Schrijven is een vak

Schrijven, het is een complex proces. Zit ik net lekker in de flow, denk ik, ‘wat ruikt het hier ineens raar.’ Heeft Kaatje eerst buiten door de poep gelopen en daarna door de hele woonkamer. En dat valt niet te negeren, dat haalt je resoluut uit je concentratie. Dan kun je verstoord kijken, maar ze gaat het echt niet zelf schoonmaken. Het maakt haar namelijk niet uit dat de vuiligheid tussen haar tenen zit. Dus, plaids in de was, vloer schoonmaken en dweilen. En het gevecht met Kaatje aangaan. Want die voeten, die moeten schoon. Gelukkig weegt ze nog maar elf kilo. Dat kan ik wel in bedwang houden als ik haar onder de kraan hou. Maar ze is het er niet mee eens, dat is duidelijk.

Daarna maar weer terug naar mijn verhaal. Tijdens de schrijfweek op Texel was het toch makkelijker om te focussen. Marelle Boersma en Heleen van den Hoven van de Online Schijfschool hielden de groep wel geconcentreerd. We waren met een grote groep schrijvers bij elkaar om een verhalenbundel te schrijven. De begeleiding was super, het programma bood workshops, coaching maar ook tijd om het eiland te verkennen. ‘Research,’ zeiden we ernstig tegen elkaar. Om daarna op de kade van een haventje te zitten met onze blote voeten in het water. Onder het genot van een ijsje. Toch was het wel super om de sfeer op te snuiven.

Na een midweek schrijven, leren en genieten stond mijn verhaal in de steigers maar moest het toch nog wel afgebouwd worden. De twijfel sloeg toe, is het wel goed genoeg, moet ik niet opnieuw beginnen. Ik zocht mijn aantekeningen erbij, wat had ik geleerd, waar moest ik op letten. En ik begon. Na het nog tig keer nagelezen te hebben, stuurde ik het concept naar de medecursisten van mijn ‘leesgroepje’. Dat is spannend, ik ken mijn personages door en door, ik weet wat ze denken en hoe ze handelen. Maar heb ik dat ook duidelijk genoeg op papier gezet? Of denkt de lezer, ‘nou ja, wat een raar verhaal, ik begrijp er niks van.’ Het is best griezelig om hetgeen wat jij hebt bedacht zo maar vrij te laten.

Gelukkig gaan er ook nog professionals naar mijn verhaal kijken. Ik ben heel benieuwd naar hun feedback. Het verhaal kan er alleen maar beter van worden. En als de bundel dan uitkomt, in december, kan ik hem in ieder geval vol trots aan iedereen laten zien.

Deze manier van schrijven is iets waar ik heel erg van kan genieten. Ik ben dan ook heel blij dat ik aan de schrijfweek op Texel heb deelgenomen. Sterker nog, het duurt nog wel lang, maar ik heb me al aangemeld voor de editie van november 2024. Lekker vooruitzicht!

Langste dag

Afgelopen woensdag was het weer zo ver, de langste dag van het jaar, 21 juni. Tijdens de daaropvolgende midzomernacht bereikt de zon, gezien vanaf de aarde, zijn meest noordelijke positie en blijft het op de meest noordelijke plekken van de aarde de hele nacht licht. De wending van de zon wordt eeuwenlang gevierd tijdens het midzomerfeest op 24 juni en vindt zijn oorsprong in de tijd van de Vikingen. Ik heb daar wel wat mee, met die folklore en die geschiedenis.

Tijdens midzomernacht bezochten de Vikingen waterbronnen met genezende krachten en ontstaken zij grote brandstapels om kwade geesten te verdrijven. In de 7e eeuw werd het midzomerfeest een christelijk feest, doordat geestelijken het tot dan toe heidense feest koppelden aan de geboorte van Johannes de Doper op 24 juni. De katholieke kerk liet tenslotte geen enkel middel ongeschuwd om de mensen ervan te overtuigen dat hun geloof het enige ware was.

