Voorbeeld van klantvriendelijkheid

Mijn Cv-ketel is oud, zo oud dat je denkt, die moet een keer vervangen worden. Maar ja, hij doet het, het water wordt warm, de verwarming doet het gewoon. En het is helemaal niet leuk om een nieuwe Cv-ketel te kopen. Dat is net als een wasmachine, je had er al één en nu heb je er weer één. Je bent er niks mee opgeschoten maar het heeft wel geld gekost. Dus steek ik, net als heel veel mensen denk ik, mijn kop in het zand en wacht wat er gaat gebeuren. En ik heb toch een onderhoudscontract bij Eneco, wat kan er mis gaan? Oh nee, dat was vorige keer ook al zo’n ellende.

En dus, toen afgelopen maandag ik weer geen warm water had en het huis ook akelig koud aanvoelde, ging ik toch maar bellen. Want ik heb inmiddels een onderhoudscontract, dat weet ik sinds die bewuste keer in augustus zeker. En inderdaad, dat was geen probleem, een wederom vriendelijke meneer verzekerde me dat ik binnen twee uur gebeld zou worden door de onderaannemer. Misschien reageerde ik iets te stellig toen ik zei; ‘dat is niet waar, dat was vorige keer ook niet zo.’

‘Jawel mevrouw, u wordt binnen 2 uur gebeld door onze partner.’

‘Maar dat zeiden jullie vorige keer ook en toen was het ook niet zo.’

‘U wordt echt gebeld.’

Tja, wat moet je dan. Ik hing op en keek op mijn horloge. Dan zou ik toch zeker dezelfde ochtend nog gebeld moeten worden. Helaas werden mijn bange vermoedens waarheid, de telefoon bleef akelig stil. Ik kreeg wel een bevestiging van Eneco, waarin ze nogmaals aangaven wat de afspraken waren. En als ik nog vragen had, dan kon ik altijd reageren op de mail. Nou, dat heb ik de dag erna ook maar eens gedaan. Vanuit de klantvriendelijkheid van Eneco kreeg ik een geautomatiseerde bevestiging waarin stond dat ze er naar streven binnen tien werkdagen antwoord te geven.

Ik ontplofte. Wat me een excuusmail van Eneco opleverde. En een hele vriendelijke monteur die het euvel binnen een half uur had verholpen. Die man kon er ook niks aan doen.

Inmiddels heb ik een offerte aangevraagd voor een nieuwe Cv-ketel. Bij een andere firma. En zodra die ketel hangt, ga ik mijn contract bij Eneco opzeggen. Ik wil dan met die club nooit meer iets te maken hebben.

Hallo Jumbo

Soms voer je een handeling uit die je al duizend keer hebt uitgevoerd en dan ineens denk je, ‘hé, was dat al zo, of is dat pas veranderd.’ Ik had dat afgelopen zaterdag. Ik was even weg geweest en parkeerde mijn auto achteruit op de oprit. Dat heb ik echt al heel vaak gedaan. En toch was er iets anders. Ik zag dat de punt van de waterslag onder het raam wit uitgeslagen was. ‘Was dat al zo?’ Misschien had een van de vele vogels bij mij in de buurt goed weten te mikken. Het zou zo maar kunnen.

Ik stapte uit en ging toch maar even kijken. Hmm. Dat was geen vogel, er was schade aan de punt van mijn huis. De tegels van de waterslag waren kapot en ook de muur, de punt van mijn huis, droeg vreemde sporen. Geen idee wat er gebeurd was. Heel toevallig stapte mijn buurvrouw naar buiten, zij moest ook weg. Ze zag me kijken en vroeg; ‘was dat al zo, bij jou?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee,’ zei ik, ‘dit is echt nieuw.’ Ze zuchtte. ‘Dan had Casper toch gelijk.’ Casper is haar jongste zoontje dus ik keek haar vragend aan.

‘Net is er een bezorger van de Jumbo bij ons geweest en die heeft nogal staan stuntelen op jouw oprit om zijn bus gedraaid te krijgen. En toen zei Casper dat hij een bonk hoorde.’ Ach, het mysterie was opgelost.

