Confronterend

Als je zo eens in de zoveel tijd op bezoek gaat in een verzorgingstehuis, en dan met name op de afdeling Dementie, dan word je toch wel geconfronteerd met de vergankelijkheid van alles. Natuurlijk, ik maak me ook druk over allerlei dingen. Mijn werk, mijn huis, de toestand in de wereld. Net als (bijna) iedereen vind ik het ook belangrijk een goed plaatsje in deze wereld te hebben. Maar je kunt toch geen televisiezender opzetten zonder oog in oog te staan met mannetjes en vrouwtjes die zichzelf superbelangrijk vinden. En het maakt niet uit hè, of ze nou links of rechts zijn, ze zijn allemaal Jezus-toegevoegd. Poeh poeh. Ze hebben allemaal de wijsheid in pacht en willen die maar al te graag aan je opdringen.

Op Social Media is het zo mogelijk nog erger. Daar zitten de toetsenbordridders klaar om iedereen met de grond gelijk te maken. Begrip voor je medemens? Nooit van gehoord! Het lijkt wel of het mode is om in zo grof mogelijke taal je eigen mening te verkondigen. Uiteraard ongehinderd door enige kennis van zaken. Ik kan me er zo over verbazen.

En als ik dan de code intoets voor de deur die me toegang geeft naar de afdeling van de zorglocatie waar ik moet zijn, dan moet ik toch altijd even diep ademhalen. Want de mensen die daar zijn opgenomen, hadden eerst ook een plaatsje in de maatschappij. Zij waren leraar, of zakenman, of banketbakker. En zij waren echtgenoot, moeder, vader, noem het maar op. Zij waren belangrijk voor de mensen om hen heen. En nu zijn ze eigenlijk niks meer. Dat klinkt oneerbiedig en zo bedoel ik het niet maar ik vind het ten hemel schreiend om te zien hoe volwassen vrouwen met een pop in hun armen lopen. Of mannen waarvan ik weet dat ze vroeger een bedrijf hebben geleid, nu al brabbelend over de gang lopen. Van voor naar achter en dan weer terug. En als ze je aankijken, kijken ze je niet aan.

Ik weet uit ondervinding hoe snel je alles kunt verliezen. En hoe onbelangrijk de rest dan lijkt. Dat verandert ook wel weer, gelukkig, maar het leert je wel wat echt belangrijk is. En dat is echt niet die wedstrijd ‘ik plaste het verst’.

Lunch op zaterdag

Als je 88 jaar oud bent mogen worden, wordt je wereld wel erg klein. Dat snap ik prima. Dus als mijn moeder iets nieuws moet hebben, neemt ze de gelegenheid te baat om er een dagje uit van te maken. Een nieuwe jas? Eerst lunchen. Een nieuwe lamp?

‘Zullen we gezellig eerst even gaan eten?’

Een winkel bezoeken met mijn moeder groeit altijd uit tot een dagje shoppen. Dat begint al in de ochtend. Ik pik mijn moeder thuis op. Rollator mee. En altijd weer dezelfde mantra.

‘Die kun je inklappen hè.’

‘Ja mam, maar dat hoeft niet bij mijn auto, dat past zo ook.’

Dan samen naar de stad. Meestal gaat mijn jongste zus mee. Naast dat dat gezellig is, is het ook heel praktisch. Zij is veel beter in zorg dan ik. Zij stuurt de rollator van mama ook altijd subtiel de juiste kant uit.

‘We gaan links, mam.’

‘Andere linkse kant.’

‘Zullen we dan maar eerst gaan lunchen?’

De kaart wordt aan een grondig onderzoek onderworpen. Mama ziet niet goed meer dus we lezen gedienstig alle gerechten voor. En even later staat er een bord voor haar waar je met goed fatsoen niet overheen kunt springen. Het eetcafé waar mijn moeder graag naar toe gaat, houdt van royale porties. En een wijntje natuurlijk, dat hoort er bij. Ik kan er zo van genieten. Zelf ben ik halverwege mijn bord klaar met eten maar mijn moeder geniet, babbelt en eet haar hele bordje leeg. Al dan niet met knoeien.

Daarna is het tijd om haar favoriete kledingwinkel weer eens te bezoeken.

‘Ik koop niet zo’n hele dure jas hoor.’

Mijn zus en ik kijken elkaar maar eens aan.

‘Je koopt gewoon een mooie jas, mam, we kijken wat ze hebben.’

