Ontheemd

Ik dacht altijd dat “ontheemd” een groot woord was. Iets voor mensen met koffers op stations, niet voor iemand die haar huis vrijwillig verkoopt. Maar toch. De sleuteloverdracht is inmiddels geweest. Ik woonde er al een tijdje niet meer, want tja, als je samen gaat wonen moet je van veel spullen afscheid nemen. Dus daar waren we al mee begonnen. En dat droeg niet echt bij aan de gezelligheid.

Maar mijn huis is nu echt verkocht. Mijn huis. Waar ik precies wist welke trede van de trap kraakte. Waar ik altijd met mijn vinger over die scheur in de muur ging. Waar mijn koffiemok altijd links van het aanrecht stond. Mijn vriendje heeft hetzelfde huis als ik, hij woonde immers altijd al twee deuren verder, maar het is toch anders.

In de kasten is ruimte genoeg gemaakt voor mijn spullen. Dat is niet het probleem. Het probleem is meer dat ik nog steeds overal naast grijp. Waar heb ik die bakjes gelaten? Ik had toch ook een ovenschaal? Ik had een hele stapel diepe borden en die ben ik nu allemaal kwijt.

Ik moet er zelf vaak om lachen. Echt. Soms voel ik me een soort volwassen puber die is ingetrokken “tot het nieuwe huis klaar is”. Dat nieuwe huis, ons nieuwe huis, is ondertussen een bouwplaats met ambitie. Er is geen keuken. De badkamer is net ingericht maar er is nog geen warm water. De radiatoren zijn namelijk nog niet aangesloten. Mijn niet technische brein krijgt dan een soort error maar ik geloof iedereen op zijn woord.

We lopen er samen doorheen, tussen stof en leidingen. “Hier komt de eettafel,” zeggen we dan enthousiast. Ik probeer me voor te stellen hoe het eruitziet mét vloer. We maken plannen over lampen, verfkleuren en waar de bank moet staan. Het voelt als toekomst spelen in een decor dat nog niet af is.

Ondertussen zit ik op mijn handen. Want in deze tijd van het jaar kocht ik me altijd blind aan spullen voor het terras. Omdat ik een overkapping had op het zuiden, kon ik al heel vroeg in het jaar krokussen en violen in bakken zetten. Dat heeft nu geen zin. Ik zie er niks van.

Misschien is ontheemd zijn niet zozeer nergens thuis zijn, maar onderweg zijn naar een nieuw thuis. Een plek waar straks warm water uit de kraan komt. En waar ik eindelijk weer precies weet in welke la mijn keukenspullen liggen.

Hotel Belvédère

Ik ga het gewoon nog een keer delen, omdat ik heel trots ben en eigenlijk ook niet goed kan geloven dat het nu echt gaat gebeuren. Volgende week zal er op Social Media een like-actie geplaatst worden door Arno v.d. Kieboom, eigenaar van Uitgeverij Keytree, want over twee weken is het zover. Dan komt “Hotel Belvédère” zowel als paperback als e-book uit. Dan mag ik het aan iedereen presenteren.

Maar het is nu al te reserveren via https://www.uitgeverijkeytree.nl.

Vereniging van eigenaren

Jaren geleden heeft mijn maatje, destijds samen met zijn beste vriend, een bedrijfshalletje gekocht. Op een bedrijventerreintje. Voor mijn maatje als opslag voor zijn materialen, zijn aanhanger en zijn spullen. En natuurlijk stonden er ook twee caravans en de Spitfire van zijn vriend. Waar ze samen, niet gehinderd door enige kennis van zaken, vele zaterdagen aan klusten. De auto heeft nooit de concoursstaat bereikt, maar dat mocht de pret niet drukken.

Helaas zijn beide mannen ons veel te vroeg ontvallen en dus erfde ik het pandje. Waar inmiddels een huurder in zat omdat mijn maatje al was gestopt. En hoe gaat dat, met dat soort pandjes, het blijft niet zo netjes als het was. Het onkruid, dat eerst gezamenlijk werd bestreden, groeit en groeit. Iemand zet er als eerste een zeecontainer neer, en de rest volgt gewillig. Lelijke stalen hokken in soorten en maten, ieder in zijn eigen onmogelijke kleur. Er worden spullen neergezet. En nog meer spullen. Auto’s worden geparkeerd waar eigenlijk geen auto zou moeten staan, want plaats is er nauwelijks.

