Gelukkig nieuwjaar

Een nieuw jaar. Wat gaat het ons weer brengen? Ik hoop heel veel goeds, heel veel liefde en verdraagzaamheid. Dat laatste is misschien een utopie maar ik blijf stug volhouden. Ik wens iedereen alle goeds voor het komende jaar. Blijf elkaar vasthouden.

Last van december

Het is weer december, de feestmaand. De mooiste maand van het jaar. Nou, niet in mijn optiek. Het klinkt narrig maar ik heb echt een hekel aan december. De enige mooie dag in december is de 21ste. De dag dat de dagen weer gaan lengen. Oké, je ziet er nog helemaal niks van, het is nog altijd alsof je een mol bent als je de hele dag hebt gewerkt, maar het gaat om het idee.

December, de maand waarin heel Nederland volgens de reclames intiem knus bij elkaar zit, niemand ruzie heeft over gourmetpannetjes en iedereen plotseling kerngezond en dolgelukkig is. Tenminste, als je de suikerzoete televisiewereld moet geloven. Gezinnen die zo perfect zijn dat je je bijna afvraagt of ze in een ander universum wonen. Iedereen lacht, niemand mist iemand, er is nergens ruzie. De enige die een traan laat, is iemand die ontroerd is omdat de buurvrouw een schaal koekjes bracht. Ondertussen zit jij op de bank te denken, fijn hoor, dat iedereen zo gelukkig is.

Terwijl de wereld zich opmaakt voor “de gezelligste tijd van het jaar”, voelt het voor veel mensen als een maand vol herinneringen die net even iets te hard binnenkomen. Die lege stoel aan tafel blijft leeg, hoe vaak de supermarkten er in de reclame ook iemand naast zetten. Al dan niet op het laatste moment.

En begrijp me niet verkeerd. Ik ben weer een gelukkig mens. Ik heb een lieve man, lieve familie en vrienden, mensen om me heen die me steunen en er voor me zijn. Ik heb heel veel mooie vooruitzichten. Een nieuw huis. Op 27 februari verschijnt mijn eerste echte boek. Heel veel om heel blij om te zijn. Maar toch, in deze tijd van het jaar knaagt het. Het verlies is weer tastbaar en het gemis enorm. En het gekke is, dat wordt niet minder. Mijn maatje zit nog steeds vol in mijn hart.

Daarom zal ik blij zijn als het allemaal weer voorbij is en we weer over gaan tot de orde van de dag. Op naar de lente.

Functionele Neurologische Stoornis

Sommige gebeurtenissen komen zo onverwacht dat je pas achteraf weer eens beseft hoe wankel het dagelijks leven eigenlijk is. Zo’n moment beleefde ik toen een goede vriend werd getroffen door een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Een diagnose waar je vaak pas van hoort als het te dichtbij komt. En dat deed het, zomaar ineens en zonder waarschuwing.

FNS veranderde in één klap zijn lichaam en zijn vertrouwen daarin. Bewegingen die ooit automatisch gingen, kosten nu enorme inspanning. Communicatie, concentratie, energie, alles lijkt een onzekere factor geworden in een leven dat altijd zo vanzelfsprekend en zeker was. Hij is dezelfde persoon, maar zijn lichaam werkt niet langer op de manier waarop hij dat altijd gekend heeft. Wat mij raakt, is niet alleen de fysieke worsteling, maar vooral de psychische impact. Het voortdurend moeten onderhandelen met een lijf dat zich niet aan de afspraken houdt.

Voor zijn partner is het leven al even drastisch veranderd. Hij werd ongemerkt mantelzorger, planner, begeleider, aanpasser. En hoeveel je ook van elkaar houdt, je moet soms ook zelf even je rust zoeken. Samen maken zij dagelijks het beste van een situatie die niemand heeft gekozen. Hun toekomstperspectief verschoof van vanzelfsprekend naar onzeker, van plannen maken naar per dag bekijken wat haalbaar is.

Toch zie ik in hun verhaal ook iets anders, namelijk veerkracht. Ze leren nieuwe routes kennen, nieuwe gewoontes ontwikkelen, nieuwe manieren vinden om gelukkig te zijn. Ze vieren kleine overwinningen, een goede dag, een geslaagde wandeling, alles wordt een mijlpaal. Je leert anders naar dingen kijken.

Helaas is de buitenwereld vaak nog niet zo ver. FNS is niet zichtbaar. En als een ziekte niet zichtbaar is, wordt het al snel gebagatelliseerd.