Ik heb dan toch meer met de oude betekenis. De tovenarij, trollen, heksen, elfen, draken. Mooie verhalen. Natuurlijk, ook door de overlevering steeds mooier geworden maar de symboliek erachter getuigt toch van een verbondenheid met de natuur die de meesten van ons al lang verloren zijn. Het ritueel van plukken van lijsterbessen om voor de ramen en deuren van huizen te hangen om heksen te weren wordt ook niet meer uitgevoerd. We weten niet eens dat heksen niet bestand zijn tegen de geur van lijsterbessen. En zeker, ik geloof niet in heksen, maar het is wel mooi om te lezen over al die gebruiken. Zeker in de Scandinavische landen zijn heel veel mooie legendes te vinden. Misschien omdat de mensen daar in de winter, als het er veel minder lang licht is, samen rond het haardvuur zaten en elkaar verhalen vertelden. Daar zou ik dan toch wel eens graag bij hebben willen zijn.

De langste dag, wat onvermijdelijk ook weer tot gevolg heeft dat de dagen nu korter gaan worden. Het duurt gelukkig nog lang voor we dat merken en voor we daar last van gaan krijgen. En dat ik in gedachten mijn schoonvader hoor zeggen ‘Ge kunt het al goed zien aan de dagen….’

Logeren

Soms gaat het vrouwtje wel eens op vakantie en dan moet hij gaan logeren. Meestal gaat hij dan naar de zus van het vrouwtje en haar vriend. Dat is wel supergezellig want daar wordt hij toch wel wat meer verwend dan door het vrouwtje. Vooral die vriend is wel vaak in voor een spelletje of een extra snoepje. Hij is alleen benieuwd hoe dat nu gaat met Kaatje. En of die dan ook mee mag. Want hij had het vrouwtje gehoord over een week Texel. En dat hij dan niet mee kon. Hmm.

Gelukkig bleek dat Kaatje ook mee mocht gaan logeren. Daar was hij wel blij om. Het was af en toe wel een lastig kind, maar hij kon haar toch niet zo heel goed missen. Hij hoopte alleen wel dat ze zich zou gedragen. Want daar mankeerde het toch nog wel eens aan hoor. Kaatje keek vaak toch nergens naar. Jeetje, en dan zouden ze misschien wel niet meer terug mogen komen.

Op zondagmiddag had het vrouwtje de spullen in de auto gezet en waren ze op pad gegaan. Uit logeren. Er stond zelfs een splinternieuw zwembad voor hen klaar. Het vrouwtje moest er om lachen. “Verwen ze maar”, zei ze, “dan willen ze straks niet meer weg.” Nou, eerst maar eens kijken of Kaatje wel mocht blijven. Ze liep in ieder geval al rond alsof ze er al honderd keer geweest was. Zelf liep hij ook wel door de tuin maar hij keek toch altijd wel een beetje uit. Maar Kaatje niet, die banjerde gewoon overal doorheen. Hij hield zijn hart vast.

De rest van de week gedroeg ze zich niet veel beter. Er stonden twee mooie ligstoelen buiten en daar lag de prinses op de erwt dan uitgebreid haar snoepjes op te eten. Als een echte dame. En als ze dan op waren, liet ze een boer alsof ze een oude zeekapitein was. Hij was eigenlijk blij dat ze allebei beneden sliepen en dat boven de tussendeur dan dicht was. Want Kaatje snurkte ook als een walrus. Echt, dat zo’n klein meisje zoveel lawaai kon maken. Onvoorstelbaar. En zelf had ze er natuurlijk geen erg in, nee, zij niet.

Maar ze zijn er volgens hem niet boos om. De zus van het vrouwtje stuurt wel steeds foto’s op maar dan moet ze er toch ook wel om lachen. Gelukkig maar. Want er zijn niet zo veel adressen waar voor hem speciaal worstjes worden gebarbecued. En het zou toch wel erg zijn als Kaatje daar roet voor in het eten zou gooien.

Waldorf en Statler

Als je vertelt dat je vroeger graag naar The Muppet Show keek, verraad je direct weer je leeftijd. Maar ik keek heel graag. Mijn favoriete personages waren Waldorf en Statler. Heerlijk, die twee oude mannetjes die vanaf hun balkon alles bekeken en overal commentaar op leverden. En ‘boeh’ riepen naar iedereen die zich maar op het podium waagde. Ze waren wel eerlijk in hun opmerkingen, ze vonden iedereen slecht.

