Officieel

‘Als we samen een huis kopen, moeten we de dingen wel goed voor elkaar regelen.’

‘Ja, daar heb je gelijk in, wat stel je voor?’

Geen idee natuurlijk dus we gingen grasduinen. Een samenlevingsovereenkomst was te summier. Trouwen wilden we niet, dat hadden we allebei al een keer gedaan.

‘Geregistreerd partnerschap, dat is een goed idee.’

Dus ik rommelde wat op internet.

‘Wist jij dat je daar getuigen bij nodig hebt?’

‘Nee, geen idee, is dat zo?’

Maar goed, we wisten al snel wie we wilden vragen. Zij waren gelukkig bereid om er bij te zijn dus dat was geregeld. Hè, hè.

‘Zoek maar een paar data, dan kijken we even in de agenda.’

Dus ik weer achter de laptop. Maar dat ‘een paar data’, dat ging dus niet. Je moest direct iets plannen.

‘Die datum?’

‘Nee, dan moet ik naar de mondhygiëniste.’

‘Dan?’

‘Oh nee, dan kan ik zelf niet, dan heb ik cursus.’

Heel romantisch rommelden we verder tot we alles geregeld hadden. Zo, dat was dat. Wij gingen alles administratief goed voor elkaar regelen. Even tekenen en klaar.

Tot we een mail kregen van een BABS, een buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand. Ze wilde graag een huisbezoek afleggen om ons beter te leren kennen. We keken elkaar verbijsterd aan. Hoezo dat dan, we hoefden toch alleen maar een handtekening te gaan zetten.

Langzamerhand kwamen we er achter dat we het helemaal verkeerd hadden ingeschat. Waar wij dachten dat we even in ons kloffie een handtekening gingen zetten onder een contract, werd het gewoon een hele speciale dag met vrienden en familie.

Nou ja, dan moest het ook maar uitbundig.

En zo zaten we dan, op vrijdagmorgen, in de trouwzaal van een oud gemeentehuis. Met een ambtenaar in officieel gewaad en een mooie toespraak. En proostten we daarna met een glas champagne met onze gasten.

Het was een bijzondere dag. En ik weet zeker dat die twee daar boven op hun wolkje met een brede glimlach hebben zitten kijken.

Logeren

Afgelopen weekend gingen Kaatje en hij uit logeren. Het vrouwtje had feest en daar konden zij niet bij zijn. Ze gingen ook niet naar de zus van het vrouwtje. Hij dacht dat hij hoorde dat die ook bij het feest zou zijn. Nou ja, logeren is altijd wel spannend dus hij keek er wel naar uit. Hij kende het wel hoor, waar ze naar toe gingen. Dat is die plek waar altijd heel veel verschillende honden zijn. Je wordt er wel moe van, er zijn daar zoveel indrukken. Gelukkig mag hij dan wel spelen, samen met Kaatje. Maar als hij eerlijk is, gaat dat ook niet meer zo goed als vroeger. Ze rent hem aan alle kanten voorbij, die kleine draak. Thuis ook, dan jat ze het bot waar hij mee aan het spelen is en dan komt ze het voor zijn neus houden. En als hij het dan wil pakken, loopt ze heel hard weg. En dat kan ze lang volhouden, echt.

Gelukkig laat ze hem ook wel vaak rustig op zijn kussen liggen. Hij houdt er van om lekker te slapen. Als het vrouwtje thuis werkt, ligt hij lekker naast haar bureau. Dat is echt heel gezellig. Kaatje niet, die rommelt rond en gaat het liefst in de zon liggen. Ze heeft nu wel ook een eigen kussen gekregen boven dus ze hoeft niet meer stiekem op zijn kussen te gaan liggen als hij even naar beneden loopt.

Maar in zo’n kennel, daar heeft Kaatje toch echt helemaal geen rust hè. Ze bleef maar aan staan. Toen het vrouwtje hen op kwam halen, rende ze haar zomaar voorbij. Hij niet, hij was toch ook wel weer blij dat hij mee naar huis kon. Kaatje moest echt gewoon gevangen worden. Hij hoorde het die aardige dame van de kennel ook vragen, ‘is Kaatje thuis ook zo druk?’ Het vrouwtje kon alleen maar knikken en ja zeggen. Gelukkig moesten ze er wel samen om lachen.

Op weg naar de auto was Kaatje ook wel drie keer om hen heen gelopen. De riemen zaten helemaal in elkaar en alles en iedereen zat in elkaar gedraaid. Het vrouwtje kreeg de deur niet eens open. En toen, onderweg, toen was ze ineens helemaal afgebrand. Zelf bleef hij lekker zitten en naar buiten kijken maar Kaatje niet. Tsss, dat is dan jeugd.

Thuis zijn ze samen op de bank gekropen. Dat was fijn. Ach, thuis is het altijd nog maar het beste.

