
Zoals veel dingen, begon het met een grapje. Ik, die een weekendje bij mijn vriendje ging slapen. Honden mee, kleding mee, schoenen mee, laptop mee, het leek een hele volksverhuizing. ‘Goh,’ zei hij, ‘kom je hier wonen?’ Nou, nee, natuurlijk niet, dat was helemaal niet aan de orde. Maar langzaam maar zeker groeide er toch een idee. We gingen er samen over filosoferen. Eerst een beetje lacherig, later wat meer serieus. Want het is nogal een stap, die je dan overweegt. We waren het er wel snel over eens dat er dan een ander huis moest komen. Ik wil niet bij hem gaan wonen, hij wil niet bij mij komen wonen. In die twee huizen liggen veel te veel herinneringen.
Ik ging eens praten met een heel goede vriend die ik voor duizend procent vertrouw. Als hij had gezegd ‘dat is een heel slecht idee’, had ik er toch echt over getwijfeld. Maar nee, hij vond het een heel goed idee. Hij kwam ook gelijk met een aantal praktische adviezen. En zo werd het concreet. We zochten contact met een makelaar, maakten een afspraak met een financieel adviseur. En we gingen huizen kijken. Op internet vooralsnog. Echte afspraken komen later.
En we namen een besluit. We gaan eerst mijn huis verkopen. Dat was even slikken. Ik snap de reden heel erg goed maar poeh, ik vind het toch een ding. Ik woon inmiddels al zevenentwintig jaar in dit huis. Ik ben hier heel gelukkig geweest. En heb mijn grootste verdriet hier beleefd. En nu moet ik afscheid gaan nemen. De ene helft van mijn hart vindt het superspannend en erg leuk. De andere helft van mijn hart wil enorm in de ankers. Ach, het zal best goed komen. Het is een nieuwe uitdaging en Stef en Kaatje gaan het ook enorm leuk vinden. Zeker Kaatje, die is dan iedere dag bij mijn vriendje, die zij beschouwt als haar persoonlijke eigendom. En die trouwe Stef, die is al lang blij als zijn hele roedel bij elkaar is.
Eén ding weet ik wel, ondanks alles. Als mijn huis verkocht is, ga ik even heel hard huilen.









