Trots

Als er iets is waar best veel Nederlandse vrouwen goed in zijn, dan is het in nikszeggende kleding dragen en nikszeggende kapsels hebben. We kennen allemaal het ANWB-stel. Ze fietsen naast elkaar en als je hen op de rug ziet, kun je bijna niet zien wie de man en wie de vrouw is. Het kort pittige kapsel, het jack, de driekwart broek. Geen spoortje make-up, geen vrolijke kleuren. Ik vind het verschrikkelijk. Ik besef heus wel dat we allemaal ouder worden en dat de zwaartekracht steeds moeilijker te weerstaan is. Maar dat kan toch nooit een reden zijn om dan maar dertien in een dozijn te worden.

Ik ben geen influencer hoor, ik wil niemand voorschrijven hoe hij of zij er uit moet zien. Maar het is zo zonde. We zijn een beetje doorgeslagen in dat ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’ Mensen die zich wel opvallend kleden, worden vaak misprijzend bekeken. Zeker als ze niet meer zo heel jong zijn

‘Moet je dat zien, die denkt zeker dat ze nog heel wat is.’

Eigenlijk is het gewoon pure jaloezie.

Als je wat verder naar het zuiden afreist, en dat begint zelfs al in Vlaanderen, dan zie je mensen die zich kleden op een avondje uit. Daar zie je geen korte broeken in een restaurant. Mensen hebben hun best gedaan om er zo mooi mogelijk uit te zien. Daar kan ik nou van genieten. Want wat sommige Nederlanders dragen als ze uitgaan, het is toch echt een gruwel.

Onlangs waren we op vakantie op Curaçao. Ik heb genoten. Niet alleen van het mooie weer en de relaxte sfeer, hoewel dat ook heerlijk was, maar ook van de manier waarop de vrouwen zich daar bewegen. Jong, oud, mager, wat te zwaar, ze waren allemaal mooi gekleed. Er was aandacht besteed aan hun kapsels, hun nagels waren in orde en vooral, ze waren allemaal trots. Met opgeheven hoofd liepen ze door het leven. Ook daar heb ik van genoten. Daar kunnen wij Nederlandse vrouwen nog heel wat van leren.

Prinses op de erwt

Als je lang in een huis woont en je maatje kan heel slecht weggooien, dan heb je echt enorm veel spullen. Zoveel spullen dat er een containertje moest komen om afscheid te nemen van zaken die ik of nooit meer ga gebruiken of waarvan ik niet eens weet waarvoor ze dienen. Niet dat ik ga verhuizen, maar ik werd erg onrustig van al die dingen die maar stof lagen te verzamelen zonder dat ze ook maar van enig nut waren.

Mijn vriendje vond het een goed plan, ook hij wilde in zijn huis wel van wat dingen afscheid nemen. Samen bespraken we wat we het beste weg konden doen. En ineens bedacht ik me, dat oude logeerbed dat ik boven heb staan, dat kan eigenlijk ook best weg. Dat bed is echt al heel oud. Volgens mij heeft mijn jongste zus er als puber in ons ouderlijk huis nog in geslapen. En mijn jongste zus wordt volgend jaar vijftig, kun je na gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Het bed werd uit elkaar gehaald en verhuisde naar de container. Wel was er nog een kleine bijkomstigheid waar ik rekening mee moest houden. Omdat het bed toch nooit gebruikt werd, had Kaatje het zich toegeëigend. Als een ware prinses op de erwt ligt ze er heerlijk op te tukken op de dagen dat ik thuis werk. Er moest dus wel een ander kussen komen. Tenslotte heeft Stef ook zijn eigen kussen voor de thuiswerksessies. Volgende week haal ik een nieuw kussen, besloot ik.

Voordat ik daar toe in de gelegenheid was, werkte ik toch nog een keer thuis. Stef was al op zijn gemak mee naar boven gesukkeld maar Kaatje had het nog te druk met rondscharrelen, beneden. Even later hoorde ik haar naar boven roffelen. Boven aan de trap nam ze een bocht naar rechts en stoof de kamer binnen. En toen hoorde ik een klein meisje vol in de remmen gaan. Want hééé, daar stond toch eerst een bed? Ze kwam eens in mijn werkkamer kijken maar daar lag Stef natuurlijk al languit op zijn kussen. Dus droop ze maar weer af, richting haar eigen plekje. Het werd stil. Even later ging ik voorzichtig kijken. Daar lag ze hoor, vol verontwaardiging. Ze was het er duidelijk niet mee eens. Ach, het meisje, ik heb maar snel een mooi kussen voor haar gekocht.

Terras

Op zonnige zondagmiddagen houden wij er van om met de honden een eindje te gaan lopen. Bij voorkeur ergens in de bossen. Het zijn meestal maar kleine rondjes want Stef bepaalt de afstand. De kleine man kan niet meer zo heel ver. Dat laat hij ook duidelijk merken hoor, als het hem te veel wordt, draait hij zich om en begin terug te lopen. Zo, dat was dat, nu op naar het terras. Want daar wordt zo’n middag normaal gesproken toch altijd wel afgesloten. Lekker zitten, abdijbiertje, mensen kijken. Heerlijk. En natuurlijk bestellen we altijd bitterballen. Dat is tenslotte de reden dat Stef zo graag mee naar het terras wil. De laatste deelt hij namelijk samen met Kaatje. Slecht? Ach, ze vinden het heerlijk.

