Tere kinderzieltjes

Soms kom je ineens een nieuwsbericht tegen waarvan je heel goed moet nadenken of je nu voor de gek wordt gehouden of niet. “Engelse uitgever gaat tekst boeken Roald Dahl aanpassen.” Nee, dat is niet echt, dat is een grap. Maar het is geen 1 april en ik ben ook nog nergens een bericht tegengekomen dat dit weerspreekt. Wel heb ik gezien dat de Franse en Nederlandse uitgevers het voorbeeld niet gaan volgen.

Gelukkig maar. Want wat een onzin, woorden als ‘dik’ of ‘lelijk’ mogen niet meer. Dat is kwetsend en kinderen kunnen daar last van krijgen. De wereld is gek geworden, denk ik dan.

Ik weet nog goed dat mijn ouders vroeger een heel dik sprookjesboek in de kast hadden staan. De verzamelde sprookjes van de Gebroeders Grimm. Twee Duitse broers die sprookjes verzamelden en optekenden. Want zij bedachten die natuurlijk niet zelf. Roodkapje bestond al heel lang. Ik genoot ervan. Toch denk ik dat er binnenkort wel iemand op zal staan die die sprookjes gaat verbieden. Immers, het bloed droop van de pagina’s. Een heks die levend wordt verbrand door twee kleine kinderen. Een jager die met een groot mes de buik van een (tegenwoordig beschermde) wolf opensnijdt. Een moeder die de tenen van haar dochters afsnijdt omdat ze anders niet in het glazen muiltje passen. Een slapende prinses die ongevraagd wordt gekust, toch een echt “metoo-tje” als je het mij vraagt.

Het is verschrikkelijk, al die verhalen. Totaal niet verantwoord en vreselijk slecht voor een tere kinderziel. Maar ik genoot. Van prinsessen en prinsen, van draken en kikkers. In sprookjes kan alles. Daar wordt het dienstmeisje een prinses en een lelijke kikker een prins. In het echte leven is dat allemaal niet mogelijk, daar blijft het dienstmeisje gewoon ploeteren voor een hongerloontje en wordt de kikker opgegeten door een reiger. Maar als kind kon ik wegdromen en rondlopen in een land dat nog mooier was dan Narnia. Ik kon vliegen en toveren. Ik was in mijn hoekje van de bank helemaal vertrokken naar een andere werkelijkheid. Heerlijk.

Ik vind het bijna slecht om dat de kinderen van vandaag te onthouden. Het is toch geweldig om zo te kunnen fantaseren. En laat Sjakie in de chocoladefabriek dan een lelijk jongetje tegenkomen. Sommige mensen voldoen nou eenmaal aan die omschrijving. Het is niet anders. In je latere leven kom je toch wel op hardhandige wijze tot de ontdekking dat sprookjes niet bestaan.

Toch eens vragen of mijn moeder de Sprookjes van Grimm nog heeft.

Vriendin

Ik heb niet heel veel vrienden. Ik gebruik het ook niet als modewoord. Sommige mensen hebben zoveel vrienden dat ze het zelf niet meer bij kunnen houden. Maar aan de vrienden die ik heb, ben ik trouw. En als er iets met een van hen is, raakt me dat diep.

Een paar maanden geleden kreeg een lieve vriendin het nieuws dat de longziekte die zij had haar binnen afzienbare tijd fataal zou worden. Een mokerslag, natuurlijk in eerste instantie voor haar en haar man, maar ook voor de mensen die om haar heen stonden. Waar ik er één van was. Zij reageerde zelf heel nuchter. Er was niets aan te doen dus ze zou het moeten accepteren. Daar had ik al bewondering voor. Ze was niet boos, ze heeft niet gescholden. Ze aanvaardde haar lot.

En dat lot bracht haar heel wat zware dingen. Van het nog kunnen lopen van een blokje rond tot een half uur moeten bijkomen van tien meter lopen. De rollator werd een rolstoel en daarna kwam er een bed in de woonkamer te staan. En nog steeds kwam er geen onvertogen woord over haar lippen. Waar ik de hele wereld verrot zou hebben gescholden, zei zij alleen maar “het is wat het is”.

Tot het ook voor haar niet meer acceptabel was. Ze nam het moedigste besluit dat een mens volgens mij kan nemen en begon haar eigen einde te regisseren. Ze vertelde wat haar wensen waren. Tegen haar man, tegen de huisarts, tegen mij. Ze gaf spullen weg, maakte een lijstje van muziek die gedraaid moest worden en bepaalde een datum. Dinsdagmiddag.