Familiefeest

Bij mijn moeder in de familie heerst de goede gewoonte om mijlpalen te vieren. Dus toen onlangs haar jongste broer de tachtig aantikte, viel er een uitnodiging in de bus. Omdat mijn moeder niet meer zo heel mobiel is, was de uitnodiging ook aan mij gericht. Ik functioneerde als chauffeur en ondersteunende arm bij het lopen. Dat klinkt alsof ik het een opgave vond maar dat is helemaal niet waar. Ik verheugde me er op. En ik werd beslist niet teleurgesteld.

Sowieso is het leuk om weer eens mensen te ontmoeten die je normaal gesproken niet zo vaak tegen komt. Sommigen geen spat veranderd, anderen stiekem toch ook wel wat ouder geworden. Waarschijnlijk denken ze van mij hetzelfde. Van dat ouder worden dan hè.

Er was voor ieder wat wils. Natuurlijk begonnen we met koffie en speciaal voor de jarige ontworpen gebakjes. Heerlijk om die oudjes te zien peuzelen. En oudjes, dat klinkt misschien niet respectvol, maar zo is het absoluut niet bedoeld. Alleen was ik een van de jongere in het gezelschap. En dat wil toch ook wel wat zeggen. Later zaten de meesten heel tevreden aan een drankje. De uitgebreide lunch zorgde ervoor dat er niemand omviel. En dat mijn moeders nieuwe outfit naar de stomerij moest.

Het was ook heerlijk om met mijn nicht, die ik ook al in geen eeuwen meer had gezien, bij te praten. Ook over onze moeders, zussen van elkaar, en hen goedmoedig te plagen met het feit dat ze toch echt wat ouder worden. ‘Vertelt jouw moeder ook alles een paar keer?’

‘Oh ja, zeker. En ze is niet te stoppen, het verhaal moet worden afgemaakt.’

De jarige was echt jarig en stond in het middelpunt. Hij genoot zichtbaar. Af en toe zag ik hem heel tevreden rond kijken. Dit was dan toch allemaal maar ter ere van hem. En hij was niet de enige die genoot, ik deed dat ook, met volle teugen.

Later die middag heb ik mijn moeder weer thuis afgezet. Ik geloof dat ze best moe was. En ik denk niet dat ze die middag verder nog veel gedaan heeft. Gelijk heeft ze, ze is tenslotte niet meer de jongste. Dat is niemand van haar gezin. Maar ze zijn nog best met een behoorlijk aantal, en dat kan toch niet iedereen zeggen.

Verjaardagen

Toch blijven verjaardagen een raar ding. Als je jong bent, kun je niet wachten. Wacht maar tot ik achttien ben, wacht maar tot ik eenentwintig ben. Uitgaan, een drankje doen, zelf dingen beslissen, het kan niet snel genoeg. Later verandert dat weer, dan zucht je eens diep als je dertig wordt, of als je veertig wordt. Daarna wordt het zelfs nog erger. En eigenlijk is het maar een getal. Want je voelt je echt niet ineens anders.

Ik ben ook niet zo van het vieren. Een feestje is gezellig maar omdat nu uitgerekend op je verjaardag te doen. Vroeger had ik ook altijd al een hekel aan familieverjaardagen. Dat we mee naar opa en oma moesten. Ik weet niet eens meer of we daar dan taart kregen. Het zal wel. Maar al snel werden wij kinderen naar buiten gebonjourd en moesten we ons daar maar vermaken. Nog een geluk dat we veel nichtjes en neefjes hadden.

Sommige verjaardagen waren wel gezellig, als je mensen tegenkwam die je eigenlijk maar één of twee keer per jaar zag. Maar meestal waren het toch verplichte nummers waar je vaak maar moeilijk onderuit kon. Vooral als het ging om wat oudere familieleden. Ik zal nooit de verjaardagen van tante Tina in het bejaardenhuis vergeten. Allemaal oudjes, de een had nog meer ziektes en kwalen dan de ander en die moesten allemaal besproken worden. In de auto terug naar huis hadden we dan wel weer veel plezier. Al die krakende bessen bij elkaar.

Nee, ik heb me voorgenomen, ik vier alleen nog maar kroonjaren. En ook niet meer thuis. Dat iedereen zwaait en zegt dat het gezellig was en dat je zelf met een diepe zucht denkt, ‘laat ik dan toch maar aan het opruimen slaan want morgen moet ik de restjes eisalade zo uit die schaaltjes bikken.’ Geen denken aan, gewoon ergens lekker met familie en vrienden gaan eten. Volgend jaar is het weer zo ver.

Gisteren zou mijn maatje eenenzestig jaar oud zijn geworden. Dat zou hij vast ook niet gevierd hebben. Natuurlijk denk ik op zo’n dag weer meer terug. En dan hoor ik hem weer zeggen, ‘uiteindelijk word je maar één dag ouder hoor Mach.’