Van oude mensen

Ik hou veel van mijn moeder hoor. En ik doe samen met mijn zussen alles om haar te helpen en om het haar zo comfortabel te maken. We hebben daarin allemaal onze eigen taak. Boodschappen doen, zorgtaken, administratie, het is allemaal eerlijk verdeeld. Mijn jongste zus en ik gaan vaak mee als er afspraken staan met doctoren of specialisten. Zo kunnen we mama helpen en houden we toch ook vinger aan de pols. Want mijn moeder is geen uitzondering, oude mensen worden hoe langer hoe eigenwijzer. Althans, de oude mensen in mijn omgeving.

Er zijn dagen dat ik alleen maar kan zuchten als ik haar naam in het scherm van mijn telefoon zie verschijnen. Soms al voor de derde keer die dag.

‘Hoi mam.’

‘Hoi Machteld, ben je thuis of op kantoor?’

‘Ik ben thuis aan het werk mam.’

‘Oh, dan kan ik wel even praten.’

‘Hoi mam.’

‘Hoi Machteld, was je weg vandaag?’

‘Ja mam, ik was naar kantoor.’

‘Oh, moest je gaan werken.’

Net of ik thuis niet werk. Ik snap het wel, mijn moeder is al zo lang uit het arbeidsproces, die snapt echt helemaal niks van het concept Thuiswerken. Maar als ik dan al een hele dag in mijn uppie heb zitten bikkelen en mijn moeder kwalificeert dat nonchalant als ‘niet werken’, dan kan ik toch wel eens zuchten.

Het helpt ook niet als je zegt dat je eigenlijk druk bent. Die vraag moet gesteld worden en die mededeling moet gedaan worden. Het geeft ook niet, ik haal het werk gewoon later in. En als het echt niet uitkomt, neem ik gewoon niet op. Dan belt ze ’s avonds wel weer terug.

Alleen pasgeleden heb ik toch even tot tien moeten tellen. Mijn moeder bestelt sinds kort haar maaltijden bij een firma die aan huis brengt. Makkelijk, gevarieerd en ze krijgt in ieder geval haar voedingsstoffen binnen. Maar de vorige zending was niet aangekomen. Ik was al druk dus ik belde redelijk geïrriteerd naar de klantenservice. Daar werd me verteld dat mijn moeder niet thuis was geweest.

‘Mijn moeder is 88, die is altijd thuis’, ik kan me voorstellen dat ik niet heel vriendelijk heb geklonken. Toch was er niet open gedaan en het pakket was bij de buren afgeleverd. Maar ze zouden, op mijn mopperende verzoek, voortaan een briefje achterlaten als dat gebeurde.

Dus ik belde mama.

‘Jouw maaltijden liggen bij de buren mam.’

‘Hoe kan dat nou?’

‘Ja dat weet ik niet, ze heeft aan jouw voordeur gebeld maar je deed niet open.’

Waarop mijn moeder me vertelde, ‘ja, maar die bel hoor ik niet, die doet het niet.’

Ik kan je vertellen, er kwam even stoom uit mijn oren. Arme dame van de klantenservice.

De vijfhonderdste

Jaren geleden deed ik mee aan een schrijfwedstrijd. Mijn verhaal belandde op de shortlist. De verhalen werden gepubliceerd op Facebook en het verhaal met de meeste likes zou winnen. Alleen, ik had geen Facebook-account en dus ook geen vrienden die mijn verhaal zouden liken. Want wees eerlijk, iemand met honderd vrienden heeft meer kans op de winst dan iemand zonder vrienden. Op Facebook dan. Ik vond het niet eerlijk maar het was de realiteit. En dus begon daar mijn leven op Social Media. Mijn maatje kon zich er ook over opwinden en hij was dan ook degene die tegen mij zei, ‘je moet een blog beginnen, dat hoor ik heel vaak, dan krijg je volgers en lezers, dat kun jij, dat is echt iets voor jou.’ Op dat gebied was zijn vertrouwen in mij grenzeloos.

Dus ik begon, in het begin nog schoorvoetend. Want verzin iedere keer maar eens iets dat mensen dan ook nog willen lezen. Ik begon blogs van anderen te lezen en te volgen en ik kreeg er steeds meer plezier in. Ik leerde mensen kennen die ik anders nooit was tegengekomen. Ik heb er zelfs een hele mooie vriendschap aan over gehouden. Dank je daar voor, Peter.

De statistieken van WordPress houden alles zorgvuldig bij. Dit is de vijfhonderdste blog die ik publiceer. Best een mijlpaal, vind ik zelf. De meest uiteenlopende onderwerpen zijn al aan de orde geweest. Ik heb veel commentaren gekregen. Sommige heel lovend, anderen minder. Er was zelfs een lezer die me blokkeerde omdat ze mijn mening over kerkgangers ‘scherp en veroordelend geschreven’ vond. Terwijl ik helemaal geen oordeel gaf over de mensen maar over het gedrag dat zij richting mij vertoonden. Ach, wie de schoen past, trekke hem aan.

