
In deze tijd van het jaar denk ik vaker aan mijn vader. Hij bracht me de liefde voor poëzie bij. Dit was een van zijn lievelingsgedichten. En op een of andere manier stemt me dat toch altijd droevig.

Als kind kon ik uren rondlopen in de bibliotheek van het klooster waar mijn oom, de broer van mijn vader, woonde. Heerlijk, al die boeken. Vooral ook al die oude boeken. Het rook er stoffig en muf maar zelfs dat vond ik lekker. Geen idee of die bibliotheek nog bestaat. Nu kun je mij in een boekwinkel zetten en dan heb je de hele middag geen kind aan mij. Ga gerust winkelen, boodschappen doen, wat je wilt, en kom mij aan het einde van de middag maar ophalen. Als je me mijn bankpasje laat houden, moet je waarschijnlijk wel een steekwagentje regelen want van boeken word ik heel erg hebberig.
Dat hoeven niet eens nieuwe boeken te zijn hoor. Als ze nog netjes zijn, vind ik tweedehands ook prima. De Boekenbalie heeft een vaste klant aan mij. En wat ik bij hen zo fijn vind, is dat ze ook de oude schrijvers nog aanbieden. Want waar vind je nou nog een Couperus. Of een Ina Boudier-Bakker. De jongeren onder ons zeggen nu waarschijnlijk ‘wie?’ Het is ook niet echt meer te lezen, die hoogdravende taal van vroeger. Maar ik vind het toch nog wel eens leuk om te proberen.
Zo ga ik binnenkort ook weer een nieuw exemplaar kopen van mijn Joop ter Heul. Ook een boek dat tegenwoordig helemaal niet meer kan. Niet woke, niet feministisch maar wel een boek dat ik in mijn jeugd verslonden heb. Net als de andere boeken van Cissy van Marxveldt. Zeker, het leven van haar hoofdpersonen paste toen al niet meer bij het wereldbeeld maar de blijheid die eruit sprak, vond ik heerlijk. Mijn oude exemplaar is stuk gelezen, de rug valt er bijna van af. Echt tijd voor een nieuw.
Ik hou van lezen. En ik hou van echte boeken. Mijn e-reader neem ik alleen mee op vakantie. Om praktische redenen, je mag maar twintig kilo bagage meenemen. Maar thuis heb ik altijd een stapeltje ongelezen boeken liggen. Het kan niet zo zijn dat ik geen leesvoer heb. Ook al heb ik soms een hele week geen tijd om te lezen, dat komt ook wel eens voor. Maar daar hoef ik me niet schuldig om te voelen. Tenminste, als ik de quote mag geloven die ik laatst op Social Media vond. Hij luidt: ‘Je kunt beter een boek hebben en geen tijd om te lezen dan voldoende tijd hebben en geen boek.’ En daar sluit ik mij 100% bij aan.

Allereerst wil ik benadrukken dat ik echt respectvol omga met de medebewoners in het verzorgingstehuis waar ik regelmatig kom. Net als met de oude brompot die de reden is van mijn bezoek. Maar vandaag was het toch een doorlopende cabaretvoorstelling. Ik denk dat het te maken heeft met het vallen van het blad. De rijzige man die altijd rondloopt, was nog onrustiger dan normaal en de dames aan tafel kakelden nog harder dan anders.
De oude brompot was lastig over te halen om mee koffie te gaan drinken. Hij mopperde dat hij niet goed kon lopen en dat ik altijd overal maar licht over dacht. Maar ik hield vol en even later zat hij te genieten van zijn koffie en een koekje. Ik begin het te herkennen. Hij wil niet lopen maar hij wil wel graag koffie. En het koekje. Wel zat hij zich te ergeren aan het gekrakeel van de dames aan de andere tafel.
‘Wat een lawaai zeg. En dat gaat zo de hele dag door.’
Ik hoorde de dames inderdaad luidkeels commentaar op elkaar geven. Op een gegeven moment werd een van de dames op haar puntjes gewezen. ‘Jij bent echt niet meer dan een ander hoor, kakmadam.’
Ik genoot, het klinkt oneerbiedig maar ik kan het niet anders zeggen. Drie dames zaten te kibbelen, een dame koesterde haar pop alsof het een baby was en een man in een rolstoel snapte niet waarom hij niet door de deur kon. Dat zijn ene wiel klem zat achter de deurpost, daar had hij even geen erg in. Een geroutineerde verzorgster suste het gekibbel, zorgde dat de pop niet viel en verloste en passant ook nog even de klemzittende man uit zijn benarde situatie. Alle lof voor haar.
Mijn brompot keek het tafereel een beetje viezig aan. Een van zijn medebewoners viel hem hierin bij. ‘Dat gekibbel, bij mij gaat dat het ene oor in en het andere oor uit.’ Ach, dacht ik, zo helder ben je dan nog wel.
Het blijft bijzonder, hoe de menselijke geest kan werken. Het ene moment vertelt de brompot over zijn werk en hoe hij daarvan genoten heeft en het andere moment vertelt hij met dat hij gisteren nog mee gevoetbald heeft met het eerste team van de voetbalclub uit zijn woonplaats. Dat laatste is volgens mij al meer dan zestig jaar geleden maar goed.
Hij heeft wel vriendschap gesloten met de man die ook een hekel heeft aan het gekakel. Dat is fijn. Kunnen ze tenminste samen mopperen. Tenslotte is gedeelde smart halve smart.

Morgen is het al vijfentwintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Veel te jong, hij was pas zesenzestig. Hij ging gewoon in zijn slaap van ons weg. Zonder waarschuwing. Ik was zelfs met mijn maatje de avond ervoor nog bij hem en mijn moeder op bezoek geweest. We hadden hem nog geplaagd, mijn vader kon erg zuinig zijn en in de Libelle, het blad waar mijn moeder al sinds jaar en dag een abonnement op had, stond een heel artikel over budgetteren. ‘Kijk pap,’ zei ik, ‘dat is iets voor jou. Kun je het nog beter plannen.’ Toch was mijn vader niet op alle gebieden krenterig. Als het om lekker eten en drinken ging, kon hij altijd zorgvuldig winkelen. Ik hoor het mama nog zeggen, ‘als papa mee gaat boodschappen doen, ben ik twee keer zo veel geld kwijt.’ Ik weet nog goed dat hij op een eerste kerstdag om vier uur ’s middags een fles Bourgogne open trok. Heerlijk. Maar heel zwaar. Het eerste vriendje van mijn jongste zus kwam op die dag kennis maken. Dat was niet heel gelukkig gekozen, de wijn maakte de tongen wat meer los dan normaal en ik denk dat mijn zus zich behoorlijk opgelaten heeft gevoeld. De relatie heeft daarna ook niet lang meer standgehouden.
Ach, mijn vader. Ik heb zo met hem gebotst. Wij allemaal wel denk ik. Maar ik heb ook zo met hem gelachen. Hij had een heel bijzonder gevoel voor humor. En we hadden natuurlijk de liefde voor onderwijs en literatuur gemeen. Mijn dierbaarste boeken heb ik van hem gekregen.
Soms zou ik graag nog eens met hem van gedachten willen wisselen. Vragen wat hij er nou allemaal van vindt, van wat er tegenwoordig in de wereld gebeurt. Of hij ook ChatGPT zou gebruiken. Ik denk het overigens wel, mijn vader was wat dat betreft altijd heel nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen. Niet dat hij overal achterstond. Van nieuwlichters, zoals hij het noemde, moest hij vaak niks hebben. Maar hij ging het wel altijd eerst zelf onderzoeken.
Hij is me dierbaar, mijn vader. Steeds meer.