‘Ja, maar…’

In de winkel zelf wordt er eigenlijk niet meer naar de prijs gekeken. Gelukkig. Mama kijkt wat ze mooi vindt, vraagt wat wij er van vinden en koopt een mooie jas.

Daarna strijken we nog een keer neer op een terras. Even nog wat drinken en dan naar huis. Ik weet zeker dat mama de rest van de dag op haar gemak in haar stoel zit en nageniet. En ik zak thuis ook al krakend op de bank. Even Stef en Kaatje knuffelen en zelf ook uitrusten. Een dagje winkelen met mama is een behoorlijke uitputtingsslag. Maar wel een hele dankbare.

Influencers

Onbewust word je toch beïnvloed door wat je op Social Media voorgeschoteld krijgt. Als je iets nooit ziet, weet je vaak ook niet dat iets bestaat. En dat het een kwestie van kritisch kijken is, dat is iets dat voor mij logisch is. En gelukkig voor veel mensen. Maar er zijn ook mensen die klakkeloos volgen wat een zgn. influencer aanprijst. Op dit moment gaat er een video rond die je vertelt dat je helemaal geen botox nodig hebt. Nou vind ik dat sowieso een waarheid als een koe, maar dat terzijde. In plaats van die botox kun je ook je gezicht insmeren met bananenschil.

De vrouw heeft iets meer dan 477.000 volgers op TikTok. In video’s legt ze uit hoe de schillen luteïne bevatten, een antioxidant die volgens haar de huid kan verhelderen, hydrateren en kalmeren. ‘Hoe rijper de bananen, hoe beter,’ zegt ze. De video is meer dan 2,2 miljoen keer bekeken en telt ruim 60.000 likes. Onvoorstelbaar toch eigenlijk. En ze zal er ook vast veel geld mee verdienen. Allemaal mensen die denken dat je de jaren zomaar van je af kunt smeren.  

Ik krijg daar helemaal beelden bij. Mensen die in plaats van stukjes komkommer stukjes banaan op hun gezicht leggen. Of de bananenschillen over hun hoofd en gezicht draperen. Hoe lang zou je daar dan mee moeten blijven liggen. Zouden er al beautysalons op ingesprongen zijn? En welke bananen moet je dan hebben, dessertbananen, bakbananen of de gewone welbekende Chiquita-bananen. Wat een dilemma’s toch allemaal. Je zou er spontaan rimpels van krijgen.

Gelukkig geven de experts aan dat het verder geen kwaad kan. Behalve dan als je allergisch bent voor latex, want dan zou je op banaan ook slecht kunnen reageren. Maar helpen, nee, dat doet het niet. Nou, gelukkig maar. Want als ik iets vies vind, dan is het wel banaan. Vreselijk. De lucht alleen al. Ik lust zelfs geen bananenschuimpjes. En daar zit vast helemaal geen echte banaan in.

Lekker uitwaaien

Het was wel raar, het vrouwtje ging op de gewone tijd uit bed maar ze ging allerlei spulletjes verzamelen. Een koffertje, een tas, zelfs brokjes voor Kaatje en hemzelf werden klaar gezet. Hij ging het allemaal toch maar eens goed in de gaten houden. Kaatje niet, die was natuurlijk gewoon de dingen aan het doen die ze altijd deed. Dat meisje trekt zich toch echt helemaal nergens van aan. Maar het zag er toch naar uit dat ze met z’n allen weggingen.

Toen het vriendje van het vrouwtje de auto voor de deur zette, wist hij het zeker. Ze gingen samen weg. Hij ging daarom zelf maar vast de tuigjes en de riemen halen. Dan wist hij zeker dat hij ook mee ging. En inderdaad na een paar uurtjes waren ze bij een huisje. Alle spullen gingen uit de auto en ze gingen eerst naar het strand. Lekker uitwaaien. Kaatje racete over het hele strand. Dat meisje kan echt zo hard rennen, niet normaal. Hij zelf deed het wat rustiger aan. Hij wilde morgen niet mank lopen.