Nou woon ik ook in een heel smal straatje, het is doodlopend en je kunt elkaar niet passeren. Tegenover onze huizen ligt de jachthaven en een laag muurtje met een hek zorgt dat je niet zomaar toegang hebt tot de boten. Ik woon er geweldig en heel graag maar de bereikbaarheid is inderdaad een dingetje. Ik roep ook altijd tegen mijn bezoek dat ze niet de straat in moeten rijden. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik, of destijds mijn maatje, ’s avonds met auto’s moeten rangeren omdat anders het bezoek de straat niet zonder schade uit komt. Je went er aan, maar dat duurt even.

Mijn buurvrouw heeft contact opgenomen met Jumbo en zij hebben toegezegd dat ze het keurig gaan oplossen. De verzekering was al op de hoogte gebracht. Ik ben wel benieuwd. Die arme chauffeur, hij heeft zeker schade gereden aan zijn bus en nou is zijn gestuntel ook nog opgevallen. Ik denk dat hij volgende keer gebruikt maakt van zijn steekwagentje. Een stuk veiliger.

Kaatje op strafkamp

Kaatje heeft op dit moment een leeftijd dat er enorme bananen in haar oren zitten. Ze kan er niks aan doen maar dat zorgt er voor dat ze echt niet kan luisteren. Ze wil het wel, maar ze kan het gewoon niet. Het is onmogelijk. En omdat ze het ook allemaal niet kan uitleggen, moet ze soms haar toevlucht nemen tot haar laatste redmiddel. Althans, dat denkt ze. En zo kon het gebeuren dat ze van mij iets moest doen dat ze niet wilde en dat ze me in mijn hand beet. Niet heel hard, maar venijnig en om me te corrigeren. En dat, dat was natuurlijk wel heel fout.

Ik overlegde met de dame van de hondenclub en Kaatje ging op strafkamp. Niet zomaar een snoepje, niet zomaar een aai over haar bol en Kaatje maakte niet meer zelf uit wanneer ze op schoot wilde zitten. Alleen maar een beloning als ze braaf was geweest. Ach, het hondje wist niet wat haar overkwam. Het viel voor mij ook niet mee hoor, ik zag een heel zielig en eenzaam hondje op de bank zitten. Helemaal alleen. Natuurlijk was dat helemaal niet zo, want als er één hondje niet zielig is, dan is het Kaatje wel, maar ze kan heel goed toneelspelen, die kleine meid.

Maar, ik moet zeggen, het werpt wel zijn vruchten af. En als ze denkt, nu kan het wel weer, dan wordt de lijn weer aangehaald. En gaat ze weer op strafkamp. Net zo lang tot ze het leert. En als het nodig is, ga ik om echte hulp vragen. Want ondanks het feit dat het een heel lief meisje is, moet ze toch echt wel gaan luisteren.

En natuurlijk gieren ook de hormonen door dat kleine lijfje. De eerste loopsheid zal niet zo heel lang meer op zich laten wachten. ‘Gelukkig’, wil ik bijna zeggen. Niet dat ik daar naar uitkijk maar ik hoop dat ze daarna weer wat rustiger wordt. Dat de grootte van de bananen wat gaat afnemen. En dat ze niet meer iedere keer pontificaal op Stef zijn kop gaat zitten. Arm beest. Hij heeft er ook wat mee te stellen.

Eindelijk herfst

Het is zo lang warm geweest dat het toch wel even wennen was. Zomaar ineens 14 graden. Brr. Ik zag al mensen lopen met een dikke sjaal om. Beetje overdreven, in mijn opinie, want wat moet je dan aan als het vriest, maar ik snap wel dat iedereen in shock was. Maar eindelijk dan toch, wordt het echt herfst. Mijn favoriete seizoen waar ik van mezelf eens per jaar over mag schrijven.

Ik heb ook alweer een bolchrysant gekregen.

‘Want die zul je zelf ook dit jaar wel weer niet kopen.’