Ik liep de dagen voorafgaand aan die datum iedere dag een keertje bij haar binnen. We kletsten over koetjes en kalfjes maar spraken ook over ernstige dingen. Ik weet nog dat ik vroeg of ik op maandag ook nog welkom was. Of dat ze dat misschien liever niet had. “Jij mag wel komen”, zei ze “jij bent geen jankerd.” Onwillekeurig moest ik er om lachen.

De dag er na liet ze het leven los. Omdat het voor haar niet meer menswaardig was. Ik heb diep respect voor haar dat ze dat zo heeft kunnen doen. En ik mis haar.

De grote verbouwing

Madonna weet toch altijd weer de gemoederen bezig te houden. En vaak gaat het dan niet over haar muziek. Ik zou eerlijk gezegd ook niet weten of ze laatste tijd nog veel nieuwe muziek heeft uitgebracht. Maar dat kan ook heel goed aan mij liggen. Ik ben qua muziek echt in de vorige eeuw blijven steken. En toen heb ik genoten van haar muziek.

Nee, tegenwoordig gaat het bij Madonna over haar kleding, haar jonge lovers en vooral over haar uiterlijk. Ze is inmiddels 64 jaar oud maar haar gezicht is nog zo strak als dat van een 18-jarige. Ze kan het zich ook veroorloven dus daar zit het probleem niet. Bovendien is het haar gezicht en ze mag zelf uitmaken wat ze daar mee doet. Als zij dat nou mooi vindt.

En daar zit denk ik ook wel vaak het probleem. Want al die vrouwen die zichzelf voor heel veel geld laten veranderen in iets dat ze niet zijn, zouden ze dat echt doen omdat ze het zelf mooi vinden? Of is het omdat ze denken dat anderen, bij voorkeur mannen, dat mooi vinden. Ik vind het in ieder geval niet mooi. Al die vrouwen lijken ook op elkaar, met hun lippen, hun strakke jukbeenderen en hun extensions.

Het excuus is dat je als oudere vrouw niet meer aan de bak komt. Dan tel je niet meer mee. Want vrouwen mogen, anders dan mannen, niet oud worden. Maar we gaan toch zelf onder het mes? En het meeste commentaar krijgen vrouwen van andere vrouwen. Echt niet van mannen. Vrouwen onderling zijn vals. Vrouwen die zichzelf zijn en daardoor anders dan anderen, moeten heel sterk in hun schoenen staan. Anders worden ze door hun zusters genadeloos onderuit gehaald. Want daar zijn we wel goed in.

Dus laten we niet meer zeggen dat mannen willen dat vrouwen zich laten veranderen in een te strakke versie van zichzelf. Met het risico dat ze op een gegeven moment dermate snel in verval raken dat het niet meer om aan te zien is. Ook daar zijn genoeg voorbeelden van. Ik stel voor dat we collectief besluiten om niet meer aan ons zelf te laten sleutelen. Gewoon mee stoppen, niet meer doen. Maar mijn voorstel zal wel niet in goede aarde vallen. Want zo zijn wij vrouwen niet.

Onverwacht

Van de familie van mijn maatje zijn niet veel mensen over. Van zijn vader zijn er helemaal geen ooms en tantes meer. Van zijn moeder leven er nog een broer en een zus. Met die tante heb ik geen contact maar zijn oom en diens vrouw zijn hele lieve mensen waar ik eigenlijk veel te weinig kom. Ze vragen wel naar me en hoe het gaat dus ik voel me daar dan toch wel weer schuldig over. En eerlijk is eerlijk, het is ook altijd gezellig om daar te zijn. Heerlijk, al die oude verhalen weer. De oom van mijn maatje is een geboren verteller. Dat zat wel in de familie. De verhalen werden altijd een beetje smeuïger gemaakt dan ze eigenlijk waren. Ik kon er uren naar luisteren. Het zijn verhalen over een tijd die al lang voorbij is en die waarschijnlijk ook niet zo mooi en avontuurlijk was als nu wordt verteld. Maar toch.

Stef mag ook altijd mee, hij wordt tot en met verwend. In opperste aanbidding zit hij bij tante en geniet van de worst en kaas die hem quasi stiekem wordt toegestopt. Tenslotte komt hij niet vaak op bezoek. En dan mag het.

Oom komt niet veel meer buiten, hij is oud en niet meer helemaal gezond. Zijn longen laten hem behoorlijk in de steek. Toch klaagt hij nooit. Hij zit in zijn stoel en geniet van wat er buiten gebeurt en van de mensen die hem een bezoek brengen. Ik zit tegenover hem en kijk naar hem.

