Levensles

Sommige mensen voelen zich geroepen hun levensverhaal te vertellen aan iedereen die het maar horen wil. Dat is op zich niet erg. Maar ze vertellen het ook aan mensen die het helemaal niet willen horen. Maar die er met goed fatsoen niet onderuit kunnen. Na een zondagmiddagwandelingetje met Stef en Kaatje waren we maar weer eens op een terrasje beland. Zeker Stef was blij dat we eindelijk gingen zitten, hij had naar zijn zin al weer lang genoeg gelopen.

Het toch best grote terras werd overstemd door een grote man die in de hoek samen met zijn vrouw en een ander echtpaar een tafeltje bezette. Ze hadden de grootste lol samen. Altijd fijn als mensen het naar hun zin hebben, maar dit was best erg luidruchtig. Gelukkig werd er afgerekend en de helft van het gezelschap vertrok. De grote man bleef achter. Gekleed in een afgeknipte spijkerbroek en een overhemd dat zover open hing dat het ons een blik op zijn behaarde navel gunde, keek hij rond op zoek naar een volgend slachtoffer. Wat hij vond in een echtpaar met een Labradoodle. Niets vermoedend namen ze plaats aan het tafeltje naast hem.

Als een duveltje uit een doosje kwam er achter de man een Goldendoodle omhoog. En dat schept een band natuurlijk, twee van die knuffelige teddyberen. Even wisten de nieuwkomers niet wat hen overkwam maar al snel konden ze er niet meer onderuit. Ze moesten wel luisteren. Wij konden ons nog wel een beetje afsluiten maar dat zat er voor hen niet in.

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig genoeg dus af en toe luisterde ik geamuseerd mee. De hond was aangeschaft toen hij in een heel moeilijke periode zat. Hij was heel ziek geweest, dokters hadden er een hard hoofd in gehad maar hij was toch genezen. En de hond was hem in die periode tot grote steun geweest. Zijn vrouw zat er een beetje sip bij te kijken. Zij kwam in hele verhaal niet voor. De man werd steeds emotioneler en op een gegeven moment maakte hij aanstalten om zijn nieuwe vrienden te omhelzen. Ik had moeite niet in lachen uit te barsten. De ontstelde gezichten van de nieuwkomers spraken boekdelen.

De man zal het echt best goed bedoeld hebben maar de meeste mensen zitten helemaal niet te wachten op dergelijke verhalen. Die willen gewoon gezellig een drankje doen en niet als therapeut fungeren. Maar ja, zonder onaardig te zijn, kom je er bijna niet onderuit. Gelukkig heb ik daar dan op zo’n moment geen moeite mee.

Makelaar

Als je dan het besluit hebt genomen dat je je huis gaat verkopen, gaat er ineens een heleboel lopen. Dan worden er afspraken gemaakt en moet je echt aan een heleboel dingen denken. Gelukkig ben ik van de lijstjes. Heerlijk, en dan afvinken wat je al gedaan hebt. Ik hou er van. Want waar je toch een beetje tegenaan loopt, als je alleen woont, is dat je makkelijk wordt. Ach, dan liggen er vier paar schoenen onder een stoel. Niemand die je er om uitlacht of moppert als hij er weer eens over gestruikeld is. Dus toen er een afspraak stond met de makelaar, ben ik de ochtend er voor toch maar een kritisch door mijn huis gaan lopen. Te beginnen bij de zolder, waar ik normaal mijn ijzeren voorraad was en mijn ijzeren voorraad al gewassen spullen heb liggen en hangen. Want je wilt zo’n makelaar ook niet bij de eerste afspraak een weidse blik op je ondergoed gunnen. Toch?

Gelukkig heb ik een lieve dame die mij helpt met het schoonhouden van de boel dus het ziet er altijd wel netjes uit maar het gaat toch om de puntjes op de i. Even de pyjama in een kastje gooien in plaats van over de badrand.

En het wordt nog erger als de fotograaf komt. Alle persoonlijke dingen moeten weg of in de kast. En mensen die mij kennen, weten dat mijn hele huis vol hangt met foto’s. Dat wordt nog een klus. Want ze hangen echt overal. Een aantal foto’s hoeft niet per se mee naar het nieuwe huis dus dat is makkelijk, maar het overgrote deel moet dan toch wel heel voorzichtig in een doos.

Toch is het ook wel eens lekker om met zo’n blik door je huis te gaan. Want wat verzamelt een mens een hoop spullen in de loop van de jaren. Zeker mijn maatje, die was niet van het makkelijk weggooien. ‘Je weet nooit waar je het nog voor kunt gebruiken.’

En inderdaad mijn maatje wist met dingen die ik al lang weg had gegooid toch weer iets handigs te maken. Of iets moois. Ik kan dat niet, handigheid is mij niet aangeboren.