Heel lief, want nee, ik ga geen bolchrysant meer kopen. Dat deed ik (alweer) jaren geleden bij de Delhaize in Aywaille. In België verkopen ze de grootste, ik weet het zeker. En bij de Delhaize waren ze enorm. Ik zie mezelf weer tobben, met die plant in een tas aan het stuur, al wiebelend en slingerend. Want ik had natuurlijk ook nog de rest van mijn boodschappen. Met ware doodsverachting fietste ik naar huis, ik had de hele breedte van het pad nodig.

‘Waarom ga je niet even met de auto terug?’, vroeg mijn maatje dan.

Tja, eerlijk gezegd had ik daar dan niet eens over nagedacht. Ze hadden bolchrysanten en die wilde ik één hebben. Thuis werd de plant dan ook nog eens laatdunkend bekeken door Andréa. ‘Bah, kerkhofbloemen.’ Inderdaad, eind oktober, begin november staan in België de kerkhoven er mee vol. De kleuren zijn geweldig. Ook daar kon ik van genieten. Ieder jaar weer een bezoek aan het kleine kerkhof in Aywaille. Mijn maatje vond het prima, als hij maar niet mee hoefde. Nee hoor, dat deed ik het liefst alleen.

Heerlijk, dit seizoen. ’s Ochtends lekker fris maar ’s middags toch zo dat je vaak nog zonder jas naar buiten kunt. Lekker naar de bossen, honden mee, soms ook echt wel door de plassen banjeren. Ach, ook dat is prima. De riemen en tuigen van Stef en Kaatje door een sopje en er is geen zand meer te zien. Denk ik.

Er is maar één ding jammer aan de herfst. En dat is dat daarna onvermijdelijk weer die winter komt. Jakkes. Maar goed, ook die heeft een eind en dan begint de lente. Er komt altijd weer een nieuw begin.

Gastheerschap

Wat ik heel mooi vind, is gastheerschap. Maar dan op een manier dat je ziet dat het natuurlijk is. Geen aangeleerd gedrag met rare maniertjes. Want dat kom je ook heel vaak tegen. Dan is het allemaal te overdreven en te glad. Daar hou ik niet van. Maar soms kom je op plaatsen en dan denk je, ‘ja, die snapt het.’  

Afgelopen zomer waren we een weekend naar de Veluwe.  Na op een ochtend een stad bezocht te hebben reden we over dijkweggetjes terug naar ons huisje. Niet over de snelweg maar gezellig binnendoor. Stef en Kaatje lagen heerlijk te tukken op de achterbank dus dat was helemaal prima. Op een gegeven moment reden we Terwolde binnen. Ik moet eerlijk zeggen, als topografische nitwit had ik er nog nooit van gehoord. Maar een restaurant onder aan de dijk had een uitnodigend bord buiten staan en wij hadden wel zin in een broodje. Alleen, tja, de honden. Nou ja, we gaan het gewoon vragen. 

Het was geen enkel probleem. De honden waren van harte welkom en we kregen tafeltje waarbij de gasten niet veel last hadden van de honden en de honden niet te veel getriggerd werden door de vele mensen die er waren. We zaten nog maar net of er kwam iemand aanlopen met amuses. Dat begon goed. Dat dachten we tenminste. De amuses waren nl. niet voor ons. Stef en Kaatje kregen ieder een bakje met lekkers. Ook hun middag kon niet meer stuk. Dat bedoel ik met ‘dan snap je het’. Het is dat het zo ver weg is.  

Wat voor ons wel dichtbij is en wat qua gastvrijheid op eenzelfde plan staat, is Restaurant De Zwammenberg in De Moer. Een klein restaurant waar je niet sjiek gekleed naar toe hoeft maar waar je vooral in de zomer heerlijk op het terras kunt zitten. Wij komen er iets te vaak, geloof ik. Er staan nl. al twee glaasje wijn klaar als we binnenkomen. Heerlijk. De jonge eigenaren doen hun best om je je thuis te laten voelen. En dat lukt prima. Ze zijn ook trots op alle ontwikkelingen en nieuwe dingen die ze hebben doorgevoerd. Daar kan ik van genieten. Komende winter zullen we daar vast gaan genieten van hun heerlijke winterkaart. Dat weet ik nu al. 

