Wolkenpraat

‘Kijk nou toch, daar zitten ze hoor. Ze gaan een ander huis kopen.’

‘Nou, dat zou een keer tijd worden. Ze weten toch al lang dat ze samen verder gaan. En dat ze dan niet aan de Haven willen blijven wonen.’

‘Wel leuk dat ze zo dicht bij familie gaan wonen. Och, wat heb ik daar als kind veel mee opgetrokken. Ik weet nog goed dat we samen ziek zijn geworden van sigaretten. Want ja, ik mocht natuurlijk nog niet roken, dus dat pakje moest wel leeg. We zagen allebei groen, echt. En vissen hè, samen op de brommer, ik achterop. Ik ben zelfs een keer in slaap gevallen en er af gekukeld.’

‘Sukkel, dan heb je nog geluk gehad.’

‘Ach ja, zonder geluk vaart niemand wel.’

‘Hmmm, jij zegt het.’

‘Nou ja, je snapt wel wat ik bedoel.’

‘Ja natuurlijk, we zijn allemaal wel eens goed weggekomen. Ze zijn trouwens ook al flink aan het opruimen hè. Dat zou niet gelukt zijn als jij er nog iets over te zeggen had.’

‘Nee, dat was altijd wel een doorn in haar oog. Ik kan echt nergens afscheid van nemen. Weet je, het kan altijd nog wel eens van pas komen. Ik heb heel wat dingen geknutseld met spullen die ik nog had. Dat was de uitdaging ook, iets bedenken, kijken welk materiaal je nog hebt en dan kijken of je het gemaakt kreeg. Jij maakte toch ook graag dingen, jurken toch?’

‘Ach ja, zeker. Maar daar kocht ik altijd stof voor. Weet je nog dat ik die mooie stof had gekocht voor een galajurk. Met bloemen en vogels. En dat ik het patroon ondersteboven had geknipt. Echt, ik vloek nooit maar toen alle duivels uit de hel. Kon ik alles weggooien. En hij kwam niet meer bij van het lachen, dat was nog het fraaiste.’

‘Toch hebben we het altijd wel goed gehad hè.’

‘Dat zeker, daarom ben ik blij dat zij het nu ook weer goed hebben. Gelukkig kunnen wij vanuit hier mooi een oogje in het zeil houden. En is onze wolk groot genoeg voor iedereen van wie zij veel hebben gehouden.’

‘Klopt. Ik ben benieuwd wat ze allemaal nog gaan meemaken. Laten we wat te drinken pakken, er komt vast nog een vervolg.’

Kerstdiner

Ja hoor, het is weer zo ver. Alle zichzelf respecterende bedrijven vallen weer over elkaar heen in de strijd om de meest kleffe kerstreclame. AH heeft de ‘whamster’ tevoorschijn getoverd, Jumbo gooit het over de boeg van zielige hondjes en Bol doet het zuinig aan dit jaar, zij hebben hun oude reclame van de plank getrokken en opgepoetst. Zelfs Takkie maakt zijn opwachting. Maar in alle reclames staan de gelukkige families centraal. Of ze nu aan tafel zitten, wintersport vieren of gewoon samen zijn, er valt geen verkeerd woord. Het is weer alles peis en vree wat de klok slaat. Terwijl in de echte wereld een kerstdiner vaak helemaal verkeerd uitvalt. Oom Jan heeft te veel gedronken, tante Annie probeert hem hiervan te weerhouden, wat natuurlijk helemaal verkeerd uitvalt. Oom Piet ergert zich aan oom Sjaak omdat hij wel heel erg luidruchtig laat merken dat hij zijn vrouw en kinderen dit jaar met Kerst grote en dure cadeaus heeft gegeven. Je voelt de onderhuidse spanning. De gastvrouw probeert uit alle macht vrolijk te blijven en sust waar ze kan.