FNS verdient meer bekendheid, meer begrip en minder oordeel. Het zit niet tussen de oren. Het is een complexe neurologische aandoening die je leven volledig kan ontwrichten. Door erover te praten, hoop ik bij te dragen aan dat begrip. Want achter elke diagnose schuilt een mens, en achter elke mens schuilt een verhaal dat gezien en gehoord mag worden.

Uitgeversdag

Een uitgever vinden voor je boek is geen eenvoudige taak. Er worden per dag 70 boeken gepubliceerd. Dat zijn ook 70 verschillende schrijvers. Dat is heel veel per jaar. Er zijn misschien schrijvers die per jaar meerdere boeken afleveren maar de meesten houden het bij een boek per jaar. En zie daar dan nog maar eens tussen te komen, als eenvoudige beginner. Want hoe goed je verhaal ook is, er zijn altijd betere. Spannendere. Of bekendere. Want als je een BN-er bent en je wilt een boek over je leven laten schrijven, zijn daar altijd meer geïnteresseerden voor dan voor het verhaal van Truus uit de polder. Sorry Truus.

Ook de nu bekende schrijvers hebben eindeloos moeten leuren met hun eerste manuscript.

Maar er is een lichtpuntje. Marelle Boersma, van de Online Schrijfschool, organiseert eenmaal per jaar een evenement waar het voor aankomende schrijvers mogelijk is om aan tafel te schuiven met uitgevers. En hun boek te pitchen. De dag begint met een uitleg over wat je wel en niet moet doen, hoe een bookproposal er uit ziet en hoe je dat eigenlijk doet, dat pitchen.

Dit jaar was ik er voor de tweede keer bij. Vorig jaar heb ik daar de uitgever ontmoet waar ik mijn eerste boek mee mag uitgeven, Arno van den Kieboom van KeyTree. Dus dit jaar ging ik horen hoe uitgevers van kinderboeken in de wedstrijd staan. Want dat is ook wel een droom van mij, een keer een kinderboek schrijven. Ik heb al wel begrepen dat dat nog niet zo eenvoudig is. Want met welke illustrator ga je werken? De uitgever bepaalt dat voor een heel groot deel. Dat kinderboek komt er nog wel een keer, eerst ga ik me maar eens helemaal focussen op de projecten die wat dichterbij liggen.

Toch was het weer een heel inspirerende bijeenkomst. Goed om te horen wat de verschillende uitgevers aan aandachtspunten meegeven. En ook leuk om te horen wat collega-beginners vinden en vragen. De term ‘groot dromen’ werd door sommigen wel heel erg letterlijk genomen. Als je eerste boek nog niet uit is, is je druk maken over een vertaling naar het Chinees of het eigendom van de filmrechten misschien nog een beetje overdreven. Ach, ik weet het natuurlijk ook niet, misschien hebben zij wel een absolute bestseller geschreven. Wie zal het zeggen. Maar ik denk dat ik het voorlopig maar wat dichter bij huis hou. Want dromen kan ook op een bescheidener vlak.

Echo

Afgelopen vrijdag was het vier jaar geleden dat je moest gaan. Dat je mij zomaar ineens alleen achter liet. Wat lijkt het al lang geleden. En wat lijkt het alsof het gisteren was. Ik ben dankbaar voor alles wat we samen hebben meegemaakt. Ik zal je nooit vergeten.

Mantelzorg

Op 10 november was het de dag van de mantelzorger. Fijn dat die even in het zonnetje gezet worden. Want er wordt steeds meer een beroep op hen gedaan. En ik heb niet te klagen hoor, ik heb drie zussen en wij kunnen de zorg die we hebben voor mijn moeder prima verdelen. Maar je zult maar enig kind zijn. Of door omstandigheden de enige zijn die in de buurt woont. Dan ben je mooi de sigaar. Want ik snap het wel, maar de zorg voor zieken en ouderen wordt steeds verder uitgekleed. Verzekeringsmaatschappijen draaien de kraan steeds verder dicht en mensen moeten steeds meer zelf blijven doen. Dat laatste is wel iets dat ik toejuich. Wat je zelf kunt, moet je ook zelf doen. Maar ja, je hebt ook hele eigenwijze mensen, mijn moeder is er daar één van, die zichzelf schromelijk overschatten en denken dat ze nog heel veel kunnen. En dat kan soms wel heel erg mis gaan.