Soms voel ik me ook een beetje als een van hen. Niet dat ik mezelf oud vind, dat niet. En ik denk dat ik ook best nog redelijk moderne denkbeelden heb. Daar moet je natuurlijk wel mee uitkijken, want dat vind ik zelf. En dat toets ik aan mensen van mijn leeftijd. Wat natuurlijk wel gevaarlijk is. Misschien dat mijn jonge collega’s me achter mijn rug meewarig bekijken en denken “ze kan het allemaal niet meer zo goed volgen, ach gussie.” Maar zo lang ze dat niet tegen me zeggen, leef ik in de vrolijke veronderstelling dat het allemaal nog best meevalt.

En toch gebeuren er dingen die ik niet kan volgen en niet kan begrijpen. Ik denk dat dat nog niet eens zo zeer met leeftijd te maken heeft. Want waarom moet iedereen altijd maar afgefakkeld worden. Mensen maken iets, schrijven iets of doen iets en de hele social media-wereld valt er overheen. Hele verhalen worden geschreven door mensen die anderen hun mening willen opdringen.

Ook zitten ze bij de vele praatprogramma’s die iedere avond ons televisiescherm vervuilen. Altijd weer dezelfde experts, dezelfde zogenaamd kritische mensen. Heerlijk elkaar bevestigen. Want ik snap het wel, de makers van zo’n programma nodigen natuurlijk wel de gasten uit waarvan ze denken dat ze hun standpunt delen. Of waarmee een leuke discussie gevoerd kan worden. Tenslotte wil je je kijkers niet wegjagen. Angela de Jong kan dan nog net. Daar kan het social media-publiek een dag later dan op los. De enigen die redelijk onafhankelijk reageren zijn de mensen van VI. Althans, dat hoor ik, want ik kijk al jaren naar geen enkel praatprogramma meer.

En ik ben niet roomser dan de paus hoor, ik vind ook overal iets van. Maar ik vind mijn mening niet dermate belangrijk dat ik die met de hele wereld wil delen. Ik zit liever op mijn balkon, daar heeft niemand er last van als ik ‘boeh’ roep.

Beroepskeuze

Ik heb het al eens verteld, een van mijn liefste bezigheden is mensen kijken. Op een terrasje, in de zon, en dan maar kijken wat er voorbijkomt. En dat van commentaar voorzien. Dat mag, want dat doet iedereen. Ik heb in ieder geval niet de illusie dat mensen niets van mij vinden als ik voorbijloop. Uiteindelijk vinden wij mensen overal iets van. Of het nu terecht is of niet.

En misschien is het idee van mij, maar vaak kun je aan mensen zien welk beroep ze uitoefenen. Mijn vader was onderwijzer en ik verbeeld me dat ik leraren en onderwijzers feilloos herken. En niet alleen door hun gedrag, ze willen immers alles uitleggen, maar vaak ook door de wijze waarop ze zich kleden. Vooral de wat oudere garde. Mijn vader was ook zo, redelijk conservatief in zijn voorkomen. Natuurlijk is het wel veranderd maar ik geloof niet dat zij vooroplopen in de mode.

Laatst werd ik weer bevestigd in mijn fantasie. Ik liep een pompstation binnen om af te rekenen en stond te wachten achter een meneer met een donkerblauwe pantalon en een lichtblauw overhemd. Zijn broek blonk een beetje, aan de achterkant. Hij stond stevig op een paar zwarte stappers met spekzolen. Nadat hij zijn schuld had betaald en mij vriendelijk had gegroet, liep hij naar buiten. Ik hield mijn adem in, zou hij naar het taxibusje lopen? En ja hoor, de alarmlichten knipperden en hij stapte achter het stuur. Een rasechte buschauffeur.

Natuurlijk heb ik het niet over de mensen die bedrijfskleding dragen. Dat zou niet eerlijk zijn. Maar toch zijn de meeste autoverkopers nog steeds volgens de laatste mode gekleed, net als de mensen die werken bij een reclamebureau. En mensen uit de zorg zijn wat alternatiever. Het lijkt soms toch een beetje een soort uniform. Voor mij begon dat al op school, ook daar wilde je niet uit de toon vallen.

Misschien voelen we ons dan ook wel zekerder. Zorgen we dat we in ieder geval op ons werk niet uit de toon vallen en herkenbaar zijn. Het feit dat ik het constateer wil niet zeggen dat ik het veroordeel, helemaal niet. Ik vind het alleen maar erg leuk om naar te kijken.

