Lente-heimwee

Het weer wordt uitnodigender, we kunnen weer naar buiten. Alles loopt uit, dikke knoppen aan bomen en struiken, tulpen en narcissen kleuren de wereld. Iemand zei ooit tegen mij, ‘ik hou zo van de lente, het is zo verwachtingsvol.’ Dat is zeker zo maar je moet het ook kunnen en willen zien. En ik merk dat het ook maakt dat ik mensen dan weer meer mis. Mijn maatje, die me nooit meer appt dat hij lekker met zijn rug in de zon, op een muurtje, een beker koffie drinkt en een sigaretje rookt. Mijn vriendin, met wie ik nooit meer naar lammetjes kan gaan kijken. Samen lachen om de capriolen die die jonge dieren uithalen als ze de ruimte krijgen in een wei. Dat komt nooit meer terug.

Weer een lente waarbij zij niet de warmte van de zonnestralen op hun gezicht kunnen voelen. Wij genieten van de langere avonden, maken plannen voor als het nog langer licht is en nog warmer wordt. Zij zijn daar niet meer bij. En soms komt dat weer heel scherp binnen. Want het voelt nog steeds heel oneerlijk. En dat gaat ook nooit meer weg.

Voor mij is het nog steeds als gisteren maar andere mensen zijn verdergegaan. Terecht hoor, dat deed ik vroeger zelf ook. ‘Goh, ja, is dat alweer zo lang geleden?’  Hoe vaak zeg je dat niet tegen elkaar. De wereld draait alsmaar door, er wordt geen moment gewacht. Zelf ga ik ook verder. Dat moet ik maar dat wil ik ook. En dat gaat ook goed. Maar toch, soms.

Ach, de lente. Zo verwachtingsvol. De zoon van de dame die dat tegen mij zei is er ook al lang niet meer. Hij is ook een hele dierbare herinnering geworden.

Gelukkig kan ik ook echt wel genieten. Ik voel de warmte en denk aan mijn maatje, ik zie de lammetjes en denk aan mijn vriendin. Er zijn nog zo veel mooie dingen in het leven. En zeker, dan voel ik mij verwachtingsvol.

Al weer herfst

Het is weer zover, je ruikt het al in de lucht. Als ik ’s morgens wakker word en uit mijn slaapkamerraam kijk, zie ik de mist weer over de haven en de polder liggen. De schapen lijken geen poten te hebben. Het heimwee-seizoen gaat weer beginnen, het wordt weer herfst. De herinnering aan mijn maatje loopt weer levensgroot met me mee.

‘Wat ruikt het lekker hè.’

‘Dat is rottend blad Mach.’

Toch moest hij er altijd wel om lachen, om mijn voorliefde voor de herfst. Als de natuur nog één keer knalt en dan in rust gaat. Zich terugtrekt om zich voor te bereiden op de nieuwe lente. Want dat is natuurlijk een gegeven. Hoe wij mensen de natuur ook proberen te vernielen, de seizoenen houden we niet tegen.

Als ik door de polder rijd, zie ik dat de mais ook al gemaaid wordt. Dat vond mijn maatje altijd erg. Dat was voor hem het einde van de zomer.

‘Als de mais er af gaat, begint de herfst.’

Ach, al die herinneringen. Die zitten echt overal in. In alles wat je ziet en tegenkomt. Dat zal vast het gevolg zijn van het feit dat we zo lang samen zijn geweest. Er zijn heel veel gezamenlijke herinneringen. We hebben heel veel samen meegemaakt.

Toch gek dat de herfst dat dan triggert.

Natuurlijk is het ook gewoon lekker om door de bladeren te banjeren. Om Kaatje te zien springen in de bermen als we ons rondje lopen. En Stef met zijn neus over de grond gaat om te zien of er verder nog wat te vinden valt. Want de herfstzon kleurt de wereld toch op een unieke wijze.

Wat wel jammer is, is dat het ’s avonds alweer vroeger donker wordt. Maar aan de andere kant dat heeft ook weer wat, het flesje rode port staat klaar. En de avonden kunnen toch ook nog best zwoel zijn. Meestal ruik je dan ook wel ergens een houtkacheltje. Ook daar zijn weer herinneringen aan verbonden.  

Ach, de herfst. Heimwee en melancholie. Ik vind het toch lekker ruiken. Ondanks alles.

Fantoompijn

Ik werd vanmorgen wakker uit een hele rare droom. Ik weet niet eens meer waar hij over ging, het was niet eng of zo, het was alleen maar vreemd. Ik had heel vast geslapen. En even, heel even, keek ik opzij en dacht: ‘Oh, Huub is al naar beneden.’ Zo maar een seconde. En toen dreunde het natuurlijk weer binnen.