Ze gingen zelfs even op een terrasje zitten. Wat heerlijk na al die regen en die kou van afgelopen tijd. Achter glas zaten ze best lekker. Natuurlijk waren er weer mensen die met een grote boog om hen heen liepen. Ach, je raakt er aan gewend hè. Achter hen zaten ook een meneer en een mevrouw met een hond. Hele sjieke mensen, naar de laatste mode gekleed. En de hond was natuurlijk zo’n grote knuffelhond, die nu zo in de mode is. Je werd gek van het beest, hij bleef maar janken en blaffen. Kaatje en hij keken er eens een keer naar maar hij snapte er niks van. Zijn baasje vond het heel vervelend, dat zag hij wel. Want eigenlijk zaten ze behoorlijk voor schut, met zo’n moderne hond waar iedereen dan toch last van heeft. Dan blijft er weinig meer over van je zorgvuldig opgebouwde decorum.

In hokjes denken

Ik weet het, je mag mensen niet zomaar in een hokje plaatsen. Ik denk van mezelf dat ik dat ook niet makkelijk doe. Het is juist leuk als mensen hun eigen weg volgen en zich niks aantrekken van de heersende conventies. Maar soms ontkom je er niet aan.

Als het op zondag mooi weer is, gaan wij graag een eind wandelen. Lekker naar de bossen met Stef en Kaatje. Als het erg fris is, krijgen zij hun jasjes aan. Met hun enkele vacht hebben ze het eerder koud. En ik vind de jasjes grappig, het is een mooi gezicht om die twee felrode ruggetjes voor je uit te zien wandelen. Natuurlijk belanden we dan na zo’n wandeling in een cafeetje voor een biertje en een bitterbal. De laatste is altijd voor de honden. Niet gezond, ik weet het, maar ze vinden het heerlijk.

Laatst zaten we ook weer op een van onze favoriete plekjes. Het was druk dus de rustige plekjes in de hoek waren al bezet. Dan maar een beetje meer centraal. Kaatje gaat op haar gemak onder een stoel liggen, Stef blijft staan en kijkt rond. Altijd vaste prik. Een paar tafeltjes verder zaten mensen met twee kleine hondjes. Ze leken op Yorkshire terriertjes. Compleet met strikje, natuurlijk. De man van het stel had het postuur van een bodybuilder. Brede nek, kaal hoofd. De tatoeage op zijn rug kwam net boven de boord van zijn shirt uit. Hij droeg een joggingbroek en sportschoenen. Ik sprak mezelf bestraffend toe. ‘Nee, niet in een hokje stoppen.’

De vrouw tegenover hem had een deel van haar schoonheid gekocht. Lippen, jukbeenderen, haren, het was volgens mij niet allemaal origineel. Niks mis mee hoor, als je dat mooi vindt, moet je dat zeker doen. Ik had wel het idee dat de hondjes haar accessoires waren. Ik zag de man nl. een beetje jaloers kijken naar Stef en Kaatje. Waarschijnlijk had hij ook liever Staffords gehad. Die kun je tenminste een stoere riem met stalen punten laten dragen. Bij die kleine beestje is dat geen gezicht. Maar waarschijnlijk had zijn vriendin daar een stokje voor gestoken. ‘Die honden zijn veel te agressief. Stel je voor dat ze mijn kleintjes bijten.’ Tja, daar zat wat in.

Toch bleef hij met een schuine blik onze honden kijken. En ik zag hem denken, stoere honden, alleen jammer van die jasjes.

Enge mannen

Ik weet niet wat jullie vinden, maar ik vind Elon Musk een enge man. Ik moet altijd aan de James Bond-films denken. Aan Octopussy die een geheim kasteel runde met enkel dames, op een verlaten eiland. Of Raoul Sliva, die in zijn pogingen tot wraak op M wel heel ver gaat. En wat te denken van LeChiffre, de bankier voor terroristen. Er waren slechteriken genoeg die uit waren op wereldheerschappij en daarbij niets ontziend waren. Gelukkig was daar dan altijd de dappere James Bond die met behulp van de vooruitstrevende technieken van Q de bad guys altijd een stap voor was. En daardoor de wereldvrede garandeerde. Helaas zijn dat maar films en hebben de good guys in het dagelijks leven niet zoveel invloed.

En mensen als Elon Musk en consorten hebben veel meer macht dan wij denken en weten. En een grote honger naar nog meer macht. En als ze dan een president ondersteunen die denkt dat de hele wereld of te koop is of zit te wachten op Amerikaanse inmenging, dan kan het best nog eens heel spannend worden.