Natuurlijk beschrijf ik het nu wel erg gechargeerd maar kerstdiners verlopen lang niet altijd in harmonie. Frustraties steken regelmatig de kop op, al dan niet gevoed door een extra glaasje alcohol. En na twee dagen overmatig tafelen vinden de meeste mensen het alleen maar fijn dat die dagen weer voorbij zijn. De radiozenders zijn eindelijk klaar met die eindeloze stroom kerstnummers. In het begin is het leuk maar na zestien keer Driving Home for Christmas kun je alleen nog maar hopen dat Chris Rea ergens in de sloot rijdt zodat we daar ook weer vanaf zijn. Niet dat ik die arme man iets toe wens, dat niet, maar soms is het allemaal een beetje te veel van het goede.

Ach, het ligt aan mij hoor. Vroeger kon ik Kerst nog wel een beetje waarderen. Maar de laatste jaren stonden de dagen alleen maar in het teken van gemis. En ook dit jaar ligt er weer een schaduw over de periode. Nee, ik zal blij zijn als het 1 januari is en we (hopelijk) over kunnen gaan tot de orde van de dag. En ik denk dat stiekem heel veel mensen er precies hetzelfde over denken.

Lente

Ondanks het vreselijke weer van de afgelopen dagen zit er toch al een beetje lente in de lucht. Ik hoor de meerkoeten al weer bezig in de haven en ik ruik het ook al een beetje. Ik weet niet, winter ruikt anders dan lente. Het lijkt wel of je in de winter helemaal niks ruikt. Behalve natuurlijk als het gesneeuwd heeft en de hele wereld lijkt nieuw. Maar als het regent en stormt, zoals de afgelopen weken, dan valt er buiten weinig te beleven.

Zoals ieder jaar kan ik niet wachten om weer aan de slag te gaan in de tuin. Ik wil harken, opruimen, potten vullen en bloemen planten. Er moet weer kleur komen. Helaas, als ik dan in mijn tuintje rond kijk, valt er nog weinig plezier te beleven. Je zakt zowat tot je enkels in de modder. Gelukkig hebben de stokrozen en de lupines het overleefd. Maar de canna ziet er uit alsof er een bulldozer overheen is gereden. Arme plant. Hij is zo dapper blijven groeien nadat Kaatje hem vorig jaar halveerde. Het zal toch niet zo zijn dat hij nu alsnog het loodje gaat leggen.

Maar, de hortensia’s lopen al uit. Ook die zijn vorig jaar gehalveerd, maar dan door mijn eigen snoeischaar. Ik hoop dat ik dit jaar wel bloemen krijg. De ene kenner zegt van wel en de andere kenner zegt van niet. Ik wacht maar af. Het snoeien was nodig dus het is niet anders.

Toch is dit ook wel weer de tijd dat ik mijn maatje meer mis. Ook hij kon niet wachten tot het lente werd. Dan konden we tenminste weer naar de Ardennen. Naar zijn geliefde plekje aan het water. ‘Als het maar eens half maart is, dan gaat het weer de goede kant uit.’

Ik mis ook mijn vriendin. In de lente deden we weer een dagje sauna samen. Naast heerlijk relaxen ons ook verbazen over alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.

Wat kan een leven toch veranderen. Vroeger stond ik te springen als het lente werd, ik kon niet wachten. Dat gevoel is er nog steeds wel, maar nu is er ook een gevoel van melancholie. Het is allemaal zo anders geworden. Het is ook goed maar het is anders. En daar ben ik nog steeds niet aan gewend.

Gemis

Gemis, het overvalt je, het zit in kleine dingen, het is een hele rare emotie. Ik mis mijn maatje zo. Het overkomt me zomaar. Je zou denken dat het getriggerd wordt door een liedje dat je hoort maar dat is het niet eens alleen. Ook het geluk van andere mensen kan me soms zo treffen. En niet dat ik jaloers ben op die mensen, absoluut niet, ik gun het hen van harte. Het maakt alleen voor mij mijn eigen verlies zo schrijnend.

Ik had ook nooit verwacht dat dat zo fysiek pijn zou doen. Je kunt je daar niks bij voorstellen, dat is logisch, maar het doet echt gewoon zeer. De ene dag wat meer dan de andere, ook dat is iets dat zich niet laat sturen. Af en toe kan ik het wel verklaren. Dan heb ik weer beslissingen moeten nemen over dingen waar ik eigenlijk helemaal niet over na zou willen denken. Dingen die geregeld moeten worden “als je alleen bent”.

