Het jaar 2024 was een jaar met veel uitdagingen. En ik weet zeker dat 2025 ook weer voldoende perikelen zal kennen. Leuke vooruitzichten maar ook hele spannende gebeurtenissen. En hard werken aan het uitbrengen van mijn eigen roman. We gaan er aan beginnen. Ik wens iedereen alle goeds en heel veel liefde voor het komende jaar.
Ja hoor, het is weer zo ver. Alle zichzelf respecterende bedrijven vallen weer over elkaar heen in de strijd om de meest kleffe kerstreclame. AH heeft de ‘whamster’ tevoorschijn getoverd, Jumbo gooit het over de boeg van zielige hondjes en Bol doet het zuinig aan dit jaar, zij hebben hun oude reclame van de plank getrokken en opgepoetst. Zelfs Takkie maakt zijn opwachting. Maar in alle reclames staan de gelukkige families centraal. Of ze nu aan tafel zitten, wintersport vieren of gewoon samen zijn, er valt geen verkeerd woord. Het is weer alles peis en vree wat de klok slaat. Terwijl in de echte wereld een kerstdiner vaak helemaal verkeerd uitvalt. Oom Jan heeft te veel gedronken, tante Annie probeert hem hiervan te weerhouden, wat natuurlijk helemaal verkeerd uitvalt. Oom Piet ergert zich aan oom Sjaak omdat hij wel heel erg luidruchtig laat merken dat hij zijn vrouw en kinderen dit jaar met Kerst grote en dure cadeaus heeft gegeven. Je voelt de onderhuidse spanning. De gastvrouw probeert uit alle macht vrolijk te blijven en sust waar ze kan.
Natuurlijk beschrijf ik het nu wel erg gechargeerd maar kerstdiners verlopen lang niet altijd in harmonie. Frustraties steken regelmatig de kop op, al dan niet gevoed door een extra glaasje alcohol. En na twee dagen overmatig tafelen vinden de meeste mensen het alleen maar fijn dat die dagen weer voorbij zijn. De radiozenders zijn eindelijk klaar met die eindeloze stroom kerstnummers. In het begin is het leuk maar na zestien keer Driving Home for Christmas kun je alleen nog maar hopen dat Chris Rea ergens in de sloot rijdt zodat we daar ook weer vanaf zijn. Niet dat ik die arme man iets toe wens, dat niet, maar soms is het allemaal een beetje te veel van het goede.
Ach, het ligt aan mij hoor. Vroeger kon ik Kerst nog wel een beetje waarderen. Maar de laatste jaren stonden de dagen alleen maar in het teken van gemis. En ook dit jaar ligt er weer een schaduw over de periode. Nee, ik zal blij zijn als het 1 januari is en we (hopelijk) over kunnen gaan tot de orde van de dag. En ik denk dat stiekem heel veel mensen er precies hetzelfde over denken.
De regen kletst tegen het raam van de kamer waar ik zit. Deze periode van het jaar is niet mijn favoriete tijd. Om een aantal redenen niet, maar toch ook vanwege het feit dat het vaak vreselijk weer is en dat het sommige dagen helemaal niet licht lijkt te worden. Naast me ligt Stef zielstevreden te snurken op zijn kussen. Hij heeft nergens last van. Kaatje ook niet, trouwens, die ligt beneden op de bank. Ze heeft van de dekens die daar liggen een heerlijk nestje voor zichzelf gemaakt. Gezegende zielen.
Gelukkig zijn er veel leuke dingen in het verschiet. Eén ervan is de afronding van mijn verhaal voor de bundel met eilandverhalen, Terug naar Texel. Het verhaal is nu zover dat ik het kan delen met mijn meelezers. Dat is altijd een spannend moment. Het verhaal is van mij, het zat eerst in mijn hoofd en nu staat het op papier. En dan komt het moment dat je het los moet laten en dat andere mensen er naar gaan kijken. En er wat van gaan vinden. Dat is niet erg, daar wordt het alleen maar beter van, maar het is toch wel een dingetje.
Andersom werkt het natuurlijk ook zo. In mijn mailbox zitten twee verhalen van mijn medeschrijvers. Ik mag ze als eerste gaan lezen en voorzien van feedback. De personages die voor hen zo levend zijn, ga ik voor de eerste keer ontmoeten. Het is bijzonder hoe zo’n proces werkt. Een personage is zelfbedacht maar gaat op een gegeven moment zo leven dat hij of zij gewoon bij je gaat horen. Zelfs in het dagelijks leven ga je hen tegenkomen.
Voor mijn eigen manuscript werkt het ook zo. De hoofdpersoon, de hoteleigenaar Sebastiaan, is iemand die ik heel goed ken. Ik weet precies hoe hij denkt. Als ik zelf een keer in een hotel ben, kijk ik zelfs door zijn ogen rond. Wat zou hij goed vinden, wat zou hij willen veranderen. Ik moet er zelf om lachen.
Er komt een moment dat ik Sebastiaan mag delen met iedereen. Ik kijk er naar uit maar ik vind het ook ongelofelijk spannend. Ik hou jullie op de hoogte.
De oude brompot is een van de weinigen van de afdeling waar hij woont die nog een mobiele telefoon heeft. Zijn abonnement wordt trouw door mij betaald. Af en toe check ik zijn oproepenlijst. Want zoals een oud gezegde luidt, ‘wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen.’ Het valt op zich mee, hij belt niet zo heel veel. Ik had alleen wel graag bij het gesprek willen zijn dat hij gevoerd heeft met iemand uit Litouwen. Het duurde maar twee minuten, maar toch. Ik zie het al helemaal voor me, je telefoon gaat, je neemt op en dan hoor je iemand praten in een taal die je niet spreekt. Niet dat dat erg is, de verhalen die hij vertelt zijn vaak toch niet te volgen. Zelfs niet in het Nederlands. Maar het is toch opmerkelijk.
Ook WhatsApp wordt door hem dagelijks gebruikt. Ik krijg de meest exotische berichten binnen. Ze komen zo te pas en te onpas dat ik de meldingen voor zijn berichten heb uitgezet. Ik kijk af en toe en gooi ze meestal gewoon weg. Erop reageren heeft geen zin, hij weet meestal toch niet meer wat hij heeft gestuurd. Vorige week was hij er al vroeg bij, ik zag dat hij om half zeven ’s ochtends al had geappt.
‘Kun je komen? Het is niet zo heel erg hoor, maar ik zit op het politiebureau. Ik ben meegenomen.’
In het begin als ik een dergelijk bericht kreeg, schrok ik onbewust een beetje. Nu weet ik dat hij gewoon in zijn bedje ligt en dat de arrestatie alleen maar in zijn hoofd heeft plaatsgevonden. Ik blijf het bijzonder vinden, wat speelt er dan toch allemaal af in dat hoofd. Hij heeft ook al eens aan de verzorgende die hem uit bed kwam halen gevraagd of ze daar wel mocht komen. Normaal gesproken zijn vrouwen toch niet welkom op een slaapzaal van soldaten. Hij had er persoonlijk geen moeite mee maar hij zou het vervelend vinden als ze er problemen mee zou krijgen. Ze vertelde hem dat ze een speciale toestemming had gekregen en daar was hij dan weer tevreden mee. En kon ze hem wassen en aankleden zodat hij naar zijn ontbijt kon.
Pas geleden schreef ik dat de brompot op reis was in zijn eigen hoofd. De laatste tijd lijkt het er steeds meer op dat hij verdwaald is in zijn eigen hoofd.