Schrijven geeft kracht

Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, heb ik de laatste jaren heel wat van me afgeschreven. En mag ik ook heel trots zijn dat mijn eerste eigen boek over een tijdje gaat verschijnen. Maar ook in de tijd dat mijn maatje net overleden was, heeft schrijven mij veel gebracht. En ik ben niet de enige die kracht vindt in het schrijven. Marelle Boersma, die ik heb leren kennen via de Online Schrijfschool, waar zij de eigenaar van is, weet uit ervaring wat het is om een hele heftige ervaring op papier te zetten. En zij schreef er een boek over. Op 30 oktober wordt het boek gepubliceerd. De flaptekst en dus inhoud van het boek staat hieronder. Ik ga het boek in ieder geval lezen.

Schrijven geeft kracht
Vind rust, inzicht en nieuwe levenslust in moeilijke tijden

Een ingrijpende gebeurtenis, zoals ziekte, verlies of een scheiding, kan
je wereld op zijn kop zetten. In deze moeilijke periode kun je verstrikt
raken in en wirwar van emoties, zoals verdriet, woede, angst en
onzekerheid.

In Schrijven geeft kracht ontdek je hoe schrijven helpt om grip te
krijgen op je gevoelens en om rust te vinden in je hoofd. Door je
woorden aan het papier toe te vertrouwen, creëer je overzicht in de
chaos en een uitweg voor je emoties. Ook kan schrijven je helpen om weer
lichtpuntjes in het leven te zien en zelfs anderen tot steun te zijn.

Marelle Boersma deelt vele schrijfoefeningen en verschillende
ervaringsverhalen, waaronder dat van haarzelf. Ga aan de slag met dit
praktische en inspirerende boek en ervaar zelf de helende kracht van
schrijven.

Kaatje en de kippen

In het huis waar ze nu wonen, wonen ook kippen. Die hebben achter in de tuin hun kooi. Eerst waren het er vier maar nu zijn er nog maar drie. Ze maken best veel lawaai. ‘Er wordt weer een ei gelegd,’ lacht het vriendje van het vrouwtje dan. Hij vindt het prima, hij krijgt af een toe ook een eitje en dat is lekker. Verder interesseren de kippen hem niet veel. Gekke beesten. Ze lopen alleen maar heen en weer en pikken in de grond.

Voor Kaatje is dat anders. Het lijkt wel of ze de kippen wil hypnotiseren. Als ze door het buitenhok lopen, sjeest ze naar buiten alsof ze ze weg wil jagen. Het grind spat dan alle kanten uit. In het begin schrokken ze er van en gingen snel naar binnen. Maar nu kijken ze alleen maar naar Kaatje. En soms kijken ze zelfs niet eens meer. Het schiet echt niet erg op, al dat gedoe van haar. Soms krijgt ze ook enorm op haar kop als ze weer ze tekeer gaat. Laatst had ze zelfs al weer het hondendeurtje kapot gemaakt, zo hard als ze naar de kippen liep. Ze sprong bijna van een meter afstand door het luikje. Tja, daar kan het niet tegen. Moest er weer een nieuw deurtje in.

‘Kaatje heeft nu echt al vier deurtjes kapot gemaakt,’ zuchtte het vrouwtje, ‘in ons nieuwe huis nemen we een deurtje dat voor grote honden bestemd is. Misschien dat dat beter houdt.’

Natuurlijk liep Kaatje weer vreselijk in de weg bij het monteren van het nieuwe deurtje. Dus werd ze aan haar nekvel gepakt en vastgemaakt. Dat wil je toch niet, zo bungelend met je voeten van de vloer. En dan aan een riempje vast. Alleen maar om naar beesten te rennen die je toch negeren. Nee, mooi dat hij gewoon afstand houdt. Hij blijft wel lekker op het kussen liggen. Of op de bank. Die eitjes krijgt hij vanzelf wel.

Verjaardag


Gisteren was je verjaardag. De derde die we zonder jou moesten vieren. Het blijft lastig.

Natuurlijk zijn we naar Antwerpen geweest om te vieren dat je jarig was. Jij zou niet anders gewild hebben. Je kwam altijd zo graag in die stad. We hebben een Bolleke Konink gedronken op jouw nagedachtenis.

Proost lieverd. 

Wolkenpraat

‘Kijk nou toch, daar zitten ze hoor. Ze gaan een ander huis kopen.’

‘Nou, dat zou een keer tijd worden. Ze weten toch al lang dat ze samen verder gaan. En dat ze dan niet aan de Haven willen blijven wonen.’

‘Wel leuk dat ze zo dicht bij familie gaan wonen. Och, wat heb ik daar als kind veel mee opgetrokken. Ik weet nog goed dat we samen ziek zijn geworden van sigaretten. Want ja, ik mocht natuurlijk nog niet roken, dus dat pakje moest wel leeg. We zagen allebei groen, echt. En vissen hè, samen op de brommer, ik achterop. Ik ben zelfs een keer in slaap gevallen en er af gekukeld.’

‘Sukkel, dan heb je nog geluk gehad.’

‘Ach ja, zonder geluk vaart niemand wel.’

‘Hmmm, jij zegt het.’

‘Nou ja, je snapt wel wat ik bedoel.’

‘Ja natuurlijk, we zijn allemaal wel eens goed weggekomen. Ze zijn trouwens ook al flink aan het opruimen hè. Dat zou niet gelukt zijn als jij er nog iets over te zeggen had.’

‘Nee, dat was altijd wel een doorn in haar oog. Ik kan echt nergens afscheid van nemen. Weet je, het kan altijd nog wel eens van pas komen. Ik heb heel wat dingen geknutseld met spullen die ik nog had. Dat was de uitdaging ook, iets bedenken, kijken welk materiaal je nog hebt en dan kijken of je het gemaakt kreeg. Jij maakte toch ook graag dingen, jurken toch?’

‘Ach ja, zeker. Maar daar kocht ik altijd stof voor. Weet je nog dat ik die mooie stof had gekocht voor een galajurk. Met bloemen en vogels. En dat ik het patroon ondersteboven had geknipt. Echt, ik vloek nooit maar toen alle duivels uit de hel. Kon ik alles weggooien. En hij kwam niet meer bij van het lachen, dat was nog het fraaiste.’

‘Toch hebben we het altijd wel goed gehad hè.’

‘Dat zeker, daarom ben ik blij dat zij het nu ook weer goed hebben. Gelukkig kunnen wij vanuit hier mooi een oogje in het zeil houden. En is onze wolk groot genoeg voor iedereen van wie zij veel hebben gehouden.’

‘Klopt. Ik ben benieuwd wat ze allemaal nog gaan meemaken. Laten we wat te drinken pakken, er komt vast nog een vervolg.’