Politiek

Politiek kan een heel fascinerend iets zijn. Naarmate de verkiezingen dichterbij komen, wordt er steeds harder geroepen. Debatten worden steeds venijniger want de kiezer moet wel overtuigd worden van het feit dat de spreker het bij het rechte eind heeft.

‘Stem op mij, dan komt alles goed.’

Het bijzondere is dat dit overal ter wereld hetzelfde is. Nou ja, niet in dictaturen natuurlijk, daar valt niks te stemmen. Maar in de meer democratische landen is het een terugkerende fenomeen. Ook in ons eigen land, waar de politiek het zelfs voor elkaar heeft gekregen om een demissionair kabinet te laten vallen, wordt weer fel gedebatteerd. Mannen als Wilders grijpen iedere mogelijkheid aan om hun standpunten kracht bij te zetten. Mevrouw Ouwehand haalt scherp uit naar alles en iedereen. Ik kijk er naar en denk, ik weet het ook niet meer. Op welke partij moet je nu gaan stemmen. Ze vallen allemaal al vechtend over elkaar.

‘Het is allemaal de schuld van links!’ Maar ja, we hebben al heel lang rechtse kabinetten en ook het laatste, toch wel redelijke rechtse, kabinet, heeft er weinig van gebakken. Sterker nog, die hebben er een zootje van gemaakt.

‘Het is allemaal de schuld van rechts!’ Maar veel Nederlanders hebben op deze partijen gestemd. Dus dan is het toch ook wel een beetje ‘eigen schuld’.

Ik heb de oplossing ook niet. Ik denk dat er geen afdoende oplossing is op dit moment. Er zijn zoveel problemen en alles haakt dermate in elkaar dat je niet met een simpel wetje alles kunt regelen. Bovendien zijn we natuurlijk ook nog afhankelijk van wat er verderop in de wereld gebeurt. Want Nederlanders hebben natuurlijk wel een groot ego, maar we zijn maar een piepklein spelertje op het grote toneel. Je kunt niet alles regelen met een grote mond.

Ik ben heel benieuwd wat er na 29 oktober gaat gebeuren. Welke partijen dan de mogelijkheid krijgen om het land weer een beetje vlot te trekken. En of dat dan ook gaat lukken. Voorlopig ben ik er nog niet uit, ik weet echt nog niet op wie ik ga stemmen. Op een vrouw, dat is voor mij traditie, maar van welke partij ze gaat zijn, ik heb geen idee.

Verhuizen

Het zijn hele rare dagen geweest, sinds het afgelopen weekend. Het vrouwtje was weer druk met het pakken van spullen. Gezellig, had hij gedacht, dan gingen ze dit weekend vast weer bij haar vriendje logeren. Leuk is dat, dan mogen hij en Kaatje op zondag altijd even op bed uitslapen. Dat is zo gezellig. Hij vond het wel raar dat ze echt heel veel spullen uit de kasten haalde. Voor twee dagen hoef je toch niet zoveel kleren mee te nemen, zou je denken. Jeetje, en ze nam ook jassen mee. De mussen vallen van het dak, dan hoef je toch geen jas mee te nemen. Heel raar allemaal. Nou ja, als ze hem en Kaatje maar niet vergat, dan is het prima.

Gelukkig had ze wel geroepen. Hij was ook meegegaan. Natuurlijk was hij veel eerder dan het vrouwtje. Die liep niet zo hard, met al die spullen die ze bij zich had. Hij was nog maar eens even kijken of het toch allemaal wel lukte. Zo te zien wel. Dan maar weer gewoon bij het vriendje voor de deur gaan staan.

En die ging toen zelfs helpen om spullen te halen. Er was toch wel echt iets raars aan de hand. Ze hadden zelfs de grote ton met brokjes meegenomen.

Gelukkig deden ze het hele weekend wel leuke dingen verder. Het leek allemaal heel normaal. Behalve dan toen ze weer moesten werken. Het vriendje van het vrouwtje gaf hen eten en zei, ‘nou dag, braaf zijn en tot vanavond.’ En het vrouwtje ging gewoon daar achter een bureau zitten om te werken. Wel op haar eigen plekje zoals thuis maar het was toch echt een heel ander bureau. Hij zag wel dat Kaatje het ook allemaal maar vreemd vond. Die ging onder de stoel van het vrouwtje liggen en hijzelf had maar naast haar stoel een plekje gezocht. Ze moesten maar even heel dicht bij elkaar blijven. Want het is wel heel gezellig als ze allemaal samen zijn, maar het is toch ook best een beetje wennen.