Biechtgeheim

Begin oktober is het alweer vierentwintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Hij ging slapen en werd niet meer wakker. Zomaar. Mijn vader was ook nog niet oud, pas zesenzestig jaar. Ik denk wel dat, hoe hard ook voor ons, dit voor hem wel het mooiste was. Een ziekbed is hem in ieder geval bespaard gebleven.

Natuurlijk worden er nog heel vaak anekdotes verteld. Mijn vader was conservatief tot in zijn tenen en een overtuigd katholiek. Niet dat hij ons dit probeerde op te dringen maar toen ik wat ouder was, vond ik het heerlijk om daar met hem over te discussiëren. Ik vond het namelijk onvoorstelbaar dat een clubje oude mannen zoveel macht had. Mijn vader stond daar vanzelfsprekend heel anders tegenover. Toch geloof ik wel dat hij ook plezier had in onze gesprekken. Hij kapte het onderwerp in ieder geval nooit af.

Ik luisterde ook graag naar zijn verhalen over vroeger. Over zijn moeder, die meerdere keren per week naar de kerk ging. Over zijn tante, die in de buurt ‘kwezel’ werd genoemd. Ik moest het woord opzoeken, een kwezel is ‘een vrouw met een overdreven vroomheid en overeenkomstige levenswijze’. Ik heb die tante nooit gekend, mijn vader was een nakomertje en zijn familie was nog maar heel klein. Op zich wel jammer, ook dat had vast leuke verhalen opgeleverd.

Waar mijn vader ook altijd over vertelde, was over het fenomeen biechten. Zelfs hij vond dat iets raars. Hij vertelde ook altijd dat hij als kleine jongen iedere week moest van zijn moeder. Maar ja, welke vreselijke zonden bega je als je tien jaar oud bent. Gejokt, een koekje uit de trommel gepikt, het was iedere week hetzelfde. Vijf weesgegroetjes en je was weer klaar. Mijn vader vond het maar niks en keek in de catechismus of hij niet iets spannenders kon vinden. De volgende zondag zat hij verwachtingsvol in de biechtstoel. Het schuifje ging open en meneer pastoor vroeg wat hij deze week fout had gedaan. ‘Nou,’ zei mijn vader, ‘ik heb onkuisheid gepleegd.’ Rang, het schuifje ging met een klap dicht en meneer pastoor kwam uit zijn stoel gestoven. Hij pakte mijn vader bij zijn oor en zette hem zonder pardon de kerk uit. Toen hij het vertelde, kwam ik niet meer bij van het lachen. ‘Ja,’ zei hij verontwaardigd, ‘maar weet je wat het ergste was. Ik wist helemaal niet wat onkuisheid was. En niemand wilde het me uitleggen. Het heeft jaren geduurd voor ik er achter kwam.’ Arme pap, dat was nu eens een echt biechtgeheim.

Kaatje

Eigenlijk heeft ze het best wel goed getroffen. Ze mag hartstikke veel en met haar grote broer Stef mag ze allerlei avonturen beleven. Ze zijn al naar zee geweest zelfs. Poeh, dat was wel veel water. Maar Stef was er niet bang voor dus ze was er maar gewoon achteraan gehold. Als Stef het kon, mocht zij toch niet achterblijven. En het was gewoon heel leuk. 

Ook mag ze gewoon op de bank liggen. Dat is wel fijn want als ze dan over de leuning gaat hangen, kan ze mooi naar buiten kijken. Ze mag alleen niet blaffen als er mensen langs komen, dat is dan wel weer minder. Niet dat er heel veel mensen langs komen, maar ze wil toch altijd wel even laten merken dat ze er is. 

Met het vrouwtje gaat ze ook naar school. Dat is grappig. Daar zijn heel veel honden waar je mee kunt spelen. De meesten zijn groter dan zij maar dat deert haar niet. Met een aanloop kun je daar best bovenop springen. En meestal schrikken ze dan toch best. Soms, als ze te druk wordt, komt het vrouwtje haar halen. Ze protesteert dan wel maar eigenlijk is het niet zo erg. Want dan kan ze lekker afkoelen in het bad zonder dat ze gezichtsverlies lijdt. Het is ook leuk om het vrouwtje te plagen. Dan doen ze een oefening waarbij ze moet blijven zitten als het vrouwtje met haar rug naar haar toe wegloopt. Ha, ze loopt dan stiekem iedere keer mee. Maar laatst had het vrouwtje het daarover met de mevrouw van de hondenschool dus er zal wel iets gaan gebeuren. Hmm.  