Het huis begint steeds leger te worden. Daardoor wordt het ook steeds makkelijker om afscheid te nemen. En dan is dan weer een voordeel.

Steeds kleiner

De zus van mijn moeder is overleden. Plotseling, in haar slaap. Voor haar mooi, lijkt me. Voor de achterblijvers wat moeilijker. Mijn tante was namelijk niet ziek. Oké, ze was al wat op leeftijd, maar toch. Mijn moeder is ouder. En mankeert vanalles. Het was dan ook een behoorlijke schok voor haar, ik moest het een paar keer herhalen voor dat het echt binnen kwam. En toen kwam het dan ook echt binnen. Ik had medelijden met haar. Haar familie wordt echt steeds kleiner.

Samen gingen we naar het afscheid. Dat was natuurlijk een uitdaging. De rolstoel moest mee. En die moet, in tegenstelling tot de rollator, wel ingeklapt worden. Met mijn handigheid is dat een hele worsteling en ik ben er dan ook niet zonder blauwe plekken vanaf gekomen. De begraafplaats was midden in de stad. En ik, als Brabantse gewend aan ruimte, wilde natuurlijk gewoon het terrein op rijden. Maar dat ging niet. Dus, auto langs de weg, mama eruit, in de rolstoel, ik al chagrijnig en wij naar binnen. Gelukkig werden we opgevangen door een begripvolle dame die zich over mama ontfermde en mij met een al even aardige jongeman wegstuurde om mijn auto te halen. De jongeman zou zorgen dat ik het terrein op kon.

Ik keek rond en zag dat ik óf een heel eind om kon rijden óf mijn domme blondjes-act uit de kast kon halen. Het werd het laatste. Alarmlichten aan en stoïcijns achteruit rijden. Geen idee wat de mensen in de auto’s achter me gedacht hebben. Het zal vast niet heel aardig zijn geweest.

Het afscheid was mooi. Tante was een levensgenieter die er absoluut uithaalde wat er in zat. Niet dat ze het nooit moeilijk heeft gehad — iedereen krijgt zijn portie tegenslagen in het leven — maar zij heeft die van haar altijd met flair het hoofd geboden. Het was mooi om te horen met hoeveel liefde er over haar werd gesproken.

Natuurlijk waren er de nodige tranen. Ook bij mama. Tenslotte is ze haar jongste zus verloren. Ik weet niet wat ze nu denkt, misschien wel dat zij de volgende gaat zijn. Maar laten we hopen dat dat nog een tijdje op zich laat wachten.

Archief

Regelmatig loop ik binnen in het verzorgingstehuis bij de Oude Brompot. Gevolg daarvan is dat ik zijn huisgenoten ook steeds beter leer kennen. En zij mij. Waardoor ze mij ook wat meer gaan vertrouwen. Sommigen niet hoor, die weten niet wie je bent en leren je ook niet kennen. Daar moet je je weer iedere keer aan voorstellen. Maar sommigen krijgen toch een soort gevoel van herkenning. En gaan hele verhalen aan je vertellen. Ik luister geduldig. De Brompot zit toch vaak een beetje te doezelen dus dat kan best.

Een van de bewoners is een dame die wordt aangesproken met Mevrouw. Ik heb er denk ik al wel eens over verteld. Iedereen wordt genoemd bij de voornaam maar zij is een mevrouw. Ze is ook een echte dame. Haar haar in een nette knot en negen van de tien keer ook een zijden sjaaltje om. Ik verdenk haar er van dat ze vroeger onderwijzeres is geweest. Vraag me niet waarom, als dochter van mijn vader herken ik meestal het type wel.

Ze is meestal heel rustig aanwezig. Neemt wel deel aan de gesprekken en vertelt over vroeger. Van haar dochter weet ik dat ze heel overtuigend kan klinken maar dat de verhalen vaak kant noch wal raken. Geeft niet, dat is bij heel veel van de bewoners het geval. Ik vind haar aardig en groet haar ook altijd beleefd. Ik heb ook het idee dat ze dat wel prettig vindt.

Laatst kwam ze heel doelbewust naar me toe. Ik keek haar aan, wachtend op de vraag of opmerking die ongetwijfeld ging komen.

‘Zou jij iets voor mij willen doen?’

‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘als ik het kan, wil ik altijd iets voor u doen.’

Het antwoord sloeg me behoorlijk uit het veld.

‘Wil jij voor me uitzoeken wie ik ben?’

Waarschijnlijk heb ik haar toen iets te lang aangekeken want ze vervolgde:

‘Maar dat valt niet mee hoor, want ik denk dat je dan wel heel diep het archief in moet.’

Haar vraag is enorm bij me blijven hangen. Want als je niet meer weet wie je bent, wie ben je dan nog?