Gelukkig ben ik niet alleen, ik heb veel hulp, dat zeg ik vaker en dat blijf ik zeggen omdat ik daar heel dankbaar voor ben. En in gedachten vraag ik mijn maatje ook om raad. Wat zou hij vinden, hoe zou hij dingen doen. Het geeft troost, toch wel. Maar liever zou ik gewoon aan hem vragen “wat zullen we doen, wat vind jij?” En dat hij me dan aankijkt en we samen alle voors en tegens bekijken. Maar dat is niet meer. Dat is nooit meer.

Ik wil niet iedere dag verdrietig zijn. Ik wil ook niet steeds mensen lastigvallen met mijn verdriet. Niet alleen voor andere mensen, ook voor mezelf. En dan raakt het me als collega’s me zien. Zien dat het even wat minder gaat en me daar de ruimte voor geven.

Zou het ooit overgaan? Ik denk het eigenlijk niet. Niet dat ik misschien ooit wel weer geluk zal vinden, dat geloof ik vast wel. Maar het gemis van mijn maatje, nee, dat gaat nooit meer weg.

Kerstavond

Toch altijd een beetje een vreemde avond, kerstavond. Als kind ging ik met mijn ouders naar de nachtmis. Ik kan het gevoel nog zo terughalen. Dik ingepakt tussen al die mensen naar een plekje zoeken, die avond was het altijd druk in de kerk, zeker een uur op die harde kerkbanken zitten, maar vooral de geur van wierook. Thuisgekomen kregen we altijd worstenbroodjes. Mijn ouders namen daarna een glaasje wijn en wij kregen druivensap, voor de gelegenheid in een wijnglas. De kerstboom stond in huis, we hadden vakantie, het was een bijzondere periode.

Later, als volwassene, ging ik niet meer naar de kerk. Ook niet als zoveel katholieken alleen met Kerst. Het werd een avond waarop we thuis bleven. Onze stamkroeg was die dag ook gesloten. “Op kerstavond krijg je anders alleen de zielige gevallen binnen”, vond de kastelein. De kerstdagen zelf werden in beslag genomen door familie-bezoek. “Hoe doe we het dit jaar, eerste kerstdag naar jouw ouders en tweede kerstdag naar de mijne?” “Hopelijk duurt het nog heel lang, maar als we straks die verplichtingen niet meer hebben…..”

Jaren daarna werd de traditie van kerstavond dat mijn schoonvader kwam eten. Mijn schoonmoeder was overleden en pa vond het leuk die avond bij ons te zijn. Op de kerstdagen zelf vermaakte hij zich wel. Een onderdeel van de traditie was dat hij het menu koos. En dat menu bestond doorgaans uit gerechten die hij niet zelf kon klaarmaken. Haas, fazant, het winterseizoen was wat dat betreft bij hem favoriet. Verder geen flauwekul, gebakken aardappeltjes, spruitjes en na het eten een voldaan dutje. Aan het eind van de avond bracht ik hem naar huis en namen we samen de gebeurtenissen nog even door.

Inmiddels is dat deel van de verplichtingen niet meer. Als je het zo zegt, lijkt het net of het niet zeer doet. Pa is er al een jaar niet meer. We hebben zijn as uitgestrooid op een plaats die voor ons en hem belangrijk was. We hebben leren leven zonder zijn gevleugelde uitspraak “dag dag”. Alles is afgehandeld en opgeruimd, pa is alleen nog maar een herinnering. Een dierbare, dat wel, maar een herinnering.

De invulling van de kerstdagen was dit keer dus niet vanzelfsprekend. Natuurlijk gaan we naar mijn moeder, dat spreekt voor zich. Maar het voelt toch raar om niet rekening te hoeven houden met pa. En zelf het menu te mogen samenstellen. Ik ga hem missen.

Er komen lieve vrienden eten op kerstavond. Ik weet zeker dat het een gezellige avond wordt. Alleen wel anders.