Lekker uitwaaien

Het was wel raar, het vrouwtje ging op de gewone tijd uit bed maar ze ging allerlei spulletjes verzamelen. Een koffertje, een tas, zelfs brokjes voor Kaatje en hemzelf werden klaar gezet. Hij ging het allemaal toch maar eens goed in de gaten houden. Kaatje niet, die was natuurlijk gewoon de dingen aan het doen die ze altijd deed. Dat meisje trekt zich toch echt helemaal nergens van aan. Maar het zag er toch naar uit dat ze met z’n allen weggingen.

Toen het vriendje van het vrouwtje de auto voor de deur zette, wist hij het zeker. Ze gingen samen weg. Hij ging daarom zelf maar vast de tuigjes en de riemen halen. Dan wist hij zeker dat hij ook mee ging. En inderdaad na een paar uurtjes waren ze bij een huisje. Alle spullen gingen uit de auto en ze gingen eerst naar het strand. Lekker uitwaaien. Kaatje racete over het hele strand. Dat meisje kan echt zo hard rennen, niet normaal. Hij zelf deed het wat rustiger aan. Hij wilde morgen niet mank lopen.

Ze gingen zelfs even op een terrasje zitten. Wat heerlijk na al die regen en die kou van afgelopen tijd. Achter glas zaten ze best lekker. Natuurlijk waren er weer mensen die met een grote boog om hen heen liepen. Ach, je raakt er aan gewend hè. Achter hen zaten ook een meneer en een mevrouw met een hond. Hele sjieke mensen, naar de laatste mode gekleed. En de hond was natuurlijk zo’n grote knuffelhond, die nu zo in de mode is. Je werd gek van het beest, hij bleef maar janken en blaffen. Kaatje en hij keken er eens een keer naar maar hij snapte er niks van. Zijn baasje vond het heel vervelend, dat zag hij wel. Want eigenlijk zaten ze behoorlijk voor schut, met zo’n moderne hond waar iedereen dan toch last van heeft. Dan blijft er weinig meer over van je zorgvuldig opgebouwde decorum.

In hokjes denken

Ik weet het, je mag mensen niet zomaar in een hokje plaatsen. Ik denk van mezelf dat ik dat ook niet makkelijk doe. Het is juist leuk als mensen hun eigen weg volgen en zich niks aantrekken van de heersende conventies. Maar soms ontkom je er niet aan.

Als het op zondag mooi weer is, gaan wij graag een eind wandelen. Lekker naar de bossen met Stef en Kaatje. Als het erg fris is, krijgen zij hun jasjes aan. Met hun enkele vacht hebben ze het eerder koud. En ik vind de jasjes grappig, het is een mooi gezicht om die twee felrode ruggetjes voor je uit te zien wandelen. Natuurlijk belanden we dan na zo’n wandeling in een cafeetje voor een biertje en een bitterbal. De laatste is altijd voor de honden. Niet gezond, ik weet het, maar ze vinden het heerlijk.

Laatst zaten we ook weer op een van onze favoriete plekjes. Het was druk dus de rustige plekjes in de hoek waren al bezet. Dan maar een beetje meer centraal. Kaatje gaat op haar gemak onder een stoel liggen, Stef blijft staan en kijkt rond. Altijd vaste prik. Een paar tafeltjes verder zaten mensen met twee kleine hondjes. Ze leken op Yorkshire terriertjes. Compleet met strikje, natuurlijk. De man van het stel had het postuur van een bodybuilder. Brede nek, kaal hoofd. De tatoeage op zijn rug kwam net boven de boord van zijn shirt uit. Hij droeg een joggingbroek en sportschoenen. Ik sprak mezelf bestraffend toe. ‘Nee, niet in een hokje stoppen.’

De vrouw tegenover hem had een deel van haar schoonheid gekocht. Lippen, jukbeenderen, haren, het was volgens mij niet allemaal origineel. Niks mis mee hoor, als je dat mooi vindt, moet je dat zeker doen. Ik had wel het idee dat de hondjes haar accessoires waren. Ik zag de man nl. een beetje jaloers kijken naar Stef en Kaatje. Waarschijnlijk had hij ook liever Staffords gehad. Die kun je tenminste een stoere riem met stalen punten laten dragen. Bij die kleine beestje is dat geen gezicht. Maar waarschijnlijk had zijn vriendin daar een stokje voor gestoken. ‘Die honden zijn veel te agressief. Stel je voor dat ze mijn kleintjes bijten.’ Tja, daar zat wat in.

Toch bleef hij met een schuine blik onze honden kijken. En ik zag hem denken, stoere honden, alleen jammer van die jasjes.