‘Oh nee, natuurlijk niet, Huub is er niet meer.’

Voor mijn gevoel al zo lang geleden en toch nog als gisteren.

Zo gaat het ook met herinneringen. Daar heb je helemaal geen controle over. Ik rij naar mijn werk, zie een caravan rijden en hop, ik ben weer op vakantie. Of in de Ardennen. En dat gaat zo met heel veel dingen. Dat is ook logisch natuurlijk, ik heb een schat van 35 jaar aan herinneringen. Dat zijn er heel veel. We hebben heel veel gedaan, samen. Heel veel beleefd en heel veel gelachen.

En heel veel gehuild. Want natuurlijk zijn er ook herinneringen waar ik liever niet meer mee geconfronteerd word. We zijn in de loop van de jaren ook mensen verloren. Vaak veel te jong. En we werden geconfronteerd met tegenslagen en ongelukken. Dat kan niet anders als je zo lang bij elkaar bent. Het klinkt suf maar niemand haalt zonder krassen de eindstreep.

En nu, in de zomer en de vakantieperiode, zijn de herinneringen levendiger dan ooit. Mijn maatje zijn favoriete seizoen. Waarin hij samen met mij op vakantie ging met onze Eriba Puck-caravan. En later met het campertje dat hij ’t Duveltje had gedoopt. We waren op luxe campings maar ook op veredelde grasvelden. Het maakte allemaal niks uit, we hadden plezier. Later gingen we natuurlijk regelmatig naar de Ardennen.

De bootjes voor mijn huis in de haven herinneren me aan de dagen dat we door de Biesbosch voeren met ons bootje. Samen of met een hele groep. De keer dat ik met mijn zussen ging plassen. We gingen over een boomstam hangen, net zo makkelijk. Helaas zijn boomstammen rond. Hij rolde om en wij eindigden op onze rug met de benen omhoog. Wat hebben we gelachen. Gelukkig had niemand het gezien.

Een goede vriend noemde het onlangs ‘fantoompijn’. Helaas weet hij waarover hij spreekt dus ik nam het gelijk van hem aan. En eigenlijk is het ook wel zo. Want in dat hele korte moment, net na het wakker worden, was de wereld nog even zoals hij ooit was. Compleet.

Herfst

De herfst is normaal gesproken toch wel mijn favoriete seizoen. De zomer is heerlijk, ik hou van de lange avonden en het warme weer, maar de herfst, dat is toch wel iets bijzonders. De geur, het vochtige dat je ruikt, de mist ’s ochtends over de velden. Het melancholieke gevoel. Het ‘nog een keer knallen voor het winter wordt’. In de Ardennen ’s morgens wakker worden en kijken naar de mistflarden over de Amblève. Stef van zijn bedje lichten om samen in het bos te gaan wandelen. Paddenstoelen bekijken. De geur van de herfst opsnuiven. “Dat is rottend blad Mach”, zei mijn maatje dan. Maar ik vond het heerlijk. Bij terugkomst samen warm worden met de koffie die dan al voor me klaar stond. 

In het dorpje van onze camping liep ik dan ook altijd even naar het kerkhof. In de herfst veranderen de graven in een bonte kleurenpracht. Overal waar je kijken kunt, staan bolchrysanten. In alle kleuren en maten. Eén grote bloemenzee. En natuurlijk nam ik ook altijd een exemplaar mee naar huis. Die overleefde toch wel de hele winter. 

’s Avonds de vuurkorf aan, samen zitten in het donker en stil zijn. Naar de vlammen kijken. Wat een dierbare herinnering. 

Dit jaar is het gevoel anders. Ik zie er tegenop. De dagen worden korter, het wordt kouder. Zeker, ik steek ’s avonds weer kaarsjes aan, uiteindelijk moet je zelf voor lichtjes zorgen. En na de wandeling met Stef kan ik nog altijd mijn handen warmen aan een beker koffie. Die kleine man biedt gezelligheid en troost. Er liggen ook veel leuke dingen in het verschiet. Ik word echt niet in de steek gelaten. Het zal allemaal best wel goed komen. En één ding is zeker, het wordt uiteindelijk vanzelf weer lente. Het is alleen zo stil in mij. 

Maar goed, al is het niet zo’n blij seizoen, mijn maatje zal in gedachten veel bij me zijn. Tenslotte loopt hij in mijn hart nog altijd met mij mee. Alleen die bolchrysant, die sla ik dit jaar toch een keertje over.