En dan, onverwacht, zie ik het. Daar zit een oudere versie van mijn maatje. De versie die hij zelf nooit zal worden. Natuurlijk, wel anders, maar toch. Die houding, de haren, de lach. Maar vooral, de handen. Ze hebben echt allebei dezelfde handen. Het komt behoorlijk  binnen. En ik was er helemaal niet op beducht. Ik moet even op mijn wangen bijten om de tranen binnen te houden. Ik denk dat ze ervan zouden schrikken, als ik daar ineens in huilen uit zou barsten. Het zou de gezellige middag toch een heel ander eind geven.

Op de terugweg in de auto laat ik ze maar gewoon stromen. Stef begrijpt er niet veel van, hij heeft heerlijk gesnoept en het prima naar zijn zin gehad. Ik ook wel hoor, zeker, ik ga heel snel weer een keer terug. Maar dan wel beter voorbereid.

Er staat iets te gebeuren

Het vrouwtje heeft een bench gekocht. Maar mooi dat hij daar niet in gaat, stel je voor. Toen hij klein was ja, toen moest hij er af en toe in. In het begin sliep hij daar ook, tegen zijn knuffel aan. Maar later mocht hij gewoon op de bank en nu slaapt hij al weer een tijdje naast het vrouwtje. Op zijn zachte dekentje. Echt niet dat hij straks weer in zijn uppie in zo’n kooi gaat slapen. Het is ook best een kleine bench, dat wel. En ze heeft ook hele kleine hondenspulletjes meegebracht. Zo’n riempje waar een volwassen hond zich voor zou schamen. Met kleurtjes en heel dun.

Ze heeft het laatste tijd ook wel eens over Kaatje. Hij weet niet wie dat is maar het vrouwtje schijnt er heel blij van te worden. Dat is natuurlijk wel fijn, hij gunt dat het vrouwtje wel. Natuurlijk blijft hij altijd haar grote vriend, dat weet hij zeker. Dat zegt ze ook, trouwens. Maar misschien heeft ze wel een nieuwe vriendin, wie weet. Laatst was ze er ook naar toe gegaan, zelfs haar zus was mee geweest. Dat moet toch wel iets bijzonders zijn.

Het is een rare situatie. Een bench, bakjes, riempjes, speeltjes. Het lijkt er bijna op dat er een nieuw kameraadje bij hen komt wonen. En Kaatje, dat is toch wel een meisjesnaam. Hmm, hij weet niet precies wat hij er van moet vinden. Aan de ene kant is het wel leuk, een kameraadje om mee te spelen en lekker mee te rennen. Maar aan de andere kant, het kan ook wel zo’n jonge spring-in-het-veld zijn die hem geen rust gunt. Of zou het vrouwtje misschien daarom die bench hebben gekocht. Zodat die nieuwe even een dutje moet gaan doen zodat hij even rust heeft.

Ach, het vrouwtje zal het wel goed weten. En ze zal best heel goed voor hem zorgen. Tenslotte zijn ze al zo lang samen. Maar het is wel een leuk vooruitzicht, nieuw leven in de brouwerij. En hij gaat goed voor zijn vrouwtjes zorgen, daar kun je van op aan.

Pakketbezorgers

Ik ben een groot fan van online shopping. Ik weet het, de plaatselijke middenstand en zo, maar voor iemand die 40 uur werkt is het heel praktisch als je bepaalde zaken gewoon met een druk op de knop kunt bestellen. En dat je dan je weekend kunt besteden aan echt leuke dingen. Ik ben niet iemand die broeken in drie maten bestelt om er dan weer twee terug te sturen, dat niet. Ik probeer de bezorgbewegingen toch wel tot een minimum te beperken.

Maar toch staan bij mij regelmatig pakjesbezorgers aan de deur. Overdag, als ik thuis werk, maar ook ’s avonds. En eerlijk is eerlijk, ik weet niet precies wanneer wat wordt bezorgd dus als ’s avonds in het donker de bel gaat, zorg ik altijd dat Stef met me meegaat naar de voordeur. De arme hond is volkomen onschuldig maar dat weten de bellers niet. Het is toch een zwarte Stafford die hen begroet. Het bordje dat vertelt hoeveel postbodes, hoeveel inbrekers en hoeveel katten hij al verjaagd heeft, helpt daar natuurlijk ook aan mee. Het is met een knipoog maar sommige mensen schijnen toch te denken dat er een ondertoon van ernst zit onder iedere gemaakte grap.

