
Op 10 november was het de dag van de mantelzorger. Fijn dat die even in het zonnetje gezet worden. Want er wordt steeds meer een beroep op hen gedaan. En ik heb niet te klagen hoor, ik heb drie zussen en wij kunnen de zorg die we hebben voor mijn moeder prima verdelen. Maar je zult maar enig kind zijn. Of door omstandigheden de enige zijn die in de buurt woont. Dan ben je mooi de sigaar. Want ik snap het wel, maar de zorg voor zieken en ouderen wordt steeds verder uitgekleed. Verzekeringsmaatschappijen draaien de kraan steeds verder dicht en mensen moeten steeds meer zelf blijven doen. Dat laatste is wel iets dat ik toejuich. Wat je zelf kunt, moet je ook zelf doen. Maar ja, je hebt ook hele eigenwijze mensen, mijn moeder is er daar één van, die zichzelf schromelijk overschatten en denken dat ze nog heel veel kunnen. En dat kan soms wel heel erg mis gaan.
Het is vaak ook wel heel grappig hoor. Dan duiken we in de kast om koffiebekers te pakken en dan staat er nog maar één. Mijn ‘boodschappenzus’ grijnst en zet op het lijstje van Appie; koffiemokken. Eens in de zoveel tijd ruimt ze ook de koelkast uit en gooit alles weg wat over de datum is. En dat is vaak best veel.
Onlangs kreeg ik een bakje met blokjes kaas mee. Voor de hondjes. Heel lief bedoeld maar ik denk niet dat mijn moeder had gezien dat de helft van de blokjes vol blauwe schimmel zat. Nog een geluk dat ze het zelf niet heeft opgegeten.
En toch maken wij ons ook wel zorgen. Want wat als mama valt. Zo’n oud mens valt pardoes in stukjes. En dan kan je koppie nog wel helemaal in orde zijn maar dan beland je toch nog in een verzorgingstehuis. Dus zeuren wij tot vervelens toe dat ze haar rollator moet gebruiken.
‘Dat doe ik hoor, ik gebruik hem altijd.’
‘Oh, en waarom staat hij dan in de keuken terwijl jij in de voorkamer zit?’
Tja, stilte.
Vanmorgen was het mijn beurt om mama te bellen met de vraag hoe ze geslapen had. Door hectiek op mijn werk was het er even bij ingeschoten. Dus belde mama zelf.
‘Was jij mij vergeten?’
‘Hoi mam.’
Mijn collega’s lagen in een deuk. Zij weten dat mijn zussen en ik om de beurt mijn moeder bellen. En dat mijn moeder daar ook streng toezicht op houdt. En ze geven haar groot gelijk. Want mantelzorg is niet iets waar je licht over mag denken.