Heb je ze zien zitten? Bij de inauguratie? Mensen die zoveel geld hebben dat ik niet eens weet hoeveel nullen dat wel zijn. En als ik dat dan uitschrijf, dan zegt het me niet eens iets. Zoveel geld, dat is niet te bevatten. Ik weet ook niet of je daar gelukkig van wordt. Ze zaten allemaal maar een beetje sukkelig te kijken. Ze hebben het goed gedaan hoor, ik heb niet zoveel geld verdiend in mijn leven. Daar gaat het niet om. Maar soms denk ik dat ze de realiteit wel een beetje zijn verloren. Dat kan ook niet anders. Als je zo rijk bent, kun je je niet meer voorstellen dat je moet puzzelen om het einde van de maand te halen. Dat je moet kiezen tussen zelf eten of eten voor je kinderen. Dat is dan zo vreselijk ver van je bed.

Ik ben ook bang dat het hen binnenkort ook weer gaat vervelen. Want de meeste plannen die we nu kennen zijn zo fantastisch dat ze alleen bestaan in fantasie. Ach, misschien trekt Musk zich dan wel weer terug op zijn eiland. En als hij dat dan in de oceaan laat verdwijnen…..

Ik plaste het verste

Het bestaat nog, de mannen die de grootte van hun ego ontlenen aan de grootte van hun auto. Ik dacht dat we daar nu inmiddels wel overheen gegroeid waren. Tenslotte zie je ook die auto’s met enorme taartscheppen als spoiler achterop bijna niet meer in het straatbeeld. De Tupperware-uitvoering is toch wel verdwenen uit de folders van de autodealers.

Maar toch, onlangs, terwijl ik op mijn gemak naar huis reed, stak het fenomeen weer even de kop op. Op weg naar huis rijd ik meestal over een dijkje. Om de snelheid er uit te halen, zijn er wegversmallingen geplaatst. Heel eerlijk, de ene keer heb je voorrang, de andere keer moet je wachten tot je tegenligger je gepasseerd is. Niks aan de hand, zou je zeggen. Nu wil het geval dat mijn eigen auto, niet groot maar ook niet heel klein, voor het repareren van een schade in de garage staat. Nee, nee, ik heb niet tegen een paaltje aan gezeten (alweer) en ik heb me ook in parkeergarages keurig aan de rijrichting gehouden. Iemand nam de bocht te krap en kwam daarbij in aanraking met de achterkant van mijn auto. En dus heb ik een leenauto. Een heel fijn autootje, maar een stukje kleiner dan mijn eigen vervoermiddel.

En de bestuurder van de dikke SUV die mij tegemoet kwam, had waarschijnlijk hetzelfde vooroordeel in zijn hoofd. Klein autootje, zal wel een vrouw zijn, dus ik kan wel gewoon voorrang nemen. Ik zag het gebeuren. Hij ging pontificaal in het midden van de weg rijden. Maar ja, dat kan ik ook. Even nog dacht ik, het zou wel sukkelig zijn als ik deze auto ook met schade terug moet geven, maar toch. Ik heb een hekel aan machogedrag en tenslotte had ik voorrang. Zo’n bord staat er niet voor niks. Even zag ik de bestuurder van de auto twijfelen en toen stuurde hij toch maar naar rechts om te wachten. Ik zette mijn vriendelijkste gezicht op en passeerde de versmalling. Ik heb niet gekeken wie er in de auto zat, dat boeide niet meer. Je hoeft het er ook niet enorm in te wrijven.

Want tenslotte plaste ik toch het verste.

Van oude mensen

Ik hou veel van mijn moeder hoor. En ik doe samen met mijn zussen alles om haar te helpen en om het haar zo comfortabel te maken. We hebben daarin allemaal onze eigen taak. Boodschappen doen, zorgtaken, administratie, het is allemaal eerlijk verdeeld. Mijn jongste zus en ik gaan vaak mee als er afspraken staan met doctoren of specialisten. Zo kunnen we mama helpen en houden we toch ook vinger aan de pols. Want mijn moeder is geen uitzondering, oude mensen worden hoe langer hoe eigenwijzer. Althans, de oude mensen in mijn omgeving.

Er zijn dagen dat ik alleen maar kan zuchten als ik haar naam in het scherm van mijn telefoon zie verschijnen. Soms al voor de derde keer die dag.

‘Hoi mam.’

‘Hoi Machteld, ben je thuis of op kantoor?’

‘Ik ben thuis aan het werk mam.’

‘Oh, dan kan ik wel even praten.’

‘Hoi mam.’

‘Hoi Machteld, was je weg vandaag?’

‘Ja mam, ik was naar kantoor.’

‘Oh, moest je gaan werken.’

