Nieuwe spullen

In de tweeëneenhalf jaar dat ik nu samen met Stef en Kaatje in mijn huis woon, heb ik natuurlijk al best dingen moeten vervangen. Soms omdat ze gewoon versleten waren, andere keren omdat ik er op uitgekeken was. Ik ben niet van het makkelijk vervangen, ik raak ook wel gehecht aan spullen. En soms heb ik er niet eens erg in. Dan is het zo gewoon dat die dingen er zijn, dat ik het niet meer zie.

En natuurlijk zijn er dingen die me herinneren aan mijn maatje. Die we samen hebben uitgezocht en daar samen blij mee waren. Of de verzameling klokken waar hij zo van hield. Die gaan ook niet weg, zelfs al lopen ze niet meer. Ik heb niet het hele huis omgegooid nadat hij er niet meer was. Niet omdat ik het als nagedachtenis in stand wil houden maar omdat het ook altijd al mijn huis was. Waar ik me thuis voelde.

Maar zoals dat gaat, zeker als je twee rouwdouwers van honden hebt, af en toe moet er toch iets groots vervangen worden. De bank die in mijn woonkamer staat, wordt gebruikt als hondenmand. Het is al een oudje en met de komst van Kaatje is hij er niet mooier op geworden. De hoes die ik er overheen heb gehangen is me eigenlijk ook een doorn in het oog. Het past van geen kanten, wat ook komt door mijn onhandigheid. Ik kwam er namelijk na drie keer wassen pas achter hoe hij er nu eigenlijk echt omheen moest. Maar toch, ik vind het er niet uitzien. Langzamerhand groeide er een idee.

‘Ik moet een andere bank gaan kopen.’

Oei, spannend.

Want ik ben niet iemand die op zaterdag naar de woonboulevard gaat om meubels te kijken. Alsjeblieft, daar moet je me echt niet mee naar toe nemen. En eigenlijk weet ik ook wel wat ik wil. Iets dat zelfs mijn maatje geweldig had gevonden. Een Chesterfield. Geen nieuwe, die zijn nog niet mooi. Een mooie gebruikte.

Gelukkig is er op internet veel te vinden. Vrijdag wordt hij als het goed is gebracht.

Ik vind het raar. En dat vind ik weer raar van mezelf. Ik kan best dingen weggooien. Dat kan ik heel goed zelfs. Maar een dergelijk groot ding als een bank, zomaar in mijn uppie beslissen en kopen. Dat is best een stap kwam ik achter.

Zo komen er steeds meer dingen die mijn maatje niet heeft meegemaakt. Met als belangrijkste natuurlijk kleine Kaatje. Maar ook zo’n verandering in huis, dat stemt me dan toch even weer melancholiek. Want ik ben hem echt niet vergeten.

Prinses Kaatje

Het ligt aan de naam, ik weet het zeker. Een collega heeft een dochtertje dat ook luistert naar de naam Kaatje. Of eigenlijk, ze heet Kaatje, ze luistert er niet vaak naar. Hij vertelde ook laatst dat ze de aanspreektitel Prinses Kaatje prefereerde. Als ouder ga je daar dan maar in mee, vooral ’s ochtends als iedereen moet eten omdat het bijna schooltijd is. En inderdaad, ze liet liggen waar ze mee bezig was en schreed naar de eettafel om haar boterhammetje op te eten.

Mijn Kaatje stelt geen enkele voorwaarde aan het leegeten van haar bakje brokken, dat niet, maar verder weet ze precies hoe ze iedereen om haar vingertje moet winden. Als een waar prinsesje overziet ze haar gevolg. Wij, haar onderdanen, hebben ook allemaal een eigen taak. Ik ben voor de dagelijkse gang van zaken, het op schoot liggen ’s morgens vroeg om rustig wakker te kunnen worden, voor de brokjes en de rondjes met Stef. Mijn vriendje is voor de lange wandelingen en de snoepjes. En de logeerpartijen waarbij ze languit bij hem op de bank mag liggen.

Verder is Kaatje een heel zelfstandig hondje dat zich niet veel aantrekt van ‘hoe het eigenlijk hoort’. Volgens mij is dat ook iets dat alle Kaatjes hebben. Lekker zelfstandig en geen boodschap aan wat anderen doen. Ik hou ervan. Ik zie Stef af en toe kijken en zuchten, de arme hond is altijd zo heel braaf geweest en nu is er een stout meisje dat maar doet waar ze zelf zin in heeft. Niet dat ze daarvoor geen straf krijgt, maar ze mag toch ook gewoon altijd mee en ze krijgt net zoveel snoepjes als hij. Want Stef heeft wel meer privileges, maar dat is toch meer een gevolg van zijn gevorderde leeftijd. Arme Stef.

Ik kan me voorstellen dat mijn collega zijn kleine Kaatje ook af en toe wel achter het behang wil plakken. En dat hij zich af en toe afvraagt waarom het kleine meisje eigenlijk oortjes heeft gekregen. Ze gebruikt ze toch nooit. Daar heeft ze allemaal geen tijd voor.