Ook Stef is regelmatig aan het woord geweest. Hij ligt nu naast me op zijn kussen, heerlijk te snurken. Hij is zich van geen kwaad bewust. Hij is mijn trouwe vriend en heeft me altijd gesteund, ook bij de moeilijke dingen die ik ben tegengekomen. Ook van de mensen die mijn blog regelmatig lezen, heb ik die steun gekregen. Dat vond ik heel bijzonder.

Daarom ben ik van plan nog heel lang al mijn belevenissen op deze manier te delen. En ik hoop dat jullie allemaal nog heel lang mee willen lezen. Bedankt!

Vergeetclub

Pas heb ik weer een keer het boek De Vergeetclub van Tosca Niterink gelezen. Zij schrijft over de lotgevallen van haar dementerende moeder in een kleinschalige woongroep.

Het is hilarisch en aandoenlijk tegelijk. Tosca schrijft heel liefdevol over haar moeder. En omdat ik sinds een tijd regelmatig bij de oude brompot op bezoek ga, herken ik ook echt wel dingen. Het gemopper, de misverstanden, heerlijk.

Laatst werd ik door een meneer in keurig kostuum op luide toon aangesproken op het feit dat hij echt geen sufferd was. Hij was al zijn hele leven lid van de bond en hij liet zich echt niet door mij te kort doen. Ik had de man nog nooit gezien. In zijn kielzog schuifelde een krom wijffie dat aanbiddend naar hem probeerde te kijken. Daadwerkelijk naar hem opkijken lukte niet meer. Dat liet haar rug, die in een keurige hoepel stond, niet meer toe. Het gaf niet, de adoratie straalde uit haar ogen.

Ik herken ook inmiddels de twee dames die elkaar opzoeken omdat ze denken dat ze elkaar aardig vinden. Een van de dames streelt de andere steevast over haar wang. Waarop ze een grauw en een snauw krijgt en het duo elkaar in de haren vliegt.

Meestal haal ik koffie voor de brompot en mezelf en schuif naast hem aan tafel. Hij vertelde me dat hij het wel leuk vindt om naar het biljarten te gaan kijken maar dat de fietstocht ernaartoe wel steeds zwaarder wordt. Misschien kan ik hem een keer brengen met de auto? Hij is al maanden niet buiten geweest, zelfs de binnentuin mijdt hij als de pest maar dat dringt niet helemaal meer door. Ik probeer te schipperen tussen meeveren en uitleggen wat niet kan. Het komt niet binnen.

Ach, dan vertel ik het gewoon nog een keer. Volgende week wordt er een familie-avond georganiseerd waarbij we allemaal zijn uitgenodigd om te komen eten. Dus heb ik tegen de oude brompot gezegd dat we samen uit eten gaan. Hij keek me een beetje niet-begrijpend aan.

‘Hebben we dat afgesproken?’

‘Jazeker, we gaan samen uit eten.’

‘En kom je mij dan halen?’

‘Zeker. En dan doe je toch wel je nette pak aan?’

Daar werd hij een beetje achterdochtig van. Dus ik lachte en vertelde dat dat helemaal niet nodig was. Het stelde hem wel gerust geloof ik.

‘Oh, dan is het goed, dan ga ik wel mee eten.’

‘Nou, daar ben ik blij om, want jij betaalt.’

Ik ben benieuwd of hij het zich nog herinnert als het straks zover is. Ik geloof er niks van.

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar, wat is er toch gebeurd met het vorige jaar. Het is voorbij gevlogen. Een goed teken, zeker, het was ook een goed jaar. Natuurlijk hebben we wel weer de nodige hobbels moeten nemen en zijn er echt nog onzekerheden maar die gaan we weer een voor een onder ogen zien. Voorlopig hebben we allemaal Kerst en Oud en Nieuw thuis kunnen vieren. En dat was voor mijn moeder niet helemaal zeker. En natuurlijk, ze is 88 jaar oud maar dat wil niet zeggen dat ze mag gaan kwakkelen. We hadden tenslotte afgesproken dat ze 120 zou worden. Maar ze heeft het weer gered, ze zit weer als een heel klein vogeltje in haar grote stoel en regeert de hele kamer.

Tja, een nieuw jaar. Met voor mij een hele mooie uitdaging. Dit jaar ga ik van mijn droom waarheid maken. Ik ga mijn manuscript afmaken en dat wordt een boek. Met hulp natuurlijk want dat kan ik niet alleen. Maar onder toezicht van de Heleen en Marelle van de Online Schrijfschool en met hulp van Esther van der Ham van Uitgeverij Droomvallei moet het toch wel lukken. Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in. En het is ook een heel gaaf traject, toen ik eraan begon, kon ik niet vermoeden wat er allemaal bij komt kijken. Dat je moet nadenken over een marketingplan. En over auteursbranding. Ik heb ooit gezegd, het moeilijkste van het schrijven van een verhaal voor de verhalenbundel Eilandverhalen is het maken van een biografie. En ik denk dat ik dat nog steeds vind. Maar ik ga het wel doen.

En ik ga jullie meenemen op mijn reis. Want voor alles, ben ik ook wel apetrots.