Pasgeleden zaten we ook weer heerlijk in het zonnetje op een van onze favoriete terrassen. Het was redelijk druk dus er was genoeg te bekijken. Aan een tafeltje in het midden van een terras zaten een paar flamboyante mannen. Ze hadden plezier samen, dat kon je goed horen. Wat je ook goed kon horen, en dat bedoel ik helemaal niet verkeerd, was dat geen van de aanwezigen op vrouwen viel. Heerlijk, ik genoot.

Want, wij Nederlanders hebben altijd wel wat te zaniken over het land waarin we wonen. De regering deugt niet. Terwijl we die toch zelf gekozen hebben. De gezondheidszorg deugt niet. Het is te druk. Er zijn geen huizen beschikbaar. Mensen leven in armoede omdat de inflatie enorm is. Ik weet het, er kan in dit land nog heel veel verbeterd worden. Maar ik ken ook verhalen uit andere landen. Van een kennis die in het buitenland in het ziekenhuis terecht kwam. En dat het daar de gewoonte was dat de familie voor het eten zorgde. En laat zijn familie nou gewoon thuis in Nederland zijn. Of verhalen over ouderenzorg. Eigenlijk het ontbreken van ouderenzorg. Waardoor mensen genoodzaakt zijn hun ouders in huis te nemen. Ik hou veel van mijn moeder maar daar moeten zowel mijn moeder als ik toch echt niet aan denken. Of mensen die vanwege hun geaardheid in de gevangenis komen. Of erger, vermoord worden.

Daar moest ik aan denken toen ik het gezelschap in het midden van dat terras zoveel plezier met elkaar zag hebben. Waarbij zij er openlijk voor uit kwamen wie zij waren. En dat dat gewoon kon. Omdat wij in Nederland wonen.

Ziekenhuisopname

Als ’s nachts om twee uur je telefoon gaat, voorspelt dat meestal niet veel goeds. Zo ook deze keer. Mama aan de andere kant van de lijn. ‘Het gaat niet goed, zou jij willen komen om de dokter te bellen?’

Natuurlijk, ik schoot in mijn kleren, duwde Stef van het bed en vervolgens de trap, liet Kaatje uit haar bench en stapte in de auto. Om twee uur ’s nachts is het heel stil in ons dorp. Ook bij mama in de straat was weinig beweging. Ik zag dat licht in haar slaapkamer aan was. Verder was het hele gebouw stil.

Een uurtje later reed ik (weer eens een keer) achter de ambulance aan naar het ziekenhuis. En om half zeven ’s ochtends was ik weer thuis. Mama moest blijven. Helaas wordt ook haar hart ouder en beginnen daar toch wel wat problemen te ontstaan. Vocht achter de longen, verminderde pompfunctie. Gelukkig zijn de klachten nog niet heel omvangrijk en is er geen acuut gevaar.

Dus meldde ik mij ’s middags weer in de kamer waar ik mama had achtergelaten. Ik moest even wachten want ze was net weg om een echo te laten maken. Nieuwsgierig keek ik rond naar de andere patiënten. Schuin tegenover mama lag Mrs. Slocombe. Dezelfde omvang, prachtige dunne boogjes als wenkbrauwen en compleet met paars haar. Ze keek me vriendelijk aan en liet haar omvangrijke lichaam van het bed zakken om naar het toilet te gaan. Me daarmee een gulle blik gunnend om haar spierwitte buik. Ik wist niet waar ik kijken moest.

Gelukkig werd mama net binnengereden met de rolstoel dus ik had afleiding.

Tegenover mijn moeder lag een meneer die slecht nieuws had gekregen. Zijn aderen waren voor 90% dicht geslibd. Geen goed bericht, zijn vrouw en hij zaten er ook wat terneergeslagen bij te kijken. Ze hadden een printje waar, volgens mij, de situatie van zijn hart op stond en bekeken dat samen langdurig. Daarna ging de vrouw de familie bellen om hen deelgenoot te maken van het treurige nieuws. Zo’n beetje de hele afdeling kon er van meegenieten. Het was een ernstige zaak. Ze namen het serieus op. Dat bleek ook wel toen de verpleegkundigen de zaal op kwamen. De man liet zich niet zo maar door de eerste de beste helpen. ‘Heb jij er verstand van?’, vroeg hij aan een van de dames? Ik dook van plaatsvervangende schaamte in elkaar. Gelukkig reageerde ze er goed op. ‘Ik werk op de afdeling Cardiologie dus ik denk wel een beetje….’

Gelukkig is mijn moeder inmiddels weer thuis. Weer een beetje ouder en weer een beetje fragieler geworden. We zullen haar maar koesteren zo lang als het kan.