Duidelijk aanwezig

Je zou toch denken dat zo’n klein meisje maar een beetje ruimte nodig heeft. Maar nee hoor, ze gaat gewoon midden op de bank liggen. Hij had bijna geen plaats meer. Ze had gewoon haar knuffel meegenomen en lag zielstevreden te snurken. Nou ja. Gelukkig vindt het vrouwtje wel dat hij ook op de bank mag. Ze legde Kaatje in het hoekje zodat hij in zijn eigen hoekje kon. Maar ja, dat vond ze natuurlijk weer niet gezellig. Ze kwam gelijk bij hem liggen. Dat is wel een beetje wennen hoor. Het is wel fijn maar ook een beetje lastig. Want Kaatje ligt niet stil, die blijft maar wiebelen. En dan kan hij ook niet rustig liggen. Pffff. Soms ligt ze gewoon boven op hem. En als hij dan van de bank gaat en op het grote kussen gaat liggen, komt ze er meestal achteraan. Want het lijkt wel of ze per se bij hem wil zijn. Ach ja, ze heeft wel een grote mond maar het is eigenlijk ook nog maar een klein meisje.

Laatst was het vrouwtje wel een beetje klaar met haar. Ze moest een dutje gaan doen omdat ze heel druk was geweest en dat wilde ze niet. Nou, ze ging toch tekeer in haar bench. Hij schaamde zich een beetje. Straks gingen de buren nog mopperen tegen het vrouwtje. Hij hield zichzelf maar stilletjes op de bank. Het vrouwtje ergerde zich wel een beetje, dat zag hij wel. Maar ze gaf het niet toe. Op een gegeven moment ging ze een groot badlaken halen. Hij keek een beetje verbaasd toe, wat ging ze daar nou mee doen? Ze hing het gewoon over de bench, alsof Kaatje een papegaai was. Maar het hielp wel, het werd stil in het kooitje. Het vrouwtje liet haar gewoon een uur liggen zeg. En toen ze een hele tijd stil was geweest mocht ze er pas uit. Ze was er gewoon van onder de indruk, dat zag hij wel. Hij nam haar maar even mee naar buiten, samen in het zonnetje liggen. Toen was het al gauw weer over, ze wilde al snel weer met de bal spelen.

Ze wordt ook wel groot, die kleine. Ze past helemaal niet meer in de reisbench waar ze ’s nachts altijd in sliep. Dus nu moet ze beneden slapen, in de grote bench. Hij was wel even bang dat het vrouwtje hem dan ook voortaan beneden zou laten slapen. Nu heeft hij nog altijd zijn eigen plekje op de slaapkamer. Maar dat was gelukkig niet zo. Want hoe gezellig hij het ook heeft met Kaatje, voor het vrouwtje moet hij wel blijven zorgen. Tenslotte blijft hij haar grote vriend.

Stilte

Het is nu anderhalf jaar geleden dat ik mijn maatje verloor. Het lijkt gisteren en het lijkt een ander leven. Een leven dat ik, denk ik, best wel weer goed heb ingericht. Toch denk ik nog iedere dag aan mijn maatje. Niet altijd vanuit verdriet. Ook ‘gewoon’ bij een herinnering. Of als ik denk “dat zou hij leuk gevonden hebben.” Wat zou hij genoten hebben van Kaatje en het kattenkwaad dat ze uithaalt.

Ik probeer er niet te veel over te praten. De mensen zijn verdergegaan en verwachten dat ook van mij. Dat doe ik ook, ik geloof niet dat ik er in ben blijven hangen. Maar er zijn dagen dat de stilte weer zo voelbaar is. Bij de eerste warme dag, als ik alleen in de tuin zit. Of als ik bij het tuincentrum alleen besluit welke plantjes ik koop. Het zijn hele simpele dingen, ze stellen eigenlijk niks voor. Het is niet dat ik nu ineens Afrikaantjes ga kopen. Maar de voldoening is toch minder groot als je hem niet kunt delen.

Het is ook bijna niet uit te leggen. Je moet het meegemaakt hebben om het te begrijpen. Hoe zwaar dat ook klinkt.

Gelukkig gebeurt er dan meestal wel iets dat het trieste gevoel verdrijft. Dat ik denk “hoe kan Kaatje aan dat blad ruiken, die plant staat daar helemaal niet.” Hm, nee, origineel niet nee, maar madam heeft hem met wortel en al meegesleept. En ze schaamt zich er niet eens voor. Sterker nog, ik verdenk haar ervan dat ze stiekem trots is dat ze het toch maar mooi voor elkaar gekregen heeft. Ook daar zou mijn maatje hartelijk om hebben kunnen lachen. Stef kijkt het eens aan en denkt “oehh, dat mag helemaal niet”, ik zie het aan zijn kop. Ach Stef, jij hebt ook heel wat Hortensia-takken vermorzeld, toen je nog klein was. En dat verdrijft de stilte dan toch wel weer.