Maar ach, één ding is wel zeker. Kaatjes maken de wereld een stuk kleurrijker.

Schrijven is een ambacht

Een jaar geleden schreef ik een blog met de naam ‘schrijven is een vak.’ Ik was toen net terug van een schrijfvakantie op Texel. Heerlijk een week met gelijkgestemden schrijven en leren over schrijven. En natuurlijk druk aan het werk met het verhaal voor de verhalenbundel Voetsporen. Het was een toffe ervaring om uiteindelijk je eigen hersenspinsels gedrukt en wel voor je te hebben liggen. Het maakte dat ik nog meer voldoening ging halen uit het schrijven.

Schrijven is ook een verslaving. Bovendien helpt het me om bij bepaalde gevoelens te komen. Als ik schrijf over mijn maatje, kan ik bij mijn verdriet. Dat heeft me enorm geholpen.

En zo kwam het dat het smaakte naar meer. Ik was al bezig met het schrijven van een eigen verhaal, een boek klinkt gelijk zo hoogdravend, en de schrijfweek gaf me inspiratie om verder te gaan. De personages gingen leven, een eigen leven leiden, en het verhaal kreeg steeds meer vorm. Maar als je schrijft, wil je ook gelezen worden. Dus moet je je houden aan regels. Een boek moet een bepaald aantal woorden hebben, de hoofdpersoon dient toch wel een reis af te leggen en moet aan het einde iets geleerd hebben. Allemaal zaken waar je rekening mee moet houden. Want honderd pagina’s ‘en toen, en toen, en toen,’ zijn niet heel uitnodigend voor de lezer. Dus worden boeken geschreven, tegengelezen en herschreven. Vaak diverse keren. Gelukkig heb ik een hele lieve coach gevonden die mij gaat helpen mijn verhaal zo op papier te zetten dat het hopelijk ooit een echt boek kan worden. Dat zou toch wel geweldig zijn. Tot die tijd is het voor mij ook een zaak van discipline. En plannen.

Want ik ben erachter gekomen dat schrijven ook vooral een ambacht is. Je moet er tijd voor maken en voor gaan zitten. De woorden komen niet vanzelf vanuit je hoofd op papier. Dat is noeste arbeid. En voor mij, naast mijn drukke baan en mijn drukke privéleven, is dat best een uitdaging. Maar wel een hele leuke uitdaging. En ik weet zeker dat het me gaat lukken.

Politiek

We hebben een nieuw kabinet. Wij als Nederlanders hebben hiervoor gekozen. Dat is het democratische beginsel. Er wordt gestemd en de grootste partij mag proberen een regering te vormen. En Nederlanders kozen dit keer voor verandering. Ik ben bang dat we dat zullen gaan meemaken. De grootste verandering is al dat de politici nu al rollend over straat gaan. Wat een vertoning zeg. Dat zijn dan onze volksvertegenwoordigers. Het allereerste debat wat werd gehouden, was al tenenkrommend. Zou minister-president Schoof dit hebben verwacht? Of zou hij denken, ‘mijn God, waar ben ik aan begonnen?’ Van zijn gezicht was niet veel af te lezen, dat deed hij wel goed. Maar het geeft toch weinig vertrouwen voor de toekomst. Gelukkig hadden ze het zelf ook over een kleuterklas.

Tijdens de formatie vond ik ergens nog wel dat de partijen een kans moesten krijgen. Tenslotte waren ze verkozen door de mensen die gestemd hadden. Dat de combinatie niet mijn keuze was, was niet belangrijk. En misschien is het ook wel weer eens goed om een andere wind te laten waaien. De PVV is in haar zorgbeleid meer links dan rechts, misschien dat dat toch weer nieuwe ideeën geeft.

Na een hoop gedoe was er dan toch eindelijk een regering. Niet de ploeg die in eerste instantie werd gepresenteerd. Want een aantal mensen daarvan kwam niet door de screening. Hoe dan, denk ik, dat zoek je toch van tevoren uit. Maar nee, dat was blijkbaar niet gedaan. Meneer Markuszower moest toch in allerijl vervangen worden. Uiteindelijk werd de regering geïnstalleerd en kwam de eerste confrontatie. De nieuwe kamer praat met de nieuwe regering.

En dan gaat mevrouw Agema tijdens het debat tweets versturen. Over Kamerleden, die ook door de Nederlandse bevolking zijn verkozen. Waar zij de komende vier jaar, als het zo ver komt, mee te maken gaat krijgen. Heel goed voor de samenwerking, lijkt me zo. De toon is inmiddels wel gezet.

Ik draag geen hoofddoek. Ik heb niet die overtuiging. Maar als anderen dat wel hebben, zijn ze voor mij vrij om dat wel te doen. Waarom zou ik daar aanstoot aan nemen? Tenslotte droeg mijn oma ook altijd een hoofddoek als ze boodschappen ging doen. En met haar heel veel dames in die tijd.