Dus, ergernis alom.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat mijn huurder het ook niet zo nauw neemt met de parkeerplaats van anderen. Niet uit kwaad wil, hij ziet het gewoon niet. Zijn klanten komen bij hem binnen en hij vraagt niet waar ze hun auto hebben gedropt. Ik heb hem erop aangesproken, en hij doet zijn best. Maar ja, zijn best bleek niet genoeg in deze miniatuurversie van een gemeentehuis.

En dus werd er een vergadering belegd. Op dat moment moest ik eigenlijk al lachen. Ik had namelijk voorgesteld om even ergens af te spreken waar we ook een kopje koffie konden drinken, maar dat voorstel werd uiteraard afgeschoten. Te duur. Dus stelde iemand zijn hal ter beschikking. Heel sympathiek hoor. Daar zaten we dan op plastic stoeltjes, met een bekertje koffie dat eigenlijk meer op warm water leek. Helemaal prima. Totdat de organisator het woord nam.

Hij vond namelijk dat we een Vereniging van Eigenaren moesten oprichten. Ik keek de kring rond en zag een verzameling aardige, hardwerkende mensen die er zo te zien al hoofdpijn van kregen bij het idee dat ze ooit een notaris zouden moeten binnenstappen. Het voorstel kreeg dus ook nauwelijks bijval. Iedereen werd een beetje lacherig. Wat ons natuurlijk niet in dank werd afgenomen.

Vanaf dat moment werd het een narrige vergadering. Ik zag iemand die zichzelf zó serieus nam dat het bijna aandoenlijk werd. Bijna, want hij werd vooral bozer en bozer, alsof wij persoonlijk zijn levenswerk saboteerden. We hebben uiteindelijk afspraken gemaakt en ik hoop maar dat mijn huurder zich eraan gaat houden.

Want ik speel al veel te lang voor scheidsrechter in een wedstrijd waar niemand zich aan de spelregels houdt.

Verbouwing

Het blijft een uitdaging, verbouwen. We zijn nu een paar weken onderweg en als we eerlijk zijn, het verloopt best goed. Zelfs de gaten in de muren die zijn achtergebleven na het vertrek van de slopers zijn inmiddels gerepareerd. Natuurlijk zitten er nu weer nieuwe gaten. Maar die zitten in de vloer.

In ons nieuwe huis hebben we voor en achter in de woonkamer ramen tot aan de vloer. Dat is mooi en het geeft veel licht binnen. Maar ons nieuwe huis was ook voorzien van hele lelijke convectorradiatoren. En die stonden pontificaal voor de ramen. Nee, dat moest anders. Gelukkig zijn er ook op dat gebied kundige mensen die precies weten hoe je die radiatoren kunt vervangen. Natuurlijk krijg je dan allemaal moeilijke vragen. Zoals, wat wil je precies? Waar moet dat dan komen? Hoeveel capaciteit heb je nodig. Op die momenten verschuil ik mij achter mijn geliefde uitspraak, ‘ik ben een zwakke weerloze vrouw, bovendien ben ik blond.’ Ik weet daar echt helemaal niks van en laat die beslissingen graag aan anderen over.

Uiteindelijk werd er besloten en kwamen er mensen sleuven maken in de muren en in de vloer om leidingen te verleggen. Alweer. Ik heb echt medelijden met onze nieuwe buren. Die arme mensen zijn al weken heel vroeg wakker.

Ik ga dan ’s avonds mee kijken. Als het stof weer een beetje is neergedaald.

‘Hee, de thermostaat van de verwarming geeft storing.’

Nu was er op de verwarmingsketel een sticker geplakt met een hele rits codes en daarachter wat het betekende. En bij onze code stond: ketel moet bijgevuld worden. Ik kreeg gelijk weer visioenen van mijn eigen oude ketel. En dat ik dan in mijn badjas stond te mopperen omdat ik weer eens geen warm water kreeg als ik onder de douche stond. Gelukkig was het nu makkelijker. Gewoon even de slang aansluiten en bijvullen. En ontluchten.

Natuurlijk liep het weer helemaal anders. De slang schoot los en mijn vriendje kreeg de volle laag. Ontluchten ging niet want er was nergens een sleuteltje te vinden. Verwarmingsketels, het zijn altijd krengen.

Dan maar een installatiebureau gebeld. Zij stuurden een vriendelijke monteur die de ketel met een vakkundig oog bekeek en de gaskraan opendraaide. Die zijn behulpzame collega’s eerder die dag bij het verleggen van leidingen hadden dicht gedraaid. Tja, kleinigheidjes hou je altijd.