
Ik las in een onderzoek dat 7% van de Amerikanen denkt dat chocomel van bruine koeien komt. Het percentage lijkt niet hoog maar als je bedenkt hoeveel mensen er in Amerika wonen, dan kom je toch best uit op een behoorlijk aantal. Ik weet dat er ook kinderen zijn die denken dat er echt lila koeien rondlopen in Zwitserland. Want daar komt de Milka-chocolade vandaan. Tomaten groeien niet aan een plant, die koop je in de supermarkt. En als je vertelt dat speklapjes komen van die leuke varkens, die je ook bij de kinderboerderij ziet, dan gaan kinderen denk ik helemaal stuiteren.
De natuur en ons eten is een abstract begrip geworden. We kopen dingen in de supermarkt zonder er bij na te denken waar het vandaan komt. Hoe het groeit, hoe het er uitziet en hoe het wordt gekweekt. We willen alleen nog maar kaarsrechte komkommers. Bananen moeten allemaal even groot zijn. Ik zag een bericht waarin een teler vertelde dat hij heel veel winterpeen moest wegdoen omdat ze te lelijk waren. Nou, bij mij gaat winterpeen in de hutspot en dan maakt het niet uit hoe het er in eerste instantie uitziet. Ik hak het in kleine stukjes en dat was het dan. Wie maakt zich daar nu druk over.
Misschien is het ook wel een voordeel dat ik in een dorp woon. Ik zie dagelijks koeien en geiten. En velden met mais en aardappelen. Ik wed dat de meeste kinderen een aardappelplant niet eens herkennen. Nou is dat in een dorp ook wel het geval hoor. Ik weet nog dat mijn vader de kinderen in zijn klas eens wijs gemaakt heeft dat wol op de akker groeit. Gelukkig zaten er een paar wijsneuzen in zijn klas die dachten, ‘hee, maar dat komt toch van schapen?’
Eigenlijk zouden kinderen verplicht een moestuintje moeten hebben. Zodat ze zien wat er allemaal mogelijk is. Ik heb in het voorjaar tomatenplantjes gezaaid en ik pluk nu iedere dag de cherrytomaatjes. De planten zijn enorm geworden en ik heb echt een enorme oogst. Daar kan ik erg van genieten. Al was het alleen maar van het feit dat ze veel lekkerder zijn dan die uit een bakje van de supermarkt.