Ik denk dat het ook altijd wel zo zal blijven. Lief en leed van 35 jaar vlak je niet uit. Dat gaat nooit meer weg. Waar ik ook naar toe ga, mijn maatje zal altijd naast me blijven lopen. En ik denk (stiekem) dat hij best trots op mij is.

Stefano Picasso

“We gaan schilderen Stef”, het vrouwtje was helemaal enthousiast. Schilderen, wat was dat nou weer. Het was in ieder geval bij de dame van de hondenschool, dus dat was altijd leuk. Hij was zelf nog nooit in de school zelf geweest, Kaatje wel, daar was hij ook wel nieuwsgierig naar. En Kaatje mocht niet mee, leuk om weer eens een hele avond met het vrouwtje alleen op stap te gaan. En er zouden vast wel snoepjes zijn, dat was ook een voordeel. Alleen, schilderen, hij wist echt niet wat hij zich erbij voor moest stellen.

Enthousiast sprong hij in de auto. Spannend hoor, hij bleef er van opwinding bij staan. Dat vond het vrouwtje natuurlijk niet goed. Als ze hard moest remmen, viel hij ondersteboven. Dat zou niet de eerste keer zijn. Daarom had ze ook hangmat gekocht voor de achterbank. Dus hij ging toch maar liggen toen ze het zei.

In de hondenschool waren al andere honden toen ze aankwamen. Ook dat was wel spannend, onbewust liet hij zijn haar omhoog staan. Sommige anderen waren ook een beetje onwennig, dat zag hij wel. Het was altijd een beetje kijken wie er wel en wie er niet leuk was.

Even later moest hij met zijn pootjes over een ingepakt canvas met verf lopen. De kleuren die het vrouwtje erop gesmeerd had, werden zo een mooi mozaïek. Sommigen gingen er ook op zitten of op liggen, dat was ook wel grappig. Eigenlijk was het wel heel leuk, hij kreeg er ook wel plezier in. Op een gegeven moment vond het vrouwtje het klaar en moest het drogen. Jammer, hij had er nog best even langer overheen willen tippelen.

Gelukkig gingen ze daarna nog spelletjes doen. Hij houdt heus van Kaatje maar het is echt leuk om weer iets met het vrouwtje te doen zonder dat ze haar nieuwsgierige neus ertussen steekt.

Natuurlijk konden ze het schilderij nog niet mee naar huis nemen omdat het vrouwtje in haar onhandigheid weer iets te veel verf had gebruikt. Dat drogen duurt nog wel even. Ach, het was ook te verwachten, ze is van nature niet zo creatief. Maar het was een leuke avond. Thuis kroop hij snel op de bank in zijn hoekje. Lekker liggen. Hij was er moe van geworden.

Drukke dag

Soms begint een dag al gelijk met achterstand. Een feit van alleen wonen is dat je alles zelf moet doen. Niet om te klagen hoor, maar als ik de container niet buiten zet, wordt hij nooit geleegd. Dus is het vaak druk. En dat is ook mijn eigen schuld, als je geen huisdieren hebt, is het leven een stuk minder hectisch.

Zoals op die dag dat Kaatje naar de dierenarts moest voor een rabiës-inenting. We moesten er om 09.00 uur zijn. Dus, honden eten, zelf koffie, reisbench in de auto, Kaatje mee. Kaatje vindt de dierenarts nog helemaal prima dus in de wachtkamer is alles nog even interessant en spannend. Enthousiast springt ze rond en probeert ze uit hoe lang haar riem is. Nadat dat gecheckt was, bedacht ze dat ze best op schoot kon komen zitten. En voor ik erop bedacht was, sprong ze tegen mijn benen. Helaas, de aanloop was te kort, ze haalde het net niet. Wel haalden haar nagels mijn kousen, de ladder die ontstond was niet te verstoppen. Zucht, dat werd andere kousen aan doen, thuis.