Toeval

Vroeger, als kind, was ik er vast van overtuigd dat ook de theepot boos kon zijn. Als ik dan te laat uit mijn bed was gekomen en moest haasten om op tijd op school te zijn, werkte de theepot mij tegen. Hij drupte en lekte en was eigenlijk veel te zwaar. De botervloot keek me boos aan en het pak hagelslag was zo recalcitrant dat het meeste naast mijn boterham terecht kwam. Onzin natuurlijk, vanwege mijn onhandige aard en het feit dat ik moest haasten, lukte het gewoon niet om zonder knoeien mijn ontbijt te eten. Toeval, zo kun je het ook noemen.

De laatste dagen in mijn eigen huis waren ook zo. Ik wil natuurlijk alles zo schoon en netjes mogelijk houden en zorgen dat er helemaal niks beschadigd raakt. En juist dan loopt alles mis. Ik stoot ergens tegenaan, ik zie dat er een grote zwarte veeg achter een schilderij zit. Pfff. Zelfs nu, nu ik iedere dag even binnen loop voor de plantenbakken en de tuin, kijkt het huis mij argwanend aan.

‘Wat kom je hier doen? Jij hebt toch dat bord in de tuin laten zetten.’

Dus ik stoot me aan de tafel, wat een grote blauwe plek oplevert. Ik stoot mijn hoofd als ik de televisiekabels los wil trekken onder de tafel waar de televisie stond. Het hele huis is in de contramine. De tomatenplant overwoekert boos de andere planten en als ik de grootste stukken afknip en in de container gooi, valt natuurlijk de deksel dicht terwijl mijn hand er tussen zit. Al mopperend gooi ik de snoeischaar in de bak waar hij altijd ligt en onderdruk de neiging om tegen de container aan te schoppen. Want het zit gewoon in mijn eigen hoofd.

Want net als vroeger met het ontbijt, heeft dit helemaal niks met mijn huis te maken maar met mijn onhandige aard en het feit dat ik het nu allemaal te goed wil doen.

Ach ja, mijn fijne huis. Ik ga het missen. En toeval is wat het is, gewoon toeval.

Foto’s

Lang geleden, in de tijd dat we nog geen mobiele telefoons met camera hadden, gingen mijn maatje en ik al op vakantie. De jonge mensen van nu kunnen het zich niet meer voorstellen, maar toen namen we gewoon allemaal een camera mee. In het begin niet eens een digitale. Een analoge camera. Met rolletjes. Na de vakantie ging het rolletje naar de fotograaf of naar de Hema en na een paar dagen kon je dan de foto’s ophalen. Eigenlijk was dat heel erg leuk, dan beleefde je de vakantie toch weer een beetje opnieuw.

Toen de digitale camera zijn opmars ging maken, werd er toch nog veel afgedrukt. Ook bij ons. Ik had een heel regiment fotoalbums, per jaar een ander. En dozen vol foto’s ‘die ik eigenlijk nog een keer in een album zou moeten plakken.’

Onlangs ben ik er voor gaan zitten. Dozen open, albums verspreid om me heen. Uitzoeken wat ik wilde bewaren en kijken welke foto’s er toch echt wel weg konden. De natuurfoto’s zonder mensen erop gingen al direct bij het oud papier. Van de meeste wist ik nog wel waar ze van waren maar er waren toch ook foto’s van plaatsen die ik niet thuis kon brengen. Hup, weg er mee. De foto’s met mensen uit het verleden kunnen ook weg. Daar wordt toch nooit meer naar gekeken.

De stapel ‘weggooien’ groeide gestaag. Na een behoorlijke tijd was ik aangeland bij de oude fotoalbums. Mijn maatje op vakantie met zijn ouders. Op de schouders van zijn vader. Op de motorkap van diens NSU Prince. Een aantal ging in de doos ‘bewaren’ maar ik heb er toch ook wel een aantal vernietigd. Wie gaat er ooit nog wat mee doen?

Mijn eigen kinderfoto’s heb ik nog maar bewaard. Wat daar ook aan opvalt, is dat ook toen de meisjes en jongens er een beetje hetzelfde uitzagen. De meeste meisjes, ik ook, hadden lang haar, een zijscheiding en een speldje in het haar om het uit het gezicht te houden. Als kind in de jaren zeventig had ik natuurlijk ook kleding met grote motieven. Bruin, oranje. Maar ook geruite rokjes met een grote speld. Mijn nichtjes zouden er in hun kindertijd hun neus voor opgehaald hebben maar wij waren er trots op. Sterker nog, veel van de motieven van toen zijn weer helemaal hip. Zelfs mijn jeugdtrauma, broeken met wijde pijpen, zijn enorm in. In de grote motieven wil ik nog wel meegaan, de wijde pijpen zijn voor mij echt een taboe. Nostalgie heeft echt wel grenzen.