Net of ik thuis niet werk. Ik snap het wel, mijn moeder is al zo lang uit het arbeidsproces, die snapt echt helemaal niks van het concept Thuiswerken. Maar als ik dan al een hele dag in mijn uppie heb zitten bikkelen en mijn moeder kwalificeert dat nonchalant als ‘niet werken’, dan kan ik toch wel eens zuchten.

Het helpt ook niet als je zegt dat je eigenlijk druk bent. Die vraag moet gesteld worden en die mededeling moet gedaan worden. Het geeft ook niet, ik haal het werk gewoon later in. En als het echt niet uitkomt, neem ik gewoon niet op. Dan belt ze ’s avonds wel weer terug.

Alleen pasgeleden heb ik toch even tot tien moeten tellen. Mijn moeder bestelt sinds kort haar maaltijden bij een firma die aan huis brengt. Makkelijk, gevarieerd en ze krijgt in ieder geval haar voedingsstoffen binnen. Maar de vorige zending was niet aangekomen. Ik was al druk dus ik belde redelijk geïrriteerd naar de klantenservice. Daar werd me verteld dat mijn moeder niet thuis was geweest.

‘Mijn moeder is 88, die is altijd thuis’, ik kan me voorstellen dat ik niet heel vriendelijk heb geklonken. Toch was er niet open gedaan en het pakket was bij de buren afgeleverd. Maar ze zouden, op mijn mopperende verzoek, voortaan een briefje achterlaten als dat gebeurde.

Dus ik belde mama.

‘Jouw maaltijden liggen bij de buren mam.’

‘Hoe kan dat nou?’

‘Ja dat weet ik niet, ze heeft aan jouw voordeur gebeld maar je deed niet open.’

Waarop mijn moeder me vertelde, ‘ja, maar die bel hoor ik niet, die doet het niet.’

Ik kan je vertellen, er kwam even stoom uit mijn oren. Arme dame van de klantenservice.

De vijfhonderdste

Jaren geleden deed ik mee aan een schrijfwedstrijd. Mijn verhaal belandde op de shortlist. De verhalen werden gepubliceerd op Facebook en het verhaal met de meeste likes zou winnen. Alleen, ik had geen Facebook-account en dus ook geen vrienden die mijn verhaal zouden liken. Want wees eerlijk, iemand met honderd vrienden heeft meer kans op de winst dan iemand zonder vrienden. Op Facebook dan. Ik vond het niet eerlijk maar het was de realiteit. En dus begon daar mijn leven op Social Media. Mijn maatje kon zich er ook over opwinden en hij was dan ook degene die tegen mij zei, ‘je moet een blog beginnen, dat hoor ik heel vaak, dan krijg je volgers en lezers, dat kun jij, dat is echt iets voor jou.’ Op dat gebied was zijn vertrouwen in mij grenzeloos.

Dus ik begon, in het begin nog schoorvoetend. Want verzin iedere keer maar eens iets dat mensen dan ook nog willen lezen. Ik begon blogs van anderen te lezen en te volgen en ik kreeg er steeds meer plezier in. Ik leerde mensen kennen die ik anders nooit was tegengekomen. Ik heb er zelfs een hele mooie vriendschap aan over gehouden. Dank je daar voor, Peter.

De statistieken van WordPress houden alles zorgvuldig bij. Dit is de vijfhonderdste blog die ik publiceer. Best een mijlpaal, vind ik zelf. De meest uiteenlopende onderwerpen zijn al aan de orde geweest. Ik heb veel commentaren gekregen. Sommige heel lovend, anderen minder. Er was zelfs een lezer die me blokkeerde omdat ze mijn mening over kerkgangers ‘scherp en veroordelend geschreven’ vond. Terwijl ik helemaal geen oordeel gaf over de mensen maar over het gedrag dat zij richting mij vertoonden. Ach, wie de schoen past, trekke hem aan.

Ook Stef is regelmatig aan het woord geweest. Hij ligt nu naast me op zijn kussen, heerlijk te snurken. Hij is zich van geen kwaad bewust. Hij is mijn trouwe vriend en heeft me altijd gesteund, ook bij de moeilijke dingen die ik ben tegengekomen. Ook van de mensen die mijn blog regelmatig lezen, heb ik die steun gekregen. Dat vond ik heel bijzonder.

Daarom ben ik van plan nog heel lang al mijn belevenissen op deze manier te delen. En ik hoop dat jullie allemaal nog heel lang mee willen lezen. Bedankt!