Even later werden we geroepen. Kaatje was in twee weken een kilo aangekomen, ze groeit als kool, die kleine meid. De dierenarts was prima tevreden en Kaatje kreeg haar rabiës-injectie. “Heb je haar paspoort voor me.” Tsss, nee, vergeten. En natuurlijk, normaal is dat niet zo belangrijk en kun je de stickertjes zelf plakken maar voor rabiës moet de dierenarts tekenen. En het moet zelfs de dierenarts zijn die de injectie heeft gezet. Ik kon niemand de schuld geven, ik was het paspoort zelf vergeten. “Ik kom terug om het te laten tekenen.” De dierenarts knikte, er zat niks anders op.

Dus, Kaatje naar huis, andere kousen aan, paspoort gezocht en naar het werk. Want daar had ik een afspraak. Daarna weer naar de dierenkliniek voor een handtekening en toen naar huis. Werken. Want tja, door al dat gedoe was er natuurlijk weer van alles blijven liggen. Gelukkig kun je dat oplossen door wat langer door te gaan. Op zich vind ik dat ook niet erg, het echte van negen tot vijf is wel een beetje verdwenen.

Stef en Kaatje hebben geen boodschap aan mijn afspraken of schema. Die gaan gewoon lekker hun eigen gang. En hebben hun eigen schema, brokjes eten, uit om te doen wat ze moeten doen en om te checken of er nog nieuwe honden in de buurt zijn komen wonen. En natuurlijk ’s avonds het oor. Goed, dat is van origine Stef zijn ritueel en een oor is voor Kaatje nog wel te hoog gegrepen, maar een speciaal snoepje gaat er altijd wel in.

En dan, eindelijk, is het huis in rust. Met een diepe zucht en een beker koffie ga ik zitten. Heerlijk, ik hou van deze drukte.

Nieuw werkwoord

Soms leer je ineens een nieuw werkwoord waarvan je denkt, “ja, precies, dat klopt helemaal”. Zo kwam ik onlangs het woord ‘graniolen’ tegen. Nooit van gehoord. Ik las het in een column die Miriam had geschreven voor het tijdschrift Saar. Een tijdschrift voor vrouwen boven de 50 die zichzelf nog niet zien als oud en grijs. Een doelgroep waar ik, denk ik, hoop ik, wel bij hoor. Want inderdaad, ik ben boven de 50, al een eindje, maar in mijn hoofd ben ik toch nog steeds 40. Uiteraard voelt het soms wat anders als ik uit bed stap, maar na een rondje hondjes ben ik er toch weer helemaal bij.

Graniolen dus, een samentrekking van Granny en Gladiolen. Wat zoveel betekent als ‘iemand het gevoel geven dat hij of zij al heel oud is’. Het overkomt je als je voor de eerste keer ‘U’ en ‘mevrouw’ wordt genoemd. Of als mensen voor je opstaan zodat jij kunt gaan zitten. Of als je jonge collega je meewarig aankijkt als je problemen hebt met je laptop. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ik heb zelfs een collega gehad die bij domme opmerkingen van mij riep “yes, weer een voor de boomer-bingo”. Hij zag mij als granny en ik schold op hem met achterlijke gladiool. In gedachten dan hè, ik mocht hem graag.

Toch is dat laatste niet zo erg. Het houdt je wel bij de les. Je moet ook niet onbewust verworden tot een oud mens. Want inderdaad, op een gegeven moment ga je ook geluiden maken als je bukt. En dat is eigenlijk wel heel kwalijk, als je er goed over nadenkt. Het belangrijkste is dat je met de nodige dosis zelfspot in de spiegel kunt kijken. En denken, tja, het ziet er toch allemaal wel anders uit, vergeleken met toen ik 18 was. En als je dan van die kreunende geluiden maakt, kun je dat het beste uitvergroten en de draak met jezelf steken. Ik heb gemerkt dat dat ook het beste wordt geaccepteerd.

Maar goed, graniolen. Ik stel voor dat we het werkwoord omarmen. En gebruiken als waarschuwing. Zodat we geen grijze duiven worden. Want die zijn er al genoeg, we noemen hen doorgaans ANWB-stellen. En als ik dan granny moet worden, dan liever toch een kleurrijke.

A.s. zaterdag ga ik weer naar de kapper. Ik zag hier en daar weer een grijze haar tevoorschijn kruipen en dat verschijnsel wordt door mijn kapster op mijn verzoek steeds professioneel de kop in gedrukt. Hulde daarvoor.