien hoe goed die plant het deed. Stink-ding. Want bij mij thuis lagen natuurlijk de eerste blaadjes alweer naast de pot.

Tegenwoordig gaat het wel wat beter maar soms kan ik nog wel eens zuchten. Gelukkig heb ik de laatste tijd een reuze-excuus. En dat heet Kaatje. Kaatje is een echte vegetariër. Een bakje met bolletjes dat op tafel stond was vakkundig uitgegraven. De velletjes en scheuten lagen er nog maar de bolletjes waren opgegeten. En het ergste was, het bakje stond op de eettafel. Dus Kaatje kan echt heel goed springen.

Bij alle planten die nu het loodje leggen, kijk ik eerst onderzoekend naar mijn kleine hondje. Die kijkt me dan heel trouwhartig aan. Want het is echt niet altijd haar schuld. En bovendien is het vaak sterker dan zij is. Daar kun je niks aan doen, dat gebeurt gewoon. Ach, Stef heeft in zijn jonge tijd ook heel wat hortensia’s gekortwiekt, maar dat was ik eigenlijk alweer vergeten. En als het blijft bij wat plantjes, wat ik dan nog kan gebruiken als excuus als ik het zelf weer eens verprutst heb, dan mag ik toch echt niet klagen.