Het is ook niet moeilijk om Stef mee te krijgen naar de voordeur. Zodra de bel gaat, staat hij al klaar. Hij verwacht vriendelijke mensen en vriendelijke mensen hebben altijd snoepjes bij zich. Het is lastiger om hem te beletten mee te gaan dan om zijn hulp in te roepen.

Pakjesbezorgers die al wat langer rondrijden in onze wijk, kennen Stef inmiddels. En afhankelijk van hun eigen voorkeur wordt Stef vriendelijk begroet of ontweken. Stef maakt het niet uit, hij blijft enthousiast. Laatst stond er echter iemand voor de deur die duidelijk nog nooit kennis had gemaakt met mijn enthousiaste vriendje. Ik deed de deur open en Stef schoot achter me vandaan naar buiten. De man schrok verschrikkelijk en gooide me het pakje toe. Ik kon het nog net vangen. Daarna trok hij een sprintje naar zijn bus. Misschien vanuit zijn oogpunt gezien wel logisch maar niet heel verstandig. Want Stef vond het wel een leuk spelletje. En sjeesde er achteraan. Arme man, hij wist echt niet hoe snel hij achter het stuur moest kruipen en de deur dicht moest gooien. Teleurgesteld droop Stef af en kwam terug toen ik hem riep. Wat was dat nou? Hij wilde toch alleen maar spelen. Ik kreeg ook niet de gelegenheid om het uit te leggen want de man keek stug vooruit en gaf gas.

Ik vrees dat deze man mijn pakjes voortaan tegen de voordeur zet, aanbelt en maakt dat hij wegkomt. En Stef bedoelt het echt heel goed. Maar ik blijf hem wel meenemen naar de voordeur. Tenslotte kun je nooit weten.

Kerkklokken

Ik woon in een dorp, ik heb het al eens eerder verteld. En dan bedoel ik ook echt in een dorp, met dorpse waarden en tradities. We hebben een supermarkt, zelfs twee, maar verder moet je niet veel eisen stellen. Ik vind het heerlijk. Als ik drukte wil, ga ik naar een stad en als ik rust wil, ga ik naar huis. Natuurlijk zijn er ook nadelen, dat weet je van tevoren. Als je dat niet wilt, moet je niet in een dorp gaan wonen. Er wordt meer gelet op wat iedereen doet en, zoals overal, hebben mensen daar ook een mening over.

Toch is het dorp niet helemaal ouderwets. We hebben zelfs een buurt-app. Ik plaats nooit een bericht maar het is wel handig om op de hoogte te blijven. En om je soms te verbazen over zaken waar mensen zich druk over kunnen maken. Ik lees graag mee.

Zo ook pas geleden. Van oudsher zijn er in mijn dorp drie kernen, met uiteraard in iedere kern een kerk. Ik woon vlak bij die kerk. En die kerk heeft een welluidende klok die om het half uur slaat. En de kerkgangers verwittigt als er een dienst aanstaande is. Op zondag om tien voor half tien en bij belangrijke gebeurtenissen soms al wel een kwartier vooraf.

Meestal hoor ik het niet eens meer. Je raakt eraan gewend. Maar de nieuwe bewoner van het voormalige domineeshuis had er toch wat meer moeite mee. En plaatste een bericht in de buurt-app. Hij vroeg of er meer mensen last hadden van de klok. Zijn nachtrust met name werd er ernstig door verstoord. En als hij voldoende medestanders had, kon hij wellicht een verzoek indienen om het slaan van de kerkklok te laten stoppen.

Ik moest al lachen toen ik het bericht las. Oeps, dat ging reacties opleveren. En ja hoor, de hele buurt viel over hem heen. Iemand vertelde hem fijntjes dat hij daar eerder over na had moeten denken. Je moet ook niet naast een luchthaven gaan wonen als je geen vliegtuigen wilde horen. Het werd een hele discussie. Zelfs de minaretten van een moskee werden erbij gehaald. Arme man, ik denk dat hij al lang spijt had van zijn actie. De enige medestander die hij had, verwijderde snel zijn bericht toen hij zag wat de buurtgenoten er van vonden. De algemene conclusie was dat het een van de charmes van het dorp was en dat hij niet moest zeuren.

Ik ken de man in kwestie niet, maar ik denk niet dat hij vrienden heeft gemaakt. Het zal me niet verbazen als het huis binnenkort weer op de markt komt.

Pyjamadag

Het is toch verschrikkelijk, het lijkt wel of het nooit meer mooi weer wordt. Hij vindt er echt weinig aan. Iedere dag weer die regen. En dan ook gewoon de hele dag hè, niet dat er even een bui valt en dat je dan weer naar buiten kunt, maar echt constant regen. Hij kan niet eens met droge voeten door de tuin lopen. De fontein stroomt over en de paadjes staan gewoon blank. De plassen zijn volgens hem wel vijf centimeter diep. Het vrouwtje moppert er ook op, “je staat bijna tot je enkels in het water”. En het lijkt ook wel of het de hele dag niet echt licht wordt.