Het is vaak ook wel heel grappig hoor. Dan duiken we in de kast om koffiebekers te pakken en dan staat er nog maar één. Mijn ‘boodschappenzus’ grijnst en zet op het lijstje van Appie; koffiemokken. Eens in de zoveel tijd ruimt ze ook de koelkast uit en gooit alles weg wat over de datum is. En dat is vaak best veel.

Onlangs kreeg ik een bakje met blokjes kaas mee. Voor de hondjes. Heel lief bedoeld maar ik denk niet dat mijn moeder had gezien dat de helft van de blokjes vol blauwe schimmel zat. Nog een geluk dat ze het zelf niet heeft opgegeten.

En toch maken wij ons ook wel zorgen. Want wat als mama valt. Zo’n oud mens valt pardoes in stukjes. En dan kan je koppie nog wel helemaal in orde zijn maar dan beland je toch nog in een verzorgingstehuis. Dus zeuren wij tot vervelens toe dat ze haar rollator moet gebruiken.

‘Dat doe ik hoor, ik gebruik hem altijd.’

‘Oh, en waarom staat hij dan in de keuken terwijl jij in de voorkamer zit?’

Tja, stilte.

Vanmorgen was het mijn beurt om mama te bellen met de vraag hoe ze geslapen had. Door hectiek op mijn werk was het er even bij ingeschoten. Dus belde mama zelf.

‘Was jij mij vergeten?’

‘Hoi mam.’

Mijn collega’s lagen in een deuk. Zij weten dat mijn zussen en ik om de beurt mijn moeder bellen. En dat mijn moeder daar ook streng toezicht op houdt. En ze geven haar groot gelijk. Want mantelzorg is niet iets waar je licht over mag denken.

Opruimen

Je staat er niet dagelijks bij stil, maar in de loop der jaren verzamelt een mens ongelofelijk veel spullen. Kastjes vol herinneringen, dozen met “misschien ooit nog handig”, stapels papieren, boeken, kleding, servies, decoratie… Het sluipt erin. Elk object heeft ooit een reden gehad om te blijven. Maar dan komt dat moment: je gaat verhuizen. En in mijn geval, zelfs twee keer. Eerst verlaat ik mijn eigen huis en dan gaan we samen naar ons nieuwe huis.

En verhuizen is niet alleen dozen inpakken en adressen wijzigen. Het is ook afscheid nemen. Niet alleen van een plek, maar van een deel van je leven. En dat maakt opruimen toch ook best emotioneel. Elk voorwerp dat je in je handen houdt, roept iets op. Al het gereedschap, gekoesterd en verzorgd. Alle spullen die ‘ooit nog wel eens van pas kunnen komen’. Maar ook mijn eigen dingen, kleding die ik al lang niet meer draag, schoenen die al jaren liggen te verstoffen, achter in de kast. Het is een reis door de geschiedenis van mijn leven.

Toch is het nodig. Want verhuizen betekent ook voor een deel opnieuw beginnen. En dat lukt beter met minder ballast. Door bewust te kiezen wat mee mag en wat achterblijft, creëer je ruimte. Niet alleen in dozen, maar ook in je hoofd. Het is alsof je letterlijk en figuurlijk opruimt. Je maakt plaats voor nieuwe herinneringen, nieuwe routines, een frisse start.

Het is niet altijd makkelijk. Soms moet ik mezelf toestemming geven om los te laten. Om te erkennen dat iets zijn tijd heeft gehad. Maar ik merk dat dat me ook oplucht. Dat het lichter wordt. Dat ik niet alleen een huis opnieuw ga inrichten, maar dat ik ook zelf een nieuwe weg in sla. En dat is best emotioneel. Maar aan de andere kant ook weer mooi. Ik sluit een heel mooi leven af. En begin aan een nieuw. Geen idee wat dat gaat worden. Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in. En dat opruimen gaat daar zeker aan bijdragen.

Officieel

‘Als we samen een huis kopen, moeten we de dingen wel goed voor elkaar regelen.’

‘Ja, daar heb je gelijk in, wat stel je voor?’

Geen idee natuurlijk dus we gingen grasduinen. Een samenlevingsovereenkomst was te summier. Trouwen wilden we niet, dat hadden we allebei al een keer gedaan.

‘Geregistreerd partnerschap, dat is een goed idee.’

Dus ik rommelde wat op internet.