Ze heeft ook al zo’n rare band om haar neus gekregen. Als ze dan aan de riem trekt, buigt haar hoofd naar beneden. Nou, dan ben je zo klaar met trekken. Dat is echt niet grappig.  

Wel was het vrouwtje laatst echt boos, dat zag ze wel. Ze had nl. voor de tweede keer in een week tijd de hondendeur kapot gemaakt. Ze kreeg niet op haar kop hoor, dat niet, want het vrouwtje had niet gezien dat ze dat had gedaan. Maar het vrouwtje was niet blij, dat was wel duidelijk. Ze heeft zich voorgenomen om daar nu maar af te blijven. Stel je voor dat ze overdag niet meer los in huis mag blijven. Dat zou toch wel heel vervelend zijn. Dan kan ze niet meer lepeltje – lepeltje tukken op de bank met Stef. 

Verantwoord eten

Vegan is tegenwoordig het toverwoord in de keuken. Je kunt geen tijdschrift openslaan of geen website bezoeken of je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Alles moet verantwoord en vegetarisch. Vlees is iets dat niet meer kan. We hebben vervangers en we eten groenten. Vervangers, het klinkt bijna als sciencefiction. Dan denk ik terug aan het eten dat mijn moeder vroeger op tafel zette. We aten bijna iedere dag vlees, aardappelen en groente. In het weekend werd dit wel eens vervangen door nasi, iets nieuws in die tijd, of stevige soep. Maar in de week, als we naar school gingen en mijn vader moest werken, dan aten we Hollandse kost. Dat kon ook in de vorm van een ovenschotel, ik herinner me nog de prei- met aardappelpureeschotel. Wat mijn moeder er verder bij deed, heb ik eigenlijk nooit gevraagd. Maar het was wel heel lekker. Gewoon eenvoudig en eerlijk eten. Daar was toen nog niks mis mee. We aten bitterkoekjespudding, custardsaus over warme appels, suiker in overvloed. Dat was toen nog niet slecht. En eigenlijk was het ook niet slecht, want niet alles kwam uit een potje. Niet alles was chemisch behandeld met allerlei toevoegingen en e-nummers. Je kon het ook niet zo heel lang bewaren, eten bedierf veel eerder dan nu.

Ik weet ook zeker dat wij geen plofkip aten. Want mijn moeder wist precies waar het eten vandaan kwam. Ze haalde haar groenten en eieren bij boeren uit de buurt. Vlees kwam van de slager. Er kwam een man langs de deur met mosterd. Ik weet het nog goed, wij noemden hem oneerbiedig het mosterdmannetje en hij reed in een donkergroene NSU. Dat is allemaal verleden tijd, tegenwoordig kopen we alles in de supermarkt. NSU’s zijn niet meer zichtbaar in het straatbeeld. De boodschappen worden thuis bezorgd, dat wel, net als vroeger, maar toch is het anders. We weten niet meer waar ons eten vandaan komt. Supermarkten beconcurreren elkaar kapot. Ten koste van dierenwelzijn.

Maar uiteindelijk is het onze eigen schuld. Zolang wij niet meer willen betalen voor onze kippenpootjes, zullen er altijd misstanden blijven. En dat is iets waar ik wel rekening mee probeer te houden. Ik ben me er van bewust dat er veel dierenleed verborgen zit achter een plofkip. Kiloknallers zul je bij mij niet aantreffen. Liever minder en dan eerlijk.

Natuurlijk eet ik ook volgens de moderne richtlijnen. Niet te vet, niet te veel zout, veel groente. Maar als iedereen geniet van de gehaktballen die ik maak volgens het oude recept van mijn moeder, dan is dat voor mij toch wel een compliment. En dan zijn de food-influencers toch echt even vergeten.