Wel fijn dat hij in ieder geval droog kan plassen en poepen. Hij weet het wel, het vrouwtje is niet heel gelukkig als hij zijn poot optilt tegen de tuintafel, maar onder de overkapping kan hij tenminste even rustig staan. Hij zorgt er netjes voor dat zijn poepjes een beetje aan de rand liggen. Eén keer had het vrouwtje er bijna ingetrapt toen ze in het donker naar de container moest. Gelukkig kon ze het ontwijken maar hij had toch wel behoorlijk op zijn kop gehad. Dus daar hield hij nu maar rekening mee. Want stel je voor dat het niet meer mag.

Nee, het is echt geen feest, buiten. Normaal als het vrouwtje haar jas aan doet, gaat hij eens kijken of hij niet mee kan. Maar nu blijft hij maar stilletjes op de bank liggen. In de hoop dat ze niet bedenkt dat hij mee uit moet. Laatst kwam een vriend van het vrouwtje toen ze zelf niet thuis was. Dat is altijd supergezellig. Alleen had die nu bedacht dat ze een rondje gingen lopen. Het was net even droog. Ja, er viel geen regen uit de lucht inderdaad. Maar de bermen waren een grote sopzooi. Bah, bah, hij kreeg modder tussen zijn tenen, het was glad en het was ook koud. Hij had een paar keer verwijtend omgekeken maar ze waren gewoon doorgelopen. Het viel hem echt een beetje tegen. Gelukkig kreeg hij thuis snoepjes, dat maakte het weer een beetje goed.

Het is te hopen dat het snel weer beter wordt. Dat hij weer lekker op zijn zonneplekje tegen het tuinhuisje kan gaan liggen. En tot die tijd doet hij hetzelfde als het vrouwtje af en toe op zondag. Hij houdt pyjamadag. Maar dan lekker door de week.

Opgeruimd

Hoe gezellig ik het ook vind in huis, ik kan niet wachten om de kerstspullen weer op te ruimen en naar zolder te brengen als de feestdagen voorbij zijn. Opruimen, heerlijk. Over tot de orde van de dag.

Want waar ik nooit bij stil heb gestaan, is hoe die stomme kerstreclames binnen kunnen komen. Al die supermarkten die je vertellen dat je gezellig samen met je geliefden moet eten met kerst. Dit jaar was er zelfs een reclame die riep “liefste ik kan je niet missen”. Het klinkt als een hele foute smartlap maar toch voelt het weer als een tik. Daar kunnen die mensen niks aan doen hoor, ik heb er zelf ook nooit bij nagedacht. Maar je wordt iedere keer weer met je neus op de feiten gedrukt. En er is geen ontkomen aan, je kunt geen zender kiezen of ze komen voorbij. Op de radio is het zo mogelijk nog erger, overal schallen de kerstliedjes door de ether. Driving home for Christmas, huhuh.

Nee, het is prima zo. Nog even alle nieuwjaarsrecepties doorstaan en dan kunnen we weer verder. Het lijkt zelfs of de dagen dan zichtbaar weer wat langer worden. Maar dat kan natuurlijk ook idee zijn. Of wishful thinking, wie weet. Het maakt me niks uit. Ze worden in ieder geval niet korter. Een nieuw jaar, nieuwe ervaringen en nieuwe herinneringen.

Goede voornemens heb ik ook dit jaar weer niet gemaakt. Ik moet dan altijd denken aan de Loesje-spreuk, “Begon de dag met tien goede voornemens. Ze zijn nu al op.” Ik denk dat ik het komende jaar ga wennen aan dingen doen zonder daarbij af te stemmen. Toen ik met mijn maatje was, deden we dingen samen. En dan hou je toch rekening met de ander. Dat gaf niet, dat was fijn, dat zou ik heel graag nog willen doen, maar nu is dat niet meer. Afgelopen jaar ben ik geloof ik meer bezig geweest met overleven en proberen alles zo goed mogelijk op de rit te krijgen. Nu zie ik het jaar met wat meer vertrouwen tegemoet. Oh zeker, er zullen moeilijke momenten genoeg komen. Waarschijnlijk ook op momenten dat ik er niet op beducht ben. En dan zullen er ook best wel tranen zijn. Maar toch, ik denk wel dat ik het kan.