‘Wist jij dat je daar getuigen bij nodig hebt?’

‘Nee, geen idee, is dat zo?’

Maar goed, we wisten al snel wie we wilden vragen. Zij waren gelukkig bereid om er bij te zijn dus dat was geregeld. Hè, hè.

‘Zoek maar een paar data, dan kijken we even in de agenda.’

Dus ik weer achter de laptop. Maar dat ‘een paar data’, dat ging dus niet. Je moest direct iets plannen.

‘Die datum?’

‘Nee, dan moet ik naar de mondhygiëniste.’

‘Dan?’

‘Oh nee, dan kan ik zelf niet, dan heb ik cursus.’

Heel romantisch rommelden we verder tot we alles geregeld hadden. Zo, dat was dat. Wij gingen alles administratief goed voor elkaar regelen. Even tekenen en klaar.

Tot we een mail kregen van een BABS, een buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand. Ze wilde graag een huisbezoek afleggen om ons beter te leren kennen. We keken elkaar verbijsterd aan. Hoezo dat dan, we hoefden toch alleen maar een handtekening te gaan zetten.

Langzamerhand kwamen we er achter dat we het helemaal verkeerd hadden ingeschat. Waar wij dachten dat we even in ons kloffie een handtekening gingen zetten onder een contract, werd het gewoon een hele speciale dag met vrienden en familie.

Nou ja, dan moest het ook maar uitbundig.

En zo zaten we dan, op vrijdagmorgen, in de trouwzaal van een oud gemeentehuis. Met een ambtenaar in officieel gewaad en een mooie toespraak. En proostten we daarna met een glas champagne met onze gasten.

Het was een bijzondere dag. En ik weet zeker dat die twee daar boven op hun wolkje met een brede glimlach hebben zitten kijken.

Hondentaal

Af en toe, of eigenlijk niet eens af en toe, kan ik me enorm verbazen over hoe mensen met hun eigen hond omgaan. Honden die niet meer terecht worden gewezen maar zelf mogen uitmaken wat ze willen.

‘Wil je niet wachten? Dan lopen we toch gewoon door.’

Kaatje en Stef hebben geleerd dat ze bij een stoeprand moeten gaan zitten als we zeggen; ‘wacht’. Oké, bij Stef zien we het door de vingers als hij een beetje halfslachtig wiebelt. Zijn heupen zijn niet zo heel soepel meer. Maar hij blijft wel keurig staan. Niet omdat ik dat nou zo graag wil maar omdat ik zeker wil weten dat er geen verkeer aan komt.

Daarom lopen ze eigenlijk ook nooit los in een drukke omgeving. Kaatje mag geregeld mee de polder in. Dan kan ze even heel hard rennen. Maar in de woonwijk bij ons gaat ze gewoon aan de lijn.

Pas liepen we door de polder. Kaatje had wel even los mogen lopen maar ik spotte een hond, ook los, die gelijk gefocust was. En dus ging Kaatje vast. Het was een jonge Cane Corso, een prachtige hond. Enthousiast sprong hij op ons af. De dame die achter hem liep, had absoluut niks over hem te vertellen. Hij besnuffelde Kaatje. Ook aan de achterkant. Maar die kleine Kaatje is een echte dame en is van dat soort mannenaandacht helemaal niet gediend. We probeerden de hond weg te houden maar bij de derde keer zijn neus onder haar staart werd ze venijnig. Haar gebit ging bloot en ze grauwde.

Waarop de dame van de Cane Corso riep, ‘ze mag best bijten hoor!’

We keken elkaar verbijsterd aan. Hadden we dat nou goed gehoord?

‘Nee, natuurlijk mag Kaatje niet bijten.’

De dame mompelde iets en de jonge hond had de hint klaarblijkelijk begrepen. Hij sprong vooruit en was binnen een mum uit het oog verdwenen. De dame liep er een beetje onzeker achteraan.

Ik was echt een beetje ontdaan. Zei ze nou echt dat Kaatje mocht bijten. Ja, dat hadden we toch echt gehoord.

Wij doen ons best om onze honden niet in een dergelijke situatie terecht te laten komen. Een Stafford heeft het nl. altijd gedaan. Ook al had hij geen schuld. Dat deze dame haar hond niet onder appèl heeft, is haar probleem. Het is nl. niet aan Kaatje om het beest op te voeden. Dat moet de eigenaar nog altijd zelf doen.