
Als ’s nachts om twee uur je telefoon gaat, voorspelt dat meestal niet veel goeds. Zo ook deze keer. Mama aan de andere kant van de lijn. ‘Het gaat niet goed, zou jij willen komen om de dokter te bellen?’
Natuurlijk, ik schoot in mijn kleren, duwde Stef van het bed en vervolgens de trap, liet Kaatje uit haar bench en stapte in de auto. Om twee uur ’s nachts is het heel stil in ons dorp. Ook bij mama in de straat was weinig beweging. Ik zag dat licht in haar slaapkamer aan was. Verder was het hele gebouw stil.
Een uurtje later reed ik (weer eens een keer) achter de ambulance aan naar het ziekenhuis. En om half zeven ’s ochtends was ik weer thuis. Mama moest blijven. Helaas wordt ook haar hart ouder en beginnen daar toch wel wat problemen te ontstaan. Vocht achter de longen, verminderde pompfunctie. Gelukkig zijn de klachten nog niet heel omvangrijk en is er geen acuut gevaar.
Dus meldde ik mij ’s middags weer in de kamer waar ik mama had achtergelaten. Ik moest even wachten want ze was net weg om een echo te laten maken. Nieuwsgierig keek ik rond naar de andere patiënten. Schuin tegenover mama lag Mrs. Slocombe. Dezelfde omvang, prachtige dunne boogjes als wenkbrauwen en compleet met paars haar. Ze keek me vriendelijk aan en liet haar omvangrijke lichaam van het bed zakken om naar het toilet te gaan. Me daarmee een gulle blik gunnend om haar spierwitte buik. Ik wist niet waar ik kijken moest.
Gelukkig werd mama net binnengereden met de rolstoel dus ik had afleiding.
Tegenover mijn moeder lag een meneer die slecht nieuws had gekregen. Zijn aderen waren voor 90% dicht geslibd. Geen goed bericht, zijn vrouw en hij zaten er ook wat terneergeslagen bij te kijken. Ze hadden een printje waar, volgens mij, de situatie van zijn hart op stond en bekeken dat samen langdurig. Daarna ging de vrouw de familie bellen om hen deelgenoot te maken van het treurige nieuws. Zo’n beetje de hele afdeling kon er van meegenieten. Het was een ernstige zaak. Ze namen het serieus op. Dat bleek ook wel toen de verpleegkundigen de zaal op kwamen. De man liet zich niet zo maar door de eerste de beste helpen. ‘Heb jij er verstand van?’, vroeg hij aan een van de dames? Ik dook van plaatsvervangende schaamte in elkaar. Gelukkig reageerde ze er goed op. ‘Ik werk op de afdeling Cardiologie dus ik denk wel een beetje….’
Gelukkig is mijn moeder inmiddels weer thuis. Weer een beetje ouder en weer een beetje fragieler geworden. We zullen haar maar koesteren zo lang als het kan.

Altijd confronterend zo’n situatie. En wat je beschrijft over die mede-kamerliggers in de ziekenhuizen herken ik direct. Als je er zelf ligt valt er niet te ontsnappen aan dit soort types….op bezoek komend nog net aan….Alle sterkte met jouw moeder. Geef haar maar wat extra aandacht…
LikeLike