Enge mannen

Ik weet niet wat jullie vinden, maar ik vind Elon Musk een enge man. Ik moet altijd aan de James Bond-films denken. Aan Octopussy die een geheim kasteel runde met enkel dames, op een verlaten eiland. Of Raoul Sliva, die in zijn pogingen tot wraak op M wel heel ver gaat. En wat te denken van LeChiffre, de bankier voor terroristen. Er waren slechteriken genoeg die uit waren op wereldheerschappij en daarbij niets ontziend waren. Gelukkig was daar dan altijd de dappere James Bond die met behulp van de vooruitstrevende technieken van Q de bad guys altijd een stap voor was. En daardoor de wereldvrede garandeerde. Helaas zijn dat maar films en hebben de good guys in het dagelijks leven niet zoveel invloed.

En mensen als Elon Musk en consorten hebben veel meer macht dan wij denken en weten. En een grote honger naar nog meer macht. En als ze dan een president ondersteunen die denkt dat de hele wereld of te koop is of zit te wachten op Amerikaanse inmenging, dan kan het best nog eens heel spannend worden.

Heb je ze zien zitten? Bij de inauguratie? Mensen die zoveel geld hebben dat ik niet eens weet hoeveel nullen dat wel zijn. En als ik dat dan uitschrijf, dan zegt het me niet eens iets. Zoveel geld, dat is niet te bevatten. Ik weet ook niet of je daar gelukkig van wordt. Ze zaten allemaal maar een beetje sukkelig te kijken. Ze hebben het goed gedaan hoor, ik heb niet zoveel geld verdiend in mijn leven. Daar gaat het niet om. Maar soms denk ik dat ze de realiteit wel een beetje zijn verloren. Dat kan ook niet anders. Als je zo rijk bent, kun je je niet meer voorstellen dat je moet puzzelen om het einde van de maand te halen. Dat je moet kiezen tussen zelf eten of eten voor je kinderen. Dat is dan zo vreselijk ver van je bed.

Ik ben ook bang dat het hen binnenkort ook weer gaat vervelen. Want de meeste plannen die we nu kennen zijn zo fantastisch dat ze alleen bestaan in fantasie. Ach, misschien trekt Musk zich dan wel weer terug op zijn eiland. En als hij dat dan in de oceaan laat verdwijnen…..

Ik plaste het verste

Het bestaat nog, de mannen die de grootte van hun ego ontlenen aan de grootte van hun auto. Ik dacht dat we daar nu inmiddels wel overheen gegroeid waren. Tenslotte zie je ook die auto’s met enorme taartscheppen als spoiler achterop bijna niet meer in het straatbeeld. De Tupperware-uitvoering is toch wel verdwenen uit de folders van de autodealers.

Maar toch, onlangs, terwijl ik op mijn gemak naar huis reed, stak het fenomeen weer even de kop op. Op weg naar huis rijd ik meestal over een dijkje. Om de snelheid er uit te halen, zijn er wegversmallingen geplaatst. Heel eerlijk, de ene keer heb je voorrang, de andere keer moet je wachten tot je tegenligger je gepasseerd is. Niks aan de hand, zou je zeggen. Nu wil het geval dat mijn eigen auto, niet groot maar ook niet heel klein, voor het repareren van een schade in de garage staat. Nee, nee, ik heb niet tegen een paaltje aan gezeten (alweer) en ik heb me ook in parkeergarages keurig aan de rijrichting gehouden. Iemand nam de bocht te krap en kwam daarbij in aanraking met de achterkant van mijn auto. En dus heb ik een leenauto. Een heel fijn autootje, maar een stukje kleiner dan mijn eigen vervoermiddel.

En de bestuurder van de dikke SUV die mij tegemoet kwam, had waarschijnlijk hetzelfde vooroordeel in zijn hoofd. Klein autootje, zal wel een vrouw zijn, dus ik kan wel gewoon voorrang nemen. Ik zag het gebeuren. Hij ging pontificaal in het midden van de weg rijden. Maar ja, dat kan ik ook. Even nog dacht ik, het zou wel sukkelig zijn als ik deze auto ook met schade terug moet geven, maar toch. Ik heb een hekel aan machogedrag en tenslotte had ik voorrang. Zo’n bord staat er niet voor niks. Even zag ik de bestuurder van de auto twijfelen en toen stuurde hij toch maar naar rechts om te wachten. Ik zette mijn vriendelijkste gezicht op en passeerde de versmalling. Ik heb niet gekeken wie er in de auto zat, dat boeide niet meer. Je hoeft het er ook niet enorm in te wrijven.

Want tenslotte plaste ik toch het verste.